Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6286

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2021
Datum publicatie
02-07-2021
Zaaknummer
18-56 FT EA
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schone lei verleend. Financiële afwikkeling moet wachten op betaling schulden door de Belastingdienst.

Schuldenares is door Belastingdienst aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. T.t.v. uitspraak zijn de schulden door de Belastingdienst nog niet voldaan, dus geen sprake van situatie zoals bedoeld in 350 lid 1 en 3 sub a Fw. Termijn schuldsaneringsregeling is verstreken. Schuldenares heeft blijk gegeven van inzicht in gevolgen van beëindiging met schone lei (in plaats van op a-grond).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Faillissementswet 350
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verlening schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 11 juni 2021

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 maart 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam]

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: H.J.E. Schoonbrood.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 22 december 2020. Op 15 april 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank nader bericht.

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 28 mei 2021. Daarbij zijn de bewindvoerder en schuldenares, bijgestaan door haar beschermingsbewindvoerder, verschenen en gehoord.

De behandeling is aangehouden tot 4 juni 2021 teneinde schuldenares in de gelegenheid te stellen zich te beraden omtrent de wijze van beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder heeft de rechtbank bij bericht van 31 mei 2021 van het besluit van schuldenares op de hoogte gesteld.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

De bewindvoerder heeft verklaard dat alle verplichtingen door schuldenares zijn nagekomen en dat zij de rechtbank adviseert om schuldenares een schone lei te verlenen.

Schuldenares heeft verklaard dat zij is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire en dat het bedrag van € 30.000,-- inmiddels door de Belastingdienst op de rekening van de beschermingsbewindvoerder is gestort. De beschermingsbewindvoerder heeft nog aangevoerd dat nu circa € 66.000,-- van de schulden van schuldenares ziet op de kinderopvangtoeslag, schuldenares mogelijk recht heeft op een hoger compensatiebedrag. Dit wordt door de Belastingdienst onderzocht.

De bewindvoerder heeft verklaard dat zij de rechter-commissaris nog een formeel verzoek zal doen toekomen om toestemming te verlenen het inmiddels door (de beschermingsbewindvoerder van) schuldenares ontvangen bedrag buiten de boedel te laten.

Desgevraagd heeft schuldenares bevestigd dat zij begrijpt dat als de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van een schone lei, zij niet het voordeel geniet van een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw), namelijk dat zij binnen tien jaar na beëindiging van de schuldsaneringsregeling opnieuw een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling kan doen. Schuldenares heeft aangegeven dat zij ervan overtuigd is dat zij niet opnieuw in de problemen zal komen nu zij in de afgelopen periode veel heeft geleerd. Via het bericht van de bewindvoerder van 31 mei 2021 heeft schuldenares bevestigd zij dat zij graag voor een schone lei in aanmerking wenst te komen.

3 De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.

De rechtbank constateert dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021 zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken).

Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw (nog) geen sprake is.

Nu geen sprake is van (toerekenbare) tekortkomingen in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, schuldenares blijk heeft gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds geruime tijd verstreken is, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan. De verificatievergadering staat gepland op 23 juni 2021. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Dit is ter zitting met schuldenares besproken.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

  • -

    bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 22 maart 2021;

  • -

    verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 3.321,77.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van

A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2021.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.