Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6673

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
10/041422-21 en 02/030802-21 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor een vernieling en de mishandeling van een hulpverlener. Vrijspraak voor brandstichting. De verdachte heeft samen met een medeverdachte meerdere goederen vernield in JJI de Hartelborgt en daarnaast heeft hij een hulpverlener die werkzaam is in een andere inrichting mishandeld. De verdachte is veroordeeld tot een jeugddetentie van 40 dagen met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/041422-21 en 02/030802-21 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 2 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsvrouw mr. J.T. Brassé , advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de besloten terechtzitting van

2 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde (10/041422-21);

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde (10/041422-21) en het ten laste gelegde in de zaak met het parketnummer 02/030802-21;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde met het parketnummer 10/041422-21 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde met het parketnummer 10/041422-21 en het ten laste gelegde met het parketnummer 02/030802-21 heeft begaan op die wijze dat:

10/041422-21

1.
hij, op 11 februari 2021 te Spijkenisse, in leefgroep De Gaffel in Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en wederrechtelijk, biljartkeuen en glazen potten en voedingsmiddelen en groenten en stoelen en tafel en kasten en overige meubilair en de oven en (inbouw)koelkasten en de keukenkasten en de keuken en ramen en muren en het plafond en de vloer en televisies en de gehele ruimte en andere voorwerpen
van voornoemde leefgroep De Gaffel, die aan Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt toebehoorde, heeft vernield;


02/030802-21

hij op of omstreeks 6 januari 2020 te Breda, [naam slachtoffer], ambtenaar in functie, te weten inrichtingsverantwoordelijke van RJI Den Hey-Acker, heeft mishandeld door die [naam slachtoffer] meerdere malen te slaan tegen het lichaam.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

10/041422-21

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

02/030802-21

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende

of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernielingen en een mishandeling. Deze feiten hebben allemaal plaatsgevonden in justitiële jeugdinrichtingen waar de verdachte op dat moment verbleef, onder andere in het kader van zijn PIJ-maatregel. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij bij zijn handelen geen oog heeft gehad voor de enorme schade die hij heeft teweeggebracht. De gepleegde mishandeling was gericht tegen de hulpverlener werkzaam in de inrichting. De vernielingen en de mishandeling zijn voor de betreffende medewerkers van de inrichtingen en de groepsgenoten van de verdachte angstaanjagend geweest.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Uit het strafblad van de verdachte van 6 maart 2021 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft kennis genomen van het YouTurn Zesde Perspectiefplan van 22 januari 2021, opgemaakt door [naam], werkzaam bij Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt. Hieruit komt naar voren dat er bij de verdachte sprake is van een zeer belaste voorgeschiedenis. De verdachte heeft vanuit de onveilige en onvoorspelbare opgroeisituatie een reactieve hechtingsstoornis en een laag zelfbeeld ontwikkeld, waarbij hij wantrouwend in contact met anderen staat, binnen relaties voortdurend veiligheid zoekt en zich snel bedreigd, gediscrimineerd of onterecht behandeld voelt. De verdachte heeft zich in zijn leven vaak gediscrimineerd en afgewezen gevoeld.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport dat door de Raad voor de Kinderbescherming is opgesteld op 24 maart 2021.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (Sr), kan de rechtbank – ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt – recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg Sr, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezenverklaarde feit met het parketnummer 10/041422-21 heeft gepleegd toen hij 18 jaren was. In 2019 is geconcludeerd dat de verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een reactieve hechtingsstoornis en een oppositionele gedragsstoornis en ADHD. De verdachte verbleef in het kader van zijn PIJ-maatregel in de Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt, waar hij onder andere behandeling kreeg voor zijn problematiek. Behalve dat de verdachte een jaar ouder is geworden, is er in zijn situatie niets veranderd en kan hij als een jeugdige worden beschouwd. Gelet hierop zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c Sr het jeugdstrafrecht toepassen.

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken, zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd, die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. In het geval van verdachte geldt als strafverzwarende omstandigheid zijn strafblad, zijn houding ter terechtzitting en het feit dat de verdachte en zijn medeverdachte de vernielingen hebben gepleegd in de inrichting waar zij in het kader van de PIJ-maatregel werden behandeld.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank zal een jeugddetentie voor de duur van veertig dagen opleggen, met aftrek van voorarrest. Het is van belang dat de verdachte weer kan starten met zijn behandeling.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte is bij afzonderlijke beslissing van 2 april 2021 per onmiddellijke ingang opgeheven.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 63, 77a, 77c, 77g, 77i, 77gg, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/041422-21 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit met het parketnummer 10/041422-21 en het ten laste gelegde in de zaak met het parketnummer 02/030802-21, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 40 (veertig) dagen,

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. L. Stevens en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2021.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

10/041422-21

1.
hij, op of omstreeks 11 februari 2021 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,
in leefgroep De Gaffel in Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk,
één of meerdere biljartballen en/of biljartkeuen en/of glazen potten en/of pannen
met heet water en/of voedingsmiddelen en/of groenten en/of stoelen en/of tafels
en/of kasten en/of overige meubilair en/of de oven(s) en/of (inbouw)koelkasten
en/of overige inbouwapparatuur en/of de keukenkasten en/of de keuken en/of
ramen en/of toegangsdeuren en/of muren en/of het plafond en/of de vloer en/of
het brandalarm en/of televisies en/of de gehele ruimte en/of andere voorwerpen
van voornoemde leefgroep De Gaffel,
die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar
mededader(s), te weten aan Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt
toebehoorde, althans aan een ander en/of anderen dan aan verdachte(n),
heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij, op of omstreeks 11 februari 2021 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in leefgroep De Gaffel in Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt,
opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een
brandalarm/rookmelder, althans met een brandbare stof
ten gevolge waarvan de brandalarm/rookmelder geheel of gedeeltelijk is/zijn
verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor het
complex van Rijks Justitiële Jeugdinrichting de Hartelborgt, in elk geval gemeen
gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor de
gedetineerden en/of het personeel van Rijks Justitiële Jeugdinrichting de
Hartelborgt, in elk geval levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor een ander
of anderen, te duchten was;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

02/030802-21

hij op of omstreeks 6 januari 2020 te Breda,

[naam slachtoffer], ambtenaar in functie, te weten inrichtingsverantwoordelijke van

RJI De Heyacker, heeft mishandeld door die [naam slachtoffer] meerdere malen te slaan

en/of te stompen in/tegen het gezicht en/of het lichaam;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )