Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6447

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
07-07-2021
Zaaknummer
8228422 CV EXPL 19-53701
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling abonnementsgelden mobiel toestel + toestelkosten. Oplichting/misbruik van omstandigheden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8228422 CV EXPL 19-53701

uitspraak: 21 mei 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

T-Mobile Netherlands B.V.,

tevens handelend onder de naam Tele2,

krachtens juridische fusie rechtsopvolger onder algemene titel van Tele2

Nederland B.V.,

statutair gevestigd te ’s-Gravenhage,

eiseres,

gemachtigde: B. Boos, werkzaam bij Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G. Laurman te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “Tele2” respectievelijk “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 29 november 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 20 februari 2020, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 maart 2020;

  • -

    de conclusie van repliek tevens akte vermindering van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, met productie.

1.2

In verband met de corona-problematiek heeft de mondelinge behandeling niet op voornoemde datum plaatsgevonden. Partijen zijn daarom in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk nader toe te lichten. De kantonrechter heeft vervolgens bij tussenvonnis van 21 januari 2021 een nieuwe mondelinge behandeling bepaald. Deze heeft op 16 maart 2021 plaatsgevonden. Tele2 is verschenen bij haar gemachtigde de heer B. Boos. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld door mevrouw [moeder gedaagde] (moeder) en bijgestaan door zijn gemachtigde mr. G. Laurman. Van hetgeen ter zitting is besproken, heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

Hierna is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[gedaagde] heeft, in hoedanigheid van consument, op 26 oktober 2017 (onder klantnummer [klantnummer] ) met Tele2 een overeenkomst gesloten tot het aangaan van een mobiel telefoonabonnement. Het abonnement betrof mobiel 4G-internet en bellen. De overeenkomst is gesloten in de verkoopruimte van Tele2, namelijk de Media Markt in Rijswijk.

2.2

Uit de overeenkomst volgt dat aan [gedaagde] een mobiel toestel is verstrekt, te weten een Apple iPhone 8 64GB Grijs. Dit toestel had een verkoopwaarde van € 744,00 en zou door [gedaagde] worden afbetaald in 24 maandelijkse termijnen van elk € 31,00. De overeengekomen prijs voor het abonnement bedroeg € 25,00 per maand en de aansluitkosten bedroegen eenmalig € 30,00.

2.3

Op 2 november 2017 heeft [gedaagde] aangifte van oplichting gedaan bij de politie te Rotterdam. Het proces-verbaal van de aangifte heeft [gedaagde] bij brief van 3 november 2017 evenals via de website van Tele2 aan Tele2 toegezonden. Hij heeft daarbij verklaard dat hij een en ander onder dwang gedaan heeft.

2.4

Op 7 januari 2020 is de vordering van Tele2 door een fusie overgegaan op T-Mobile.

3. De vordering

3.1

Tele2 heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan Tele2 tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag

ad € 980,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 940,94 vanaf 12 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten.

3.2

Aan haar vordering heeft Tele2 – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat [gedaagde] heeft verzuimd om aan zijn maandelijkse betalingsverplichtingen als vermeld onder r.o. 2.2 te voldoen. Daar betaling (ondanks sommatie) volledig uitbleef, heeft Tele2 de overeenkomst na 8 maanden beëindigd en zowel de achterstallige abonnementsgelden als de resterende koopprijs voor het toestel ineens bij [gedaagde] in rekening gebracht. De hoofdsom bedraagt derhalve € 940,94. Ter inning van voormeld bedrag heeft Tele2 haar incassogemachtigde ingeschakeld en buitengerechtelijke kosten gemaakt. Deze kosten ten bedrage van € 40,00 dienen voor rekening van [gedaagde] te komen.

3.3

Op de overige stellingen van Tele2 wordt in de beoordeling – indien van belang voor de uitkomst van deze procedure – teruggekomen.

4. Het verweer

4.1

[gedaagde] heeft bij antwoord geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van Tele2 in haar vorderingen, althans afwijzing van die vorderingen, met veroordeling van Tele2 in de proces- en nakosten (inclusief wettelijke rente).

4.2

Daartoe heeft [gedaagde] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd dat hij bedrogen c.q. misleid is door [naam persoon] , een kennis van de voetbal.

Toen [gedaagde] zich daar bewust van werd, heeft hij nog op diezelfde avond (26 oktober 2017) de overeenkomst rechtsgeldig en binnen 48 uur ontbonden. [gedaagde] is derhalve geen abonnementskosten verschuldigd.

4.3

Op de overige stellingen van [gedaagde] wordt in de beoordeling – indien van belang voor de uitkomst van deze procedure – teruggekomen.

5. De beoordeling

5.1

In deze procedure gaat het in de kern over de vraag of [gedaagde] gehouden kan worden aan nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst als vermeld onder r.o. 2.1. De kantonrechter overweegt daaromtrent als volgt.

5.2

[gedaagde] heeft ter verweer aangevoerd dat hij en zijn moeder op 26 oktober 2017 in de avonduren met Tele2 gebeld hebben, waardoor hij binnen de door Tele2 gehanteerde termijn van 48 uur gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de overeenkomst te ontbinden. Nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] dit telefoontje heeft gepleegd, nu zulks door Tele2 gemotiveerd is betwist, is het in de onderhavige procedure ook niet van belang. In de overeenkomst staat namelijk – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…)

Om jou de gelegenheid te bieden alle hiervoor genoemde documenten goed te bestuderen en te beoordelen, is het mogelijk je Dienstenovereenkomst (voor zover het een Abonnement betreft)en je Koopovereenkomst (voor zover van toepassing) en je Kredietovereenkomst (voor zover van toepassing) te ontbinden binnen 48 uur na het tekenen van dit contract. De kosten voor je Abonnement worden dan pro rata in rekening gebracht. (…). Als je een Dienstenovereenkomst samen met een Koopovereenkomst en/of een Kredietovereenkomst hebt gesloten, kan je uitsluitend ontbinden als je het ongebruikte Toestel in de ongeopende verpakking ook retourneert. Het Toestel mag je -mits ongebruikt en in de ongeopende originele verpakking daarnaast binnen 8 dagen omruilen voor een ander Toestel. Het is mogelijk dat jouw Abonnement in dat geval eveneens wordt aangepast. Wil je accessoires ruilen of retourneren, dan is dit mogelijk binnen 8 dagen na aankoop, mits ongebruikt en ongeopend in de originele verpakking.

(…)”.

5.3

De regeling die Tele2 hanteert is naar het oordeel van de kantonrechter erop gericht om de consument 48 uur na aankoop een bedenktijd te geven en in staat te stellen de overeenkomst te ontbinden, waarbij vervolgens op de consument (in dit geval [gedaagde] ) de plicht rust om het door hem aangeschafte toestel te retourneren. Van dat laatste kon in het onderhavige geval echter geen sprake meer zijn, nu vaststaat dat [gedaagde] het toestel direct na aankoop aan derden heeft meegegeven. Aan voormelde ontbindingsregeling kan daarom geen belang worden gehecht.

5.4

Dat [gedaagde] aanvoert dat sprake is van misbruik van omstandigheden, zoals moet blijken uit het door hem overgelegde proces-verbaal van aangifte (zie r.o. 2.3), is ook niet van belang. Van misbruik van omstandigheden is volgens artikel 3:44 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) sprake wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.

Op geen enkele wijze is gesteld of gebleken dat het Tele2 was die [gedaagde] tot het afsluiten van de overeenkomst heeft bewogen, doch dat dit de door [gedaagde] in voornoemd proces-verbaal genoemde derden waren. Van misbruik van de zijde van Tele2 is daarom geen sprake. Voor vernietiging van de overeenkomst tussen partijen bestaat dus ook geen grond.

5.5

Gelet op het vorenstaande kan de kantonrechter niet anders dan concluderen dat [gedaagde] , hoe vervelend de situatie ook voor hem is, zijn verplichtingen uit de overeenkomst moet nakomen. De kantonrechter ziet overigens wel aanleiding om een splitsing te maken tussen de kosten van het toestel en de kosten van het abonnement dan wel de aansluiting. Nu Tele2 niet heeft betwist dat er geen gebruik van het abonnement is gemaakt, acht de kantonrechter het – gelet op de omstandigheden van het geval – niet redelijk en billijk om [gedaagde] voor dat component van de vordering te veroordelen. Daar Tele2 al op zijn vroegst sinds de brief van [gedaagde] van 3 november 2017 kon afleiden dat het om een fraudegeval ging, had zij eerder kunnen en moeten ingrijpen ten aanzien van de abonnementskosten om de schade voor beide partijen zoveel mogelijk te beperken.

5.6

Tele2 heeft in haar aanmaning van 12 april 2019 (zie productie 6 dagvaarding) de door haar gevorderde hoofdsom uiteengezet. Door de volledige wanbetaling van de maandelijkse toesteltermijnen ad € 31,00 door [gedaagde] , zijn alle 24 termijnen ineens en terstond opeisbaar geworden. In beginsel is hij dan ook gehouden tot betaling van een bedrag van € 744,00 aan hoofdsom (24 x € 31,00), een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

5.7

Bij repliek heeft Tele2 haar eis verminderd met een bedrag van € 527,00, omdat [gedaagde] voormeld bedrag na het uitbrengen van de dagvaarding aan Tele2 heeft betaald. Op grond van artikel 6:44 lid 1 BW strekken betalingen ter voldoening van een geldsom eerst in mindering op de kosten en daarna op de hoofdsom. Om de definitieve hoogte van de hoofdsom vast te stellen, zal daarom eerst beoordeeld moeten worden of [gedaagde] een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

5.8

Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten wordt als volgt overwogen. De door Tele2 overgelegde op 12 april 2019 aan [gedaagde] verstuurde aanmaning voldoet als zodanig aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW. Verder sluit de hoogte van de vergoeding volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan op de nader te noemen hoofdsom. Het gevorderde bedrag ad € 40,00 is derhalve volledig toewijsbaar.

5.9

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de door [gedaagde] gedane betaling van € 527,00 (zie r.o. 5.6) éérst in mindering strekt op de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 40,00 en daarna pas op de hoofdsom van € 744,00. Dit brengt met zich dat de resterende hoofdsom thans nog € 257,00 bedraagt. Dat bedrag zal worden toegewezen.

5.10

De wettelijke rente zal – als op de wet gegrond – worden toegewezen op de wijze als in het dictum vermeld.

5.11

Daar op het moment van dagvaarden een betalingsachterstand bestond, stond het Tele2 geheel vrij om [gedaagde] in rechte te betrekken. Als de in het (grotendeels) ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Tele2, welke tot heden worden begroot op € 584,18 aan verschotten (€ 499,00 griffierecht + € 85,18 explootkosten) en € 372,00 (3 punten à € 124,00 per punt) aan salaris voor de gemachtigde.

5.12

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu gelet op het arrest van de Hoge Raad van 14 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:335) de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich ook vooraf laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] om aan Tele2 tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 257,00, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 12 november 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Tele2 vastgesteld op € 584,18 aan verschotten en € 372,00 aan salaris voor de gemachtigde van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan diens gemachtigde dient te worden voldaan, en, indien [gedaagde] voormelde bedragen niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan Tele 2 heeft voldaan,

een bedrag van € 62,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44240