Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:579

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-01-2021
Datum publicatie
01-02-2021
Zaaknummer
C/10/609273 / JE RK 20-3384
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenging machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur om een vinger aan de pols te houden, nu er veel onduidelijkheid is over een passende plek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/609273 / JE RK 20-3384

Datum uitspraak: 12 januari 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

locatie Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Mw. [naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

advocaat: mr. K. Logtenberg, te Rotterdam,

Dhr. [naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 3 december 2020, ingekomen bij de griffie op 7 december 2020;

- de brief met bijlagen van de moeder van 7 januari 2021, ingekomen bij de griffe op dezelfde datum.

Op 12 januari 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord;
- de moeder, bijgestaan door mr. K. Logtenberg;
- een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft bij Profila, locatie de Bronkhorst.

Bij beschikking van 22 januari 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is bij beschikking van 15 januari 2020 verlengd tot 22 januari 2021.

De kinderrechter heeft bij die beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 22 januari 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 9 juli 2021.

Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Bij [voornaam minderjarige] is sprake van ernstige problematiek. De GI is samen met de ouders al een paar jaar op zoek naar een passende plek waar [voornaam minderjarige] de juiste zorg en aandacht krijgt. Het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) heeft onderzoek gedaan naar de situatie van [voornaam minderjarige] en geadviseerd dat [voornaam minderjarige] gebaat is bij een kleinschalige setting met één op één begeleiding. Dit is lastig te vinden in Nederland. [voornaam minderjarige] is bij verschillende instellingen afgewezen. Er is nu een tussenoplossing gevonden. Sinds 13 december 2020 verblijft [voornaam minderjarige] bij Profila, locatie de Bronkhorst. Timon is als hoofdaannemer bereid gevonden om samen met Profila een woning beschikbaar te stellen. Hierbij biedt PIDZ één op één begeleiding en biedt de Zorgnijverij vijf dagen per week dagbesteding aan [voornaam minderjarige] . In het begin verliep deze constructie rommelig, maar het gaat steeds beter. Het is echter een tijdelijke constructie. [voornaam minderjarige] staat op de wachtlijst bij ASVZ voor een driemilieusvoorziening. Het komende halfjaar wordt een WLZ-indicatie aangevraagd door Profila. Ook zal een bewindvoerder of curator moeten worden aangesteld voor na [voornaam minderjarige] zijn achttiende verjaardag.

Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat iedereen het eens is over de zorgen. De moeder maakt zich zorgen over de toekomst van [voornaam minderjarige] als hij achttien jaar wordt. Zij heeft soms het gevoel dat zij de schuld krijgt, maar zij heeft alles voor hem gedaan. Ook emoties spelen een rol. In eerste instantie wilde de moeder vragen het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen, zodat er geen ruis meer was en de moeder het aanspreekpunt voor [voornaam minderjarige] zou zijn. De moeder heeft echter besloten zich te refereren aan het oordeel van de rechter, omdat zij met alle partijen wil samenwerken om ervoor te zorgen dat het met [voornaam minderjarige] na zijn achttiende jaar goed gaat komen. De moeder is het eens met het advies van het CCE. [voornaam minderjarige] heeft één op één begeleiding nodig en zal niet gedijen in een groep. Zij heeft er veel zorgen over dat er straks geen goede plek zal zijn. De moeder wil dat [voornaam minderjarige] kan functioneren en dat het zo goed mogelijk met hem gaat. De moeder geeft met pijn in haar hart toe dat thuis wonen geen mogelijkheid is, omdat [voornaam minderjarige] veel hulp en begeleiding nodig heeft. Tot nu toe is de plek waar [voornaam minderjarige] momenteel verblijft de meest geschikte plek.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Op dit moment wordt [voornaam minderjarige] nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Bij [voornaam minderjarige] is sprake van psychiatrische problematiek en een verstandelijke beperking, waarbij hij zeer intensieve ondersteuning nodig heeft. [voornaam minderjarige] heeft een lange tijd thuis gewoond, maar vanwege ernstige gedragsproblematiek kon de veiligheid van [voornaam minderjarige] en de moeder niet meer worden gewaarborgd. Ook de vader kon [voornaam minderjarige] niet voldoende stabiliteit bieden. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen twee jaar bij verschillende instellingen verbleven, maar die instellingen waren niet passend voor [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is bij meerdere instellingen afgewezen vanwege zijn complexe problematiek. Het is tot op heden, ondanks de hulp van de jeugdbeschermer, niet gelukt om een passende plek te vinden waar [voornaam minderjarige] de juiste zorg en aandacht krijgt.

Op dit moment verblijft [voornaam minderjarige] sinds 13 december 2020 bij Profila locatie, de Bronkhorst. Dit is een tijdelijke plek waar [voornaam minderjarige] kan blijven wonen, totdat een andere passende plek voor hem is gevonden. [voornaam minderjarige] heeft zijn eigen appartement en krijgt één op één begeleiding van PIDZ. Ook krijgt hij vijf dagen per week dagbesteding van de Zorgnijverij. Het is een ingewikkelde constructie die voor onrust zorgt, omdat er veel partijen zijn betrokken. Aangezien [voornaam minderjarige] binnenkort achttien jaar wordt, is het van belang dat de komende maanden een aantal zaken wordt geregeld. De ouders zijn samen onvoldoende in staat om dit zelfstandig voor elkaar te krijgen. De inzet van een jeugdbeschermer is daarom nog noodzakelijk om samen met de ouders een geschikte plek voor [voornaam minderjarige] te vinden en praktische zaken te regelen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

Vast staat dat [voornaam minderjarige] niet meer terug naar huis kan. Ook is gebleken is dat de huidige plek bij Profila tot nu toe de meest passende plek is voor [voornaam minderjarige] , maar dat deze plek tijdelijk is. Er is nog veel onduidelijkheid over een passende plek voor [voornaam minderjarige] . Het is daarom belangrijk dat op korte termijn duidelijkheid komt over het perspectief van [voornaam minderjarige] . Om een vinger aan de pols te houden, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van drie maanden en het overig verzochte aanhouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.

De kinderrechter verzoekt de GI om twee weken voorafgaand aan de hierna genoemde zittingsdatum te rapporteren over de laatste stand van zaken (met afschrift aan belanghebbenden).

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 juli 2021;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 22 april 2021;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de ouders en mr. K. Logtenberg in deze zaak zal plaatsvinden op 15 april 2021 te 14:15 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. G.M. Paling, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden en mr. K. Logtenberg;

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum aan de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2021 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 21 januari 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.