Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5840

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
24-06-2021
Zaaknummer
C/10/617450 / KG ZA 21-316
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; nakoming overeenkomst m.b.t. afname onroerende zaak (erkenning); samenloop contractuele boete en dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/617450 / KG ZA 21-316

Vonnis in kort geding van 26 mei 2021

in de zaak van

[eiseres]

,

gevestigd te [vestigingsplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. Th.C. Visser te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] H.O.D.N. [naam bedrijf],

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 26 april 2021, met producties en aanvullende producties;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 12 mei 2021

  • -

    de pleitnota van [eiseres] .

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de zaak pro forma aangehouden tot 19 mei 2021 om partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen. Bij brief van 19 mei 2021 heeft [eiseres] (met kopie aan [gedaagde] ) de voorzieningenrechter verzocht om vonnis te wijzen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2. Rechtsoverwegingen

2.1.

[eiseres] heeft gevorderd zoals vermeld in de dagvaarding.

2.2.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat zij de in de dagvaarding vermelde koopovereenkomst heeft gesloten en dat zij de onroerende zaak had moeten afnemen. Daarmee heeft zij het gevorderde erkend, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken.

2.3.

Het primair gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.4.

Om onnodige executieproblemen te voorkomen wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] haar medewerking te verlenen bepaald op zeven dagen na betekening van dit vonnis. De termijn waarbinnen zij de koopsom moet storten onder de notaris wordt bepaald op drie dagen na betekening van dit vonnis.

2.5.

Aangezien de contractuele boete bij aanvang van dit kort geding nog niet was volgelopen en [eiseres] betaling daarvan vordert, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor de oplegging van een dwangsom. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat – gelet op het vollopen van die boete en het verhandelde ter zitting – niet te verwachten valt dat een dwangsom voor de periode na het vollopen van de boete een prikkel tot nakoming oplevert. [eiseres] heeft haar belang bij de oplegging van een dwangsom daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt.

2.6.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- betekening oproeping € 109,73

- griffierecht € 2.076,00

- salaris advocaat € 1.016,00

Totaal € 3.201,73

2.7.

De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld, waarbij wordt uitgegaan van de in de dagvaarding vermelde bedragen.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis haar verplichtingen uit hoofde van de op 18 februari 2021 tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van de verkoop aan haar van de onroerende zaak aan de [adres] te ( [postcode] ) Rotterdam, kadastraal bekend gemeente Charlois sectie [sectie] no. [nummer] , na te komen, waaronder te verstaan medewerking te verlenen aan de levering daarvan, zulks in ieder geval onder meer door alle gevraagde en vereiste medewerking te verlenen aan/bij de notaris om tot een levering van het perceel te komen, alsmede het daartoe tijdig storten van de overeengekomen koopsom ad € 338.500,- k.k., binnen drie dagen na betekening dit vonnis;

3.2.

bepaalt dat indien [gedaagde] voormelde medewerking niet verleent, dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van die medewerking, verklaring en/of handtekening van [gedaagde] ;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de contractuele boete van € 1.015,- per dag vanaf 21 april 2021 tot aan de dag van de nakoming als bedoeld onder dictumonderdeel 3.1, zulks met een maximum van € 33.850,-,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 3.201,73,

3.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2021.

3077/1980