Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:5020

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
KTN-8383978_04062021
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

tussenvonnis; overeenkomst van opdracht; gebrekkig uitgevoerd werk?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8383978 \ CV EXPL 20-8252

uitspraak: 4 juni 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. M.P. Evers,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. J. Veltheer.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 5 maart 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie, met producties.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

1. Op 21 september 2018 heeft [gedaagde] op verzoek van [eiseres] een offerte (hierna: de offerte) uitgebracht voor het dichtbouwen van het balkon op de eerste verdieping en het opknappen van de achtergevel van de woning van [eiseres] aan het [adres] (hierna: de woning) voor een totaalbedrag van € 13.831,- inclusief btw.

2. In de offerte is onder meer het volgende opgenomen:
De prijs is gebaseerd op de volgende werkzaamheden.
1) Het opmetselen ban buitenmuur.

2) Het verwijderen van kantpannen van de buren.

3) Het aanbrengen van een kozijn met een breedte van 5,06 meter en een hoogte van 1,45 meter volgens afspraak.

4) Het plaatsen van 2 openslaande ramen per opening.

5) Het plaatsen en afwerken van 4 hr ++ glas.

6) Het aanbrengen van 5 raveel balken.

7) Het aanbrengen van beplating op deze raveel balken.

8) Het aanbrengen van damp werende folie op dakbeschot .

9) Het aanbrengen van tengel en pan latten op dakbeschot.

10) Het aanbrengen van dakpannen.

11) Het doortrekken van de zinken dakgoot gelijkend aan de goot van de buren.

12) Het afdichten van het middelste open vlak van het kozijn.

13) Het aanbrengen van isolatie aan de binnenkant van dit vlak.

14) Het voegen en afwerken van metselwerk aan de buitenzijde van de muur.

15) Het verwijderen en afvoeren van bestaande gevelbeplating.

16) Het aanpassen van de gevel ten behoeve van een juiste afwatering s aansluiting op de dakpannen.

17) Het nazien en evt repareren van bestaande kozijnen in de achtergevel op de bovenste etage.

18) Het aanbrengen van nieuwe schroten op de gevel.

19) Het aanpassen van het kozijn van de bestaande balkondeur.

20) Het aanbrengen van een 4 tal elektra punten in de muren.

21) Het aanbrengen van een schakelaar en verlichting punt.

22) Het aanbrengen van cv leidingen naar het midden vlak onder het kozijn.

23) Het plaatsen en aansluiten van een door u geleverde radiator.

24) Het geheel netjes en schoon opleveren.

Inclusieven zinken dakgoot incl beugels en bevestiging materiaal –balken – plaatmateriaal – Dakpannen – kunststof schroten – loodslabben – leiding werk – elektra materiaal – metselstenen – metselmortel – voegmiddel – hwa regenpijp – houtwerk – gebruik van stelling – afvoeren restmateriaal

Exclusieven ; Werkzaamheden die niet in deze offerte staan vermeld.

Betalingscondities:

30 %bij opdracht

30 % bij start werkzaamheden

40% bij oplevering

3. Bij WhatsApp-bericht van 21 september 2018 heeft [gedaagde] het aanbod gedaan de in de offerte genoemde werkzaamheden te kunnen verrichten voor een bedrag van in totaal € 12.427,- inclusief btw, waarbij € 10.427,- zou worden betaald via een girale overboeking en € 2.000,- contant aan [gedaagde] zou worden voldaan. Bij WhatsApp-bericht van 2 oktober 2018 heeft [eiseres] de offerte met deze aanneemsom geaccepteerd. Partijen zijn aanvankelijk overeengekomen dat de werkzaamheden acht dagen zouden duren.

4. Op 5 november 2018 is [gedaagde] gestart met de verbouwingswerkzaamheden.

5. Bij e-mailbericht van 10 december 2018 heeft [eiseres] [gedaagde] bericht dat volgens haar sprake is van gebreken en heeft zij hem verzocht de werkzaamheden uiterlijk 20 december 2018 deugdelijk af te ronden. Daarop heeft [gedaagde] bericht dat hij deze deadline in verband met persoonlijke en financiële omstandigheden niet zou halen en zijn partijen overeengekomen dat hij de werkzaamheden na de kerstvakantie zou hervatten.

6. Op 21 december 2018 heeft tussen partijen onder leiding van [naam 1] van [naam bedrijf 1] (hierna: [naam 1] ) een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden.
Tijdens dit gesprek is onder meer besproken wat volgens de offerte nog aan werkzaamheden uitgevoerd zou moeten worden. De afspraak is gemaakt dat [gedaagde] vanaf 14 januari 2019 het werk weer zou oppakken en de werkzaamheden zou afmaken. Voorts is ter sprake gekomen dat de betaling van het tweede termijnbedrag niet volledig was. [eiseres] heeft daarop die dag een bedrag van € 938,30 aan [gedaagde] betaald.

7. Op 28 januari 2019 heeft [eiseres] via WhatsApp-berichten mede aan de hand van foto’s aan [gedaagde] gemeld dat sprake was van een flinke lekkage op verschillende plekken. Op 29 januari 2019 heeft [gedaagde] de lekkage bekeken en kit aangebracht om de lekkages te verhelpen.

8. Op 16 februari 2019 heeft [gedaagde] bij [eiseres] voor het laatst werkzaamheden verricht aan de woning.

9. [eiseres] heeft [naam bedrijf 2] (hierna: [naam bedrijf 2] ) opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de kwaliteit en eventuele direct te verwachten herstelkosten van de door [gedaagde] uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden in de woning.

In haar rapport van 8 mei 2019 heeft [naam bedrijf 2] het volgende opgenomen:

-
Foto 2: Van buiten af kan je zien dat het dak doorhangt, dit moet gecorrigeerd worden. […]

- Foto 3: Er zijn voor de ondersteuning 4 balken van 170 mm x 70 mm gebruikt bij een lengte overspanning van ruim 5 m1, de balken zakken door en moeten worden voorzien van een ondersteuningsconstructie, zoals bijvoorbeeld een spant. […]

- Foto 4: Details zoals deze voldoen niet aan de kwaliteitsrichtlijnen KVT 2010. […];

- Foto 5: Deze aansluiting op de 2e verdieping van de loodslabben voldoet niet aan KVT 2010, want kit is een tijdelijke oplossing. […]

- Foto 6: Deze aansluiting van het kozijn op de loodslabben voldoet niet aan KVT 2010, want kit is een tijdelijke oplossing en geeft zelfs eerder lekkage en heeft zelfs houtrot tot gevolg. […]

- Foto 7: Deze aansluiting van de gevelbekleding op de muur voldoet niet aan KVT 2010, want kit is een tijdelijke oplossing en geeft zelfs eerder lekkage en heeft zelfs houtrot tot gevolg. […]

- Foto 8: Kit is een tijdelijke oplossing en voldoet niet aan KVT 2010, want kit is een tijdelijke oplossing en geeft zelfs eerder lekkage en heeft houtrot tot gevolg. […]

- Foto 9: Deze aansluiting van het kozijn op de loodslabben t.p.v. de 1e verdieping voldoet niet aan KVT

2010, want de onderdorpel is te strak op het lood geplaatst, dit geeft lekkage en heeft houtrot tot gevolg.

- Foto 10: De verf bladdert nu al van de nieuwe onderdorpel af. […]

- Foto 11: Deze raamaansluitingen op de 1e verdieping voldoen niet aan de KVT 2010 […]

- Foto 12: Deze raamaansluitingen op de 1e verdieping, waarbij duidelijk te zien is dat er geen pen en gat verbinding aanwezig is, voldoen niet aan de KVT 2010. […]

- Foto 13: Bij veel raamaansluitingen op de 1e verdieping, missen de scharnier inkrozingen en voldoen dus niet aan de KVT 2010. […]

- Foto 14: Dit hardhoutenraam op de 1e verdieping is opgedikt met een vurenlatje op dat deze niet goed paste in het kozijn, dit voldoet niet aan de KVT 2010. […]

- Foto 15: Deze kozijnaansluitingen op de 1e verdieping zijn niet juist aangebracht en het materiaal van de goot voldoen niet aan de KVT 2010. […]

- Foto 16: De kierdichting tussen het kozijn en de muur voldoen niet aan de KVT 2010, je kijkt hier zo naar buiten. […]

- Foto 17: Deze deur sluit niet goed en zal gecorrigeerd moeten worden. […]

- Foto 18: Bij het nieuwe metselwerk op de bestaande gevel ontbreekt de dilatatie en het metselwerk wijkt in kleur en structuur enorm af van het bestaande metselwerk, dit adviseer ik bij te kleuren. […]

- Foto 19: Het plaatmateriaal en de balklagen die met het metselwerk in aanraking komen zijn niet behandeld, dit zal gecorrigeerd moeten worden om schimmelvorming ed. te voorkomen! […]

- Foto 20: Het installatie werk is wat slordig uitgevoerd, zoals hier is de wand achter de radiator niet afgewerkt. […]

Algemene conclusie:
Om de hierboven genoemde verbouwingswerkzaamheden te corrigeren zodat deze aan de normen en richtlijnen van de KVT 2010 voldoen zie;
https://geveltimmerwerk.webnode.nl/geveltimmerwerk/kwaliteitsrichtlijnen/

Ps. Ik verwacht wel c.a. €9600,- excl. BTW correctiekosten;

  • -

    Spant leveren en aanbrengen zie foto; 2 en 3 c.a. €1250,- excl. BTW.

  • -

    Vervangen raamkozijnen en correctie details zie foto; 4 t/m 8 ca. €2450,- excl. BTW.

  • -

    Vervangen ramen en correctie details zie foto; 9 t/m 16 ca. €2950,- excl. BTW.

  • -

    Deur opnieuw afhangen zie foto 17 c.a. €200,- excl. BTW.

  • -

    Metselwerk correctie foto; 18 ca. €550,- excl. BTW.

  • -

    Impregneren houtwerk foto; 19 ca. €750,- excl. BTW.

  • -

    Steigerwerk benodigd voor deze werkzaamheden ca. €1450,- excl. BTW.


Tevens moet het schilderwerk extra zorgvuldig worden uitgevoerd aan de goten, omdat er een minimale kwaliteit hout gebruikt is.

10. Bij brief van 9 juli 2019 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld met verwijzing naar de door [naam bedrijf 2] geconstateerde gebreken. Zij heeft [gedaagde] gesommeerd om binnen twee weken na dagtekening van de brief de overeenkomst alsnog deugdelijk na te komen door herstel van de gebreken. Daarnaast heeft [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de schade die ontstaat of nog zal ontstaan als gevolg van de gebrekkig door hem uitgevoerde werkzaamheden.

11. Bij e-mailbericht van 29 juli 2019 heeft [naam bedrijf 3] aan [eiseres] het volgende bericht:

Ik ben afgelopen zaterdag bezig geweest met u opbouw en heb ook het bouwkundige rapport bestudeerd in samenspraak met de opnamen die wij gedaan hebben.
Echter zien wij geen mogelijk om hiervoor herstel werkzaamheden uit te voeren daar de basis al verkeerd is.
Als wij het goed willen doen dan dient de gehele opbouw opnieuw en goed uit gevoerd dient te worden.

De Prijs voor deze werkzaamheden schatten wij in op +/- € 20.000,00 incl btw. Wij zien er geen heil in om dit op te gaan op lappen.

12. Bij brief van 9 oktober 2019 heeft [eiseres] [gedaagde] bericht dat zij haar vordering tot nakoming van de overeenkomst heeft omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding ex artikel 6:87 BW.

12. Bij e-mailbericht van 10 februari 2020 heeft [gedaagde] de gemachtigde van [eiseres] het volgende bericht:
Ik heb meerdere malen gecorrespondeerd met u , ook over het feit dat ik verzocht heb om alsnog met mijn bouwadviseur waar ik al jaren mee werk en volledig vertrouw ,langs te komen , u heeft hierzelf geen gehoor aan gegeven dit was al voor het voorstel van u .
Ik heb mijn adviseur dus verzocht als nog een tegenrapport op te stellen aan de hand van de door uw client geleverde informatie. Dit rapport zal net zoals alle andere documentatie en de inmiddels overgedragen correspondentie aangeleverd worden aan [naam 2] van [naam kantoor].

14. Bij brief van 17 februari 2020 heeft [naam 3] (hierna: [naam 3] ) van [naam bedrijf 4] het volgende aan [gedaagde] bericht:
[naam 4] van [naam bedrijf 2] beroept zich bij de door hem uitgevoerde inspectie op de kwaliteitsrichtlijnen KVT 2010 ( Kwaliteit van houten gevelelementen ).

De KVT 2010 is een uitgave van de Nederlandse Branchevereniging voor dTimmerindustrie.

De KVT wordt gebruikt bij het ontwerpen of voorschrijven van houten gevelelementen voor

de machinale timmerindustrie die met KOMO productcertificaat levert.

Wij nemen aan dat er hier geen sprake in ven een bestek of technische omschrijving waar de KVT 2010 wordt voorgeschreven.

Enkele opmerkingen op het inspectie rapport van [naam bedrijf 2] :

  1. Een “pen & gatverbinding” d.m.v. constructielijm en gegalvaniseerde spaanplaat schroeven is heel normaal in de aannemerij.

  2. Waar de bewering vandaan komt dat een kitvoeg een tijdelijke oplossing zou zijn is bij ons niet
    bekent !!!

Hout kan krimpen en uitzetten.
De functie van de kitnaad is om het vocht buiten te houden zodat er geen houtrot kan ontstaan!!
NBvT adviseert zelfs binnen naden luchtdicht af te werken en naden aan de buitenzijde af te
kitten.

U heeft de laatste gording bevestigd aan de bestaande achtergevel, dus van doorhangen kan hier geen sprake zijn.

Hout voor buitentoepassingen moet verduurzaamd worden.
De gordingen zijn met balkdragers bevestigd tegen het metselwerk en is hier sprake van een
binnentoepassing.

3. De vordering, de grondslag en het verweer

in conventie:

3.1

[eiseres] heeft gevorderd om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  1. voor recht te verklaren dat de vordering tot nakoming door [eiseres] is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van bedoelde schade, te weten 16 februari 2019;

  2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van in totaal € 10.616,- inclusief btw als voorschot op de schadevergoeding, binnen 14 dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat [gedaagde] in verzuim is, te weten 24 juli 2019, althans vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

subsidiair:

de gedeeltelijke ontbinding van de tussen partijen op 21 september 2018 gesloten overeenkomst – aangaande de verschillende verbouwingswerkzaamheden aan de woning van [eiseres] – uit te spreken en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 10.616,- binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag van algehele voldoening;

meer subsidiair:

[gedaagde] te veroordelen om binnen een maand na betekening van dit vonnis, de gebreken deugdelijk en op kosten van [gedaagde] te (laten) herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor elke dag dat [gedaagde] in gebreke blijft hieraan te voldoen, waarbij een gedeelte van een dag telt als een gehele dag;

in alle gevallen:

[gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 881,16 aan buitengerechtelijke kosten;

[gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure alsmede de nakosten.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt [eiseres] aan haar eis primair het volgende ten grondslag. Op grond van de overeenkomst was [gedaagde] gehouden om de verbouwingswerkzaamheden conform offerte uit te voeren. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, aangezien de verbouwingswerkzaamheden door hem niet deugdelijk zijn uitgevoerd en ook de nadien ontstane gebreken niet deugdelijk door hem zijn hersteld. [eiseres] heeft [gedaagde] op 9 juli 2019 in gebreke gesteld, waarbij hem is aangezegd dat de eventuele kosten van verzuim op hem zouden worden verhaald. Nu [gedaagde] hier niet aan heeft voldaan, is hij op 24 juli 2019 in verzuim geraakt. [eiseres] heeft haar vordering tot nakoming van de overeenkomst omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Op grond van de begroting van [naam bedrijf 2] van € 11.616,00 inclusief btw bedraagt de schade, na aftrek van het nog openstaande bedrag van € 1.000,-, in elk geval € 10.616,- inclusief btw. Daarnaast maakt [eiseres] aanspraak op vergoeding van de werkelijke door haar geleden schade, inclusief rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Subsidiair legt [eiseres] aan haar eis ten grondslag dat, aangezien [gedaagde] in verzuim is met het herstel van de gebreken, zij gerechtigd is tot het vorderen van de gedeeltelijke ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst alsmede de nakoming van de ontstane ongedaanmakingsverbintenissen, bestaande uit terugbetaling van de betaalde aanneemsom.
Meer subsidiair legt [eiseres] aan haar eis ten grondslag dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeengekomen verbouwingswerkzaamheden, zodat hij alsnog aangesproken kan worden op de deugdelijke nakoming van de overeenkomst en uitvoering van de verbouwingswerkzaamheden conform de geldende voorschriften op zijn kosten en, voor het geval hij niet tot nakoming zal overgaan, betaling van de dwangsom.

3.3

[gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Hij heeft daartoe – voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd. Hij is niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De werkzaamheden hebben weliswaar vertraging opgelopen maar zijn door hem correct en conform de overeenkomst uitgevoerd. Het werk is opgeleverd op 16 februari 2019 en de werkzaamheden zijn toen door [eiseres] akkoord bevonden. [eiseres] kan zich daarom niet nu alsnog beroepen op de vermeende zichtbare gebreken. Voor de oplevering zijn de gevel en de kozijnen enige tijd nat gespoten en van lekkages was op dat moment geen sprake. Dat de gestelde lekkages samenhangen met de door hem verrichte werkzaamheden is dan ook niet aannemelijk. [eiseres] heeft hem niet in de gelegenheid gesteld om bij het onderzoek van [naam bedrijf 2] aanwezig te zijn. De door hemzelf ingeschakelde deskundige [naam 3] heeft geoordeeld dat de werkzaamheden wel degelijk naar behoren zijn verricht. De door [naam bedrijf 2] gestelde KVT 2010-norm is niet tussen partijen overeengekomen en ook anderszins niet van toepassing.

in reconventie:

3.4

[eiser] heeft gevorderd om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerster] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te betalen een bedrag van € 6.334,37 te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 14 dagen na de factuurdatum, althans vanaf een andere in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van de procedure alsmede de nakosten.

3.5

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan zijn eis het volgende ten grondslag gelegd. [verweerster] is uit hoofde van de overeenkomst tussen partijen en de hieruit voortvloeiende afspraken gehouden tot betaling van het nog openstaande bedrag van € 1.770,80 aan aanneemsom alsmede bedragen van € 440,- en € 4.123,57 ter zake van overeengekomen meerwerk.

3.6

[verweerster] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Zij heeft daartoe – voor zover van belang – het volgende aangevoerd. De vermeende eindafrekeningen van 10 en 20 maart 2019 zijn nimmer door haar ontvangen en waarschijnlijk later opgemaakt. Het meerwerk is niet overeengekomen. Voor zover in rechte zou komen vast te staan dat zij wel gehouden is tot betaling van het gevorderde bedrag, beroept zij zich op verrekening met het in conventie gevorderde bedrag aan schadevergoeding.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie:

4.1

De overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] is te kwalificeren als een gecombineerde

overeenkomst tot koop en aanneming van werk. Beoordeeld dient te worden of [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

4.2

Op grond van het bepaalde in artikel 7:758 BW komt een werk na oplevering voor risico van de opdrachtgever en is de opdrachtnemer ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever ten tijde van de oplevering redelijkerwijs had kunnen ontdekken, maar die niet op de gebrekenlijst van de oplevering staan. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de werkzaamheden door hem op 16 februari 2019 in het bijzijn van [eiseres] zijn opgeleverd en dat deze toen door [eiseres] akkoord zijn bevonden, zodat de huidige klachten tardief zijn. Dat de werkzaamheden zijn opgeleverd is door [eiseres] betwist. Daarnaast heeft zij gesteld op 16 februari 2019 mondeling aan [gedaagde] te hebben gemeld dat de aanbouw niet waterdicht is, het raam te smal is en het houtwerk niet weerbestendig is. Partijen hebben geen opleveringsverklaring opgesteld. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat er een oplevering heeft plaatsgevonden en [eiseres] de door haar gestelde gebreken heeft geaccepteerd.

4.3

[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat [gedaagde] de werkzaamheden gebrekkig heeft uitgevoerd, verwezen naar het rapport van [naam bedrijf 2] van 8 mei 2019 en het
e-mailbericht van [naam bedrijf 3] van 29 juli 2019. Het bericht van [naam bedrijf 3] is onvoldoende ter onderbouwing van de gebreken, nu zij niet inhoudelijk heeft gemotiveerd op welke feitelijke gebreken zij haar oordeel baseert. Het rapport [naam bedrijf 2] en de daarin vastgestelde gebreken zijn door [gedaagde] gemotiveerd betwist, onder andere aan de hand van de door hem overgelegde opmerkingen van [naam 3] . Voorts heeft hij aangevoerd dat hij niet in de gelegenheid is gesteld de door [naam bedrijf 2] uitgevoerde schouw in persoon bij te wonen en dat men hem niet in de gelegenheid heeft gesteld voorafgaand aan de rapportage te reageren op diens bevindingen.
De kantonrechter acht het gewenst dat een gerechtelijk deskundige een oordeel geeft over de kwaliteit van het werk. Hij zal daartoe een deskundige benoemen.


De kantonrechter is voornemens de deskundige de volgende onderzoeksvragen voor te leggen:

  1. Uitgangspunt zijn de in de offerte weergegeven werkzaamheden. Welke van de in de aannemingsovereenkomst omschreven werkzaamheden zijn wel en welke zijn niet uitgevoerd in de woning? Zijn er door [gedaagde] werkzaamheden verricht die niet in de offerte zijn opgenomen?

  2. In hoeverre voldoen de uitgevoerde werkzaamheden aan de eisen van deugdelijk werk die [eiseres] op grond van de gesloten aannemingsovereenkomst mocht verwachten? Kunt u daarbij inzicht geven welke beoordelingscriteria (wet- en regelgeving en bouwnormen, waaronder de KVT 2010) u daarbij van belang acht en hanteert?

  3. Indien sprake is van gebrekkige werkzaamheden: welke daarvan zijn te herstellen, en zo ja, wat zijn daarvan de kosten (uit te splitsen in arbeid en materiaal)?

  4. Is er sprake geweest van lekkages in de woning? Wat is de oorzaak daarvan? Wat zijn de kosten van herstel (uit te splitsen in arbeid en materiaal)?

  5. Als een gebrek niet kan worden hersteld, tot welke waardevermindering van de woning leidt dat?

  6. Hebt u vanuit uw expertise nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

4.4

Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld in onderling overleg een deskundige
voor te dragen. Indien partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over de persoon van de deskundige, worden zij op de hierna te noemen roldatum in de gelegenheid gesteld een drietal namen van deskundigen voor te dragen waarop de kantonrechter een deskundige zal
benoemen. Ook zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de
aan de deskundige te stellen (aanvullende) vragen.

4.5

[eiseres] dient op grond van de hoofdregel van artikel 195 Rv te zijner tijd de kosten bij wege van voorschot aan de deskundige te voldoen.

4.6

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van de procedure aangehouden.


in reconventie:

4.7

[eiser] vordert in reconventie betaling van een bedrag van € 1.770,- aan geoffreerde werkzaamheden, € 440,- aan meerwerk ter zake van twee glasplaten in de openslaande ramen op de tweede verdieping en € 4.123,57 aan overig meerwerk.

4.8

Ten aanzien van de geoffreerde werkzaamheden is tussen partijen niet in geschil dat [verweerster] giraal een bedrag van € 10.656,20 aan [eiser] heeft voldaan. [verweerster] heeft echter aangevoerd dat zij op 14 november 2018 ook nog contant een bedrag van € 1.000,- aan [eiser] heeft betaald. [eiser] heeft betwist dit bedrag te hebben ontvangen. Op [verweerster] , die een bevrijdend verweer voert, rust de bewijslast van deze betaling.

4.9

Met betrekking tot het door [eiser] gevorderde bedrag van € 4.123,57 aan meerwerk, als genoemd in de factuur van 20 maart 2019, heeft [verweerster] terecht gesteld dat zij deze kosten alleen verschuldigd is indien [eiser] heeft voldaan aan zijn waarschuwingsplicht. In artikel 7:755 BW is bepaald dat de aannemer, in geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk, slechts dan een verhoging van de prijs kan vorderen wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Op basis van de inhoud van de offerte heeft [verweerster] er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat in dit bedrag in beginsel alle kosten betreffende de werkzaamheden waren begrepen. [eiser] heeft weliswaar gesteld dat in het gesprek van 21 december 2019 met [naam 1] meerwerk en meerwerkkosten met [verweerster] zijn besproken en door haar akkoord zijn bevonden, maar dit is door [verweerster] betwist en daarmee niet komen vast te staan. Op [eiser] , die zich op de rechtsgevolgen beroept, rust op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv de bewijslast van zijn stelling dat [verweerster] tijdig op de noodzaak van de in de factuur van 20 maart 2019 genoemde meerwerkzaamheden en de daaruit voortvloeiende prijsverhoging is gewezen. [eiser] zal in de gelegenheid worden gesteld dit bewijs te leveren. Indien [eiser] slaagt in dit bewijs en indien komt vast te staan dat de werkzaamheden conform de daarvoor geldende normen zijn uitgevoerd, zijn deze kosten toewijsbaar.

4.10

Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 440,- aan meerwerk betreffende twee glasplaten in de openslaande ramen op de tweede verdieping heeft [verweerster] erkend dat deze werkzaamheden op haar verzoek zijn verricht en dat partijen hebben gesproken over een prijsverhoging voor dit meerwerk. [verweerster] heeft echter aangevoerd dat is overeengekomen dat zij maar voor één raam hoefde te betalen en dat de aanneemsom vervolgens zou worden verhoogd met een bedrag van € 229,20 tot € 12.656,20. Aangezien [eiser] heeft betwist dat hij ten aanzien van de twee glasplaten in de openslaande ramen [verweerster] een bedrag van € 210,80 (€ 440,- minus € 229,20) heeft kwijtgescholden, rust op [verweerster] , die zich op de door haar gestelde afspraak/overeenkomst beroept, de bewijslast van haar stelling.

4.11

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van de procedure aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

beveelt een deskundigenonderzoek naar de hierboven in rechtsoverweging 3.4 genoemde punten;

bepaalt dat partijen in gezamenlijk overleg een deskundige zullen kiezen en ter rolzitting van de kantonrechter op de nader te noemen roldatum schriftelijk zullen berichten welke deskundige het onderzoek zal verrichten;

bepaalt dat, indien partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over de persoon van de deskundige, zij op de nader te noemen roldatum elk schriftelijk een drietal namen van deskundigen zullen voordragen, waarvan één deskundige zal worden benoemd;

bepaalt dat partijen zich op de nader te noemen roldatum tevens mogen uitlaten over de aan de deskundige voor te leggen onderzoeksvragen;

in reconventie:

laat [eiser] toe tot het bewijs van zijn stelling dat:

- [verweerster] tijdig is gewezen op de noodzaak van de meerwerkzaamheden en de daaruit voortvloeiende prijsverhoging;


laat [verweerster] toe tot het bewijs van haar stellingen dat:

  • -

    zij contant een bedrag van € 1.000,- aan [eiser] heeft voldaan;

  • -

    partijen voor de twee glasplaten in de openslaande ramen op de 2e verdieping een bedrag van € 229,20 aan meerwerk zijn overeengekomen;

bepaalt dat partijen ten aanzien van de hierboven genoemde bewijsopdrachten op de nader te noemen roldatum moeten meedelen of en, zo ja, op welke wijze van de bewijsmogelijkheid gebruik zal worden gemaakt;

bepaalt dat, indien partijen getuigen wensen te horen, zij bij die gelegenheid het aantal en de namen van eventueel te horen getuigen zullen mogen opgeven – in welk geval zij tevens opgave dienen te doen van hun verhinderdata alsmede die van de wederpartij en de getuigen voor de maanden juli tot en met september 2021 – en op het bewijsthema betrekking hebbende bescheiden in het geding mogen brengen;

partijen worden er voorts op gewezen dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen ten minste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;

in conventie en in reconventie:

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 29 juni 2021;

wijst partijen erop dat hun schriftelijke reactie in tweevoud dient te worden ingestuurd en
dat deze uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen moet zijn;

houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van de procedure aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590