Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6248

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
05-07-2021
Zaaknummer
C/10/604168 / HA ZA 20-880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Eiser vordert van de verzekeraar vergoeding van de kosten van het vervangen van tapijten van drie tennisbanen, na waterschade aan een van de banen. De schade aan het tapijt valt onder de goederen/inventarisverzekering en niet onder de opstal/gebouwenverzekering. Uitleg van de verzekering en in de branche gangbare circulaire. Assurantietussenpersoon wordt bekend verondersteld met de gebruiken in de branche. Maatstaf voor de vergoeding is de vervangingswaarde. Er is voldoende aanleiding om de vervanging van het tapijt van alle drie de tennisbanen te vergoeden. Duitse tenniscompetitie vereist gelijkvormige ondergrond voor alle drie de banen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/604168 / HA ZA 20-880

Vonnis van 30 juni 2021

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

TENNISHAL VAALS V.O.F.,

gevestigd te Aken (Duitsland),

2. [naam eiseres 1],

wonende te [woonplaats eiseres 1],

3. [naam eiseres 2],

wonende te [woonplaats eiseres 2],

eisers,

advocaat mr. F.H.I. Hundscheid te Sittard,

tegen

de naamloze vennootschap

HDI GLOBAL SE,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. D.J. Wolf te Rotterdam.

Eisers zullen hierna ieder afzonderlijk worden aangeduid als Tennishal Vaals, [naam eiseres 1] en [naam eiseres 2] en gezamenlijk als Tennishal Vaals c.s. Gedaagde zal worden aangeduid als HDI.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 18 augustus 2020, met producties 1 t/m 19;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 4;

  • -

    de oproepingsbrief van de rechtbank van 7 januari 2021;

  • -

    de brief met zittingsagenda van de rechtbank van 9 april 2021;

  • -

    het B-formulier van eisers van 3 mei 2021, met de brief van [naam 2] van 30 april 2021.

1.2.

Op 17 mei 2021 heeft een mondelinge behandeling via een video-verbinding (met Skype voor bedrijven) plaatsgevonden. Daarna hebben partijen nog korte tijd verkregen om tot een schikking te komen. HDI heeft vervolgens aan de rechtbank laten weten dat geen schikking is bereikt en heeft vonnis gevraagd.

2. De feiten

2.1.

Tennishal Vaals c.s. exploiteert een tennishal in Vaals met drie tennisbanen.

2.2.

In de tennishal worden op tapijt wedstrijden gespeeld door spelers die deelnemen aan de Duitse tenniscompetitie en die zijn ingedeeld bij het Tennisverband Mittelrhein E.V.

2.3.

Tennishal Vaals c.s. heeft via haar assurantietussenpersoon, Assurantiekantoor Van den Broek, een Pakketverzekering Bedrijven PP20140025 (hierna: de verzekering of verzekeringsovereenkomst) afgesloten bij SAA, gevolmachtigde van HDI. Er is, onder deze verzekering, (onder meer) sprake van een gebouwenverzekering (opstalverzekering) en van een goederen/inventarisverzekering (inboedelverzekering). De polisvoorwaarden die van toepassing zijn op deze verzekeringen zijn de Nederlandse Beursvoorwaarden voor Zaak- en Bedrijfsschadeverzekering (hierna: NBZB 2006).

2.4.

De dekking onder de gebouwenverzekering bedraagt € 50.000,=, met een eigen risico van € 500,= per gebeurtenis en de dekking onder de goederen/inventarisverzekering bedraagt € 800.000,=, eveneens met een eigen risico van € 500,= per gebeurtenis.

2.5.

De circulaire BRA- L 2011/04, “handvatten inboedel- opstal” van 16 juni 2011, die is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars ten behoeve van bij haar aangesloten brandverzekeraars (hierna: de circulaire), luidt - voor zover relevant - als volgt:

“De meeste polisvoorwaarden geven een beperkte omschrijving van het begrip gebouw en het begrip inboedel. Dat kan tot interpretatieverschillen aanleiding geven. Daardoor komt het in de praktijk voor, dat het bij schade voor een verzekerde onduidelijk is tot welke verzekeraar hij zich dient te wenden, dan wel dat verzekeraars onderling van mening verschillen over de vraag wie dekking dient te verlenen. (…)

De afdelingscommissie heeft daarom gemeend er goed aan te doen voor voorkomende gevallen een gedragslijn te formuleren en aan haar leden aan te bieden als handvatten.

Om deze handvatten in de praktijk gemakkelijk hanteerbaar te maken, is een lijst van zaken

bijgevoegd, waarop is aangegeven welke verzekeraar - met inachtneming van het gestelde in de tekst - dekking dient te verlenen.

Aan de leden wordt voorts in overweging gegeven de handvatten voor zover mogelijk ook toe te passen bij schade aan bedrijfsmatig gebruikte gebouwen en inventarissen/ koopmansgoederen. (…)”

De bijlage bij de circulaire bevat een lijst van daarin opgesomde zaken, waarbij is aangegeven welke verzekeraar dekking zal verlenen. Eén van de in de lijst opgenomen zaken betreft “Tapijt (los en gelijmd)” met daarbij een i vermeld in de kantlijn. Bovenaan de lijst staat als toelichting bij “i”: “Inboedel, verzekeraar van de inboedel verleent dekking”.

2.6.

Op 25 juli 2018 is, als gevolg van noodweer, regenwater de tennishal ingestroomd. Hierdoor is waterschade ontstaan aan het tapijt van één van de drie tennisbanen van de tennishal.

2.7.

Tennishal Vaals c.s. heeft de waterschade via haar assurantietussenpersoon gemeld bij HDI.

2.8.

Op 17 augustus 2018 heeft schade-expert [naam 1] van EMN (hierna: [naam 1]) de schade in de tennishal geïnventariseerd. [naam 1] heeft op 20 september 2018 een rapport opgemaakt. De schade is daarin vastgesteld op: “Inventaris (dagwaarde), inclusief btw € 11.528,80”

2.9.

Op 7 september 2018 heeft een telefoongesprek tussen [naam 1] en [naam eiseres 2] plaatsgevonden.

2.10.

Op 17 november 2018 hebben [naam eiseres 2] en [naam eiseres 1] bij brief aan de assurantietussenpersoon geschreven dat niet mondeling akkoord is gegaan met het schadebedrag. In de brief staat: “Das weise ich entschieden zurück. Richtig ist dass er seine Sichtweise auf niederländisch, einers Sprache, die ich nur halb verstehe, erläutert hat und mich gefragt hat, ob ich siene Ausfürhrungen verstanden hätte. Das habe ich bejaht. Ich habe keine Zustimmung zum Abrechnungsmodus erteilt! Im Gegenteil, darin hatten wir von Anfang an eine unterschiedliche Auffassung. (…)”

2.11.

Tennishal Vaals c.s. heeft het tapijt van de drie tennisbanen laten vervangen door “Schöpp - Allround 1000 Komfort” tapijt van Schöpp Sportboden GmbH (hierna: Schöpp), voor een bedrag van € 74.949,93.

2.12.

HDI heeft een bedrag ad € 11.028,80 vergoed.

3. Het geschil

3.1.

Tennishal Vaals c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, - kort samengevat - veroordeling van HDI tot betaling van € 63.421,13, vermeerderd met wettelijke rente en (buitengerechtelijke) kosten, inclusief nakosten.

3.2.

HDI voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Tennishal Vaals c.s., althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van Tennishal Vaals c.s. in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en vermeerderd met wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

internationaal geval

4.1.

Gezien het feit dat [naam eiseres 2] in Aken, Duitsland woonachtig is en Tennishal Vaals c.s. in Aken gevestigd is, betreft dit een zaak met een internationaal karakter. Hoewel partijen geen discussie hebben gevoerd over dit onderdeel zal de rechtbank ambtshalve de bevoegdheid en het toepasselijke recht behandelen.

4.2.

Ingevolge artikel 22 van de NBZB 2006 zijn alle geschillen betreffende de verzekeringsovereenkomsten onderworpen aan de uitspraak van de bevoegde rechter te Amsterdam of Rotterdam. Gedaagde is gevestigd in Rotterdam. De rechtbank Rotterdam is bevoegd om kennis te nemen van dit geschil.

4.3.

Ingevolge artikel 21 van de NBZB 2006 is Nederlands recht van toepassing op de verzekeringen.

kern standpunten partijen

4.4.

Tennishal Vaals c.s. vordert vergoeding van de kosten van het vervangen van de tapijten van de drie tennisbanen. De tapijten dienen volgens de Duitse tennisorganisaties uniform te zijn. De schade valt volgens Tennishal Vaals c.s. onder de gebouwenverzekering. HDI weigert volgens Tennishal Vaals c.s. haar schadevergoedingsverplichting uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst volledig na te komen en schiet aldus toerekenbaar tekort.

4.5.

HDI voert als verweren dat de schadebegroting is geaccepteerd, dat de schade valt onder de goederen/inventarisverzekering en dat er geen verplichting tot het vergoeden van het tapijt van de twee niet-beschadigde tennisbanen bestaat. Met betaling van het bedrag ad € 11.028,80 heeft zij voldaan aan haar verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst.

schadebegroting [naam 1] geaccepteerd? afstand van recht? rechtsverwerking?

4.6.

Het eerste verweer dat HDI voert is dat de schadebegroting die namens haar is opgesteld door schade-expert [naam 1], door [naam eiseres 2] is geaccepteerd, dan wel dat sprake is van rechtsverwerking.

4.7.

Op 7 september 2018 hebben [naam 1] en [naam eiseres 2] een telefoongesprek gevoerd over de schade, nadat eerstgenoemde daarvóór de schade had geïnventariseerd. Volgens HDI is [naam eiseres 2] tijdens dit telefoongesprek namens Tennishal Vaals c.s. akkoord gegaan met een schadebedrag ad € 11.528,80. [naam 1] heeft dit volgens zijn penaantekeningen op de offerte (“Angebot”) van Schöpp van 2 augustus 2018 genoteerd met de notitie: “mond acc. 7-9 P. [naam eiseres 2]”. [naam 1] heeft de acceptatie van de schadebegroting ook genoteerd in zijn schaderapport van 20 september 2018. Later is [naam eiseres 2] -volgens HDI- van gedachten veranderd. Volgens HDI wordt zij benadeeld wanneer Tennishal Vaals c.s. niet gehouden kan worden aan het schadebedrag ad

€ 11.528,80.

4.8.

Tennishal Vaals c.s. heeft een andere lezing aangaande het telefoongesprek van 7 september 2018. [naam eiseres 2] heeft volgens Tennishal Vaals c.s. slechts verklaard dat hij had begrepen wat [naam 1] als schade-expert in de Nederlandse taal had verteld, en niet dat hij daarmee instemde. Uit het bericht aan de assurantietussenpersoon van 17 november 2018 blijkt juist dat [naam eiseres 2] het niet eens was met het schadebedrag. De onder de dekking vallende schade betreft een veelvoud van het genoemde bedrag. Ook naar eisen van redelijkheid en billijkheid zou de aanname van rechtsverwerking of afstand van recht onaanvaardbaar zijn.

4.9.

Ingevolge artikel 6:160 BW gaat een verbintenis teniet door een overeenkomst van de schuldeiser met de schuldenaar waarbij hij van zijn vordering afstand doet. Rechtsverwerking is gebaseerd op de werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 2 en artikel 6:248 BW). Volgens vaste rechtspraak vereist rechtsverwerking dat de gerechtigde zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht. Van een dergelijke onverenigbaarheid is volgens de Hoge Raad sprake in twee gevallen. Ten eerste, als bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn recht niet meer uitoefent (of zal uitoefenen). Ten tweede als de positie van de wederpartij onredelijk wordt benadeeld in geval de gerechtigde zijn recht alsnog uitoefent. Voor het slagen van een beroep op rechtsverwerking moet sprake zijn van een gedraging van de gerechtigde. Enkel tijdsverloop dan wel louter stilzitten is onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen.

4.10.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, noch op basis van de aantekeningen van [naam 1] die hij op 7 september 2018 heeft opgetekend op de offerte van Schöpp, noch op basis van hetgeen hij heeft aangetekend in het schaderapport, geconcludeerd worden dat Tennishal Vaals c.s. afstand van recht heeft gedaan en kan ook niet anderszins tot de conclusie worden gekomen dat Tennishal Vaals c.s. haar recht niet meer zou uitoefenen en dat sprake zou zijn van rechtsverwerking. Daarbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen de inhoud van de brief van 17 november 2018 aan de assurantietussenpersoon waarin [naam eiseres 2] namens Tennishal Vaals c.s. schrijft dat hij niet akkoord is gegaan met schadebedrag. De rechtbank overweegt hierbij dat uit de aantekeningen van [naam 1], zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet blijkt dat [naam eiseres 2] instemde met de inhoud van de schadevaststelling van [naam 1]. Gesteld noch gebleken is van een schriftelijk akkoord van Tennishal Vaals c.s. op de aantekeningen van [naam 1] op de offerte van Schopp noch van een akkoord op het schaderapport van [naam 1]. Het ligt, mede in het licht van de inhoud van de brief van 17 november 2018 aan de assurantietussenpersoon, zoals hiervoor geciteerd onder 2.10, meer voor de hand dat [naam eiseres 2] tijdens het telefoongesprek van 7 september 2018 slechts heeft willen bevestigen dat hij had begrepen wat [naam 1] in het Nederlands had gezegd.

4.11.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft Tennishal Vaals c.s. evenmin bij HDI het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij haar rechten niet meer zou uitoefenen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt voorts niet in te zien in hoeverre HDI in haar belangen is geschaad doordat Tennishal Vaals c.s. haar gestelde recht op nakoming van de verzekering via deze procedure uitoefent. Het al dan niet benoemen van een contra-expert in een eerder stadium van het geschil tussen partijen kan in ieder geval hier niet tot de door HDI gestelde benadeling leiden. De rechtbank wijst het beroep op artikel 6:160 BW en rechtsverwerking dan ook af.

valt schade aan het tapijt onder de goederen/ inventarisverzekering (inboedel) of onder de gebouwenverzekering (opstal)?

4.12.

Partijen twisten vervolgens over de vraag onder welke verzekering de schade aan het tapijt in de tennishal moet worden afgewikkeld: is het tapijt aan te merken als inboedel en valt het daarmee onder de goederen/inventarisverzekering of hoort het tapijt bij de opstal en valt het onder de gebouwen/opstalverzekering?

4.13.

Tennishal Vaals c.s. stelt dat het tapijt in goederenrechtelijke zin als bestanddeel van de onroerende zaak moet worden aangemerkt en daarmee tot de opstal behoort. Volgens Tennishal Vaals c.s. dient op de voet van artikel 3:4 BW te worden getoetst aan het maatschappelijk criterium in lid 1 en -indien daaraan niet is voldaan- aan het fysieke criterium in lid 2 van dit artikel. De vloerbedekking maakt volgens de verkeersopvatting onderdeel uit van de tennishal en is daarvoor essentieel en de vloerbedekking is aard- en nagelvast verbonden met de tennishal.

4.14.

HDI voert als verweer dat aansluiting moet worden gezocht bij de ter beurze geldende verkeersopvattingen, te meer nu de verzekering tot stand gekomen is door bemiddeling van een assurantietussenpersoon en deze bekend mag worden verondersteld met de beursgebruiken. In de verzekeringsbranche wordt tapijt, zowel los als gelijmd, als inboedel aangemerkt, zoals ook blijkt uit de bijlage bij de circulaire. Daarmee is bewust afgeweken van de goederenrechtelijke uitgangspunten. Het gebruik van deze circulaire is gangbaar in de branche en codificeert de ter beurze geldende opvattingen.

4.15.

De rechtbank overweegt als volgt. Voor het antwoord op de vraag of het tapijt als onderdeel van de opstal of inboedel moet worden beschouwd, komt het aan op uitleg van die twee begrippen uit de verzekeringsvoorwaarden. Voor deze uitlegvraag is het arrest van de Hoge Raad van 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793 (Chubb/Europoint) richtinggevend nu tussen partijen vast staat dat over de verzekeringsvoorwaarden niet is onderhandeld. In dat geval is de uitleg met name afhankelijk van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polis als geheel en van de in voorkomend geval bij de verzekeringsvoorwaarden behorende toelichting, de gebruiken in de branche en de branchevoorwaarden op dit punt, alsook het beoogde doel en de functie van de verzekering, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen (de zogenoemde geobjectiveerde Haviltex-norm).

4.16.

Zoals gesteld door HDI en door Tennishal Vaals c.s. niet of niet voldoende is betwist, is het gebruik van de circulaire gangbaar in de branche, zowel ten aanzien van schade bij woningen als bij schade aan bedrijfsgebouwen. Zoals blijkt uit de tekst van de circulaire (zie 2.4), heeft het Verbond van Verzekeraars met de circulaire voor veel zaken duidelijkheid willen creëren over de vraag welke verzekering schade aan de betreffende zaken dekt. In de bijlage bij de circulaire staat bij “Tapijt (los en gelijmd)” een i vermeld in de kantlijn, waarboven vermeld staat als uitleg van i “Inboedel, verzekeraar van de inboedel verleent dekking”. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee beoogd dat tapijt als inboedel onder de goederen/inventarisverzekering valt, ongeacht of het gaat om tapijt in een woning danwel om tapijt in een bedrijfsgebouw.

4.17.

Tennishal Vaals c.s. is bij het aangaan van de verzekering vertegenwoordigd door haar assurantietussenpersoon. Een assurantietussenpersoon wordt bekend verondersteld met de gebruiken in de branche. Kennis van de door Tennishal Vaals c.s. ingeschakelde tussenpersoon wordt daarmee toegerekend aan Tennishal Vaals c.s. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken.

4.18.

De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de schade aan het tapijt in de tennishal valt onder de goederen/inventarisverzekering.

maatstaf van de vergoeding onder de goederen/inventarisverzekering

4.19.

Volgens HDI moet op grond van artikel 9.2.2.2 NBZB en de aanvulling op dit artikel als vervat in de clausule J738, de dagwaarde als vervangingswaarde worden aangehouden bij het vaststellen van de schade aan de tennisbaan, nu de dagwaarde van het tapijt minder bedroeg dan 40 % van de nieuwwaarde. Onder nieuwwaarde wordt verstaan het bedrag dat benodigd is voor het verkrijgen van nieuwe zaken van dezelfde soort en kwaliteit. Volgens HDI is een vergoeding van 39 % van de nieuwwaarde het maximum, om onder die 40 % te blijven.

Tennishal Vaals c.s. vordert de (gehele) nieuwwaarde, voor drie tennisbanen uitkomend op
€ 74.939,93.

4.20.

De rechtbank overweegt als volgt. Clausule J738 bepaalt in de kop en in de aanhef; Limieten behorende bij NBZB 2006

Onder verwijzing naar de polisvoorwaarden (NBZB 2006) zijn de navolgende limieten van toepassing:

(…)

Art. 9.2.2.2. Nieuwwaarde

Indien de vervangingswaarde minder bedraagt dan 40 % van de nieuwwaarde, dan wordt de vervangingswaarde aangehouden.

(…)”

4.21.

Nu Tennishal Vaals c.s. ter zitting heeft gesteld dat de tennisbanen zo’n 18 tot 20 jaar oud waren en zij niet of niet voldoende heeft betwist dat de vervangingswaarde van het tapijt minder bedroeg dan 40 % van de nieuwwaarde, geldt ingevolge artikel 9.2.2.2. NBZB en de aanvulling in de clausule J738 dat de vervangingswaarde van het tapijt moet worden aangehouden. Onbetwist is door HDI gesteld dat in die situatie 39 % van de nieuwwaarde het maximum is. De rechtbank komt op grond daarvan tot het oordeel dat 39 % van de nieuwwaarde, te weten de waarde van het nieuwe tapijt, vergoed dient te worden, na aftrek van het eigen risico.

verplichting tot vergoeding van het tapijt van één of van alle drie de tennisbanen?

4.22.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of voor de vergoeding onder de goederen/inventarisverzekering moet worden uitgegaan van 39 % van de nieuwwaarde van het tapijt van drie tennisbanen, zoals Tennishal Vaals c.s. stelt, of dat van de vervangingswaarde van één tennisbaan moet worden uitgegaan, zoals HDI stelt.

4.23.

De rechtbank overweegt als volgt. Ter zitting heeft HDI toegelicht dat de vraag of partieel (te weten herstel van een deel van een zaak) dan wel volledig herstel (te weten herstel van de hele zaak), vooral afhangt van de feitelijke context die -in eerste instantie- voorligt aan de schade-expert bij de begroting van de schade. Daarbij geldt wel het indemniteitsbeginsel als uitgangspunt, te weten dat een verzekerde er in beginsel niet op vooruit mag gaan.

4.24.

Onweersproken is dat de tennisbanen zo’n 18 tot 20 jaar oud waren. De offerte van Schöpp beschrijft welke ondergrond er zat in de tennishal en welke ondergrond kan worden aangeboden. Volgens Tennishal Vaals c.s. was er bij beide nieuwe tapijtonderlagen een verschil in ondergrond tussen het nieuwe en oude tapijt, zodanig dat er niet meer gesproken kon worden van een uniforme ondergrond zoals vereist door de Duitse tennisclubs. Uit de offerte van Schöpp kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat dit verschil bij het Schöpp-Allround Komfort tapijt groter is dan bij het Schöpp-Classic Komfort tapijt (dat meer gelijksoortig zou zijn aan de bestaande tennisondergrond), maar de rechtbank gaat er, ook bij het Schöpp Classic Komfort tapijt, vanuit dat de oude en nieuwe ondergrond niet identiek zijn. Tennishal Vaals c.s. heeft in dit kader aangevoerd dat dezelfde ondergrond van 18 tot 20 jaar geleden niet meer wordt gemaakt, hetgeen de rechtbank aannemelijk acht. De rechtbank acht het ook aannemelijk dat een nieuwe baan anders speelt dan een baan van 18 tot 20 jaar oud.

4.25.

Tennishal Vaals c.s. heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat voor tennisclubs die op haar banen spelen uniformiteit van de banen van belang is, waarbij niet alleen relevant is dat de wedstrijden op eenzelfde soort ondergrond worden gespeeld maar ook dat banen met dezelfde ondergrond zoveel mogelijk uniform zijn om (oneerlijk) spelvoordeel tegen te gaan. De rechtbank verwijst hierbij naar de inhoud van de brieven van [naam 2] van Tennisclub Blau Weiss Aachen van 30 april 2021 en van Schöpp van 6 november 2019 en naar de TVM-Wettspielordnung, paragraaf 19 (3) en de DTB-Turnietordnung, paragraaf 37 (7), alsmede naar het onderlinge verband van deze stukken.

4.26.

In een situatie waar de ondergrond van belang is voor de functie van de tennishal en de verschillen zo minimaal mogelijk moeten zijn, acht de rechtbank het reëel dat niet alleen het herstel van een enkele tennisbaan wordt vergoed maar van alle drie de banen. Tennishal Vaals c.s. moet immers, na het schadevoorval, in een positie komen te verkeren dat alle drie de tennisbanen in gelijke mate bespeelbaar zijn door de clubs die van de hal gebruik maken. In die situatie verkeert zij niet na vervanging van één enkele tennisbaan. Tennishal Vaals c.s. heeft met de brief van Tennisclub Blau Weiss Aachen in dit kader ook voldoende gemotiveerd gesteld dat indien de ondergrond van Tennishal Vaals c.s. niet uniform is, deze tennisclub geen gebruik zal maken van de tennishal. De voor Tennishal Vaals c.s. vergoedbare schade gaat dus verder dan die ene tennisbaan waarvan het tapijt was beschadigd en is er voldoende aanleiding om de vervanging van het tapijt van alle drie de tennisbanen te vergoeden.

geen dekking onder verzekeringsovereenkomst vanwege niet gemeld verhoogd risico?

4.27.

HDI voert verder als verweer dat er geen dekking onder de verzekeringsovereenkomst kan zijn omdat niet gemeld is dat als gevolg van het meedoen aan de Duitse tenniscompetitie een verhoogd risico bestond, bestaande uit het moeten vervangen van het tapijt van drie banen in plaats van één baan.

Tennishal Vaals c.s. stelt dat HDI geen bewijs heeft geleverd dat dat in Nederland niet zou gelden en zij stelt dat HDI als professionele partij vragen had moeten stellen.

4.28.

De rechtbank gaat niet mee in de stelling van HDI omtrent de gestelde risicoverzwaring. HDI heeft onvoldoende gemotiveerd dat bij een tennishal die door Nederlandse clubs wordt gebruikt, anders wordt aangekeken tegen ondergrond dan in de Duitse competitie en dat de voorgaande vaststellingen over uniformiteit van tennisbanen in de Nederlandse competitie niet op zouden gaan. Voor de beoordeling van het te verzekeren risico maakte het dus niet uit of de tennishal door Nederlandse dan wel Duitse clubs gebruikt werd.

conclusie: vergoedbare schade

4.29.

De rechtbank komt daarmee tot de volgende conclusie met betrekking tot de vergoedbare schade. De door HDI aan Tennishal Vaals c.s. te vergoeden schade komt uit op

39% van de nieuwwaarde van de drie tapijten Schöpp-Allround 1000 Komfort conform de rekening van 21 september 2018, ad € 74.939,93, zijnde € 29.226,57. Van dit bedrag moet het reeds door HDI uitgekeerde schadebedrag ad € 11.028,80 worden afgetrokken, hetgeen neerkomt op € 18.197,77.

wettelijke rente

4.30.

HDI heeft ter zitting niet (meer) gemotiveerd betwist dat zij de sommatiebrief van 10 november 2019 heeft ontvangen op basis waarvan Tennishal Vaals c.s. de wettelijke rente claimt vanaf 24 november 2019. Zij heeft enkel aangevoerd dat Tennishal Vaals c.s. de brief in het geding had moeten brengen. Nu de ontvangst van de brief door HDI niet (meer) ter discussie staat, gaat de rechtbank uit van 10 november 2019 als ingangsdatum voor wat betreft de wettelijke rente.

buitengerechtelijke incassokosten

4.31.

Tennishal Vaals c.s. vordert een bedrag ad € 1.289,46 aan buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft onder meer haar raadsman moeten betalen. HDI betwist dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Genoemde kosten zijn niet onderbouwd door middel van urenspecificaties.

4.32.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Tennishal Vaals c.s. voldoende aannemelijk gemaakt dat in de periode november 2019 tot en met mei 2020 diverse werkzaamheden zijn verricht door haar advocaat. Tennishal Vaals c.s. stelt en onderbouwt dat en welke werkzaamheden in deze periode door haar advocaat zijn gemaakt, met het noemen van de specifieke werkzaamheden en de bijbehorende data. Voor de hoogte van de toewijsbare incassokosten zoekt de rechtbank aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief op basis van het toegewezen bedrag. Derhalve is aan buitengerechtelijk incassokosten een bedrag van € 959,98 toewijsbaar, vermeerderd met de onbetwiste wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, te weten 18 augustus 2020.

4.33.

HDI c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tennishal Vaals c.s. worden begroot op:

- explootkosten € 87,99

- griffierecht € 2.042,00

- salaris advocaat € 1.126,00 (2 punten × tarief II € 563,00)

Totaal € 3.255,99

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt HDI om aan Tennishal Vaals c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag ad € 18.197,77, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt HDI c.s. in de buitengerechtelijke incassokosten, aan de zijde van Tennishal Vaals c.s. begroot op € 959,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2020 tot aan de voldoening;

5.3.

veroordeelt HDI c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Tennishal Vaals c.s. tot op heden begroot op € 3.255,99, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.4.

veroordeelt HDI in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat HDI niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp, rechter. Het is ondertekend door de rolrechter en op 30 juni 2021 uitgesproken in het openbaar.

3246/801/ 2054