Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6319

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
05-07-2021
Zaaknummer
8973925 CV EXPL 21-2283
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid werknemer om overeenkomst te sluiten, schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8973925 CV EXPL 21-2283

uitspraak: 30 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Klachtenradar.nl B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.A. Leukel (ARAG Rechtsbijstand te Leusden),

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tale Nederland B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. B.M.M. Slaman (DAS N.V. te Amsterdam).

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Klachtenradar’ en ‘Tale Nederland’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• de dagvaarding van 21 september 2020, met producties;

• de conclusie van antwoord;

• het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 2 december 2020, waarbij de zaak is verwezen naar de rechtbank Rotterdam;

• het exploot van oproeping van 16 december 2020;

• het tussenvonnis van deze rechtbank van 8 februari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 22 maart 2021 via beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven. Van de zijde van Klachtenradar is ter zitting verschenen de heer [persoon A] , (middellijk) bestuurder, bijgestaan door mr. Leukel. Van de zijde van Tale Nederland is ter zitting verschenen de heer [persoon B] , (middellijk) bestuurder, bijgestaan door mr. Slaman. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekeningen gehouden.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Klachtenradar heeft een website waarop consumenten klachten over bedrijven kenbaar kunnen maken. De klachten worden door Klachtenradar bij de desbetreffende bedrijven onder de aandacht gebracht. Bedrijven kunnen een account aanmaken bij Klachtenradar om te reageren op de klacht. Bedrijven kunnen ook een zogenoemd “Interact Account” afsluiten bij Klachtenradar. In dat geval worden klachten niet meteen op een webpagina openbaar gepubliceerd, maar pas na 14 dagen en onopgeloste klachten worden na zes maanden offline gehaald. Dit betreft een betaalde dienst.

2.2.

De heer [persoon C] (hierna: [persoon C] ) is van januari tot en met september 2019 werkzaam geweest bij Tale Nederland.

2.3.

Vanuit het e-mailadres [e-mailadres 1] is op 4 juni 2019 op een bevestigingslink geklikt om de aanvraag van een Interact Account te bevestigen. Vervolgens is op 4 en 5 juni 2019 per e-mail gecorrespondeerd tussen [persoon C] (vanaf het e-mailadres: [e-mailadres 2] ) en Klachtenradar. Bij e-mail van 5 juni 2019 heeft [persoon C] aan Klachtenradar geschreven, voor zover hier van belang:

“(…) Ter verduidelijking:

Hierbij akkoord vor de Interact account voor een periode van 12 maanden, daarna per maand opzegbaar.

Betaling (ivm marketingbudget) per maand. Welke gegevens heb je van mij nodig voor de facturatie? (…)

En kan dit vandaag al afgerond worden?

Alvast bedankt,

[persoon C]

CGO – Parcel International (…)”

2.4.

In de periode van juni 2019 tot en met juni 2020 heeft Klachtenradar meerdere facturen naar Tale Nederland gestuurd. Deze facturen zijn onbetaald gebleven.

3. Het geschil

3.1.

Klachtenradar vordert dat Tale Nederland bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Klachtenradar van:

  1. de hoofdsom van € 1.437,48;

  2. de buitengerechtelijke incassokosten van € 215,62;

  3. de wettelijke handelsrente, dan wel wettelijke rente, over het maandelijkse factuurbedrag van € 119,79 vanaf 30 dagen na de respectievelijke factuurdata tot aan de dag van volledige betaling en de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

  4. e proceskosten;

  5. de nakosten.

3.2.Klachtenradar heeft nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst aan haar vordering ten grondslag gelegd. Uit hoofde van deze overeenkomst moet Tale Nederland nog € 1.437,48 aan haar betalen. Ondanks aanmaning heeft Tale Nederland nagelaten het verschuldigde bedrag te voldoen. Tale Nederland is daarom tevens de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd geworden.

3.3.

Tale Nederland is het niet eens met de vordering van Klachtenradar. Zij voert daar primair tegen aan dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen. [persoon C] was daartoe niet bevoegd en er is ook geen sprake van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Zij is dan ook niets verschuldigd aan Klachtenradar. Subsidiair verzoekt Klachtenradar de overeenkomst wegens onbevoegde vertegenwoordiging te vernietigen. Als er al een overeenkomst tot stand is gekomen, is deze per e-mail van 10 november 2019 met onmiddellijke ingang opgezegd en is Tale Nederland dus niet het volledige gevorderde bedrag verschuldigd.

3.4.

Op de overige stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, bij de beoordeling nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

In geschil is of een overeenkomst tot stand gekomen is uit hoofde waarvan Tale Nederland nog een bedrag aan Klachtenradar verschuldigd is. Voor de beantwoording van deze vraag is allereerst van belang of [persoon C] bevoegd was de overeenkomst te sluiten namens Tale Nederland.

4.2.

Tale Nederland heeft de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [persoon C] betwist en daartoe onder meer verwezen naar de gegevens uit de Kamer van Koophandel, waaruit niet blijkt van een zodanige vertegenwoordigingsbevoegdheid. Het lag daarom op de weg van Klachtenradar om te onderbouwen dat [persoon C] daartoe wel bevoegd was. Dat heeft zij niet gedaan. Daarmee staat tussen partijen vast dat [persoon C] niet bevoegd was om namens Tale Nederland de overeenkomst aan te gaan.

4.3.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of Klachtenradar er op mocht vertrouwen dat [persoon C] bevoegd was om namens Tale Nederland de overeenkomst aan te gaan, zoals door haar gesteld en door Tale Nederland betwist. Op grond van artikel 3:61 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan, in het geval een rechtshandeling in naam van een ander is verricht, tegen de wederpartij die op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan. Voor toerekening van schijn van volmachtverlening kan ook plaats zijn als de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Een “toedoen” van de achterman is daartoe niet noodzakelijk. Dit risicobeginsel gaat niet zó ver, dat er ook ruimte voor is wanneer het gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegde persoon zelf. De rechter moet mede feiten of omstandigheden vaststellen die de vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat deze, in zijn verhouding tot de wederpartij, het risico van onbevoegde vertegenwoordiging draagt (HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142 en HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356).

4.4.

Klachtenradar heeft daartoe ter zitting het volgende aangevoerd. Onder de e-mails van [persoon C] staat vermeld dat hij de functie van ‘CGO’ uitoefende. CGO staat voor Chief Growth Officer, een bekend begrip in de marketing- en salebranche. Bovendien blijkt uit het LinkedIn-profiel van [persoon C] dat hij ‘head of sales’ was bij Parcel International. Parcel International is een handelsnaam van Tale B.V. Tale B.V. is een zusterbedrijf van Tale Nederland B.V. Blijkbaar gebruikte ook Tale Nederland de handelsnaam Parcel International. Klachtenradar mocht er dus op mocht vertrouwen dat [persoon C] beslissingen mocht nemen namens Tale Nederland.

4.5.

Tale Nederland heeft in reactie hierop aangevoerd dat de titel ‘CGO’ in haar bedrijfsvoering niet voorkomt. [persoon C] vervulde een interimfunctie op de marketingafdeling, waarbij het zijn taak was om te inventariseren wat Tale Nederland deed op het gebied van marketing. Parcel International is geen handelsnaam van Tale Nederland, maar van haar zustervennootschap Tale B.V.

4.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter mocht Klachtenradar – in het licht van het hiervoor in 4.3 weergegeven toetsingskader – er in de gegeven omstandigheden niet op vertrouwen dat [persoon C] bevoegd was namens Tale Nederland de overeenkomst aan te gaan. Klachtenradar beroept zich immers slechts op verklaringen althans gedragingen van [persoon C] zelf. De enkele omstandigheid dat [persoon C] werkzaam was bij Tale Nederland is onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden. Dat onder de naam van [persoon C] in zijn e-mails ‘CGO - Parcel International’ staat doet daar niet aan af, alleen nu Klachtenradar tegenover de betwisting door Tale Nederland ter zake niet heeft onderbouwd dat Tale Nederland ook (naast Tale B.V.) onder deze handelsnaam opereerde.

4.7.

Dat betekent dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen. De vordering van Klachtenradar wordt daarom afgewezen.

4.8.

Klachtenradar zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten zullen voor Tale Nederland worden vastgesteld op € 374,- aan salaris voor de gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Klachtenradar in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Tale Nederland vastgesteld op € 347,- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416