Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5052

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
8894892 CV EXPL 20-42980
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Facturen ad bijna € 13.000,- niet betaald ivm één tekortkoming twv ongeveer € 500,-. Opschorting niet gerechtvaardigd. Toewijzing nagenoeg hele hoofdsom in conventie. In reconventie gevorderde vvr mbt buitengerechtelijke ontbinding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8894892 CV EXPL 20-42980

uitspraak: 4 juni 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats eiseres],

eiseres, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. G.M. van den Bergh te Dordrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Global Newspace B.V.,

gevestigd te Rotterdam en kantoorhoudende te Barendrecht,

gedaagde, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. E.J.L. Mulderink te Breda,

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” respectievelijk “Global Newspace”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

 het exploot van dagvaarding van 19 november 2020, met producties;

 de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

 het tussenvonnis van 1 februari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

 de akte van [eiseres], met producties.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 maart 2021. Namens [eiseres] is verschenen haar bestuurder, [naam 1], bijgestaan door de gemachtigde. Namens Global Newspace is verschenen [naam 2] (hierna: “[naam 2]”), projectmanager, bijgestaan door de gemachtigde van Global Newspace. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Partijen zijn op 26 maart 2020 overeengekomen dat [eiseres] in opdracht van Global Newspace bij haar opdrachtgever, [naam bedrijf 1] te [vestigingsplaats], voor een totaalbedrag van € 92.000,00 timmer- en interieurbouwwerkzaamheden zal verrichten.

2.2.

Op de door Global Newspace aan [eiseres] verstuurde bestelbon staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…) Plantenbakken diverse ruimtes ruimte 3.06/07/08/44/21

Zie tekening 02.03.07 revisie A d.d. 11-02-2020. (…)”

2.3.

Op bedoelde tekening van de plantenbakken (“Planters”), die afkomstig is van [naam bedrijf 2] (de holding van Global Newspace), staat onder meer vermeld: “Inside bin: by cabinet maker”.

2.4.

Op 13 augustus 2020 heeft [eiseres] een opdrachtbevestiging/meer- en minderwerk (versie 8) opgesteld. Hierin staat ten aanzien van de plantenbakken, voor zover van belang, het volgende:

Onderwerp

Locatie

Tekening

Specificatie

Totaal

Offerte

Planter

3.06

02.03.07

(…)

€ 1.863

Bovenzijde open voor kunststof plantenbak (inclusief kunststof plantenbakken)

3.07/3.08/

3.44

(…)

€ 11.040

Bovenzijde open voor kunststof plantenbak (inclusief kunststof plantenbakken)

3.21

(…)

€ 3.910

Bovenzijde open voor kunststof plantenbak (inclusief kunststof plantenbakken)

(…)

Planter extra

(…)

€ 5.589

Bovenzijde open voor kunststof plantenbak (inclusief kunststof plantenbakken)

2.5.

Voor de door haar verrichte werkzaamheden heeft [eiseres] onder meer de volgende facturen verstuurd aan Global Newspace:

Factuurnummer

Factuurdatum

Vervaldatum

Bedrag

2020173

24-08-2020

08-09-2020

€ 8.515,98

2020175

08-09-2020

23-09-2020

€ 4.271,30

Totaal

€ 12.787,28

2.6.

Bij aangetekende brief en e-mail van 8 oktober 2020 heeft [eiseres] Global Newspace aangemaand het bedrag van € 12.787,28 binnen zeven dagen nadien te voldoen, bij gebreke waarvan het totaalbedrag met € 902,87 aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden verhoogd.

2.7.

Bij e-mails van 20 en 23 oktober 2020 heeft [naam 2] onder meer het volgende aan [eiseres] bericht:

“(…) Bovenstaande verrekeningen zijn akkoord onder voorbehoud van spoedige levering van de kunststof plantenbakken. Deze stonden vermeld in de aanvraag en de door ons ontvangen offerte van [eiseres] interieurbouw.”

en

“(…) Zoals te lezen in onze mail van 20-10-2020 zijn wij het grotendeels eens met de door [eiseres] ingezonden facturen, echter:

Wij houden aan ons standpunt vast betreffende de plantenbakken.

Er is niet geleverd wat geoffreerd is door [eiseres] en waarvoor opdracht is verstrekt door GNS.

Wij verwachten dan ook dat [eiseres] interieurbouw alsnog zorg draagt voor de kunststof plantenbakken.

GNS zal alle betalingen naar [eiseres] interieurbouw opschorten zolang de kunststof plantenbakken niet geplaatst zijn. (…)”

2.8.

Bij e-mail van 27 oktober 2020 heeft de Project Manager bij [naam bedrijf 1], [naam 3] (hierna: “[naam 3]”), [eiseres] als volgt bericht:

“(…) Wij hebben van de interieurbeplanter te horen gekregen dat de huidige folie in de plantenbakken voor hun okay is. Ondanks dat [naam bedrijf 1] gevraagd heeft om harde bakken (glasvezel / polyester). (…)”

3 Het geschil in conventie

De vordering in conventie

3.1.

[eiseres] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, Global Newspace te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen:

I. het bedrag van € 12.966,14 (hoofdsom en rente) vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de hoofdsom ad € 12.787,28 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, althans een zodanig bedrag aan hoofdsom en rente dat de kantonrechter in goede justitie meent te behoren;

II. de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 902,87, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie meent te behoren;

III. de proceskosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten met en zonder

betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis,

en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn

plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij

voorraad.

3.2.

Aan die vordering heeft [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. [eiseres] heeft voor de door haar verrichte werkzaamheden aan Global Newspace de in 2.5. genoemde facturen gezonden. Global Newspace heeft die facturen ontvangen en zonder protest behouden. Ondanks veelvuldig aanmanen bleef betaling binnen de door [eiseres] gestelde betalingstermijn van 14 dagen echter achterwege. Daarom is Global Newspace van rechtswege in verzuim. De vordering van [eiseres] komt dus voor toewijzing in aanmerking. [eiseres] maakt verder aanspraak op de wettelijke (handels)rente vanaf de vijftiende dag na factuurdatum, die berekend tot en met de dag van dagvaarding € 178,86 bedraagt. Tot slot vordert [eiseres] vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ad € 902,87, zoals aangezegd in de brief van 8 oktober 2020.

Het verweer in conventie

3.3.

Global Newspace heeft tegen de vordering - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. De plantenbakken zijn door [eiseres] niet verzorgd overeenkomstig de opdrachtbevestiging, waaruit blijkt dat deze moesten worden voorzien van kunststof bakken aan de binnenzijde. [eiseres] heeft slechts folie aangebracht. Voor [naam bedrijf 1] is dat wellicht prima, maar Global Newspace had ook akkoord moeten geven, met als gevolg een correctie op de facturen door [eiseres]. Uit het feit dat [eiseres] zelf heeft erkend de werkzaamheden niet overeenkomstig de aan haar verstrekte opdracht te hebben uitgevoerd, volgt reeds dat de door [eiseres] aan Global Newspace verzonden facturen niet juist en niet opeisbaar zijn. Global Newspace heeft daarom bij e-mail van 23 oktober 2020 aan [eiseres] bericht dat zij alle betalingen aan [eiseres] zal opschorten zolang de kunststof plantenbakken niet geplaatst zijn.

4 Het geschil in reconventie

De vordering in reconventie

4.1.

Global Newspace heeft gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen partijen als ontbonden kan worden beschouwd, althans deze overeenkomst te ontbinden, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure.

4.2.

Aan die vordering heeft Global Newspace - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. [verweerster] heeft niet voldaan aan de aan haar verstrekte opdracht en is evenmin bereid gebleken het werk uit te voeren overeenkomstig de verstrekte opdracht(en). Daarmee is [verweerster] in elk geval van rechtswege in verzuim. Er is sprake van een gebrekkige nakoming en in zoverre een tekortkoming die niet voor herstel vatbaar is, waardoor de nakoming blijvend onmogelijk is geworden. Nu [verweerster] een situatie heeft gecreëerd waarbij zij in verzuim is komen te verkeren, acht Global Newspace de ontbinding van de overeenkomst op zijn plaats. Vast staat dat er sprake is van een tekortkoming door [verweerster] en dat [verweerster] haar verplichting uit hoofde van de tussen partijen gemaakte afspraken niet wenst na te komen. Nu ook vaststaat dat [verweerster] geweigerd heeft de overeengekomen afspraken deugdelijk na te komen, geeft dit Global Newspace de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. [verweerster] weigert te voldoen aan het bepaalde in artikel 6:86 BW, waardoor voor Global Newspace eveneens de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst is ontstaan. Global Newspace kan dan ook op basis van dit verzuim met recht ontbinding van de overeenkomst inroepen. Uit dien hoofde, mede gerelateerd aan de door haar geleden en/of nog te lijden schade, kan geen sprake zijn van enige resterende betalingsverplichting.

Het verweer in reconventie

4.3.

[verweerster] heeft tegen de vordering - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. Global Newspace heeft [verweerster] nooit in gebreke gesteld. Zij heeft het werk van [verweerster] aanvaard, nu alles in gebruik is genomen. Op grond van 7:758 BW betekent dit dat er is opgeleverd.

5 De beoordeling

5.1.

Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie, zullen de vorderingen hierna gezamenlijk worden behandeld.

5.2.

De tussen partijen gesloten overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst tot aanneming van werk (artikel 7:750 BW).

5.3.

[eiseres] vordert van Global Newspace nakoming van de overeenkomst, te weten de betaling van de in 2.5. genoemde facturen ad in totaal € 12.787,28 (€ 8.515,98 + € 4.271,30). Global Newspace stelt zich echter op het standpunt dat zij geen betaling aan [eiseres] is verschuldigd vanwege een tekortkoming in de nakoming door [eiseres].

5.4.

De eerste vraag die daarom moet worden beantwoord, is of van de zijde van [eiseres] sprake is van een tekortkoming in de nakoming van haar uit de aannemingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen jegens Global Newspace, door in de door haar gemaakte kasten plantenhoezen aan te brengen in plaats van kunststof plantenbakken.

5.4.1.

In de opdrachtbevestiging/meer- en minderwerk (versie 8) staat achter “Planter”: “Bovenzijde open voor kunststof plantenbak (inclusief kunststof plantenbakken)”. Hieruit volgt dat [eiseres] tussen partijen is afgesproken dat [eiseres] niet alleen de kasten (“planters”) zou maken, waarin kunststof plantenbakken kunnen worden geplaatst, maar ook dat zij die kunststof plantenbakken daarbij zou leveren. In deze opdrachtbevestiging/meer- en minderwerk wordt verwezen naar de tekening “02.03.07”. Anders dan [eiseres] betoogt, kan uit het feit dat op deze door [naam bedrijf 2] gemaakte tekening staat vermeld “Inside bin: by cabinet maker” niet worden afgeleid dat het [eiseres] vrijstond om - zonder voorafgaand overleg met en toestemming van Global Newspace - plantenhoezen te plaatsen in plaats van de overeengekomen kunststof plantenbakken. Door niet de overeengekomen kunststof plantenbakken te leveren, maar de “planters” te voorzien van plantenhoezen, beantwoordt de door [eiseres] geleverde prestatie dus niet aan de overeenkomst tussen haar en Global Newspace. Gelet op het voorgaande mist de stelling van [eiseres] dat Global Newspace zich in oktober 2020 plotseling op het standpunt heeft gesteld dat [eiseres] in de gemaakte houten plantenbakken binnenbakken van harde kunststof had moeten aanbrengen, feitelijke grondslag.

5.4.2.

De conclusie is dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming door [eiseres]. De omstandigheid dat [naam 3] aan [eiseres] heeft laten weten dat [naam bedrijf 1] akkoord is met de gebruikte plantenhoezen, leidt niet tot een ander oordeel. Nu [eiseres] geen contractuele relatie heeft met [naam bedrijf 1] maar enkel met Global Newspace, is de omstandigheid dat [naam bedrijf 1] met die plantenhoezen akkoord is gegaan, daarom in beginsel niet relevant voor het antwoord op de vraag of sprake is van een tekortkoming van [eiseres] in de nakoming van haar verplichtingen jegens Global Newspace.

5.5.

Global Newspace heeft [eiseres] bij e-mails van 20 en 23 oktober 2020 bericht niet akkoord te gaan met de plantenhoezen en heeft aangedrongen op levering van de kunststof plantenbakken. In de laatste e-mail heeft Global Newspace [eiseres] te kennen gegeven dat zij alle betalingen aan [eiseres] opschort, zolang de kunststof plantenbakken niet zijn geplaatst. Bij de beoordeling van dit beroep op een opschortingsrecht stelt de kantonrechter voorop dat namens Global Newspace ter zitting is verklaard dat het in deze procedure alleen gaat om de plantenbakken en niet om meer-/minderwerk, waarover partijen ook discussie hebben (gehad).

5.5.1.

Op grond van artikel 6:52 lid 1 BW is een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen die vordering en die verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen. Op grond van lid 2 van dit artikel kan een zodanige samenhang onder meer worden aangenomen ingeval de verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

5.5.2.

Er moet dus in de eerste plaats een bepaalde mate van samenhang zijn tussen de wederzijdse verbintenissen. Daarvan is in dit geval sprake, nu enerzijds de verplichting van [eiseres] tot levering van de kunststof plantenbakken en anderzijds de verplichting van Global Newspace tot betaling van de facturen voortvloeien uit dezelfde overeenkomst.

5.5.3.

In de tweede plaats moet, gegeven de mate van samenhang, aan de hand van alle omstandigheden van het geval worden bezien of déze opschorting gerechtvaardigd is. De kantonrechter neemt bij die beoordeling het volgende in aanmerking.

5.5.4.

Op de factuur van 24 augustus 2020 (voor een totaalbedrag van € 8.515,98 inclusief btw) heeft [eiseres] met betrekking tot de “planters” een bedrag van € 5.589,00 exclusief btw (€ 6.762,69 inclusief btw) bij Global Newspace in rekening gebracht. De omschrijving luidt: “Planter extra 3x”. Dit bedrag ziet dus op zowel de door [eiseres] te maken kasten als op het leveren van de kunststof plantenbakken. Het restant van die factuur (€ 1.449,00 exclusief btw/€ 1.753,29 inclusief btw) heeft geen betrekking op de “planters”. Op de factuur van 8 september 2020 (voor een totaalbedrag van € 4.271,30 inclusief btw) staan helemaal geen posten die zien op de “planters”.

5.5.5.

Ter zitting is door [eiseres] - onweersproken - gesteld dat het gaat om plantenbakken van PVC ter waarde van wellicht enkele honderden euro’s. Ondanks dat [eiseres] dit bedrag (in de stukken) niet nader heeft gespecificeerd, staat daarmee vast dat de door [eiseres] niet geleverde kunststof plantenbakken slechts een relatief klein deel van het totaal van de eerste factuur vertegenwoordigen. Niettemin heeft Global Newspace de betaling van het volledige bedrag van beide facturen ad in totaal € 12.787,28 opgeschort. Omdat de omvang van de niet betaalde facturen in geen verhouding staat tot de omvang van de tekortkoming, is daarmee naar het oordeel van de kantonrechter in zoverre geen sprake van een gerechtvaardigde opschorting. Voor zover het de plantenbakken betreft, was wel sprake van een gerechtvaardigde opschorting. De kantonrechter stelt de waarde van de kunststof plantenbakken in redelijkheid vast op € 500,00. Global Newspace hoeft dit bedrag niet aan [eiseres] te betalen.

5.6.

Dat betekent dat in conventie aan hoofdsom in beginsel een bedrag van € 12.287,28 (€ 12.787,28 minus € 500,00) toewijsbaar is, tenzij er een andere rechtens juiste reden is voor Global Newspace om (een deel van) dat bedrag niet te hoeven betalen.

5.7.

Global Newspace heeft in reconventie primair gevorderd voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen haar en [verweerster] buitengerechtelijk is ontbonden.

5.7.1.

Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Op grond van artikel 6:267 lid 1 BW vindt de ontbinding plaats door een schriftelijke verklaring van de daartoe gerechtigde.

5.7.2.

Global Newspace heeft ter onderbouwing van dit deel van haar vordering niet gesteld welke brief of e-mail van haar hand aan [verweerster] een ontbindingsverklaring als bedoeld in artikel 6:267 lid 1 BW zou bevatten. Nu gesteld noch gebleken is dat Global Newspace de overeenkomst met [verweerster] buitengerechtelijk heeft ontbonden, kan de gevraagde verklaring voor recht reeds daarom niet worden afgegeven. De kantonrechter zal dit deel van de vordering in reconventie daarom afwijzen.

5.8.

Subsidiair heeft Global Newspace gevorderd dat de overeenkomst tussen haar en [verweerster] wordt ontbonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Global Newspace verklaard dat zij geen volledige maar een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst vordert, namelijk alleen voor wat betreft de kunststof plantenbakken.

5.8.1.

Uit het voorgaande volgt reeds dat is voldaan aan het vereiste van artikel 6:265 lid 1 BW, dat sprake moet zijn van een tekortkoming door [verweerster].

5.8.2.

De stelling van Global Newspace, dat nakoming door [verweerster] (het alsnog leveren van de kunststof plantenbakken) blijvend of tijdelijk onmogelijk is, heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Daarom ontstaat de bevoegdheid voor Global Newspace tot ontbinding van de overeenkomst pas wanneer [verweerster] in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW).

5.8.3.

In artikel 6:82 lid 1 BW is bepaald dat het verzuim intreedt, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling op grond van het tweede lid van artikel 6:82 BW plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld. Dat van laatstbedoelde situatie sprake is (geweest), is niet gebleken.

5.8.4.

Global Newspace heeft ter onderbouwing van haar vordering niet gesteld welke brief of e-mail van haar hand aan [verweerster] een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:82 BW zou bevatten, terwijl de e-mails van 20 en 23 oktober 2020 in ieder geval niet als zodanig kwalificeren omdat deze daarin geen redelijke termijn voor alsnog nakoming is gesteld. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat Global Newspace [verweerster] nooit deugdelijk in gebreke heeft gesteld. Dat brengt met zich dat [verweerster] niet in verzuim is komen te verkeren en, in het verlengde daarvan, dat Global Newspace (nog) niet bevoegd is de overeenkomst met [verweerster] (gedeeltelijk) te ontbinden. Nu [verweerster] niet in verzuim is komen te verkeren, passeert de kantonrechter ook het betoog van Global Newspace dat voor haar vaststaat dat [verweerster] weigert het verzuim te zuiveren (artikel 6:86 BW) en dat daardoor voor haar de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst is ontstaan. Ook dit deel van de vordering in reconventie zal de kantonrechter daarom afwijzen.

5.9.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de door Global Newspace opgeworpen weren niet in de weg kunnen staan aan toewijzing van het hiervoor genoemde bedrag ad € 12.287,28. De kantonrechter zal dit bedrag daarom toewijzen.

5.10.

Met betrekking tot de gevorderde wettelijke (handels)rente oordeelt de kantonrechter als volgt. Blijkens het lichaam van de dagvaarding maakt [verweerster] aanspraak op de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW, maar in het petitum vordert zij de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW. Aangezien het petitum leidend is en Global Newspace verder geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde rente, wordt de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW toegewezen zoals hierna in de beslissing vermeld.

5.11.

[verweerster] maakt verder aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [verweerster] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Global Newspace heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen dit onderdeel van de vordering. De vergoeding waarop ingevolge het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak kan worden gemaakt zal worden berekend aan de hand van de toewijsbare hoofdsom. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 897,87.

5.12.

Global Newspace wordt als de zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerster]. Tot aan deze uitspraak worden deze kosten in conventie vastgesteld op € 1.079,38 aan verschotten (€ 83,38 aan dagvaardingskosten en € 996,00 aan griffierecht) en € 746,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten à € 373,00 per [verweerster]). Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en in reconventie en op het feit dat in reconventie nauwelijks een afzonderlijk partijdebat heeft plaatsgehad, worden de proceskosten in reconventie aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

5.13.

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Global Newspace om aan [eiseres] tegen kwijting te betalen € 13.185,15, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 12.287,28 vanaf de vervaldata van de respectieve facturen tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Global Newspace in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op:

- € 1.079,38 aan verschotten, en

- € 746,00 aan salaris voor de gemachtigde;

en, indien Global Newspace niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 124,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is Global Newspace de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over als deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Global Newspace in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44478