Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5401

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
14-06-2021
Zaaknummer
10/244492-18 en 10/190520-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld en openlijke geweldpleging

Oplegging van een deels voorwaardelijke taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Team Straf 1

Parketnummers: 10/244492-18 en 10/190520-18

Datum uitspraak: 19 mei 2021

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] .

Advocaat van de verdachte: mr. G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam

Officier van justitie: mr. A.H.A. de Bruijne

Gemachtigde van de benadeelde partij [naam benadeelde] : dhr. [naam gemachtigde]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting 19 mei 2021.

Inhoudsopgave van dit vonnis

De verdachte wordt beschuldigd van het met geweld stelen van een telefoon en afpersen van een geldbedrag van twee slachtoffers door te dreigen hen dood te schieten en door een van hen te slaan. Daarnaast wordt hij beschuldigd van het plegen van openlijk geweld door op de openbare weg samen met een ander een slachtoffer met een stok en een waterpas te slaan De volledige tekst van de beschuldiging zoals deze door de officier van justitie is opgeschreven in de tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit vonnis.

De rechtbank vindt de beschuldigingen bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bewijsmiddelen zijn in hoofdstuk 2 van dit vonnis uiteengezet.

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet verboden gedragingen waar straf op staat. Welke verboden gedragingen dat zijn, is omschreven in hoofdstuk 3 van dit vonnis. In dat hoofdstuk worden ook de strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van de verdachte besproken.

De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met aftrek van de dagen die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Hoofdstuk 4 van dit vonnis vermeldt alle onderdelen van de straf en de motivering daarvan.

De benadeelde partij [naam benadeelde] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De rechtbank wijst de vordering deels toe en verbindt daaraan de schadevergoedingsmaatregel. Voor een ander deel van de vordering verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De beslissing van de rechtbank wordt uiteengezet in hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6 sluit dit vonnis af met een korte weergave van alle beslissingen en de ondertekening door de rechters en de griffier.

1. De beschuldiging in de tenlastelegging

Feit 1 1

hij op of omstreeks 24 augustus 2018 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk: Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 160 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam escortbureau] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal

  • -

    aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] (op dreigende wijze) toevoegen van de woorden: ‘Ik ga jullie (dood)schieten’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    die [naam slachtoffer 2] in/op/tegen het gezicht en/of hoofd te stompen/slaan en/of

  • -

    (onverhoeds) die telefoon uit de handen van die [naam slachtoffer 1] te rukken/trekken;

Feit 2 2

hij op of omstreeks 25 september 2018 te Rotterdam openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de [plaats delict] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] , welk geweld bestond uit

  • -

    voornoemde [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] achterna rennen en/of

  • -

    met meerdere mensen omsingelen van voornoemde [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of

tegen het lichaam slaan van voornoemde [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] met een bezemsteel en/of een waterpas en/of een stok.

1.

2. De beslissingen over het bewijs

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat de feiten bewezen kunnen worden.

Bewezenverklaring

De rechtbank vindt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de feiten heeft begaan op de volgende manier:

Feit 1

hij op 24 augustus 2018 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 160 euro, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] of [naam escortbureau] , welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

  • -

    aan die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 1] op dreigende wijze toevoegen van de woorden: ‘Ik ga jullie schieten’ en

  • -

    die [naam slachtoffer 2] tegen het gezicht slaan en

  • -

    onverhoeds die telefoon uit de handen van die [naam slachtoffer 1] trekken.

Feit 2

hij op 25 september 2018 te Rotterdam openlijk, te weten op de openbare weg, de [plaats delict] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit

  • -

    voornoemde [naam slachtoffer 3] achterna rennen en

  • -

    met meerdere mensen omsingelen van voornoemde [naam slachtoffer 3] en

  • -

    tegen het lichaam slaan van voornoemde [naam slachtoffer 3] met een bezemsteel en een waterpas.

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring steunt op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen

1. Onderzoek van de politie, verklaring van [naam slachtoffer 2] :3

Op 24 augustus 2018 was ik in Hoogvliet, gemeente Rotterdam. Ik zag een man staan en hoorde hem roepen: ‘Ik wil mijn geld terug. Ik ga jullie schieten!’ Ineens voelde ik dat de man mij een klap op mijn gezicht gaf. Ik voelde pijn en werd duizelig. De man trok de telefoon uit de hand van [naam slachtoffer 1] en rende weg. Ik heb de man160 euro gegeven.

2. Onderzoek van de politie, verklaring van [naam slachtoffer 1] :4

Op 24 augustus 2018 was ik in Hoogvliet. Ik was daar gebracht door [naam slachtoffer 2] . Ik zag dat de man waar ik voor gekomen was ruzie had met [naam slachtoffer 2] . Ik hoorde de man tegen hem schreeuwen dat hij zijn geld terug wilde hebben en dat hij ons anders dood zou schieten. Ik zag dat de man hem in zijn gezicht sloeg. De man bleef schreeuwen dat hij zijn geld terug wilde hebben daar hij anders zou gaan schieten.

3. Onderzoek van de politie, verklaring van [naam slachtoffer 3] :5

Op maandag 25 september 2018 op de [plaats delict] in Rotterdam renden een man genaamd [naam persoon] en een van zijn medewerkers achter mij aan. [naam persoon] en de medewerker die een bezemsteel in zijn handen had bleven om mij heen staan. Ik zag dat [naam persoon] mij ging slaan met een aluminium waterpas en een medewerker mij sloeg met de bezemsteel.

4. Onderzoek van de politie, verklaring van [naam slachtoffer 4] : 6

Op 25 september 2018 was ik samen met [naam slachtoffer 3] aan de [plaats delict] in Rotterdam. Ik zag dat een man die ik ken als [naam persoon] meerdere malen [naam slachtoffer 3] sloeg met een waterpas. Ik zag dat een andere man [naam slachtoffer 3] twee maal sloeg met een stok.

3. De verboden gedragingen en de strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten zijn in de wet verboden gedragingen en leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

afpersing;

Feit 2

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. De onderbouwing van de straf

Inleiding

De rechtbank zal in dit hoofdstuk beslissen dat aan de verdachte een straf wordt opgelegd en zal uitleggen waarom. Daartoe zullen eerst de feiten en omstandigheden worden besproken die bij de strafoplegging een rol spelen. Dan volgen de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die van belang zijn. Daarna zal de eis van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging over de straf worden besproken. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de concrete afwegingen van de rechtbank die tot de genoemde straf die aan de verdachte wordt opgelegd heeft geleid.

Feiten en omstandigheden

Verdachte heeft op twee dagen in ongeveer een maand tijd geweld gebruikt tegen meerdere personen. Beide keren was de aanleiding zijn boosheid over in zijn ogen niet of onvoldoende geleverde diensten. Hij heeft daarbij niet alleen fysiek geweld gebruikt waardoor slachtoffers gewond zijn geraakt, maar ook de slachtoffers angst aangejaagd. In het ene geval door hen te dreigen dood te schieten, in het andere geval door hen te proberen op te sluiten in een woning totdat zij zouden doen wat hij wilde. In dat laatste geval was het door de verdachte en zijn mededader gepleegde geweld zelfs dusdanig dat de waterpas en de bezemsteel die gebruikt werden, op de arm van het slachtoffer doormidden geslagen zijn.

In beide gevallen vonden het geweld plaats op de openbare weg, waarbij in een geval ook een omwonende getuige was van het geweld.

Persoonlijke omstandigheden

Strafblad

De rechtbank heeft een uittreksel uit de justitiële documentatie ingezien, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 april 2021. Dit rapport houdt zakelijk weergegeven het volgende in.

Er is bij de verdachte sprake van problematiek op gebied van psychosociaal functioneren, waarbij het met name gaat om gebrekkige coping vaardigheden en (verbale) agressie. Hij heeft een forse verstandelijke beperking (IQ 56) en deze beperking en de bijbehorende emotieregulatie problematiek wordt door de reclassering als mogelijke risicofactor beschouwd. Betrokkene woont in een begeleide woonvorm van Stichting Pameijer. In de woonvorm is de verdachte nooit fysiek agressief geweest, maar wanneer hij boos is kan hij wel verbaal agressief zijn, wat tot intimiderende situaties heeft geleid. De verdachte ziet naar aanleiding van onderhavige verdenking geen noodzaak tot gedragsverandering en staat hier derhalve niet voor open. Ingeschat wordt dat door zijn weinig begeleidbare opstelling een behandeling in een verplicht kader geen gewenste gedragsverandering zal opleveren.

De verdachte zal op korte termijn op vrijwillige basis starten met een psychomotorische

therapie gericht op agressieregulatie.

De reclassering heeft in het onderzoek geen beschermende factoren waargenomen. Aangezien de verdachte schulden heeft en door een detentie zijn plek binnen het begeleid wonen zal kwijtraken, wordt geadviseerd geen geldboete of vrijheidsstraf op te leggen. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Een taakstraf behoort, met de juiste begeleiding vanwege zijn verstandelijke beperking, tot de mogelijkheden. Daarnaast adviseert de reclassering het volwassenenstrafrecht toe te passen, omdat de beperkte handelingsvaardigheden in de optiek van de reclassering voortkomen uit de verstandelijke beperking van de verdachte en geen mogelijkheden tot pedagogische beïnvloeding worden gezien.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een taakstraf van 200 uur geëist en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Zij gaat daarbij uit van dezelfde feiten als die zijn bewezenverklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een bewezenverklaring het gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte adolescentenstrafrecht moet worden toegepast zodat een leerstraf kan worden opgelegd.

Passende straf

Overwegingen

De aanleiding voor de geweldsincidenten was telkens een zakelijk conflict. Van verdachte mag verwacht worden dat hij dergelijke conflicten op een andere manier oplost. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij ervoor heeft gekozen om te proberen zij zin te krijgen door mensen met de dood te bedreigen en te mishandelen.

Op dergelijke strafbare feiten dient eigenlijk een gevangenisstraf te worden opgelegd. Daarbij weegt de rechtbank echter in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke feiten. Daarnaast ziet de rechtbank in het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten en de persoon van de verdachte, met name zijn beperkte copingvaardigheden en verstandelijke beperking, aanleiding de straf te beperken tot een taakstraf en geen voorwaardelijke vrijheidsstraf met een proeftijd op te leggen, zoals door de officier van justitie geëist.

Conclusie

Voor de bewezenverklaarde feiten wordt aan de verdachte opgelegd een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaar.

Wettelijke voorschriften

Bij de strafoplegging is gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering

Het slachtoffer [naam slachtoffer 2] , heeft zich als benadeelde in het geding gevoegd. Hij vordert vergoeding van € 5.282,90 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van het materieel door de benadeelde partij gevorderde (namelijk matiging van het gevorderde bedrag aan gederfd loon) en tot toewijzing van het immateriële deel, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging vindt dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel dient te worden afgewezen, nu niet tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit kan worden gekomen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt het aannemelijk dat de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200, -. Voor het overige zal de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ook acht de rechtbank het aannemelijk dat de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten materiële schade heeft geleden. Uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij € 18,- aan reiskosten heeft gemaakt voor bezoeken aan Slachtofferhulp Nederland. De rechtbank vindt dat deze vordering tot materiële schadevergoeding voldoende is onderbouwd. Voor wat betreft het gevorderde aan gederfd inkomen, zijn de bewijsstukken ter onderbouwing van dit gedeelte van de vordering op dit moment ontoereikend. Nader onderzoek naar dit gedeelte zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen en een onevenredige belasting van het strafproces vormen. Dit deel van de vordering kan daarom slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Conclusies

Gedeeltelijke toewijzing vordering

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 218,-

Rente en kosten

De toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente. De wettelijke rente wordt toegewezen met ingang van 24 augustus 2018.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.

6. Beslissingen in het kort en ondertekening

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 146 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 73 dagen;

bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 50 uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 218,- (zegge: tweehonderdachttien euro), bestaande uit € 18,- aan materiële schade en € 200,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 218,- (hoofdsom, zegge: tweehonderdachttien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 218,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 4 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en M.J.C. Spoormaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 mei 2021.

De oudste en jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 10/244492-18

2 10/190520-18

3 Het proces-verbaal van politie eenheid Rotterdam d.d. 24 augustus 2018, nummer [nummer proces-verbaal 1] .

4 Het proces-verbaal van politie eenheid Rotterdam d.d. 24 augustus 2018, nummer [nummer proces-verbaal 2] .

5 Het proces-verbaal van politie eenheid Rotterdam d.d. 25 september 2018, nummer [nummer proces-verbaal 3] .

6 Het proces-verbaal van politie eenheid Rotterdam d.d. 25 september 2018, nummer [nummer proces-verbaal 4] .