Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:496

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-01-2021
Datum publicatie
27-01-2021
Zaaknummer
C/10/610317 / JE RK 20-3564
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/610317 / JE RK 20-3564

datum uitspraak: 14 januari 2021

beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 16 december 2020, ingekomen bij de griffie op 22 december 2020.

Op 14 januari 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. C.W.F. Jansen,

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft bij Pluryn.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van twaalf maanden en tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van negen maanden.

De Raad handhaaft ter zitting het verzoek. [naam kind] is fors aan het afglijden waardoor zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er dient passende hulpverlening te worden ingezet. De moeder werkt goed mee met de hulpverlening. Alle betrokkenen staan achter een plaatsing van [naam kind] bij Pluryn. Een kortere verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] is gezien haar problematiek niet reëel.

De standpunten

De GI sluit zich ter zitting aan bij het standpunt van de Raad. Op 4 januari 2021 is [naam kind] bij Pluryn geplaatst waar zij zich goed aanpast. Het is belangrijk dat [naam kind] behandeling krijgt en dat gewerkt wordt aan haar agressie, zelfstandigheid en de relatie tussen haar en de moeder. Daarna dient te worden bezien of [naam kind] in de regio of bij de moeder kan worden geplaatst. Gezien de problematiek van [naam kind] is een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van negen maanden noodzakelijk.

De moeder stemt ter zitting, mede bij monde van haar advocaat, in met het verzoek van de Raad. De moeder wenst hulpverlening te verkrijgen middels een ondertoezichtstelling. Zij voelt zich gesteund door de GI. Hoewel de moeder het moeilijk vindt, erkent zij dat het verblijf van [naam kind] bij Pluryn in haar belang is. De moeder wenst echter dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] voor een kortere periode zal worden verleend.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er bestaan al gedurende langere tijd zorgen over het gedrag van [naam kind] en haar veiligheid. [naam kind] heeft een licht verstandelijke beperking en vertoont zelfbepalend en seksueel wervend gedrag. Daarnaast vertoont zij agressief gedrag en wordt zij verdacht van agressie gerelateerde delicten waarbij haar voorarrest met bijzondere voorwaarden is geschorst. Om te voorkomen dat [naam kind] vervalt in delictgedrag en zij haar schorsende voorwaarden zal overtreden, is het van belang dat haar passende hulpverlening wordt geboden. Wegens ambivalentie van [naam kind] is een gedwongen kader nodig.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW. [naam kind] heeft bij Pameijer verbleven. Door haar agressieve gedrag kon Pameijer de veiligheid van [naam kind] en haar groepsgenoten niet meer waarborgen, waardoor zij daar is weggestuurd. Ter overbrugging verblijft zij bij de moeder. Het gezin is echter overbelast en de spanningen zijn in korte periode al hoog opgelopen. [naam kind] is op 4 januari 2021 bij Pluryn geplaatst. Het is van belang dat zij daar stabiliseert en behandeling zal krijgen. Gezien de problematiek van [naam kind] is toewijzing van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] voor een kortere periode niet reëel. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van negen maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, Amsterdam, met ingang van 14 januari 2021 tot 14 januari 2022;

verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 14 januari 2021 tot 14 januari 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.