Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5497

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
24-06-2021
Zaaknummer
C/10/617514 / JE RK 21-1115
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/617514 / JE RK 21-1115

datum uitspraak: 3 juni 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 april 2021, ingekomen bij de griffie op

26 april 2021;

- het e-mailbericht van de moeder van 27 mei 2021;

- het e-mailbericht van de GI van 1 juni 2021.

Op 3 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam ] .

[naam kind] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hier geen gebruik

van gemaakt.

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 12 juni 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 12 juni 2021.

Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar.

Het standpunt van de GI

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [naam kind] heeft een positieve start gemaakt op school. Desondanks verloopt zijn gedrag nu minder positief. Vorige week heeft er een gesprek plaatsgevonden met de moeder, het Schreuder College en Stichting Urban Skillsz. Gebleken is dat [naam kind] met regelmaat te laat komt op school. Daarnaast vertoont [naam kind] zelfbepalend gedrag en is zijn concentratie een punt van aandacht. [naam kind] geeft aan graag te willen werken aan het (verminderen van) schelden. Verder is de jeugdreclassering betrokken in het kader van Toezicht & Begeleiding. Op dit moment is er sprake van een tweesporenbeleid, bestaande uit de Waag en Stichting Urban Skillsz. De moeder en [naam kind] staan op de wachtlijst voor de Waag. De GI hoopt dat er binnen zes weken een intake kan plaatsvinden. De moeder heeft aangedragen om in de tussentijd een jongerencoach vanuit Stichting Urban Skillsz in te zetten. De GI zet zich hiervoor in. Daarnaast is er vanuit Stichting Urban Skillsz aangegeven vooruitgang te zien. De opties voor regulier/speciaal onderwijs en School 2 Care zijn besproken. Tot slot verloopt het contact tussen [naam kind] en de vader goed. Indien [naam kind] vaker naar de vader wil, dan kan dat. De Multi Systeem Therapie (MST) heeft het gezin positief afgerond in september 2020.

Het standpunt van de moeder

De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de GI.

Ondanks dat [naam kind] behandeling nodig heeft, is dit tot op heden nog niet van de grond gekomen. [naam kind] heeft veel om aan te werken. Er is sprake geweest van verbale en fysieke agressie. De frequentie hiervan is echter verminderd. Daarnaast is het zelfvertrouwen van [naam kind] beschadigd. Het is van belang dat [naam kind] passende behandeling krijgt en dat dit zo snel mogelijk wordt opgestart.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] nog ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [naam kind] vertoont zelfbepalend gedrag en hij heeft moeite met zijn emotieregulatie. [naam kind] vindt het lastig om zich aan afspraken te houden en gezag te accepteren. [naam kind] heeft een goede start gemaakt bij Urban Skillsz, maar vertoonde daarna onvoldoende inzet en hij is regelmatig te laat op school. Bovendien is er sprake geweest van agressief gedrag en conflicten. Desondanks is er in de afgelopen periode een prille vooruitgang zichtbaar en is MST positief afgerond. Tevens zijn de moeder en [naam kind] aangemeld voor behandeling bij de Waag. Ook het contact tussen [naam kind] en de vader verloopt goed.

Tot op heden zijn de ouders bereid, maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging van [naam kind] onder eigen verantwoordelijkheid te doen afwenden. De kinderrechter acht de voortzetting van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer van belang om de situatie te monitoren, om de noodzakelijk geachte hulpverlening te continueren, om de ouders te ondersteunen en om de belangen van [naam kind] te behartigen. De kinderrechter zal het verzoek van de GI dan ook toewijzen voor de periode zoals is verzocht. In de komende periode is het van belang dat de behandeling bij de Waag wordt opgestart en dat [naam kind] zich inzet voor Stichting Urban Skillsz.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar.

De beslissing
De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 12 juni 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2021 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.G.L. van der Linden als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 juni 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.