Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5285

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
C/10/616547 / JE RK 21-926 en C/10/616618 / JE RK 21-937
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en vervanging gecertificeerde instelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/616547 / JE RK 21-926 en C/10/616618 / JE RK 21-937

Datum uitspraak: 28 april 2021

Beschikking ondertoezichtstelling en vervanging gecertificeerde instelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Haaglanden,

gevestigd te Den Haag, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Mevr. [naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

advocaat: mr. J.C.G.J. van der Linden, te ’s-Gravenhave,

Dhr. [naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

advocaat: mr. Ö. Batur, te Amsterdam,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de beoogde GI.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de bereidverklaring van de beoogde GI d.d. 12 februari 2021;

- het verzoek met zaaknummer C/10/616547 / JE RK 21-926 met bijlagen van de GI

d.d. 24 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 12 april 2021;

- het verzoek met zaaknummer C/10/616618 / JE RK 21-937 met bijlagen van de GI

d.d. 8 maart 2021, ingekomen bij de griffie op 13 april 2021.

Op 28 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld met gesloten deuren.

Verschenen zijn:
- de advocaat van de moeder mr. J.C.G.J. van der Linden;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. Ö. Batur;
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de beoogde GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] .

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van dhr. [naam tolk] , tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 6 mei 2020 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 mei 2021.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft zich bij brief van 12 februari 2021 bereid verklaard om de uitvoering van de ondertoezichtstelling op zich te nemen.

De verzoeken

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616547 / JE RK 21-926

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Sinds de ondertoezichtstelling is uitgesproken is er onvoldoende zicht op de thuissituatie van [voornaam minderjarige] . Er waren zorgen rondom huiselijk geweld in de thuissituatie en de manier waarop de ouders met elkaar communiceerden. Een jaar later is er nog altijd onvoldoende zicht op de opvoedsituatie rond [voornaam minderjarige] aangezien de moeder de afgelopen periode met [voornaam minderjarige] naar Letland is verhuisd. Er zijn zorgen over de wisselende opvoedomgevingen waar [voornaam minderjarige] in heeft verbleven. Daarnaast heeft de GI nog altijd zorgen over de communicatie tussen de ouders. Aangezien de vader geen contact meer heeft met de moeder en [voornaam minderjarige] zijn er niet langer zorgen over de betrokkenheid van [voornaam minderjarige] bij huiselijk geweld. Wel is het zorgelijk dat [voornaam minderjarige] en de vader geen contact hebben. De moeder staat niet achter herstel van het contact tussen hen. Het is van belang dat er meer zicht komt op de thuissituatie bij de moeder en dat het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] wordt hersteld.

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616618 / JE RK 21-937

De GI verzoekt de kinderrechter om de gecertificeerde instelling, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De moeder en [voornaam minderjarige] wonen in Schiedam. Het is noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling die de hulpverlening inzet, de sociale kaart van de regio kent.

De standpunten

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616547 / JE RK 21-926

De vader stemt, mede bij monde van zijn advocaat, in met het verzoek van de GI. De vader wenst omgang te hebben met [voornaam minderjarige] . Het is goed dat de GI betrokken blijft, zodat zij de omgang kunnen begeleiden.

De advocaat van de moeder voert namens de moeder geen verweer tegen het verzoek van de GI. Het is goed als er iemand meekijkt bij de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] omdat de afwikkeling van de relatie tussen de ouders veel spanning en instabiliteit met zich heeft gebracht. Daarnaast is het van belang dat de GI de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader begeleidt.

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616618 / JE RK 21-937

De beoogde GI heeft zich bereid verklaard om de uitvoering van de ondertoezichtstelling op zich te nemen.

De ouders stemmen, mede bij monde van hun advocaat, in met het verzoek van de GI.

De beoordeling

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616547 / JE RK 21-926

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [voornaam minderjarige] wordt nog altijd ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Er is sinds de start van de ondertoezichtstelling onvoldoende zicht op de thuissituatie van [voornaam minderjarige] . De afgelopen periode hebben de moeder en [voornaam minderjarige] in Letland verbleven waarna zij naar Nederland zijn terugverhuisd. Dit maakt dat er ook het afgelopen jaar onvoldoende zicht is gekomen op de thuissituatie van [voornaam minderjarige] en de zorgen die rond haar opvoedsituatie bestaan. [voornaam minderjarige] heeft een onveilige en instabiele opvoedomgeving gekend die werd gekenmerkt door een hardnekkig patroon van fysiek en verbaal huiselijk geweld tussen de ouders. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] meerdere wisselingen van opvoedomgevingen en opvoeders meegemaakt en zijn er zorgen over haar hechting met haar ouders. Ook zijn er zorgen over het ontbreken van contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] . De kinderrechter stelt vast dat de vader een aantal verzoeken in een lopende bodemprocedure heeft gedaan met betrekking tot omgang, wijziging van de hoofdverblijfplaats en het verkrijgen van gezamenlijk gezag. De kinderrechter is van oordeel dat hieruit blijkt dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat zijn om in het belang van [voornaam minderjarige] met elkaar te communiceren. De kinderrechter acht het van belang dat een jeugdbeschermer betrokken blijft en meer zicht krijgt op de thuissituatie van [voornaam minderjarige] en de ouders kan ondersteunen in het verminderen van de zorgen. Voorts is het van belang dat een jeugdbeschermer betrokken is om het verloop van het opstarten van de begeleide omgang en het vervolg van de procedure te monitoren. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van een jaar.

Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/616618 / JE RK 21-937

Uit artikel 1:259 BW volgt dat de kinderrechter de toezichthoudende gecertificeerde instelling kan vervangen door een andere gecertificeerde instelling op verzoek van eerstgenoemde gecertificeerde instelling. Gelet op het feit dat de moeder samen met [voornaam minderjarige] is verhuisd naar de regio Rotterdam, is de kinderrechter van oordeel dat de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam.

De beslissing:

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 6 mei 2022;

vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2021 door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. de Leeuw, als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 mei 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.