Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5705

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-01-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
10/256922-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor wapenbezit en vernieling. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden m.a. waarvan 3 mnd voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met oplegging van bijzondere voorwaarden. Gehele toewijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/256922-20

Datum uitspraak: 20 januari 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in

de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie,

raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 januari 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Voorts vordert zij dat aan de verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd. Verder vordert zij deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wegens het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Daartoe is aangevoerd dat er geen belastende getuigenverklaringen voorhanden zijn waaruit blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij de vernieling van de camper dan wel dat hij een wapen voorhanden heeft gehad. Hoewel er uit forensisch onderzoek is gebleken dat er een afgeleid DNA-hoofdprofiel van de verdachte op de shotgun is aangetroffen, is er ook een DNA-profiel aangetroffen van een onbekende vrouw. Niets wijst op de aanwezigheid van de verdachte in de camper. De verdachte heeft verklaard dat hij achterna is gezeten door een groep belagers met vuurwapens, wat is uitgelopen op een handgemeen. Deze alternatieve lezing past bij de bij de aanhouding geconstateerde verwondingen van de verdachte, te weten letsel boven zijn linkeroog en verschillende blauwe plekken en krassen. Het DNA-profiel van de verdachte kan op de shotgun terecht zijn gekomen doordat hij het wapen heeft aangeraakt toen hij ermee werd geslagen en hij probeerde de klappen af te weren. Er kan dan ook niet worden bewezen dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het wapen, dan wel dat hij de beschikkingsmacht hierover heeft gehad.

4.1.2.

Beoordeling

Vast staat dat op 8 oktober 2020 te Rotterdam de camper met kenteken [kentekennummer 1] van aangever [naam aangever] (hierna: aangever) is vernield door middel van een kogel, afgevuurd uit een wapen. Door het inschot is een buitenlamp aan de buitenwand van de camper onherstelbaar beschadigd, is een gat in de zijwand ontstaan en is hierachter liggend servies vernield.

Op 8 oktober 2020 komt er een melding binnen dat aan de Vennecoolstraat te Rotterdam een verwarde man in een legerjas en op blote voeten loopt. Ter plaatse zien verbalisanten een man zitten die voldoet aan het signalement. Deze man blijkt de verdachte te zijn. Hij verklaart op dat moment dat hij in zijn camper lag die een stukje verderop staat en dat hij achterna werd gezeten door negroïde mannen met vuurwapens en mondkapjes. Zij zouden een ruit hebben vernield. De verdachte maakt volgens verbalisanten een verwarde indruk. Zijn vriendin, [naam 1] (hierna: [naam 1]), die even later ter plaatse is, verklaart dat de verdachte een trauma heeft opgelopen, hij de afgelopen vier dagen niet heeft geslapen en dat hij af en toe in haar camper verblijft.

Enkele uren later wordt door een getuige een melding gemaakt van een wapen dat zij heeft aangetroffen onder haar auto aan de Vennecoolstraat. Het aangetroffen wapen is gevonden nabij een parkeerplaats waarop een camper staat met een kapotte ruit. Deze camper, voorzien van het kenteken [kentekennummer 2], staat op naam van [naam 1]. In de deur van de camper zit een rond gat van enkele centimeters met zwarte vegen en enkele metaaldeeltjes. Op de vloer wordt een hagelpatroon aangetroffen. Twee buurtbewoners verklaren later dat zij die ochtend vroeg drie schoten hebben gehoord. Schuin tegenover voornoemde camper staat de camper van de aangever met voornoemde schade. Op grond van het forensisch onderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit de camper van [naam 1] met een hagelvuurwapen is geschoten op de camper van de aangever, waardoor deze is vernield.

Verder blijkt dat het hagelpatroon dat op de vloer van de camper van [naam 1] is aangetroffen een kaliber .12 betreft. Het wapen dat diezelfde ochtend onder een auto nabij de camper van [naam 1] wordt gevonden, betreft een ingekorte pump action shotgun van het merk en type Mossberg Maverick 88. Hiermee kunnen patronen met kaliber .12 worden afgeschoten. Het aangetroffen hagelpatroon in de camper is dan ook geschikt om te worden verschoten met de shotgun. Op het wapen worden DNA-sporen gevonden die toebehoren aan de verdachte.

De rechtbank overweegt als volgt. Er is een wapen gevonden nabij de camper van [naam 1] en in die camper is een hagelpatroon gevonden dat past bij dit wapen. Gelet hierop en op de bevindingen uit het forensisch onderzoek is het aannemelijk dat met dit wapen is geschoten vanuit de camper van [naam 1], waarbij de camper van de aangever is geraakt. Er is DNA van de verdachte op dit wapen aangetroffen. Daarnaast werd de verdachte diezelfde dag aangetroffen in de omgeving waar het wapen is gevonden en dus ook nabij de camper van [naam 1], terwijl [naam 1] heeft verklaard dat hij daar wel eens verblijft. De verdachte heeft ontkend het wapen te hebben gebruikt en heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard dat hij die dag is opgewacht en belaagd. De rechtbank volgt de verdachte niet in deze verklaring. De rechtbank constateert dat de verdachte wisselend heeft verklaard. Zo heeft hij in zijn eerste contact met de politie verklaard dat hij in zijn camper lag. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij vanaf het tankstation kwam aanlopen en buiten werd opgewacht. De verdachte kon evenwel ter terechtzitting niet verklaren hoe het dan kwam dat hij door de politie op blote voeten is aangetroffen. Die omstandigheid lijkt meer te passen bij de omstandigheid dat de verdachte zich in de camper bevond, dan bij de omstandigheid dat hij vanaf het tankstation is komen lopen. Hij heeft verder ter terechtzitting verklaard dat hij in een drugspsychose zat en kon desgevraagd geen enkel detail geven over hoe de aanval zou zijn verlopen. Die verklaring van de verdachte vindt ook geen enkele steun in het dossier. De rechtbank acht dan ook niet aannemelijk dat hij is aangevallen.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die met het wapen heeft geschoten vanuit de camper van [naam 1]. In het verlengde daarvan kan - mede gelet op de resultaten en conclusies van het forensisch onderzoek - eveneens worden bewezen dat de verdachte met het schieten van dit wapen de camper van aangever heeft geraakt. Hij heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan de vernieling van deze camper.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierna bewezen is verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 8 oktober 2020 te Rotterdam een wapen van categorie II, onder 3, te weten een ingekorte pump action shotgun, van het merk en type Mossberg Maverick 88, kaliber 12 gauge zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 8 oktober 2020 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een lamp en een wand van een camper (met kenteken [kentekennummer 1]) en servies dat aan [naam aangever]

toebehoorde, heeft vernield door een schot te lossen in de richting van die camper.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

2.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling. Hij heeft met een shotgun vanuit de camper van zijn vriendin geschoten, waardoor de camper die schuin tegenover deze camper stond is geraakt door dit schot. Hiermee is er schade ontstaan aan de buitenlamp, de wand van de camper en servies dat zich in de camper bevond. De verdachte heeft hierdoor het slachtoffer overlast en financiële schade bezorgd.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het vuurwapen is aangetroffen op straat onder een auto. Het ongecontroleerd bezit van vuurwapens kent geen ander doel dan het toebrengen van ernstige schade aan anderen en/of de maatschappij. Het bezit daarvan brengt onder burgers gevoelens van onveiligheid teweeg en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is algemeen bekend dat vuurwapenbezit niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met alle ernstige gevolgen voor anderen. Daarbij bestaat bovendien een groot risico dat onschuldige omstanders worden getroffen. Bovendien zorgt ook reeds het enkele bezit van een vuurwapen in de samenleving niet alleen voor gevoelens van angst en onveiligheid, maar wordt dit ook als schokkend ervaren. Gelet op de toename van het vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettend karakter daarvan, dient daartegen daarom streng te worden opgetreden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 november 2020, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Psychiater [naam 2] heeft met betrekking tot het trajectconsult Nederlands Instituut voor de Forensische Psychiatrie en Psychologie een rapport opgemaakt, gedateerd 15 oktober 2020. Dit houdt kort gezegd onder meer het volgende in.

De verdachte zegt zich niet te herinneren wat er is gebeurd ten tijde van het ten laste gelegde. Omdat hij dit op nagenoeg elke vraag antwoordde, is het consult gecompliceerd verlopen. Er is sprake van verslavingsproblematiek en lichamelijke ontwenningsverschijnselen kunnen zeker niet uitgesloten worden. Er wordt een plaatsing in een PPC geadviseerd bij continuering van detentie, evenals een monodisciplinair psychologisch onderzoek, indien gewenst.

Naar aanleiding van het voorgaande heeft GZ-psycholoog [naam 3] in november 2020 gepoogd een rapport over de verdachte op te maken. De verdachte heeft echter geweigerd hieraan mee te werken.

Voorts heeft Reclassering Nederland een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 december 2020. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte wenste inhoudelijk niets over de zaak te bespreken. Er zijn mogelijk recidiveverhogende factoren op de leefgebieden alcohol en middelengebruik en psychosociaal functioneren. Tevens spelen er mogelijk ook problemen op andere gebieden, te weten financiën, dagbesteding en zijn sociale netwerk. Doordat de situatie zorgelijk wordt geacht, is verdere reclasseringsbemoeienis geïndiceerd. Geadviseerd wordt om bij veroordeling een meldplicht, een ambulante behandeling en een drugsverbod op te leggen. Tevens wordt dadelijke uitvoerbaarheid geadviseerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank het passend en geboden een gevangenisstraf op te leggen. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Door de verdediging is verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de psychose waaronder hij ten tijde van het feit gebukt ging.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte een aanzienlijk lagere straf zou moeten worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd, nu het tenlastegelegde de verdachte in verminderde mate is toe te rekenen.

De rechtbank overweegt dat er sprake was van zelfintoxicatie door de verdachte middels drugsgebruik. Ter terechtzitting heeft hij aangegeven dat hij op de hoogte was van de consequenties van drugsgebruik. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding om hiermee in strafverminderende zin rekening te houden. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting geen zelfinzicht getoond, geweigerd mee te werken aan diagnostiek en geen enkele mate van empathie getoond richting het slachtoffer.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden, inhoudende een meldplicht, een ambulante behandeling met mogelijkheid tot klinische opname, een drugsverbod en het op te leggen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.080,00 aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering voldoende is onderbouwd en voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt primair gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Subsidiair merkt de verdediging op dat de benadeelde partij voor dergelijke schade verplicht verzekerd zou moeten zijn en verzoekt daarom het gevorderde bedrag te matigen.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 8 oktober 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil

en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.080,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich melden bij de reclassering. Hierna moet hij zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering gedurende deze perioden nodig acht. De veroordeelde werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt;

2. de veroordeelde laat zich behandelen door Antes GGZ en/of Fivoor GGZ en/of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start op aangeven van zijn behandelaar. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij een aanleiding die zich kan voordoen (bijvoorbeeld terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld) ontstaat een grote kans

op risicovolle situaties. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor (crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek). Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor

plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

3. de veroordeelde gebruikt geen cocaïne, speed (harddrugs) en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de onder nummers 1, 2 en 3 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde], te betalen een bedrag van € 1.080,00 (zegge: duizend tachtig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 1.080,00 (hoofdsom, zegge: duizend tachtig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.080,00 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. Brand, voorzitter,

en mrs. I.W.M. Laurijssens en S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.M. Sinon, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 8 oktober 2020 te Rotterdam, althans in Nederland een wapen van categorie II, onder 3, te weten een ingekorte pump action shotgun, van het merk en type Mossberg Maverick 88, kaliber 12 gauge zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en/of dat de aanvalskracht werd verhoogd voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 8 oktober 2020 te Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een lamp en/of een wand van een camper (met kenteken [kentekennummer 1]) en/of servies, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam aangever]

toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door een of meerdere schoten te lossen in de richting van die camper.