Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5165

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
C/10/616815 / JE RK 21-975
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/616815 / JE RK 21-975

datum uitspraak: 10 mei 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2005 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 14 april 2021 ingekomen bij de griffie op 15 april 2021

- de verklaring d.d. 14 april 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder

- de instemmende verklaring d.d. 4 mei 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper,

- de e-mail van mr. R.S. Boonstra van 10 mei 2021.

- de minderjarige [naam kind] , bijgestaan door zijn advocaat mr. R.S. Boonstra,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam] , die telefonisch gehoord is.

Op 10 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

De feiten

Bij beschikking van 16 juli 2010 is Bert onder voogdij gesteld van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

[naam kind] verblijft in een gesloten instelling van Horizon te Harreveld.

Bij beschikking van 7 september 2020 is een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 23 september 2020 tot 23 mei 2021.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van negen maanden.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In het kader van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp heeft [naam kind] een aantal maanden verbleven in een open groep, maar vanwege een aantal incidenten is hij naar een gesloten groep geplaatst. De GI ziet dat het beter gaat met [naam kind] in de gesloten setting, omdat hem daar structuur en duidelijkheid wordt geboden. Het gaat nu ook beter met zijn drugsgebruik en schoolgang. [naam kind] doet zijn best op de groep. Zijn gedrag is wisselend. Als het minder goed gaat trekt [naam kind] zich terug op zijn kamer. [naam kind] kan agressief zijn richting de pedagogisch medewerkers, waarbij hij spullen vernield. [naam kind] denkt dan dat hij het nergens voor doet. [naam kind] leert momenteel omgaan met meer vrijheden. [naam kind] is aangemeld voor een besloten groep, Hand in Hand binnen Horizon Rijnhoven, omdat de GI van mening is dat [naam kind] nog niet helemaal klaar is voor een open setting. Het is nog niet duidelijk wanneer [naam kind] daar terecht zou kunnen.

Het standpunt van [naam kind]

Door en namens [naam kind] is verweer gevoerd tegen de verzochte duur van de machtiging gesloten jeugdhulp. [naam kind] verbleef op een open groep, maar moest al vrij snel naar een gesloten groep zonder dat de mogelijkheden om zijn verblijf daar of op een andere open groep voort te zetten, goed lijken te zijn onderzocht. Sinds [naam kind] gesloten in Harreveld verblijft, is er geen enkele behandeling voor hem gestart. [naam kind] ervaart daar ook te weinig duidelijkheid. [naam kind] weet niet wat hij fout doet, waardoor hij niet van zijn fouten kan leren en ook niet weet wat hij moet doen om uiteindelijk wel naar een open groep te kunnen. [naam kind] doet erg zijn best op de groep. [naam kind] wil eerst graag zijn eindexamen maken, voordat hij naar een andere groep wordt overgeplaatst. Namens [naam kind] wordt verzocht om de machtiging gesloten jeugdhulp voor een kortere duur toe te wijzen, namelijk voor twee of drie maanden, zodat er een duidelijk plan van aanpak ligt voor de komende periode.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] een belast verleden heeft. [naam kind] is opgegroeid in een onveilige opvoedsituatie en heeft op jonge leeftijd een traumatische ervaring meegemaakt. Daarnaast is er bij [naam kind] sprake van gedragsproblematiek. [naam kind] verblijft momenteel in een gesloten instelling van Horizon te Harreveld. [naam kind] heeft binnen de geslotenheid een aantal stappen voorwaarts gemaakt. [naam kind] ervaart rust op zijn huidige groep en wil graag zijn diploma in Harreveld halen. De kinderrechter is van oordeel dat [naam kind] op dit moment gebaat is bij gesloten jeugdhulp om hem de structuur en begeleiding te bieden die hij nodig heeft.

Een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven is zeer ingrijpend. Zeker als het gaat om een lange periode van 9 maanden, waar in deze zaak om is verzocht.

Het is dan van groot belang dat er een helder plan van aanpak is waaruit de noodzaak tot een verblijf in de gesloten jeugdhulp voor de verzochte periode blijkt. [naam kind] staat sinds februari 2021 aangemeld voor de besloten groep Hand in Hand. Ter zitting is gebleken dat onduidelijk is wanneer hij daar terecht zou kunnen en wat het plan van aanpak is voor de komende tijd. De kinderrechter zal gelet hierop het verzoek voor de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige aanhouden. Het is belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over het behandelplan van [naam kind] en over de mogelijkheden om door te kunnen stromen naar een passende vervolgplek.

De kinderrechter verzoekt de GI uiterlijk 10 dagen voor de hierna te noemen datum te rapporteren over de laatste stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 10 mei 2021 tot uiterlijk 10 augustus 2021 betreffende de minderjarige [naam kind] ;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de behandeling van de zaak voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder, [naam kind] en mr. R.S. Boonstra in deze zaak zal plaatsvinden op 2 augustus 2021 om 14:15 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en mr. R.S. Boonstra;

gelast de oproeping van [naam kind] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;

verzoekt de GI uiterlijk 10 dagen voor de genoemde datum de kinderrechter (en de belanghebbenden) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 mei 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.