Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5796

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
24-06-2021
Zaaknummer
8775181 VZ VERZ 20-17593
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:2403, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Werknemer heeft naast fulltime dienstverband nog een arbeidsovereenkomst voor 32 uur per week en werkt 8 uur per week als zzp-er. Werkgever hierover niet inlichten levert een dringende reden op, mede gelet op re-integratieverplichtingen na ziekmelding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0816
XpertHR.nl 2021-20005853
Jurisprudentie HSE 2021/2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8775181 VZ VERZ 20-17593

uitspraak: 15 januari 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de stichting Stichting Wooncompas,

gevestigd: Ridderkerk,

verzoekster,

gemachtigde: mrs. P.J. Huys en M. Voogt te Rotterdam,

tegen

[verweerder],

woonplaats: [woonplaats verweerder],

verweerder,

gemachtigde: mr. M.J.C.M. de Letter te Utrecht.

Partijen worden hierna mede aangeduid als Wooncompas en [verweerder].

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

 het verzoekschrift, met producties; ingediend bij de rechtbank te Den Haag;

 de (verwijzings-)beschikking van de kantonrechter te Den Haag van 30 september 2020;

 het verweerschrift, tevens zelfstandig tegenverzoek, met producties;

 het verweerschrift tegen het zelfstandig tegenverzoek van de zijde van Wooncompas;

 de door beide partijen bij aktes ingebrachte producties;

 de pleitnota van de zijde van Woomcompas.

1.2

De mondelinge behandeling heeft op 20 november 2020 plaatsgevonden, overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid, via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven. Daaraan hebben deelgenomen namens Wooncompas [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door mrs. Huys en Voogt, [verweerder] en [naam 3] (kantoorgenote van mr. De Letter).

2. De feiten

2.1

[verweerder] is op 1 november 2017 bij Wooncompas in dienst getreden in de functie van consulent wijken, op basis van een arbeidsovereenkomst die thans is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het laatstgenoten salaris van [verweerder] bedraagt € 4.560,52 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Woondiensten (hierna: de cao) van toepassing.

2.2

Met ingang van 1 juni 2019 is [verweerder] een arbeidsovereenkomst aangegaan met Stichting Mooiland voor 32 uur per week in de functie van Regiobeheerder.

2.3

Op 4 oktober 2019 heeft [verweerder] zich arbeidsongeschikt gemeld ten gevolge van een verkeersongeval.

2.4

In de periode vanaf 14 april 2020 tot 1 juni 2020 heeft [verweerder] gewerkt als zzp-er voor stichting Wooninvest. Vanaf 1 juni is hij met deze stichting een arbeidsovereenkomst aangegaan voor 36 uur per week.

2.5

Bij brief van 20 juli 2020 heeft Wooncompas onder meer het volgende bericht aan [verweerder]:

Wij hebben u bij brief van 17 juli 2020 geïnformeerd dat ons serieuze geluiden hebben bereikt (die erop duiden) dat u naast, c.q. tijdens uw dienstverband met ons nog een arbeidsrelatie met een derde partij hebt (gehad). (…)

Wij hebben geconstateerd dat u er naast uw voltijddienstverband met ons nog twee andere dienstverbanden op nahoudt, althans tot voor kort op nahield, met respectievelijk Stichting Wooninvest, gevestigd te Voorburg, en Stichting Mooiland, (onder andere) gevestigd te Ede en Grave. Beide zijn eveneens woningcorporaties. Bij Stichting Wooninvest bent u op 1 juni 2020 op voltijdbasis (36 uur per week) in vaste dienst getreden (nadat u voor deze woningcorporatie vanaf 14 april 2020 tot 1 juni 2020 op zzp-basis, voor acht uur per week, werkzaamheden had verricht), terwijl u bij Stichting Mooiland al vanaf 1 juni 2019, middels een arbeidsovereenkomst, op deeltijdbasis (32 uur per week) werkzaam bent (geweest).

(…)

Op basis van de informatie die ons heeft bereikt, constateren wij dat:

  1. u er sinds 1 juni 2019 twee dienstverbanden op nahoudt met ons en Stichting Mooiland (voor in totaal 68 uur per week en met vergelijkbare functies, waarvan de werkzaamheden (in beginsel) doordeweeks tijdens kantooruren (7.00-19.00 uur) worden verricht, hetgeen feitelijk onmogelijk is en sinds 1 juni 2020 zelfs drie dienstverbanden op nahoudt (voor in totaal 104 uur per week en met vergelijkbare functies, waarvan de werkzaamheden (in beginsel) doordeweeks tijdens kantooruren (7.00-19.00 uur) moeten worden verricht, hetgeen feitelijk onmogelijk is), inclusief uw dienstverband met Stichting Wooninvest;

  2. u zich sinds 4 oktober 2019 vanwege gestelde ziekte niet in staat acht uw overeengekomen werkzaamheden voor ons te verrichten – u hebt de bedrijfsarts dienovereenkomstig ook consequent geïnformeerd (althans steeds in de waan gelaten) – terwijl u (in de periode) vanaf 1 juni 2019 respectievelijk vanaf 14 april 2020 (althans 1 juni 2020) wel vergelijkbare werkzaamheden hebt verricht voor Stichting Mooiland en/of Stichting Wooninvest;

  3. u het bestaan van deze twee andere dienstverbanden met voornoemde woningcorporaties en het feit dat u hieraan invulling gaf, c.q. hebt gegeven, voor ons hebt achtergehouden (en evenmin met onze bedrijfsarts hebt gedeeld, c.q. besproken), (…)

U zult begrijpen dat het vorenstaande voor ons onacceptabel is. Door uw gedragingen en handelwijze hebt u in strijd gehandeld met goed werknemerschap en hebt u ons vertrouwen in u volledig en op onherstelbare wijze geschaad.

Op grond van dit alles ontslaan wij u bij deze op staande voet. Het behoeft geen verder betoog dat van ons niet langer kan worden gevergd het dienstverband met u voort te zetten.

3. Het verzoek

3.1

Wooncompas verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [verweerder] te veroordelen tot betaling aan Wooncompas, binnen een week na de datum van deze beschikking, van de (na verrekening als toegelicht onder 49 bij verzoekschrift, resterende) vergoeding ex artikel 7:677 leden 2 en 3 sub a BW ten bedrage van € 2.042,59, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2020 tot de dag van algehele voldoening;

II. [verweerder] te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, te vermeerderen met de eventuele nakosten.

3.2

Wooncompas stelt daartoe – samengevat – het volgende:

[verweerder] had bij Wooncompas een dienstverband voor 36 uur per week en werd geacht zijn arbeid persoonlijk te verrichten. Op de arbeidsovereenkomst is de cao van toepassing. Deze bevat een nevenwerkzaamhedenbeding. Dit komt erop neer dat een werknemer voor nevenwerkzaamheden toestemming dient te vragen. [verweerder] heeft een dergelijk verzoek nooit gedaan en hij heeft daar dus evenmin ooit toestemming voor gekregen.

3.4

Wooncompas heeft bij toeval vernomen dat [verweerder] bij het pensioenfonds bij meerdere woningcorporaties als werknemer geregistreerd stond. Wooncompas is naar aanleiding van die informatie een onderzoek gestart. Daaruit is gebleken dat [verweerder] gedurende zijn dienstverband met Wooncompas nog twee dienstverbanden heeft gehad met andere woningcorporaties. Deze dienstverbanden had hij ook in de periode waarin hij wegens arbeidsongeschiktheid niet werkte voor Wooncompas. Het betreft een dienstverband met Mooiland voor 32 uur per week vanaf 1 juni 2019. Voorts is [verweerder] vanaf 14 april 2020 als zzp-er werkzaamheden gaan verrichten voor Wooninvest en vanaf 1 juni 2020 op grond van een arbeidsovereenkomst voor 36 uur per week, dus fulltime.

3.5

Nu [verweerder] zonder toestemming meerdere dienstverbanden had – welke zowel feitelijk als rekenkundig niet naast elkaar uitgevoerd konden worden, heeft hij door opzet c.q. schuld aan Wooncompas een dringende reden gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Op grond van het bepaalde in artikel 7:677 leden 2 en 3 sub a BW is [verweerder] daarom de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd.

3.6

Bij een regelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst had [verweerder] een opzegtermijn van een maand in acht moeten nemen. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet eerder dan per 1 september had kunnen eindigen. De gefixeerde schadevergoeding bedraagt het loon over de periode van 20 juli 2020 tot 1 september 2020, zijnde een bedrag van € 6.944,68 bruto. Op dit bedrag strekt in mindering hetgeen uit hoofde van de eindafrekening door Wooncompas aan [verweerder] moet worden betaald. Dit is een bedrag van € 4.902,09 bruto, waardoor een vordering van € 2.042,59 bruto resteert.

4. Het verweer

4.1

[verweerder] verzoekt om het verzoek van Wooncompas af te wijzen en Wooncompas te veroordelen in de kosten van deze procedure. Hij motiveert zijn verweer – samengevat – als volgt.

4.2

[verweerder] heeft zijn werkzaamheden altijd naar behoren uitgevoerd. [verweerder] werkte ook buiten kantoortijden en had een deel van zijn werkzaamheden voor Mooiland uitbesteed. Bovendien heeft hij recht op een vrije arbeidskeuze en het staat hem vrij meerdere inkomsten te genereren. De opzegging was gelet hierop niet rechtsgeldig.

4.3

Het ontslag op staande voet is niet onverwijld gegeven, althans [verweerder] kan niet nagaan wanneer Wooncompas signalen heeft ontvangen over meerdere dienstverbanden.

5. Het zelfstandig tegenverzoek

5.1

[verweerder] verzoekt – na wijziging – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Wooncompas te veroordelen:

  1. tot betaling van een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 BW, welke vergoeding is vast te stellen op € 8.920,34, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

  2. tot betaling van de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW, welke vergoeding is vast te stellen op een bedrag van € 4.460,17 bruto, althans een bedrag in goede justitie te bepalen;

  3. tot betaling van de vergoeding op grond van artikel 7:672 lid 9 BW, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, welk bedrag is vast te stellen op € 6.944,68, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

  4. Wooncompas te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag van algehele voldoening;

  5. tot overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat Wooncompas nalatig is geweest om aan deze veroordeling uitvoering te geven, althans een bedrag in goede justitie te bepalen;

  6. Wooncompas te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, met inbegrip van de nakosten, alsmede de explootkosten van de betekening van de beschikking.

Hij onderbouw zijn tegenverzoek – samengevat – als volgt.

5.2

[verweerder] kan niet nagaan of het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Bovendien is geen sprake van een dringende reden. Dit heeft tot gevolg dat Wooncompas heeft opgezegd in strijd met het bepaalde in artikel 7:671 BW. Om die reden verzoekt [verweerder] om toekenning van een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 BW.

5.3

[verweerder] verzoekt ook om toekenning van de transitievergoeding. Er is namelijk geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan zijn zijde. De transitievergoeding bedraagt € 3.886,63 bruto.

5.4

Wooncompas heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder de opzegtermijn in acht te nemen. Zij is daarom ook een vergoeding wegens onregelmatige opzegging verschuldigd. Bij regelmatige opzegging had de arbeidsovereenkomst pas kunnen eindigen tegen 1 september 2020. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging bedraagt daarom € 5.722,67 bruto.

6. De beoordeling

6.1

In deze zaak hebben partijen over en weer vorderingen ingesteld die samenhangen met het ontslag op staande voet dat Wooncompas op 20 juli 2020 aan [verweerder] heeft gegeven. Eerst zal de door Wooncompas verzochte vergoeding worden beoordeeld. Daarna komen de vorderingen die [verweerder] – bij wijze van tegenverzoek – heeft ingediend aan de orde. Al zijn vorderingen gaan (impliciet) uit van een berusting in het feit dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. [verweerder] heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd verklaard inderdaad te berusten in het einde van de arbeidsovereenkomst met Wooncompas.

Gefixeerde schadevergoeding

6.2

Artikel 7:677 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd is, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

Voor toekenning van de door Wooncompas gevorderde vergoeding is derhalve vereist dat sprake is van een dringende reden voor ontslag én dat die dringende reden is veroorzaakt door opzet of schuld.

6.3

Als dringende redenen voor een werkgever worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:678 BW).

Volgens Wooncompas is sprake van dergelijke gedragingen door [verweerder]. De gedragingen waarvan Wooncompas [verweerder] een verwijt maakt bestaan – kort gezegd – uit het aangaan van arbeidsovereenkomsten met andere woningcorporaties (tijdens arbeidsongeschiktheid), naast de arbeidsovereenkomst die al bestond met Wooncompas, zonder Wooncompas daarvan op de hoogte te stellen (zie onder 2.3).

6.4

[verweerder] erkent dat hij naast zijn dienstverband van 36 uur per week bij Wooncompas op 1 juni 2019 voor 32 uur per week een arbeidsovereenkomst is aangegaan met stichting Mooiland en per 14 april 2020 voor 8 uur per week een opdracht als zzp-er heeft aanvaard bij stichting Wooninvest, die per 1 juni 2020 is voortgezet als arbeidsovereenkomst voor 36 uur per week. Ook erkent hij dat hij dit niet heeft besproken met Wooncompas. Volgens [verweerder] levert dit alles echter geen dringende reden voor ontslag op. Hij heeft nimmer vanuit kwade intenties gehandeld, heeft zijn werk altijd naar behoren uitgevoerd en heeft recht op een vrije arbeidskeuze, aldus [verweerder].

6.5

Het recht op vrije arbeidskeuze is een grondrecht dat zwaar weegt. Dat recht wordt echter begrensd door onder andere de Arbeidstijdenwet en verplichtingen die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek. Bovendien bevat de cao in artikel 2.5 een verplichting om nevenwerkzaamheden in ieder geval te melden. [verweerder] miskent met zijn standpunt onder andere het belang van recuperatie en het beginsel van goed werknemerschap. Hij had moeten begrijpen dat hij naast zijn bestaande dienstverband van 36 uur per week niet nog een dienstverband van 32 uur aan kon gaan, laat staan dat dit zonder overleg met Wooncompas kon. Hem kan – met andere woorden – worden verweten dat hij heeft gezwegen waar spreken geboden was.

6.6

Daar komt nog bij dat [verweerder] vanaf 4 oktober 2019 arbeidsongeschikt was en zowel voor hem als voor Wooncompas de (re-integratie-)verplichtingen op grond van artikel 7:658a golden. Het onbesproken laten van de andere dienstverbanden bij de bedrijfsartsen kan hem zwaar worden aangerekend.

6.7

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is sprake van een situatie waarin door de gedragingen van [verweerder] een dringende reden voor ontslag is ontstaan. Dat [verweerder], naar eigen zeggen, altijd goed heeft gefunctioneerd bij Wooncompas, doet daaraan niet af. Ook de omstandigheid dat [verweerder] de enige ouder is die (financieel) voor zijn kinderen zorgt, legt onvoldoende gewicht in de schaal om tot een andersluidend oordeel te komen.

6.8

[verweerder] heeft tot slot nog als verweer aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en daardoor niet rechtsgeldig is. Dit verweer moet worden gepasseerd. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft een werkgever na het ontdekken van de dringende reden namelijk nog enige tijd voor onderzoek en het horen van de werknemer, mits voortvarend wordt gehandeld.

Wooncompas heeft uitgelegd welke signalen zij heeft ontvangen dat [verweerder] mogelijk meerdere werkgevers tegelijk had en hoe zij vervolgens heeft gehandeld. [verweerder] heeft deze geschetste gang van zaken en daartoe ingebrachte stukken niet weersproken. Geconcludeerd moet worden dat Wooncompas een en ander zorgvuldig en voortvarend heeft onderzocht en dat zij daarmee aan de eis van onverwijldheid heeft voldaan.

6.9

Dit betekent dat Wooncompas op terechte gronden en onverwijld is overgegaan tot het ontslag op staande voet. Aan het ontstaan van de gronden voor het ontslag heeft [verweerder] schuld. Hij is daarom de vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW verschuldigd geworden aan Wooncompas.

Partijen zijn het erover eens dat het bedrag van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren € 6.944,68 (bruto) bedraagt. Dit bedrag is daarom als schadevergoeding verschuldigd. Wooncompas wenst het bedrag dat zij uit hoofde van de eindafrekening nog verschuldigd is aan [verweerder] hiermee te verrekenen. De berekening van de eindafrekening (productie 22 aan zijde Wooncompas) is door [verweerder] niet betwist, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Na verrekening resteert derhalve een bedrag van € 2.042,58 dat, vermeerderd met wettelijke rente, door [verweerder] aan Wooncompas moet worden betaald.

Toekenning billijke vergoeding aan [verweerder]

6.10

Hiervoor is reeds geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Voor toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerder] op grond van artikel 7:681 BW is daarom geen plaats. Dit verzoek wordt afgewezen.

De transitievergoeding

6.11

Ten aanzien van het verzoek van [verweerder] tot toekenning van de transitievergoeding geldt het volgende. De transitievergoeding is niet verschuldigd wanneer de arbeidsovereenkomst als het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Het enkele feit dat sprake is van een dringende reden, zoals hier het geval, betekent niet vanzelfsprekend dat ook sprake is van ernstige verwijtbaarheid (Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484).

Om de hiervoor onder 6.5 en 6.6 genoemde redenen is het gedrag van [verweerder] aan te merken als ernstig verwijtbaar. Voor zover [verweerder] met zijn verweer nog heeft bedoeld een beroep te doen op de eisen van redelijkheid en billijkheid, die zouden moeten meebrengen dat de vergoeding desondanks moet worden toegekend, zijn daarvoor onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen. Het verzoek tot toekenning van de transitievergoeding wordt dus eveneens afgewezen.

Vergoeding wegens onregelmatige opzegging

6.12

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is van een onregelmatige opzegging, als bedoeld in artikel 7:672 lid 11 BW, door Wooncompas geen sprake. Het verzoek van [verweerder] tot toekenning van een vergoeding op grond van dit artikel wordt daarom ook afgewezen.

6.13

[verweerder] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan Wooncompas, binnen een week na de datum van deze beschikking, van een bedrag van € 2.042,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2020 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [verweerder] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Wooncompas begroot op € 499,- aan verschotten en € 721,- aan salaris voor de gemachtigde en indien [verweerder] niet binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking vrijwillig daaraan heeft voldaan, begroot op € 124,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

783