Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5597

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-06-2021
Datum publicatie
18-06-2021
Zaaknummer
ROT 20/6801
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging van een tijdelijke aanstelling. Eiseres heeft erkend dat zij examenvoorschriften heeft overtreden en bij vragen daarover niet direct volledig en naar waarheid heeft verklaard. Verweerder mocht op dat moment dan ook concluderen dat eiseres toen niet de benodigde geschiktheid bezat en kon destijds in redelijkheid tot ontslag overgaan. Dat eiseres uiteindelijk de overtreding van de examenvoorschriften heeft opgebiecht en haar jeugdige leeftijd, maken dat niet anders.

Verweerder had eiseres wel duidelijker kunnen vertellen dat ontslag een mogelijk rechtspositioneel gevolg zou kunnen zijn, naast het besluit van de examencommissie om eiseres maatregelen op te leggen, maar dit maakt niet dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Verweerder heeft in voldoende mate een belangenafweging gemaakt. Verweerder heeft op de standpunten van eiseres in de verschillende fase van de besluitvorming acht geslagen en is ook gemotiveerd afgeweken van het advies van de BAC. Verweerder heeft voldoende rekening met de belangen van eiseres gehouden door haar geen onvoorwaardelijk strafontslag maar eervol ongeschiktheidsontslag te verlenen. Eiseres hoefde geen verbeterkans te worden gegeven, omdat eiseres niet per ongeluk een fout heeft gemaakt maar bewust en wel overwogen heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/6801

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. W. de Klein,

en

de korpschef van politie, verweerder,

gemachtigde: mr. C. Matla.

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de tijdelijke aanstelling van eiseres tussentijds beëindigd en heeft verweerder eiseres een bedrag toegekend voor de tijd die aan de opzegtermijn ontbreekt.

Bij besluit van 19 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en haar moeder. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [persoon A] .

Overwegingen

1.1

Eiseres was als aspirant bij verweerder werkzaam.

1.2

De examencommissie heeft bij eiseres een onregelmatigheid bij de portfolio opdracht ‘Ethisch Dilemma’ vastgesteld. De examencommissie heeft daarop besloten dat eiseres het examen opnieuw moet uitvoeren, dat zij niet meer voor cum laude afstuderen in aanmerking komt en dat haar opleiding voor acht maanden wordt opgeschort.

De examencommissie heeft hiervoor de volgende motivering gegeven:

“Je hebt door het inleveren van een ander dilemma dan die van jezelf en het tot twee maal toe ontkennen hiervan een ethische grens overschreden en de kernwaarde Integriteit geschonden.

De kernwaarden van de Nationale Politie, waarvan Integriteit er één is, worden in de cursus Ethische dilemma’s nadrukkelijk behandeld. Je hebt binnen het onderwijs niet laten zien dat je hier naar hebt gehandeld en ook de examencommissie heb je niet kunnen overtuigen dat je hier naar gaat handelen. Je hebt tijdens het hoorgesprek op 17 oktober 2019 weliswaar aangegeven dat je spijt hebt van het feit dat je gelogen hebt over het gebruik van de casus van je vriend en dat je betrouwbaar en integer bent naar familie en vrienden. Van een persoonlijke reflectie op het gebeurde en inzicht in wat een dilemma voor jou persoonlijk betekent, was tijdens het hoorgesprek geen sprake en heb je geen antwoord kunnen geven.”

Eiseres heeft tegen dit besluit van de examencommissie geen bezwaar gemaakt.

2

2.1

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd en is daarmee van het advies de Bezwaaradviescommissie HRM (BAC) afgeweken.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres door haar handelwijze rondom de portfolio-opdracht ‘Ethische Dilemma’ niet voldoet aan de geschiktheidseisen die redelijkerwijze aan een politieambtenaar mogen worden gesteld. Eiseres heeft een op punten aangepast werkstuk van een ander ingediend zonder daarbij de bron te vermelden en heeft daarover tweemaal gelogen. Door deze handelwijze heeft eiseres volgens verweerder het vertrouwen in haar integriteit en betrouwbaarheid ernstig geschaad.

Omvang van het geschil

3

3.1

De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit uit twee deelbesluiten bestaat, namelijk het besluit om de tijdelijke aanstelling van eiseres tussentijds te beëindigen en het besluit om eiseres een bedrag uit te keren vanwege het voor het einde van de opzegtermijn laten ingaan van dat ontslag. Eiseres heeft alleen tegen dat eerste deelbesluit beroeps-gronden ingediend, zodat de rechtbank zich in haar uitspraak tot dat deelbesluit beperkt.

3.2

Eiseres heeft verzocht om de inhoud van het advies van de BAC als herhaald en ingelast te beschouwen en het als een zelfstandig beroepsgrond aan te merken. Zonder aan te geven in welk opzicht, in haar visie, de reactie van verweerder in het bestreden besluit op dat advies ontoereikend is, is het advies van de BAC echter onvoldoende om als een beroepsgrond aan te merken. De rechtbank zal zich in haar uitspraak dan ook beperken tot de door eiseres in het beroepschrift genoemde gronden.

3.3

De rechtbank gaat niet in op de vraag of het handelen van eiseres als plichtsverzuim kan worden aangemerkt waarvoor een disciplinaire straf gerechtvaardigd kan zijn. Eiseres is immers geen strafontslag verleend.

Ontslag

4

4.1

Eiseres voert aan dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Ook heeft verweerder geen of in onvoldoende mate een belangenafweging gemaakt en, meer in het bijzonder, in strijd met het evenredigheidsbeginsel gehandeld. Zo heeft verweerder miskend dat eiseres slechts eenmalig een beperkt deel van de tekst van een ander werkstuk heeft overgenomen, dat zij dit uiteindelijk zelf heeft opgebiecht en dat zij de Politieacademie verder vlekkeloos heeft doorlopen. Ook was eiseres pas 20 jaar toen de situatie speelde. Dit is van belang, omdat wetenschappelijk bezien hersenen van jongvolwassenen niet eerder dan bij het bereiken van de leeftijd van 25 jaar volledig zijn gerijpt. Verder kon eiseres niet weten dat verweerder alsnog tot ontslag zou overgaan. Verweerder heeft zonder nader onderzoek en zonder eiseres daarover te bevragen rauwelijks het ontslagvoornemen geuit. Ook heeft verweerder geen acht geslagen op wat eiseres heeft aangevoerd en wat de BAC heeft overwogen en stond het ontslag bij het voornemen al vast. Daarnaast heeft verweerder in strijd met de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht gehandeld en is hij op de stoel van de rechter gaan zitten door zich op rechtspraak te beroepen. Hierbij heeft verweerder naar uitspraken verwezen die niet met de situatie van eiseres zijn te vergelijken. Verder blijkt uit een aantal verklaringen van politieambtenaren dat zij het ontslag niet proportioneel vinden.

Mocht verweerder in redelijkheid tot het ontslag overgaan?

5

5.1

Eiseres is met toepassing van artikel 89, vierde lid, aanhef en onder a, van het Besluit algemene rechtspositie politie ontslag verleend. Deze bepaling maakt het mogelijk om een aspirant gedurende de politieopleiding eervol ontslag te verlenen als er is gebleken dat de aspirant niet de geschiktheid bezit die voor de dienst wordt vereist. Verweerder is tot dit ontslag overgegaan, omdat eiseres een op punten aangepast werkstuk van een ander heeft ingediend zonder daarbij de bron te vermelden en daarover tweemaal heeft gelogen.

5.2

Uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat bij politie-ambtenaren hoge eisen aan de integriteit en betrouwbaarheid mogen worden gesteld
(de uitspraak van de CRvB van 17 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3213).

Uit de door beide partijen aangehaalde uitspraak van de CRvB van 23 september 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BO0284) blijkt dat het overtreden van examenvoorschriften en het niet direct bij vragen daarover volledig en naar waarheid verklaren in strijd met die hoge eisen is.

Eiseres heeft de haar verweten handelingen erkend. Verweerder mocht op dat moment dan ook concluderen dat eiseres toen niet de benodigde geschiktheid bezat en kon destijds in redelijkheid tot ontslag overgaan.

5.3

Dat in de uitspraak van de CRvB van 23 september 2010 sprake is van tweemaal het overtreden van de examenvoorschriften en het niet bekennen van deze overtredingen en bij eiseres eenmaal een overtreding en het wel bekennen van deze overtreding, leidt niet tot een andere conclusie. Het verschil tussen het aantal overtreding is daarvoor te klein. Ook heeft eiseres eerst meerdere keren de overtreding ontkend en heeft zij dus niet direct volledig en naar waarheid verklaard.

5.4

Dat wetenschappelijk bezien hersenen van jongvolwassenen bij de leeftijd van 25 jaar volledig zijn gerijpt en eiseres pas 20 jaar was toen de situatie speelde, leidt ook niet tot een andere conclusie. Op de leeftijd van 20 jaar hebben jongvolwassenen al vaker met examens, tentamens of andere vormen van toetsing te maken gehad. Eiseres had in redelijkheid dan ook kunnen weten dat zij de examenvoorschriften moet opvolgen en niet (delen van) een werkstuk van een ander behoort in te leveren. De rechtbank is ook niet gebleken dat eiseres niet in staat was om de ontoelaatbaarheid van haar handelingen in te zien. Verder verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de CRvB van 24 augustus 2017 (ECLI:NL:CRVB:2018:2913) waarin de CRvB heeft geoordeeld dat een jeugdige leeftijd op zich onvoldoende is om te oordelen dat het bestuursorgaan in redelijkheid niet van zijn ontslagbevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

5.5

Daarnaast is de rechtbank gebleken dat het werkstuk van eiseres en het werkstuk van de andere persoon in grote mate overeenkomsten vertonen. Hierbij geldt dat de aanpassingen die eiseres heeft doorgevoerd voor een deel alleen bestaan uit het aanpassen van de volgorde van bepaalde punten en uit het gebruik van andere woorden met dezelfde strekking. Er kan dus niet worden gesproken over het overnemen van maar een beperkt deel van het andere werkstuk.

Heeft verweerder de bestreden besluitvorming zorgvuldig voorbereid?

6

6.1

Eiseres heeft tegen de maatregelen van de examencommissie geen bezwaar gemaakt en heeft de handelingen die haar worden verweten erkend. De rechtbank ziet dan ook niet in waarom verweerder voor het voornemen nog onderzoek had moeten verrichten of eiseres had moeten bevragen. Daarbij is eiseres na het voornemen in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze op dat voornemen schriftelijk en mondeling te geven en daarvan heeft zij ook gebruikgemaakt. Zij heeft dan ook haar visie op de gehele situatie kunnen geven, voordat verweerder daadwerkelijk een besluit heeft genomen. Verweerder heeft de bestreden besluitvorming dan ook zorgvuldig voorbereid.

6.2

Dat eiseres voor het voornemen niet kon weten dat verweerder daadwerkelijk tot ontslag zou overgaan nadat de examencommissie genoemde maatregelen heeft opgelegd, omdat de relevante bepaling uit de onderwijs – en examenregeling (OER) een kan-bepaling is, maakt niet dat de bestreden besluitvorming onzorgvuldig is voorbereid. Het doel van het voornemen is juist om een belanghebbende te informeren dat het bestuursorgaan een besluit wil gaan nemen. Daarbij vindt de rechtbank wel dat verweerder duidelijker en vollediger richting eiseres had kunnen communiceren, zodat het ontslagvoornemen voor eiseres minder rauwelijks zou zijn gekomen. Nu heeft verweerder alleen verteld dat het besluit van de examencommissie rechtspositionele gevolgen zou hebben, maar verweerder had daarbij ook concreet kunnen aangeven dat ontslag een dergelijk gevolg zou kunnen zijn. Temeer nu verweerder op zitting duidelijk heeft verklaard dat hij als lijn hanteert dat een aspirant bij fraude en liegen daarover ontslag wordt verleend, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Gelet op die lijn vindt de rechtbank het ook opmerkelijk dat eiseres niet direct na het besluit van de examencommissie in afwachting van nadere besluitvorming is geschorst, maar dat zij zelfs nog enkele dagen na het besluit van de examencommissie heeft gewerkt. Deze onzorgvuldigheden verdienen dan ook geen schoonheidsprijs, maar zijn op zich geen reden om te concluderen dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid.

Heeft verweerder in voldoende mate een belangenafweging gemaakt?

7

7.1

In het bestreden besluit heeft verweerder gemotiveerd op welke punten en waarom hij van het advies van de BAC afwijkt. Hierbij gaat verweerder onder andere in op de standpunten van eiseres over haar leeftijd en dat zij niet kon weten dat verweerder naast de maatregelen van de examencommissie nog consequenties aan haar handelingen zou kunnen verbinden. Ook gaat verweerder in op het standpunt van eiseres dat zij uiteindelijk zelf bij de docent heeft opgebiecht dat zij voor de opdracht een casus van een ander heeft gebruikt. In het primaire besluit is verweerder ingegaan op de standpunten die eiseres in haar zienswijze tegen het voorgenomen besluit heeft ingenomen. Verweerder heeft in de verschillende fase van de besluitvorming voldoende acht geslagen op de standpunten van eiseres en ook van het advies van de BAC is verweerder gemotiveerd afgeweken. Verweerder heeft in voldoende mate een belangenafweging gemaakt. Dat eiseres het niet met de uitkomst van de belangenafweging eens is, maakt niet dat er geen belangafweging heeft plaatsgevonden.

7.2

Dat verweerder ten onrechte verwijst naar de beperktere rechterlijke toetsing, maakt in deze zaak niet dat de belangenafweging onvoldoende is geweest. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat er ook daadwerkelijk een beperkte heroverweging heeft plaatsgevonden of dat de grondslag van het bezwaar niet de basis van deze heroverweging is geweest.

7.3

Dat voor verweerder bepaalde handelingen zogenaamde ‘no-go onderwerpen’ zijn, maakt niet dat de uitkomst al bij het voornemen vaststond. De rechtbank is gebleken dat met de ‘no-go onderwerpen’ alleen wordt bedoeld dat er handelingen zijn die voor verweerder niet acceptabel zijn. De rechtbank is verder niet gebleken dat verweerder aan die handelingen blind en zonder afweging van wederzijdse belangen rechtspositionele gevolgen verbindt. Verweerder heeft op zitting verklaard dat hij heeft onderzocht of er bijzondere omstandigheden zijn, maar dat hij in hetgeen door eiseres is aangevoerd geen aanleiding heeft gezien om bijzondere omstandigheden aan te nemen.

Heeft verweerder in strijd met het evenredigheidsbeginsel gehandeld?

8

8.1

Zoals uit de in 5.2 genoemde uitspraak van de CRvB van 23 september 2010 blijkt, zijn de handelingen die eiseres heeft verricht voldoende om tot onvoorwaardelijk strafontslag over te gaan. Een dergelijk ontslag wordt niet eervol verleend en daarbij bestaat het risico dat er geen aanspraak op een werkloosheidsuitkering kan worden gemaakt. Verweerder heeft echter gekozen om eiseres eervol ontslag te verlenen. Hiermee heeft verweerder voldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres en de omstandigheid dat eiseres de Politieacademie verder vlekkeloos heeft doorlopen. Verweerder heeft dan ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel gehandeld.

8.2

Dat eiseres eenmalig een fout heeft gemaakt en dat haar geen verbeterkans is gegeven, maken niet dat het ontslag niet evenredig is. Eiseres is geen ontslag verleend omdat zij disfunctioneerde, maar omdat zij de examenvoorschriften heeft overtreden en daarover niet direct de waarheid heeft gesproken. Daarbij gaat het in het geval van eiseres om niet-integer handelen bij het opleidingsonderdeel waar integriteit juist centraal staat. Ook is er geen sprake van het per ongeluk een fout maken. Eiseres kwam in tijdsnood en heeft vervolgens besloten om een werkstuk van een ander te gebruiken en deze eerst aan te passen voordat zij het werkstuk indiende. Eiseres heeft dus bewust en weloverwogen gehandeld.

8.3

Dat er politieambtenaren zijn die het ontslag niet evenredig vinden, maakt ook niet dat het ontslag niet evenredig is. Dit zijn slechts persoonlijke meningen van enkele politieambtenaren waarvoor gelet op de inhoud daarvan bij de evenredigheidstoets geen rol is weggelegd.

Conclusie

9

9.1

Het beroep is ongegrond.

9.2

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.F.H.M. Terstegge, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 juni 2021.

De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.