Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5263

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
14-06-2021
Zaaknummer
C/10/613515 / JE RK 21-416
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/613515 / JE RK 21-416

Datum uitspraak: 9 april 2021

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2009 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2013 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

dhr. [naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. J. Oversluizen, te Rotterdam,

mw. [naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit de verzoeken met bijlagen van de GI van 17 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 17 februari 2021.

Op 9 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld met gesloten deuren.

Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige 1] , die voorafgaand aan de mondelinge behandeling apart is gehoord;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. J. Oversluizen;
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. [naam tolk] , tolk in de Poolse taal.

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader.

Bij beschikking van 24 april 2019 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst bij beschikking van 7 april 2020 tot 24 april 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De vader doet erg zijn best en er zijn geen zorgen over de opvoedvaardigheden van de vader. De vader wordt nog wel blijvend ondersteund bij praktische zaken zoals de aanmelding van [voornaam minderjarige 1] bij een middelbare school. Sinds januari is er een prille positieve ontwikkeling in het contact tussen de ouders zichtbaar. Zij hebben zonder tussenkomst van de jeugdbeschermer geregeld dat de moeder tweemaal per week bij de vader thuis komt om omgang te hebben met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De omgang op deze wijze verloopt goed. Deze positieve ontwikkeling neemt niet weg dat er nog altijd zorgen zijn over de spanningen die de afgelopen twee jaar tussen de ouders zijn geweest. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zitten daardoor nog altijd in een loyaliteitsconflict. Verder heeft de GI zorgen over de wens van de moeder om onbegeleide omgang met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te hebben. De moeder belast hen met volwassenen zaken en kan onredelijk streng zijn. Het is niet gelukt om hierop gerichte hulpverlening voor de moeder op te starten, omdat de moeder slecht bereikbaar is voor de hulpverlening. Daarnaast geeft de moeder ook aan de GI geen inzicht in waar zij verblijft en of zij een eigen woning heeft. Vanwege de onduidelijkheid over de situatie van de moeder en de zorgen over de omgang is een verlenging voor de duur van een jaar noodzakelijk. Wanneer de GI de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad) verzoekt onderzoek te doen naar een beëindiging van het ouderlijk gezag, betreft dat automatisch beide ouders. De GI is niet voornemens een dergelijk verzoek aan de Raad te doen, omdat er geen enkele grond is om de beëindiging van het gezag van de vader te verzoeken.

Het standpunt van de vader

De vader stemt, mede bij monde van zijn advocaat, in met het verzoek van de GI. De afgelopen tijd zijn de spanningen tussen de ouders afgenomen. De omgang tussen de moeder en de kinderen verloopt goed en duurt vaak langer dan een uur. De vader heeft ook geen inzicht in de persoonlijke situatie van de moeder en geeft daarom geen toestemming voor omgang bij de moeder. Het is zorgelijk dat de moeder weinig initiatief toont. De vader vreest dat de moeder vanwege schulden geen woning in Nederland zal vinden en terug zal keren naar Polen. De vader wenst dat de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wordt verlengd, omdat elke mondelinge behandeling veel spanning met zich meebrengt voor hem. De vader is voornemens om, wanneer de GI geen verzoek tot onderzoek met betrekking tot het beëindigen van het gezag van de moeder aan de Raad doet, zelfstandig een verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder in te dienen.

De mening van [voornaam minderjarige 1]

wil graag bij haar vader blijven wonen. Zij vindt het fijn dat zij omgang heeft met haar moeder en ziet haar het liefst elke week.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden nog altijd ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de gevolgen van de echtscheiding van hun ouders. De afgelopen twee jaar is er sprake geweest van veel spanningen en instabiliteit in het leven van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Hoewel de ruzies tussen de ouders zijn verminderd en het contact tussen hen is verbeterd, is er onveranderd in min of meerdere mate sprake van spanning tussen hen en sprake van een loyaliteitsconflict bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Dankzij de inzet van de vader is omgang tussen de moeder en de kinderen mogelijk. De vader stelt zijn huis open voor de moeder zodat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in hun thuissituatie omgang met haar kunnen hebben. De vader blijft dan op de achtergrond aanwezig. De omgang verloopt goed. Deze positieve ontwikkeling is echter nog pril. De moeder wil graag onbegeleide omgang, maar zij geeft weinig inzicht in haar situatie en zet zich onvoldoende in voor de hulpverlening die noodzakelijk is om het contact met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verbeteren. Daarnaast zijn er zorgen over de relatie tussen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de moeder, omdat de moeder hen met volwassen zaken belast en te streng kan zijn. Het is van belang dat de moeder inzicht geeft in haar situatie en zich inzet om toe te werken naar een betere omgang met haar kinderen.

De komende periode gaat de GI onderzoeken of en op welke wijze de omgang kan worden uitgebreid en of de ondertoezichtstelling kan worden afgesloten. Dat zal ervan afhangen of niet alleen de vader maar ook de moeder als ouder met gezag verantwoordelijkheid neemt voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en of de vader en de moeder er in slagen om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren in het belang van de kinderen. Indien de situatie niet wijzigt en de GI geen verzoek tot onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel betreffende de moeder aan de Raad doet, overweegt de vader een verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder in te dienen.

De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 24 april 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. de Leeuw, als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 april 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.