Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
C/10/613263 / JE RK 21-378
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/613263 / JE RK 21-378

datum uitspraak: 15 juni 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 maart 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de verklaring van 12 februari 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de briefrapportage van de GI van 17 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 20 mei 2021;

- de briefrapportage van de GI van 27 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 27 mei 2021;

- de instemmende verklaring van 14 juni 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 15 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat mr. J.J. Boelaars,

- de vader,

- twee vertegenwoordigsters van de GI, mevrouw [naam vertegenwoordigster 1] en mevrouw [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader.

[voornaam minderjarige] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Schakenbosch.

Bij beschikking van 8 september 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 17 september 2021.

Bij beschikking van 3 maart 2021 is een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [voornaam minderjarige] verleend met ingang van 17 maart 2021 tot 17 juni 2021. De beslissing op het overige verzochte is aangehouden.

Het (aangehouden) verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden, te weten tot 17 september 2021. Thans resteert het gedeelte van het verzoek dat de periode beslaat van 17 juni 2021 tot 17 september 2021.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft zich op 11 april 2021 aan de gesloten jeugdhulp onttrokken waardoor het lange tijd onduidelijk was waar hij verbleef. Op 4 juni 2021 is [voornaam minderjarige] thuis opgehaald en vrijwillig meegegaan naar de gesloten jeugdinstelling Schakenbosch. Schakenbosch past gelet op zijn problematiek beter bij [voornaam minderjarige] en is ook dichterbij zijn vader dan Harreveld, waar hij eerder verbleef. Voordat [voornaam minderjarige] wegliep, was het plan dat zou worden toegewerkt naar een thuisplaatsing. De GI wil dat vooralsnog nog steeds, maar het tempo hiervan zal afhangen van het gedrag van [voornaam minderjarige] . Allereerst zullen er begeleide verlofmomenten moeten plaatsvinden bij de vader. Van belang is dat de vader meewerkt aan de ouderbegeleiding en de regels hanteert die ook bij Schakenbosch gelden. Als de begeleide verlofmomenten goed verlopen, zal er worden uitgebreid naar zelfstandige verlofmomenten. Wanneer ook de zelfstandige verlofmomenten goed verlopen, zal er vanuit een open plaatsing worden toegewerkt naar de thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . Vanuit Schakenbosch zal de komende tijd worden gewerkt aan het opstellen van een behandelplan. Het is dringend van belang dat [voornaam minderjarige] weer naar school gaat, gezag accepteert en behandeling ontvangt voor zijn problematiek. Gezien deze zorgen is het noodzakelijk dat het resterende deel van het verzoek wordt toegewezen.

De standpunten

[voornaam minderjarige] heeft ter zitting, mede bij monde van zijn advocaat, het volgende naar voren gebracht.

Het liefste gaat [voornaam minderjarige] weer bij de vader wonen en ontvangt hij ambulante hulpverlening om

aan zijn problematiek te werken. In de gesloten instellingen wordt niet naar hem geluisterd.

Daarbij heeft [voornaam minderjarige] nog geen behandeling voor zijn problematiek ontvangen. Als gevolg hiervan is [voornaam minderjarige] het vertrouwen in de hulpverlening kwijt. Primair wordt dan ook verzocht om afwijzing van het verzoek van de GI. [voornaam minderjarige] kan bij de vader ambulante hulpverlening ontvangen om aan zijn problematiek te werken. Wel begrijpt [voornaam minderjarige] dat er nog meer zicht op de situatie moet worden verkregen voordat een thuisplaatsing aan de orde is. Het gaat thuis al beter, maar de ontwikkelingen zijn nog pril. De thuissituatie zal voldoende stabiel moeten zijn voordat [voornaam minderjarige] bij de vader kan wonen. Het is belangrijk dat alles stap voor stap gebeurd en dat voor [voornaam minderjarige] duidelijk is wat van hem wordt verwacht. De komende periode zal in het teken staan van het toewerken naar verlof. Tijdens de verloven zal [voornaam minderjarige] laten zien dat het goed gaat bij de vader thuis, zodat er zo snel mogelijk kan worden toegewerkt naar een thuisplaatsing. [voornaam minderjarige] is het er niet mee eens dat hij vanuit Schakenbosch mogelijk eerst naar een open groep gaat voordat hij bij de vader kan wonen. [voornaam minderjarige] was hier ook niet eerder van op de hoogte. [voornaam minderjarige] hoopt dat de GI plaatsing bij de vader thuis, mogelijk met een ambulant traject, als alternatief voor plaatsing op een open groep wil onderzoeken. Dit zal [voornaam minderjarige] ook meer motivatie geven om zich aan de gemaakte afspraken te houden. De wens van [voornaam minderjarige] om bij de vader te wonen is ontzettend groot.

De vader heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De samenwerking tussen de

vader en de hulpverlening is altijd goed geweest, maar de hulpverleners van Horizon

informeren de vader niet over belangrijke zaken. Dit heeft gezorgd voor wantrouwen. Nu het

in de thuissituatie bij de vader weer stabiel is, kan [voornaam minderjarige] bij hem komen wonen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er bij [voornaam minderjarige]

sprake is van een belast verleden. Hij is opgegroeid in een instabiele opvoedingssituatie,

waarbij sprake is geweest van huiselijk geweld en van complexe

echtscheidingsproblematiek. Daarnaast is er bij [voornaam minderjarige] sprake van kindeigenproblematiek.

Omdat [voornaam minderjarige] zich meerdere keren heeft onttrokken aan de hulpverlening door weg te lopen,

maar ook door zich onvoldoende meewerkend op te stellen, is hij met een machtiging van de

kinderrechter op een gesloten groep van Horizon in Harreveld geplaatst. [voornaam minderjarige] heeft zich op 11 april 2021 aan de gesloten jeugdhulp onttrokken waardoor het lange tijd onduidelijk was waar hij verbleef. Op 4 juni 2021 is [voornaam minderjarige] thuis opgehaald en vrijwillig meegegaan naar de gesloten jeugdinstelling Schakenbosch. Daar verblijft hij nu. Schakenbosch lijkt beter bij hem aan te sluiten dan de gesloten groep in Harreveld en het is ook dichterbij de vader.

In de periode voordat [voornaam minderjarige] was weggelopen, zou er geleidelijk worden toegewerkt naar een thuisplaatsing bij de vader. Het is de bedoeling dat vanuit Schakenbosch ook wordt toegewerkt naar een uiteindelijke thuisplaatsing. Wel is het van belang dat [voornaam minderjarige] voorlopig bij Schakenbosch blijft en dat er stapsgewijs wordt toegewerkt naar de thuisplaatsing. [voornaam minderjarige] heeft nog altijd moeite met het accepteren van gezag en hij laat nog regelmatig zelfbepalend gedrag zien. Vanuit Schakenbosch kan [voornaam minderjarige] worden behandeld en kan er hulpverlening worden ingezet voor zijn problematiek.

Ondanks dat de thuissituatie bij de vader is verbeterd, is deze ontwikkeling pril. De komende periode zal worden gestart met begeleide verloven naar de vader waarna kan worden toegewerkt naar onbegeleide verloven. Hierbij is het noodzakelijk dat zowel [voornaam minderjarige] als de vader zich meewerkend opstellen. Op die manier kan zicht worden verkregen op de huidige thuissituatie bij de vader en de vader-kindinteractie. Van belang is dat de GI [voornaam minderjarige] meeneemt in het proces en de daarin te nemen stappen zodat het voor [voornaam minderjarige] duidelijk is wat er van hem wordt verwacht en aan welke afspraken en regels hij zich moet houden om uiteindelijk weer bij zijn vader te kunnen wonen.

Gelet op vorenstaande zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] verlenen voor de resterende periode tot 17 september 2021.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging gesloten jeugdhulp tot uiterlijk 17 september 2021 betreffende de minderjarige [voornaam minderjarige] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2021 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van F.G. Hermans als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 juni 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof

Den Haag.