Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5851

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
23-06-2021
Zaaknummer
10/242168-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor verkrachting (door verzorgende) van een bejaarde, volledig van zorg afhankelijke vrouw en voor het bezit/verspreiden kinderporno

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en oplegging van tbs met voorwaarden. Oplegging van beroepsverbod voor het werken in de zorg/verpleging voor de duur van zeven jaren. Toekenning van schadevergoeding aan het slachtoffer van de verkrachting van € 10.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0537
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/242168-20

Datum uitspraak: 23 juni 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] te ( [postcode verdachte] ) [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de Penitentiaire Inrichting Vught,

raadsman mr. C.P. Timmers, advocaat te Middelharnis.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 8 januari 2021, 19 maart 2021 en 9 juni 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 9 juni 2021 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, met uitzondering van het vervaardigen, invoeren, doorvoeren en uitvoeren van de kinderpornografische afbeeldingen;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van voorarrest;

  • -

    oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met voorwaarden, met de voorwaarden zoals die door de reclassering worden geadviseerd;

  • -

    de dadelijke uitvoerbaarheid van de TBS met voorwaarden;

  • -

    ontzetting van het recht tot uitoefening van een beroep in de verzorging of verpleging voor negen jaar;

  • -

    oplegging van de maatregel ex artikel 38z Wetboek van Strafrecht (hierna Sr).

3.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank wel bewezen dat de verdachte in de ten laste gelegde periode ook kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd, maar niet dat hij afbeeldingen heeft verworven.

3.2.

Bewijswaardering

3.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder 2 primair ten laste gelegde verkrachting. Het slachtoffer is volledig onmachtig zodat zij niet kenbaar kon maken wat haar wil op het moment van het seksueel binnendringen van haar lichaam was. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat het slachtoffer is gedwongen om de seksuele handelingen te ondergaan. Dat de seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren kan dan ook niet bewezen worden, aldus de raadsman.

3.2.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bekend dat hij op 28 juli 2020 in het verzorgingstehuis “ [naam verzorgingstehuis] ” te [plaats delict] met zijn stijve penis de mond van de aangeefster (welke term in het hiernavolgende zal worden gebruikt hoewel haar zoon namens haar aangifte heeft gedaan) heeft gepenetreerd. De aangeefster was op dat moment 88 jaar oud en door een hersenbloeding volledig afhankelijk van verzorging. Zij kan zich alleen beperkt met mimiek uiten. De aangeefster was op het moment van het incident in staat om haar mond bewust te openen, dicht te doen en dicht te houden. Van zijn seksuele handelingen heeft de verdachte op die bewuste dag twee filmpjes gemaakt. Uit de omschrijving van de camerabeelden van het eerste filmpje blijkt dat de verdachte zijn penis in de mond van de aangeefster heeft gehad. Uit de omschrijving van de camerabeelden van het tweede filmpje van ongeveer 27 minuten later blijkt dat de verdachte heeft geprobeerd om zijn stijve penis wederom in haar mond te duwen. Na enkele mislukte pogingen probeerde de verdachte vervolgens met zijn handen met kracht de mond van de aangeefster open te duwen, dan wel te trekken. Het lukte de verdachte toen echter niet om haar mond weer open te krijgen. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de aangeefster door de tweede keer haar mond dicht te doen en te houden zich bewust verzette tegen het (herhaaldelijk) penetreren van haar mond door de penis van de verdachte. Anders dan de raadsman heeft bepleit, moet aldus worden geconcludeerd dat de verdachte haar heeft gedwongen de penetratie te ondergaan. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer dat het handelen van de verdachte tegen de wil van het slachtoffer was.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 primair aan hem ten laste gelegde verkrachting.

3.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het onder 1 bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 24 september 2020 te [plaats delict] , althans in Nederland, meermalen telkens afbeeldingen, te weten filmpjes en (series van) foto's, en

gegevensdragers bevattende afbeeldingen, waaronder een telefoon

(iPhone XS) en een laptop (Toshiba),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is

betrokken, heeft verspreid (door het verzenden van onder andere whatsappberichten),

aangeboden, vervaardigd,

in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de vinger en/of hand betasten en/of aanraken van het

geslachtsdeel en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

Bestandsnamen [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2]

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze

persoon poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij haar leeftijd past

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote)

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld

gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

Bestandsnamen [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op meerdere tijdstippen op 28 juli 2020 te [plaats delict]

door een andere feitelijkheid, te weten

- het open duwen en trekken van de mond van [naam slachtoffer] en

- het vervolgens met kracht brengen en bewegen van zijn, verdachtes,

penis, tussen de lippen en in de mond van die [naam slachtoffer] ,

die [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] , te weten het brengen en bewegen van zijn, verdachtes, penis, tussen de lippen en in de mond van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 1

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, vervaardigen, in bezit hebben, zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

feit 2

verkrachting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

5. Strafbaarheid verdachte

5.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de aan de verdachte tenlastegelegde feiten niet aan hem kunnen worden toegerekend. De verdachte leed ten tijde van het plegen van de feiten aan dwanggedachten, waardoor hij zich gedwongen voelde tot het plegen van deze feiten.

De dwanggedachten zijn ontstaan tijdens en het gevolg van zijn sekswerk in de homoprostitutie en waren ook aanwezig in de periode dat hij de kinderpornografische afbeeldingen heeft verzameld, voorhanden heeft gehad en heeft verspreid.

De seksuele handelingen zoals die onder 2 ten laste zijn gelegd, waren eveneens ingegeven door een niet te beheersen interne (geestelijke) dwang. De verdediging stelt zich dan ook op het standpunt dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5.2.

Beoordeling

Over de verdachte is door GZ-psycholoog drs. [naam GZ-psycholoog] en door psychiater

[naam psychiater] in het kader van een dubbelrapportage op 3 februari 2021 verslag uitgebracht. Beide deskundigen hebben geconcludeerd dat de verdachte ten tijde van het plegen aan een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis leed en dat deze stoornis de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde handelen heeft beïnvloed. De psycholoog adviseert om het onder 1 ten laste gelegde volledig en het onder 2 tenlastegelegde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen, terwijl de psychiater adviseert beide feiten verminderd toe te rekenen. Geen van beide deskundigen adviseert aldus om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Gelet op de conclusies van de beide deskundigen, die de rechtbank overneemt, alsmede het feit dat evenmin op andere wijze aannemelijk is geworden dat de strafbare feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend, verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging. De verdachte is niet volledig ontoerekeningsvatbaar.

5.3

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering straffen en maatregel

6.1.

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

6.2.

Feiten waarop de straffen en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft in het verzorgingstehuis waar hij werkte meermalen een volledig van zorg afhankelijke persoon verkracht en daarbij zichzelf gefilmd. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank bewust een slachtoffer gekozen dat zich niet kan uiten en daarmee geprobeerd zijn handelen te verhullen. Deze zeer ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit van een vrouw op hoge leeftijd heeft niet alleen verstrekkende gevolgen gehad voor het slachtoffer zelf, maar heeft tot een schok en zeer grote verontwaardiging geleid binnen de familie van het slachtoffer en het (verzorgend) personeel van het verzorgingstehuis. Dit blijkt niet alleen uit de slachtofferverklaring die ter zitting is voorgelezen, maar ook uit de verklaringen van de toenmalige collega’s van de verdachte.

De rechtbank rekent het de verdachte zeer zwaar aan dat hij een weerloos persoon die zich aan het einde van haar leven veilig waande op een dergelijke grove wijze heeft misbruikt. Een dergelijke aantasting heeft binnen de maatschappij en dan met name bij diegenen die afhankelijk zijn van zorg zeer grote invloed op hun gevoel van veiligheid. De verdachte heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de impact die zijn handelen met zich brengt en heeft slechts zijn eigen wellust bevredigd.

Daarbij komt nog dat de verdachte op zijn telefoon en laptop afbeeldingen en video’s in zijn bezit heeft gehad die kinderpornografisch materiaal bevatten. Ook heeft de verdachte zelf kinderpornografiemateriaal vervaardigd en verspreid. Het bezit van kinderporno is zeer kwalijk, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Met het in bezit hebben van kinderporno heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno en daarmee ook het misbruik en de exploitatie van die kinderen.

6.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

6.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 april 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

6.3.2.

Rapportages van deskundigen

Het eerdergenoemde rapport van GZ-psycholoog drs. [naam GZ-psycholoog] van 3 februari 2021 houdt samengevat het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis waarbij vooral borderline-, antisociale en ontwijkende trekken in het oog springen. Van de persoonlijkheidsstoornis was ten tijde van het tenlastegelegde sprake en de stoornis beïnvloedde op dat moment het gedrag en de gedragskeuzes van de verdachte. Een seksuele stoornis was tijdens het onderzoek noch vast te stellen noch uit te sluiten. Ten aanzien van de kinderporno weet de verdachte dat het verboden is. Volgens de verdachte had hij de kinderporno voorhanden om klanten tijdens zijn sekswerk van dienst te zijn en er klandizie mee aan te trekken. Als commerciële doeleinden de reden voor het in bezit hebben van de kinderporno was, dan dient dit strafbare feit volledig aan de verdachte te worden toegerekend.

Ten aanzien van de verkrachting kan volgens de deskundige worden gesteld dat zijn persoonlijkheidsproblemen - en dan met name de zwakke impulscontrole - doorwerkten in dit strafbare feit en dat de verdachte zich daarom niet kon inhouden. Dit feit kan dan ook in verminderde mate aan de verdachte worden toegerekend.

De zwakke impulscontrole en de identiteitszwakte brengen een groot recidiverisico met zich en vormen daarom een gevaar voor de veiligheid.

Volgens de psycholoog is een psychotherapeutische behandeling gericht op de persoonlijkheidsproblemen van de verdachte aangewezen. Verder heeft hij hulp nodig bij zijn resocialisering en het verkrijgen van toekomstperspectief. De behandeling dient eerst klinisch en vervolgens ambulant te worden uitgevoerd. In verband met het grote veiligheidsrisico is een stevig juridisch kader geïndiceerd in de vorm van een voorwaardelijke TBS-maatregel (de rechtbank begrijpt: TBS met voorwaarden).

Het eerdergenoemde rapport van psychiater [naam psychiater] van 3 februari 2021 houdt samengevat het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis waarbij een seksuele stoornis niet valt uit te sluiten. Deze stoornis was ook ten tijde van de tenlastegelegde feiten aanwezig en had invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte. De impulsiviteit, zijn onvermogen om grenzen aan te geven en zijn extreme vermijding komen ten dele voort uit zijn onrijpe persoonlijkheidsstructuur. Daarbij zijn borderline-, afhankelijke, ontwijkende, en antisociale trekken aanwezig. Voor dit deel valt hem dan ook het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen. Het bezit en de verspreiding van de kinderpornografie kan wel aan de verdachte worden toegerekend nu hij de kinderporno naar eigen zeggen voor klantenbinding voorhanden had en hij wist dat dit strafbaar was. Indien het gedrag van de verdachte in zijn totaliteit wordt bezien, met afweging van alle onderbouwing, komt de psychiater tot de conclusie dat aan de verdachte alle tenlastegelegde feiten verminderd kunnen worden toegerekend.

De psychiater acht het recidiverisico ten aanzien van seksuele delicten, al dan niet in combinatie met geweld, hoog.

Volgens de psychiater is de verdachte weliswaar bereid mee te werken aan zijn behandeling, maar gelet op het hoge recidiverisico en het feit dat de verdachte in het verleden een dubbelleven heeft geleid waarbij hij anderen “om de tuin heeft geleid”, is een stevig juridisch kader zoals een TBS met voorwaarden te overwegen. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de verdachte opgenomen wordt in een forensische kliniek met een hoog zorgniveau, een hoog beveiligingsniveau en de aanwezigheid van een zorgprogramma dat is toegespitst op zedenproblematiek. Uitvoering kan onder toezicht van de reclassering plaatsvinden.

Reclassering Nederland heeft rapporten over de verdachte opgemaakt op 4 maart 2021 en op 30 april 2021. Deze rapporten houden, samengevat, het volgende in.

Over de totstandkoming van de delicten kan door de verdachte geen inzicht worden gegeven. Hierdoor is het opmaken van een delictscenario onmogelijk. Om een passende behandeling te kunnen bieden is het nodig dat de verdachte geplaatst wordt in een klinische setting waar specifieke kennis aanwezig is van bij de verdachte aanwezige persoonlijkheids- en seksuele problematiek. Ook is nader onderzoek nodig naar de ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. De verdachte wordt als bereidwillig gezien om medewerking te verlenen aan een dergelijk traject. Gezien de complexiteit van de problematiek is niet te voorspellen hoe voorspoedig een verdere diagnose en behandeling zal verlopen. Het risico op recidive wordt als gemiddeld ingeschat en het risico op letselschade als hoog.

Er wordt positief geadviseerd over TBS met voorwaarden. Deze voorwaarden zijn geen strafbaar feit plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht, het meewerken aan een time-out, niet zonder toestemming naar het buitenland gaan, een meldplicht bij de reclassering (na afspraak), opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een drugsverbod, een alcoholverbod, een contactverbod, schadeherstel, geen andere huisvesting zonder toestemming, het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van kinderporno.

De verdachte heeft zich bereid verklaard om zich aan de door reclassering voorgestelde voorwaarden te houden.

6.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekenbaarheid

Hoewel de conclusies van de psychiater en de psycholoog in overwegende mate overeenkomen, wijken de conclusies ten aanzien van de toerekening van (kort gezegd) de verspreiding van kinderpornografie aan de verdachte van elkaar af. Gelet op de verdere onderbouwing van beide rapporten, alsmede gelet op het procesdossier en op hetgeen is gebleken ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat feit 1 (kinderporno) volledig aan de verdachte kan worden toegerekend, zodat zij op dit punt de conclusies van de psycholoog volgt. Ten aanzien van feit 2 (verkrachting) bestond tijdens het begaan van het feit bij de verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, waardoor hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gevangenisstraf

Gezien de ernst van de feiten dient er naast de hierna vermelde maatregel en bijkomende straf naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van nader te noemen duur te worden opgelegd, met aftrek van de periode dat de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Daarbij is in aanmerking genomen dat, zoals hierna wordt overwogen, tevens een zeer intensieve behandeling zal worden opgelegd in het kader van een TBS-maatregel met voorwaarden. Dit betreft een strikt kader waarbinnen de verdachte nog gedurende lange tijd in zijn vrijheid zal zijn beperkt. Daarbij komt dat het gelet op de problematiek van de verdachte van groot belang is dat binnen een afzienbare periode met de behandeling wordt gestart. Tevens is bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf rekening gehouden met de proceshouding van de verdachte en zijn herhaalde spijtbetuiging, waarin hij authentiek en oprecht overkomt.

TBS met voorwaarden

Beide deskundigen zijn van oordeel dat behandeling dient plaats te vinden in een stevig juridisch kader en adviseren om een TBS-maatregel met voorwaarden op te leggen. Deze adviezen worden onderschreven door de reclassering.

De rechtbank zal aan de verdachte de maatregel van TBS met voorwaarden opleggen. De verdediging heeft zich niet verzet tegen de oplegging van deze maatregel met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Er is sprake van een gemiddeld tot hoog recidiverisico als de verdachte niet wordt behandeld. Met de juiste ondersteuning en behandeling zou het recidiverisico kunnen worden verlaagd. TBS met voorwaarden biedt naar het oordeel van de rechtbank voldoende waarborgen voor het beperken van het gevaar voor herhaling tot een aanvaardbaar niveau. Uit het rapport van de reclassering alsmede uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting blijkt dat de verdachte bereid is om medewerking te verlenen aan het plan van aanpak zoals genoemd in het rapport en alle daarin genoemde voorwaarden.

Aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel van TBS met voorwaarden is voldaan, nu bij de verdachte tijdens het begaan van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, op de feiten een gevangenisstraf van meer dan vier jaar staat en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van deze maatregel eist.

Als de verdachte de gestelde voorwaarden niet of niet correct nakomt kan de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie bevelen dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd. Het bewezen verklaarde feit 2 is een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, zodat een termijn van een eventuele maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet is beperkt tot vier jaren.

Dadelijke uitvoerbaarheid TBS met voorwaarden

De rechtbank zal overeenkomstig de vordering van de officier van justitie op grond van het bepaalde in artikel 38 lid 6 Sr bevelen dat de maatregel van TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is, omdat zonder de noodzakelijke behandeling er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.

Ontzetting van het recht tot de uitoefening van het beroep

De verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden als verzorgend personeelslid gepleegd. Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank de verdachte als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen om in de verpleging dan wel in de verzorging (beide in de breedste zin van het woord) werkzaam te zijn. Deze (bijkomende) straf wordt opgelegd voor een termijn van zeven jaren.

Geen oplegging van gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank zal anders dan de officier van justitie heeft gevorderd geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. De rechtbank acht deze maatregel niet passend. Het doel van deze maatregel is om de samenleving te beschermen. Door deze zeer ingrijpende maatregel kan zo nodig de veroordeelde levenslang worden gevolgd en onder toezicht worden gehouden. Uit de rapporten blijkt niet dat een dergelijk vergaand toezicht na de TBS met voorwaarden noodzakelijk is. Daarbij neemt de rechtbank eveneens in ogenschouw dat de TBS met voorwaarden reeds de mogelijkheid biedt om gedurende een periode van maximaal negen jaar toezicht te houden.

Alles afwegend acht de rechtbank de op te leggen straffen en maatregel passend en geboden.

7. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Namens de benadeelde partij [naam slachtoffer] heeft zich haar bewindvoerder [naam bewindvoerder] in het geding gevoegd, dit ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 20.000 aan immateriële schade,

te vermeerderen met de wettelijke rente. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij op ernstige wijze aangetast, waardoor hij onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Gelet op de ernst van de inbreuk kan worden aangenomen dat een aantasting van de persoon “op andere wijze” heeft plaatsgevonden, zodat de benadeelde partij recht heeft op een in billijkheid vast te stellen schadevergoeding.

7.1.

Standpunt officier van justitie

Het door de benadeelde partij gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding acht de officier van justitie geheel toewijsbaar, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Standpunt verdediging

De door de benadeelde partij geleden schade is moeilijk bepaalbaar gelet op de fysieke toestand van het slachtoffer. Tevens is de schade niet op eenvoudige wijze vast te stellen. De verdediging verzoekt dan ook om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

7.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Voor het aannemen van een aantasting in de persoon “op andere wijze”, zoals bedoeld in artikel 6:106 lid 1 onder b Burgerlijk Wetboek, is in beginsel vereist dat dit naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld. De persoon die zich op een aantasting in de persoon beroept dient dit met concrete gegevens te onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. In dit geval is daarvan evident sprake, zodat sprake is van een persoonsaantasting in genoemde zin en vergoeding van immateriële schade dient plaats te vinden. De immateriële schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 10.000.

De benadeelde partij zal voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 juli 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

7.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 10.000, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hieronder in de beslissing staat vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr passend en geboden geacht.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 28, 31, 36f, 37a, 38, 38a, 240b en 242 Sr.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren,

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

terbeschikkingstelling met voorwaarden

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

  1. de terbeschikkinggestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  2. de terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

  3. de terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

  • -

    de terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

  • -

    de terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

  • -

    de terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

  • -

    de terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken;

  • -

    de terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

  • -

    de terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

  • -

    de terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de terbeschikkinggestelde, als dat van belang is voor het toezicht;

4. de terbeschikkinggestelde laat zich opnemen in de Van der Hoevenkliniek te Utrecht of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de terbeschikkinggestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

5. de terbeschikkinggestelde laat zich behandelen door een ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische behandeling, zoals onder 4 vermeld. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

6. de terbeschikkinggestelde verblijft indien dit aangewezen is in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

7. de terbeschikkinggestelde werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;

8. de terbeschikkinggestelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk;

9. de terbeschikkinggestelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van:

  • -

    het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

  • -

    gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

  • -

    gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

De terbeschikkinggestelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.

Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek, alsmede als de controle door de politie wordt uitgevoerd;

10. de terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caraïbisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder voorafgaande toestemming van het Openbaar Ministerie;

10. de terbeschikkinggestelde houdt zich aan de afspraken over het gebruik van drugs, ook als dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd;

10. de terbeschikkinggestelde houdt zich aan de afspraken over het gebruik van alcohol, ook als dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd;

10. de terbeschikkinggestelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [naam slachtoffer] , geboren [geboortedatum slachtoffer] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt de dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;

beroepsverbod

bepaalt de ontzetting van het recht van de veroordeelde een beroep in de zorg- en verplegingssector, in de breedste zin van het woord, uit te oefenen voor de duur van 7 (zeven) jaar;

schadevergoeding aan benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] , te betalen aan immateriële schade een bedrag van € 10.000 (zegge: tienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering; dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000 (hoofdsom, zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van

€ 10.000 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 85 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K.A. Baggerman, voorzitter,

en mrs. W.M. Stolk en N. Freese, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari

2019 tot en met 24 september 2020 te [plaats delict] , althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal

telkens

afbeeldingen, te weten filmpjes en/of (series van) foto's, en/of

gegevensdragers bevattende afbeeldingen, waaronder een telefoon

(iPhone XS) en/of een laptop (Toshiba),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is

betrokken,

heeft

verspreid (door het verzenden van onder andere whatsappberichten),

aangeboden,

vervaardigd,

ingevoerd,

doorgevoerd,

uitgevoerd,

verworven,

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de vinger en/of hand betasten en/of aanraken van het

geslachtsdeel en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

Bestandsnamen [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2]

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze

persoon poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose

en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote)

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld

gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

Bestandsnamen [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4]

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2020 tot en met 10 augustus 2020 te [plaats delict] , althans in Nederland

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid, te weten

- het open duwen en/of trekken van de mond van [naam slachtoffer]

en/of

- het vervolgens met kracht brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes,

penis, tussen de lippen en/of in de mond van die [naam slachtoffer]

,

die [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van

een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer] ,

te weten het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis, tussen

de lippen en/of in de mond van die [naam slachtoffer] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2020 tot en met 10 augustus 2020 te [plaats delict] , althans in Nederland

met [naam slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in

staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke

onmacht verkeerde,

dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische

aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te

maken of daartegen weerstand te bieden,

een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer]

,

te weten het brengen, houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis

tussen de lippen en/of in de mond van die [naam slachtoffer] ;