Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5816

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
23-06-2021
Zaaknummer
9018262 HA VERZ 21-16
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

WNRA. Vernietiging van een verslag van een functioneringsgesprek is voor ambtenaren niet (meer) mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0815
JAR 2021/165 met annotatie van Frederix-Gianotten, G.G.E.A.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9018262 HA VERZ 21-16

uitspraak: 3 juni 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de heer [verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker,

die zelf procedeert,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente [naam gemeente] ,

zetelend te [plaats] ,

verweerster,

gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis.

Partijen worden hierna mede aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

 het verzoekschrift zoals ingekomen ter griffie op 5 februari 2021, met producties;

 het verweerschrift, met producties;

 de nadere reactie van de zijde van [verzoeker] , met producties;

 de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 april 2021.

2. De feiten

2.1

Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bestaan. Deze arbeidsovereenkomst duurde van 15 maart 2020 tot 15 maart 2021. Op basis van die arbeidsovereenkomst was [verzoeker] voor 22 uur per week in dienst bij de Gemeente als Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA), welke functie de officiële benaming Vakspecialist D bij het team Veiligheid heeft. Het overeengekomen salaris bedroeg

€ 1.848,- bruto per maand, exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst was de cao Gemeenten van toepassing.

2.2

Op 12 november 2020 heeft een inwoner van de Gemeente een klacht ingediend over de wijze waarop [verzoeker] zijn werkzaamheden als BOA heeft uitgevoerd. Op 4 februari 2021 heeft de Gemeente een beslissing op die klacht genomen. In die beslissing vermeldt de Gemeente onder meer:

Wij hebben besloten om niet alle verbeterpunten naar aanleiding van uw klacht te honoreren. Van het eerste punt zien wij vanaf. Dit hebben we gedaan omdat de politie en de gemeente verschillende speerpunten (kunnen) hebben. Het tweede punt wordt erkend. Gezien de functie van de beklaagde moet er in bepaalde gevallen streng opgetreden kunnen worden aangezien de wet gehandhaafd moet worden. Echter is het de toon die de muziek maakt. In dit specifiek geval was niet de juiste toon aangeslagen en dat wordt betreurd. In het coachingsgesprek zal worden ingezet op empathie en communicatie.

(…)”.

2.3

Op 15 januari 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en zijn leidinggevende over het functioneren van [verzoeker] . Daarvoor zijn vier informanten geraadpleegd. De conclusie van het gesprek is dat geen contractverlenging plaats zou vinden.

2.3

Bij brief van 21 januari 2021 heeft de Gemeente onder meer het volgende bericht aan [verzoeker] :

Hierbij bevestig ik dat wij niet voornemens zijn om je arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te verlengen. Dit betekent dat je arbeidsovereenkomst eindigt op 14 maart 2021.

3. Het verzoek

3.1

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te veroordelen om binnen twee dagen na betekening:

  1. de kosten van deze procedure te betalen;

  2. de beoordeling uit het personeelsdossier te vernietigen;

  3. het besluit op de klacht te vernietigen;

  4. e toezichthouder politie Rotterdam hieromtrent schriftelijk te informeren.

[verzoeker] stelt daartoe – samengevat – het volgende.

3.2

[verzoeker] heeft bedenkingen tegen zijn beoordeling en de manier waarop deze tot stand is gekomen.

3.3

Op 4 februari 2021 ontving [verzoeker] het besluit op de klacht. [verzoeker] verzoekt om het besluit op de klacht te vernietigen.

4. Het verweer

4.1

De Gemeente verzoekt de kantonrechter de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen en hem te veroordelen in de kosten van de procedure. Zij motiveert haar verweer – samengevat – als volgt.

4.2

De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd. De aanzegging van het niet verlengen was voldoende. Het beoordelingstraject is ten overvloede gevolgd, maar was niet nodig voor deze beëindiging.

4.3

De gemeente heeft gaandeweg geconstateerd dat de samenwerking met collega’s en communicatie van [verzoeker] niet voldoende waren. Dat oordeel berust op goede gronden. Bovendien heeft de beoordeling formeel geen relatie met het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

4.4

Ten aanzien van de klacht van een inwoner over het optreden van [verzoeker] als BOA heeft te gelden dat [verzoeker] enkel een zienswijze naar voren kan brengen. Voor het overige is dit een kwestie tussen de Gemeente en de betreffende burger.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1

De Gemeente is een overheidswerkgever in de zin van de Ambtenarenwet 2017. [verzoeker] is op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij de Gemeente. Daardoor was hij in die periode een ambtenaar in de zin van vorengenoemde wet.

5.2

Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) in werking getreden. Deze wet heeft de rechtspositie van ambtenaren gewijzigd in die zin dat vanaf dat moment het private arbeidsrecht op ambtenaren van toepassing is. Een van de wijzigingen in de rechtspositie van ambtenaren is dat zij sinds 1 januari 2020 – in tegenstelling tot daarvoor – geen bezwaar meer kunnen aantekenen of in beroep kunnen gaan tegen een beslissing van hun (overheids-)werkgever.

Gelet op het feit dat [verzoeker] na 1 januari 2020 bij de Gemeente in dienst is getreden, is deze (nieuwe) situatie op hem van toepassing.

5.3

[verzoeker] verzoekt allereerst om de beoordeling uit zijn personeelsdossier te vernietigen. De bepalingen in het Burgerlijk Wetboek die zien op de arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 e.v. BW), bevatten geen mogelijkheid om een verslag van een functioneringsgesprek te vernietigen. Voor het verzoek van [verzoeker] bestaat met andere woorden geen juridische grondslag.

5.4

Hetgeen hiervoor is overwogen geldt ook voor het verzoek om het besluit op de klacht (zie onder 2.2) te vernietigen. Door de Gemeente is terecht als verweer aangevoerd dat dit een bestuursrechtelijke kwestie is tussen de Gemeente en een inwoner en geen arbeidsrechtelijke kwestie.

5.5

Ten overvloede geldt nog het volgende.

[verzoeker] heeft zowel in zijn stukken als tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij zich op diverse vlakken onvoldoende gesteund voelde door de Gemeente als werkgever. Hij voelt zich – zo worden zijn stellingen althans begrepen – slachtoffer van een situatie en cultuur die reeds bestonden en waar hij part noch deel aan had of kon hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt wel dat er - mede door de coronapandemie – zaken waren die niet soepel liepen. Ook is duidelijk dat de Gemeente een externe organisatie om advies heeft gevraagd (zie bijvoorbeeld productie 7 aan de zijde van [verzoeker] ).

Dit alles laat echter onverlet dat een werkgever een grote beslissingsvrijheid heeft als het aankomt op zaken als de werving van personeel en het besluit om tijdelijke arbeidsovereenkomsten al dan niet te verlengen. Met andere woorden: ook zonder de beoordeling van 15 januari 2021 mocht de Gemeente besluiten om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] niet te verlengen.

5.6

Gelet op de aard van deze procedure en de hoedanigheid van partijen wordt aanleiding gezien om de proceskosten te compenseren in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

783