Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5435

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
10/164883-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 317 Sr. Verdenking van het plegen van een gewapende overval in 2017. Op voorwerpen die in de buurt van de plaats delict zijn gevonden, is zeer waarschijnlijk DNA van de verdachte aangetroffen. Vastgesteld wordt dat die voorwerpen van de dader zijn. Omdat een redelijke verklaring van de verdachte voor de aanwezigheid van zijn DNA ontbreekt, komt de rechtbank op grond van de onderzoeksbevindingen tot een bewezenverklaring. Volgt een veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/164883-19

Datum uitspraak: 11 juni 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. B. Temeltasch, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.H. Balk heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede ambtshalve oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer] ter hoogte van € 850,-, vermeerderd met de wettelijke rente, subsidiair een geldboete van € 850,- subsidiair 17 dagen vervangende hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte een geladen vuurwapen voorhanden heeft gehad en daarmee de onder 1 ten laste gelegde overval heeft gepleegd. De verdachte heeft dit feit steeds ontkend en de door de aangeefster en getuigen gegeven signalementen en de resultaten van het DNA-onderzoek naar de in het park aangetroffen handschoenen, sjaal en bivakmuts zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te kunnen komen.

Beoordeling

Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen staat het volgende vast.

Op 19 januari 2017 omstreeks 19:00 uur is een gewapende overval gepleegd op het Chinees restaurant ‘ [naam restaurant] ’, gevestigd aan het [adres delict] te Dordrecht, waarvan de aangeefster [naam slachtoffer] (hierna: de aangeefster) de eigenaar is. Op het moment dat er geen klanten in het restaurant waren, kwam de dader het restaurant binnen. Zijn gezicht was bedekt met een bivakmuts en hij droeg ook een sjaal. Hij had een vuurwapen in zijn hand en riep ‘overval, overval’. Hij ging naar de bestelbalie, richtte daar het vuurwapen op de aangeefster en zei ‘geld, geld, snel, snel’. Vervolgens kwam hij achter de balie en sloeg hij twee keer op de kassalade. De aangeefster opende toen de kassa, haalde het geld eruit en gaf het aan de dader. Het betrof in totaal ongeveer een bedrag van € 850,-. De dader deed het geld in een plastic zak die hij bij zich had en rende vervolgens weer naar buiten. Hij duwde daarbij een klant, die net het restaurant binnen wilde gaan, aan de kant.

De aangeefster, haar man die ook in het restaurant was, deze klant en twee personen die buiten vlakbij het restaurant stonden, zagen de dader wegrennen. Hij rende richting de Dennenlaan en vervolgens op de Dennenlaan in de richting van de Dubbelsteynlaan West.

Een man en een vrouw, die op de Dennenlaan liepen, zagen een man vanaf de Dennenlaan richting de Dubbelsteynlaan West rennen en vervolgens richting de ingang van het aldaar gelegen Dubbelsteynpark. Zij hebben dit verteld aan de ter plaatse gekomen agenten, die positie hadden ingenomen op de locatie Wilgenlaan en Dennenlaan.

De politie heeft vervolgens het Dubbelsteynpark afgezocht met gebruikmaking van een politiehond. Daarbij is in het park, aan de zijde van de Cederlaan, in de bosjes verspreid over een gebied van ongeveer vijf vierkante meter een aantal voorwerpen aangetroffen. Het betrof een zwart windjack, een zwarte sjaal, een zwarte bivakmuts waarin twee ooggaten geknipt waren, een zwarte joggingbroek, één paar blauwkleurige schoenen met witte strepen, één paar zwarte handschoenen, een zwarte revolver met een bruine handgreep en een plastic tas. Uit onderzoek is gebleken dat de revolver een omgebouwd gasrevolver betreft waarmee scherpe munitie kan worden afgevuurd. In deze revolver zijn zes bijbehorende kogelpatronen aangetroffen.

De rechtbank stelt vast dat deze voorwerpen - die kort na en dichtbij de plaats van de overval in het park zijn aangetroffen - van de dader zijn. Deze voorwerpen komen nagenoeg geheel overeen met de omschrijving die de aangeefster heeft gegeven van de kleding, de schoenen, het vuurwapen en het plastic tasje van de dader. Ook blijkt uit de wijze waarop deze voorwerpen zijn aangetroffen dat deze in grote haast zijn uitgetrokken en achtergelaten. De schoenen waren nog gestrikt en het windjack en de joggingbroek waren binnenstebuiten gekeerd. Verder komt ook de omschrijving door de twee passanten op de Dennenlaan van de man die richting de ingang van het Dubbelsteynpark rende overeen met het signalement van de dader dat door de aangeefster en de andere getuigen is gegeven. Daarnaast zijn er kort na het aantreffen van deze voorwerpen ook meerdere muntstukken van 1 en 2 euro aangetroffen aan het begin van de Dennenlaan en blijkt uit de aangifte dat het door de verdachte meegenomen geldbedrag ook uit dat soort munten bestond.

Onder andere de sjaal en de bivakmuts zijn bemonsterd op de aanwezigheid van DNA en deze bemonsteringen zijn voor verdere analyse door het Nederlands Forensisch Instituut verstuurd naar “The Maastricht Forensic Institute” (TMFI) en daar onderzocht.

Uit de bemonstering van de sjaal is een DNA-mengprofiel verkregen, met daarin een DNA-hoofdprofiel dat afkomstig is van een man. Nadat het DNA-profiel van de verdachte na een veroordeling op 1 maart 2019 in de DNA-databank werd opgenomen en werd vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen, bleek het DNA-hoofdprofiel dat is aangetroffen op de sjaal volledig te matchen met het DNA-profiel van de verdachte.

Uit de bemonstering van de bivakmuts is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie personen, van wie zeker één man. Na vergelijking met het DNA-profiel van de verdachte is door het TMFI geconcludeerd dat de verdachte één van de donoren hiervan kan zijn. Het TMFI heeft geconcludeerd dat de resultaten van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker (10.000-1.000.000) zijn wanneer deze bemonstering DNA bevat van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen dan wanneer deze DNA bevat van drie onbekende, niet verwante personen.

De rechtbank stelt vast dat deze resultaten in extreem sterke mate er op wijzen dat de op de sjaal en de bivakmuts aangetroffen DNA-profielen zijn veroorzaakt door de verdachte. Verder stelt de rechtbank vast dat de verdachte, gelet op zijn eigen verklaring hierover bij de politie, ook qua postuur en lengte past in de gegeven signalementen en dat zijn schoenmaat overeen komt met die van de aangetroffen schoenen.

Deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, zijn in sterke mate redengevend voor de betrokkenheid van de verdachte bij de overval. De verdachte heeft hierover niet bij de politie, maar evenmin op de zitting een verklaring gegeven. Een redelijke verklaring van hem die de genoemde redengevendheid ontzenuwt, ontbreekt dus. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 ten laste gelegde gewapende overval heeft gepleegd. Deze overval is te kwalificeren als afpersing omdat de verdachte door geweld en bedreiging met geweld de aangeefster heeft gedwongen tot afgifte van het geldbedrag.

Gelet op het voorgaande is ook bewezen dat de verdachte een vuurwapen met munitie voorhanden heeft gehad, zoals onder 2 ten laste is gelegd.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 19 januari 2017 te Dordrecht

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of restaurant ' [naam restaurant] ',

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- met een bivakmuts en/of sjaal over/voor zijn, verdachtes, gezicht betreden van voornoemd restaurant en

- daarbij dreigend tonen/voorhouden van een vuurwapen aan die [naam slachtoffer] en

- vervolgens dreigend richten van voornoemd vuurwapen op die [naam slachtoffer] en

- vervolgens slaan op/tegen een kassalade en

- daarbij dreigend aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de woorden: "overval, overval" en "geld, geld, snel, snel";

2.

hij op 19 januari 2017 te Dordrecht

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver (merk: BBM /type: OLYMPIC 38 / kaliber: .22LR),

en

voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2, lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 kogelpatronen (merk: REMMINGTON / kaliber: .22LR), voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

afpersing;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit

begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een restaurant.

Hij is het restaurant gemaskerd en bewapend met een geladen vuurwapen binnengegaan en heeft het slachtoffer, de eigenaar van het restaurant, onder bedreiging met dit vuurwapen gedwongen tot afgifte van het geld uit de kassa. Dit betrof een bedrag van ongeveer € 850,-. De verdachte heeft daarmee het slachtoffer en de overige aanwezige medewerkers van het restaurant grote schrik aangejaagd en het slachtoffer/het restaurant financieel nadeel toegebracht. De verdachte heeft zich kennelijk enkel laten leiden door zijn zucht naar geld, zonder stil te staan bij de gevolgen hiervan voor het slachtoffer en de overige aanwezigen. Een gewapende overval is een bijzonder beangstigende en ingrijpende gebeurtenis. Slachtoffers daarvan kunnen nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hun is aangedaan. Een dergelijk feit veroorzaakt ook in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid. Dit alles wordt de verdachte zwaar aangerekend.

Ook het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie is een ernstig strafbaar feit. Vuurwapenbezit en -gebruik vormen een onaanvaardbaar risico in de maatschappij. Vuurwapengeweld leidt regelmatig tot slachtoffers en het gebruik, ook als dreigmiddel, van een vuurwapen brengt gevoelens van onveiligheid teweeg bij directe slachtoffers, maar ook in bredere zin in de samenleving. Ook hiertegen dient, in het bijzonder uit een oogpunt van generale preventie, streng te worden opgetreden. Om die reden is voor vuurwapenbezit of het dreigen ermee een gevangenisstraf van enkele maanden uitgangspunt van bestraffing.

De rechtbank heeft in een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 mei 2021 gezien dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Wel is hij in 2018, dus na het plegen van dit feit, veroordeeld voor mishandeling (huiselijk geweld).

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

In deze zaak is nog geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar, omdat de verdachte pas in juli 2019 (na de DNA-match) is aangehouden. Wel betreft het een feit van ruim vier jaar geleden en heeft het ook bijna twee jaar geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld. Evenals de officier van justitie weegt de rechtbank dit tijdsverloop in strafmatigende zin mee.

Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor ambtshalve oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van € 850,-. Het slachtoffer heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen vordering ingediend als benadeelde partij. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de schade kennelijk reeds is vergoed dan wel dat zij om haar moverende redenen geen prijs stelt op vergoeding van de schade.

Ook wordt geen reden gezien om naast voornoemde gevangenisstraf nog een geldboete ter hoogte van genoemd bedrag op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. W.A.F. Damen en M.J.M. van Beckhoven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 19 januari 2017 te Dordrecht

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of restaurant ' [naam restaurant] ',

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- met een (bivak)muts en/of sjaal over/voor zijn, verdachtes, gelaat/gezicht betreden van voornoemd restaurant en/of

- ( daarbij) (vervolgens) dreigend tonen/voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) (dreigend) richten van voornoemd vuurwapen op die [naam slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (met kracht) slaan op/tegen een kassa(lade) en/of

- ( daarbij) dreigend aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de woorden: "overval, overval" en/of "geld, geld, snel, snel", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(art. 317 Wetboek van Strafrecht)

(art. 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 19 januari 2017 te Dordrecht

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver (merk: BBM /type: OLYMPIC 38 / kaliber: .22LR),

en/of

(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2, lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 kogelpatronen (merk: REMMINGTON / kaliber: .22LR),

voorhanden heeft gehad;

(art. 26 jo 55 Wet wapens en munitie)

(art. 26 lid 1 Wet wapens en munitie)