Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5767

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-06-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
10/045150-21; 10/110682-21 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Avondklokrellen en medeplegen witwassen. BP niet-ontvankelijk. Verlenging proeftijd met 1 jaar. Taakstraf voor de duur van 100 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/045150-21; 10/110682-21 (gev. ttz)

Datum uitspraak: 9 juni 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

raadsman mr. S.A. Chedie, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 mei 2021.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De teksten van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde ten aanzien van parketnummer 045150-21;

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde ten aanzien van parketnummer 110682-21;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Bewijs

Bewijsverweer in de zaak 045150-21

Standpunt verdediging

De verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De camerabeelden zijn te onduidelijk om de verdachte te kunnen herkennen.

Beoordeling

Op 25 januari 2021 omstreeks 19.50 uur vonden er ongeregeldheden plaats op de [straatnaam] ter hoogte van [adres] . Een anonieme getuige heeft foto’s en video’s van de onregelmatigheden aan de politie verstrekt. Ook waren er beelden beschikbaar van het gemeentelijk cameratoezicht op de [straatnaam] . Verbalisant [naam agent] herkent één van de personen ( [bijnaam] ) op de beelden alszijnde de verdachte en als degene die meedoet aan het omgooien van de container, het gooien van goederen op de brandstapel, het duwen van een plantenbak, meubilair en een struik richting de brandstapel. De verbalisant kent de verdachte ambtshalve als wijkagent, de herkenning vond plaats nadat hij de bewegende beelden heeft bekeken en berust op voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende kenmerken die op de beelden ook goed waarneembaar zijn. Op grond van deze herkenning is de betrokkenheid van de verdachte al gegeven.

Dat de verdachte tijdens de ongeregeldheden op de [straatnaam] aanwezig was, wordt bovendien ondersteund door de GPS-gegevens uit zijn telefoon en zijn lidmaatschap van de Telegram-groep waarin die dag wordt opgeroepen om te gaan rellen in de omgeving van de Beijerlandselaan.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ten aanzien van de parketnummers 1045150-21 het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 25 januari 2021 te Rotterdam, op de [straatnaam] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een container [gehuurd door [naam 1] ] en een (planten)bak en houten meubilair, welk geweld bestond uit het
- trekken aan en duwen tegen een container en
- omver trekken en omver duwen van die container en

- duwen tegen een (planten)bak en

- ( ver)plaatsen van houten meubilair en een pallet in een brandstapel en

- vastpakken van en verplaatsen van een struik in de richting van een brandstapel.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 110682-21 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard in die zin dat hij het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 1 mei 2020, te Rotterdam, tezamen en in vereniging met ander, voorwerpen voorhanden heeft gehad door geldbedragen te pinnen van bankrekening [bankrekeningnummer] , terwijl hij redelijkerwijs had moet vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op

045150-21

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen

110682-21

medeplegen van witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Op 23 januari 2021 om 21.00 uur ging in heel Nederland de avondklok in om de oplopende coronabesmettingen een halt toe te roepen en de ziekenhuizen te ontlasten. Naar aanleiding van het instellen van die avondklok vonden op meerdere dagen op verschillende plaatsen in Nederland ongeregeldheden plaats. De verdachte heeft op 25 januari 2021 meegedaan aan deze avondklokrellen door met anderen op de openbare weg onder andere geweld te plegen tegen een container, plantenbank en het gooien van goederen op een brandstapel. Dit type ongeregeldheden en het daarmee gepaard gaande geweld heeft een grote impact op de samenleving. Zeker in de uitzonderlijke en moeilijke tijd waarin de samenleving zich destijds ten gevolge van het coronavirus bevond Bewoners zijn door deze rellen enorm geschrokken, ondernemers en burgers zijn gedupeerd en in het algemeen wakkert het een gevoel van onrust en onveiligheid aan. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij hieraan een een bijdrage heeft geleverd.

Daarnaast heeft de verdachte zich op 1 mei 2021 schuldig gemaakt aan witwassen door het regelen van pinpassen, zodat daarop geldbedragen die van een misdrijf afkomstig waren, konden worden gestort en gepind. Door witwassen wordt het plegen van criminele activiteiten bevorderd, vergemakkelijkt en in stand gehouden. Verdachte heeft eraan meegewerkt dat de opbrengst van een gepleegd misdrijf aan het zicht werd onttrokken. Witwassen tast verder de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 april 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapportage over de verdachte opgemaakt, gedateerd

18 mei 2021. Dit rapport houdt het volgende in.

In het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis in de onderhavige zaak wordt de verdachte begeleid door de reclassering. Op diverse leefgebieden spelen problemen in het leven van de verdachte. Er is sprake van instabiele huisvesting bij zijn moeder. Vanwege een eerder dreigende uithuiszetting is het zeer onwenselijk dat hij hier verblijft. Recentelijk is de verdachte aangemeld voor begeleid wonen bij Pameijer. Deze intensievere vorm van begeleiding zal zorgen voor ondersteuning bij wonen, de taken die daarbij horen en het maken van keuzes in het dagelijks leven. De verdachte is in december vader geworden, wat zorgt voor nog meer verantwoordelijkheden. Het is voor de verdachte lastig om een zelfstandig bestaan te leiden gelet op zijn kwetsbaarheid en lichtverstandelijke beperking. Wel heeft hij sinds kort werk bij een online supermarkt. De reclassering acht het noodzakelijk het reclasseringstoezicht voort te kunnen zetten met de huidige voorwaarden van de schorsing preventieve hechtenis.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank, zoals geëist, een taakstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van voorarrest passend en geboden. De verdediging heeft verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding, omdat het ernstige feiten betreffen en de verdachte nog in een proeftijd loopt van de bij vonnis van 22 oktober 2020 van de politierechter in deze rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenistraf, waaraan bijzondere voorwaarden zijn verbonden.

Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van 045150-21. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.025,- aan materiële schade.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontoereikend zijn. De vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 22 oktober 2020 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van overtreding van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 5 november 2020.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Omdat de reclassering het wenselijk acht dat de verdachte door de reclassering wordt begeleid en de bijzondere voorwaarden worden voortgezet, zal de proeftijd worden verlengd met één jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57, 141 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte ten aanzien van parketnummer 045150-21 het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart bewezen, dat de verdachte ten aanzien van parketnummer 110682-21 het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 74 (vierenzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 37 (zevenendertig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 22 oktober 2020 van de politierechter in deze rechtbank (10/179892-20) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. A. Bonder en M.J.C. Spoormaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2021.

De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Teksten tenlasteleggingen

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

045150-21

hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 25 januari 2021 te Rotterdam, op of aan de openbare weg, de [straatnaam] , (meermalen) (telkens) openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een container [gehuurd door [naam 1] ] en/of een (planten)bak en/of houten meubilair [onderdelen van [naam 2]], welk geweld bestond uit het (meermalen)
- trekken aan en/of duwen tegen een container en/of
- omver trekken en/of omver duwen van een/die container en/of

- trekken aan en/of duwen tegen een (planten)bak en/of
- (ver)plaatsen van houten meubilair en/of een pallet in vuur/een brandstapel en/of
- vastpakken van en/of verplaatsen en/of gooien van een/die struik in de richting van vuur/een brandstapel;

110682-21

hij op of omstreeks 1 mei 2020, te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer ander[en], voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voorwerpen gebruik heeft gemaakt, door een of meerdere geldbedragen te pinnen van bankrekening [bankrekeningnummer] , terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moet vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.