Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5654

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-06-2021
Datum publicatie
23-06-2021
Zaaknummer
C/10/618604 / KG ZA 21-379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil over verkoop echtelijke woning. Afspraken uit echtscheidingsconvenant moeten worden nagekomen, zodat de woning aan een derde moet worden verkocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/618604 / KG ZA 21-379

Vonnis in kort geding van 17 juni 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. H.P. Schouten te Den Haag,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

advocaat mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam.

Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 mei 2021, met producties,

  • -

    de producties van de man,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 3 juni 2021,

  • -

    de pleitnota van mr. Schouten.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Partijen zijn op 27 november 2013 in gemeenschap van goederen gehuwd.

2.2.

Bij beschikking van deze rechtbank van 20 april 2020 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheiding is op 29 september 2020 tot stand gekomen door inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijk stand.

2.3.

Van de echtscheidingsbeschikking maakt een door partijen op 6 maart 2020 ondertekend echtscheidingsconvenant deel uit. Daarin is bepaald:

“(…)

Artikel 5. DE ECHTELIJKE WONING

5.1

De man is d.d. 1 oktober 2013 middels akte van levering – opgemaakt door Van Heeswijk Notarissen N.V. – eigenaar geworden van de woning aan [adres] , [postcode] Hoogvliet Rotterdam. Door het huwelijk van partijen (27-11-2013) valt de woning binnen de gemeenschap van goederen. De echtelijke woning wordt na echtscheiding aan de man toescheiden. Uitsluitend de man wordt eigenaar van het huis na betaling conform 5.2. aan de vrouw. Alle lasten van de woning, en de daaraan verbonden verplichtingen, komen op de man te rusten. Hieronder begrepen de afgesloten Schadeverzekering bij BNP Paribas Cardif en Credit Life International alsook de Overlijdensrisicoverzekering bij N.V. Argenta-Life Nederland.

5.2

Voor de woning is door Quion Hypotheekbemiddeling B.V., handelend onder de naam Hypotrust, een Annuïteitenhypotheek verstrekt van € 119.000.

5.3

De overwaarde van de echtelijke woning komt, na aftrek van de hypothecaire geldlening, aan ieder voor de helft aan partijen toe. De man is verplicht de helft van de overwaarde aan de vrouw in eenmaal te voldoen. Daarop zal een bedrag van € 3.000 (zegge: drieduizend euro) in mindering worden gebracht, ten gunste van de man. De woning is d.d. 23 oktober 2019 door Synchro Makelaardij B.V. getaxeerd op € 195.000 ,- partijen hebben beiden ingestemd met deze taxatie.

5.4

De notaris zal worden verzocht de echtelijke woning, na de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijk stand, toe te scheiden aan de man door levering van het eigenaarsgedeelte van de vrouw aan de man onder gelijktijdig toekennen van de helft van de overwaarde (met aftrek van euro 3.000,-- zegge: drieduizend euro) aan de vrouw.

De man zal uiterlijk binnen 1 maand na datum van de echtscheidingsbeschikking aan de vrouw berichten en aantonen aan de vrouw of hij de financiering rond krijgt voor de overname van het eigenaarsdeel van de vrouw en de betaling van de overwaarde. Indien binnen deze termijn van 1 maand financiering geen optie blijkt, dan zal de woning op Funda worden aangeboden door een erkende makelaar, die door partijen gezamenlijk wordt benoemd. Evenwel zullen partijen ook nog in onderling overleg treden om te bezien hoe groot het eventuele financieringstekort is en of er voor het tekort een afbetalingsregeling kan worden getroffen. Na verkoop aan een derde zal aan de vrouw de helft van de overwaarde worden toegekend, eveneens met de toegezegde aftrek van euro 3.000,-- (zegge: drieduizend euro) ten gunste van de man.

(…)”

2.4.

Na de echtscheiding is de man in de woning aan [adres] , [postcode] in Rotterdam Hoogvliet (hierna: de woning) blijven wonen. De vrouw woont inmiddels elders. De man heeft het aandeel van de vrouw in de woning niet overgenomen.

3. Het geschil

3.1.

De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. de man veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis zijn medewerking te verlenen aan het laten uitvoeren van een taxatierapport door een door partijen in onderling overleg aan te wijzen makelaar (dan wel bij gebreke van tijdige overeenstemming op dat punt aan Synchro Makelaardij B.V.) en aan het verstrekken van een verkoopopdracht onder gebruikelijke voorwaarden aan deze makelaar met betrekking tot de verkoop van de woning en bepaalt dat, indien de man zijn medewerking binnen genoemde termijn weigert, de vrouw namens de man alle ten behoeve van de verkoop noodzakelijk (rechts-)handelingen kan verrichten,

  2. de man veroordeelt om op eerste verzoek van de makelaar, een werknemer van dat kantoor in de gelegenheid stelt de woning te bezichtigen, foto’s te nemen en een omschrijving te maken voor op of in diverse websites of folders,

  3. de man veroordeelt om de woning, tuin, ondergrond en overige toebehoren opgeruimd en in behoorlijke staat te brengen op het moment dat de makelaar foto’s en een omschrijving komt maken,

  4. de man veroordeelt om eventuele potentiële kopers en de makelaar in de woning toe te laten voor eventuele bezichtigingen,

  5. de man veroordeelt om de woning in behoorlijke staat op te stellen voor potentiële kopers,

  6. de man veroordeelt zijn medewerking te verlenen aan het verlijden van een daartoe strekkende akte van levering van de woning, waarbij de woning wordt overgedragen aan een derde, ten overstaan van een nader door de vrouw dan wel de koper aan te wijzen notaris,

  7. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat de man na betekening van het vonnis deze voorwaarden niet nakomt, zulks tot een maximum van € 45.000,00,

  8. de vrouw vervangende toestemming verleent om, indien de man niet op eerste verzoek zijn medewerking verleent aan het hiervoor gevorderde, namens de man alle ten behoeve van de verkoop en levering noodzakelijke (rechts-)handelingen te verrichten en voorts bepaalt dat het vonnis in de plaats wordt gesteld van de wilsverklaring van de man in de verkoopakte en de notariële akten indien de man in gebreke blijft daar uitvoering aan te geven en bepaalt dat de aldus opgemaakte akten in dat geval rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kunnen worden ingeschreven,

  9. de man veroordeelt om direct nadat levering van de woning heeft plaatsgevonden aan de vrouw te betalen het haar toekomende deel van de overwaarde van de woning, berekend als volgt: de verkoopsom van de woning minus de op het moment van levering op de woning rustende hypothecaire schuld, berekend als ware de man zijn verplichtingen uit die hypothecaire geldleningsovereenkomst steeds correct nagekomen, gedeeld door 2 minus een bedrag van € 3.000,00,

  10. met veroordeling van de man in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover indien het verschuldigde niet binnen tien dagen na het vonnis aan de vrouw is voldaan.

3.2.

De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met compensatie van de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

ten aanzien van het spoedeisend belang

4.1.

De man betwist dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. De voorzieningenrechter volgt de man daar niet in. De vrouw heeft toegelicht dat zij na de echtscheiding tijdelijk, in afwachting van haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld en de betaling van de helft van de overwaarde, in een voor haar te dure huurwoning is gaan wonen. Verder heeft zij onweersproken gesteld dat zij de huur van haar huidige woning niet meer kan betalen en een koopwoning kan betrekken indien de man de afspraken uit het echtscheidingsconvenant nakomt. Dit leidt ertoe dat de uitkomst van een bodemprocedure niet door de vrouw kan worden afgewacht.

ten aanzien van de vorderingen

4.2.

Uit het echtscheidingsconvenant volgt dat partijen zijn overeengekomen dat de man uiterlijk binnen een maand na de datum van de echtscheidingsbeschikking aan de vrouw dient te berichten en aan te tonen of hij de financiering voor de overname van de woning rond krijgt en dat, indien dat niet lukt, de woning aan een derde moet worden verkocht. De voorzieningenrechter overweegt dat, nu de termijn van een maand na de echtscheidingsbeschikking van 20 april 2020 is verstreken, de woning in beginsel aan een derde dient te worden verkocht, tenzij de belangen van de man zich daartegen verzetten en/of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.

4.3.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man te kennen gegeven dat hij na de echtscheiding ziek is geworden en de financiering daarom toen niet heeft kunnen regelen. Uit de door de man overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, volgt echter dat hij eind mei/begin juni 2020 ziek is geworden. De voorzieningenrechter overweegt dat, gelet op de datum van de echtscheidingsbeschikking, de termijn van een maand om de financiering rond te krijgen op dat moment al was verstreken. Dit betekent dat de ziekte van de man geen reden vormt om van de afspraak in het echtscheidingsconvenant af te wijken.

De man heeft voorts meegedeeld dat hij nog steeds in staat is om de woning over te nemen. Volgens de man kon hij de financiering niet eerder rond krijgen, omdat hij in afwachting was van een betermelding door de arbo-arts. De man stelt nu nog een aanvullende termijn van acht weken nodig te hebben om de overname van de woning te kunnen regelen. De vrouw heeft in reactie hierop laten weten dat zij door de man aan het lijntje wordt gehouden en dat de advocaat van de man al drie keer heeft laten weten dat de financiering van de woning rond was. Dit wordt bevestigd in een e-mail van 25 februari 2021 van de advocaat van de man aan de advocaat van vrouw, waarin de advocaat van de man schrijft: “maar ik heb u nu 3 keer geïnformeerd dat de financiering rond is en dat de notaris de akten zal opstellen. Daar moet simpelweg op gewacht worden.” Hieruit volgt dat de vrouw inderdaad aan het lijntje wordt gehouden. Dit leidt ertoe dat de woning aan een derde moet worden verkocht.

4.4.

Gelet op het vorenstaande acht de voorzieningenrechter een veroordeling tot – kort gezegd – medewerking aan de overdracht van de woning aan een derde op zijn plaats. Dit betekent dat de vorderingen met inachtneming van het volgende worden toegewezen.

4.5.

De vordering onder 1 wordt toegewezen, waarbij de termijn tot het verlenen van medewerking wordt bepaald op een week. Partijen dienen binnen deze termijn in onderling overleg een makelaar aan te wijzen. Indien zij daar niet in slagen, dient de opdracht tot taxatie en verkoop aan Synchro Makelaardij B.V. te worden verstrekt. Het tweede onderdeel van de vordering (vanaf “bepaalt dat”) wordt afgewezen, nu aan de veroordeling een dwangsom wordt verbonden (zie het hierna overwogene in 4.6.).

4.6.

De vorderingen onder 2 tot en met 5 worden toegewezen op de hierna in de beslissing te vermelden wijze. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat met “de makelaar” het door partijen in onderling overleg aan te wijzen makelaarskantoor dan wel makelaarskantoor Synchro Makelaardij B.V. en de medewerkers van het betreffende kantoor worden bedoeld. Omdat onduidelijk is wat in de vordering onder 3 en 5 met het opgeruimd en in behoorlijke staat brengen van de woning, tuin, ondergrond en overige toebehoren wordt bedoeld, wordt in de beslissing opgenomen dat dit aan de beoordeling van de makelaar wordt overgelaten. Gelet op de (proces)houding van de man worden de vorderingen onder 1 tot en met 5 toegewezen onder oplegging van de dwangsom (als door de vrouw gevorderd onder 7).

4.7.

De voorzieningenrechter begrijpt uit de vordering onder 6 dat de vrouw medewerking van de man verlangt aan de verkoop en levering van de woning aan een derde. De vordering wordt daarom toegewezen op de hierna in de beslissing te vermelden wijze. Het gevorderde onder 8 wordt eveneens toegewezen, in die zin dat, indien de man niet op eerste verzoek van de vrouw medewerking aan de verkoop en levering van de woning verleent, aan de vrouw vervangende toestemming wordt gegeven voor de verkoop en levering van de woning door op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring van de man in de verkoopovereenkomst en in de akte van levering. Gelet daarop bestaat geen reden om aan die veroordeling een dwangsom te verbinden. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding om te bepalen dat de akte rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kan worden ingeschreven.

4.8.

De vordering onder 9 wordt afgewezen. Partijen hebben in artikel 5 van het echtscheidingsconvenant een afspraak vastgelegd over de betaling van het aan de vrouw toekomende deel van de overwaarde van de woning. Er bestaat geen aanleiding om deze tussen partijen geldende afspraak in de beslissing te herhalen.

4.9.

Nu partijen gewezen echtelieden zijn, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de man om binnen een week na betekening van het vonnis zijn medewerking te verlenen aan het laten uitvoeren van een taxatierapport door een door partijen in onderling overleg aan te wijzen makelaar dan wel, bij gebreke van tijdige overeenstemming, aan Synchro Makelaardij B.V. en aan het verstrekken van een verkoopopdracht onder gebruikelijke voorwaarden aan deze makelaar met betrekking tot de verkoop van de woning aan [adres] , [postcode] te Rotterdam Hoogvliet,

5.2.

veroordeelt de man om de makelaar, op eerste schriftelijk verzoek van de makelaar, in de gelegenheid te stellen om de woning te bezichtigen, foto’s te nemen en een omschrijving te maken voor op of in websites of folders,

5.3.

veroordeelt de man om de woning, tuin, ondergrond en overige toebehoren opgeruimd en in behoorlijke staat te brengen, dit ter beoordeling van de makelaar, op het moment dat de makelaar foto’s en een omschrijving komt maken,

5.4.

veroordeelt de man om eventuele potentiële kopers en de makelaar in de woning toe te laten voor eventuele bezichtigingen,

5.5.

veroordeelt de man om de woning in behoorlijke staat op te stellen voor potentiële kopers, dit ter beoordeling van de makelaar,

5.6.

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat de man niet aan de hiervoor in 5.1. tot en met 5.5. uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 45.000,00 is bereikt,

5.7.

veroordeelt de man om op eerste schriftelijk verzoek van de vrouw zijn medewerking te verlenen aan de verkoop aan een derde en de levering van de woning aan die derde ten overstaan van een nader door de vrouw, dan wel de koper, aan te wijzen notaris,

5.8.

bepaalt dat, indien de man niet voldoet aan de veroordeling onder 5.7., dit vonnis in de plaats treedt van de voor de verkoopovereenkomst en akte van levering benodigde wilsverklaring van de man,

5.9.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.11.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2021.

[2971/1659]