Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4938

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2021
Datum publicatie
17-06-2021
Zaaknummer
8581308
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Auto. Verkocht als schadevrije auto, bleek toch schadeauto te zijn. Ontbinding overeenkomst. Schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8581308 CV EXPL 20-20006

uitspraak: 11 juni 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Auto1 European Cars B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: Wittebrood De Gerechtsdeurwaarder te Harderwijk,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. T. Şen te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘Auto1’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    de dagvaarding van 3 juni 2020;

  • -

    de conclusie van antwoord van 25 augustus 2020;

  • -

    de conclusie van repliek (met een vermeerdering van eis) van 22 september 2020;

  • -

    de conclusie van dupliek van 1 december 2020;

  • -

    het vonnis van 8 januari 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de door partijen overgelegde stukken (inclusief de door Auto1 bij brief van 16 april 2021 nog ingediende stukken);

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 10 mei 2021.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

2.1

[gedaagde] heeft op 18 november 2019 voor € 26.152,00 een auto aan Auto1 verkocht. [gedaagde] tekent er op de koopovereenkomst voor dat de auto ongevalvrij is en geen verdere schade heeft.

2.2

De gemachtigde van Auto1 schrijft op 20 maart 2020 in een brief aan [gedaagde] , voor zover nu van belang:

Op 10 december 2019 bent u door Auto1 aansprakelijk gesteld voor haar schade, te weten het leveren van een Volkswagen T-Roc een Auto1 (…) met een ernstig schadeverleden, zonder dit te vermelden ten tijde van de koop.

Gelet op het uitblijven van een reactie c.q. enige betaling is op 3 januari jl. tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst overgegaan.

In de brief van 3 januari jl. is opgenomen:

Ontbinding

Hierbij wordt namens AUTO1 de op 18 november 2019 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de auto ontbonden. Zoals eerder aangekondigd, zal AUTO1 ter beperking van haar verdere schade de auto thans gaan verkopen en de door haar geleden schade, bestaande uit (onder meer) geleden verlies en gederfde winst en kosten, vermeerderd met rente en kosten op u gaan verhalen.

Nadat de auto is verkocht zullen wij namens AUTO1 haar geleden schade op u verhalen.

De auto is inmiddels weer te koop gezet op het verkoopplatform van Auto1 en is op 6 maart 2020 verkocht (met vermelding van het ernstige schadeverleden) voor het bedrag van

€ 18.050,00 zie bijgevoegde factuur. Auto1 wenst haar schade, die bestaat uit het verschil in waarde (in rechte) op u te verhalen. Het waardeverlies bedraagt € 8.102,00 (€ 26.152,00 –

€ 18.050,00).

3. Het geschil

3.1

Auto1 stelt dat [gedaagde] haar een auto heeft verkocht zonder te melden dat het om een ongevalsvoertuig ging. Auto1 heeft de koopovereenkomst ontbonden en vordert, in de dagvaarding, veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade die zij lijdt, te weten het verschil tussen de aan [gedaagde] betaalde prijs en de prijs waarvoor de auto weer doorverkocht is, te weten een bedrag van € 8.102,00, met rente, tot het uitbrengen van de dagvaarding een bedrag van € 34,09, en € 780,10 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.2

Auto1 vermeerdert haar eis in haar conclusie van repliek. Zij stelt daarin dat de auto niet zoals eerder meegedeeld verkocht is voor € 18.050,00 maar voor € 15.103,00, een verschil met de aan [gedaagde] betaalde prijs van € 11.049,00 dus. Auto1 vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dit laatste bedrag, met rente, tot het uitbrengen van de dagvaarding een bedrag van € 29,58, en € 885,49 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

Auto1 vordert naast het voorgaande voor recht te verklaren dat zij de overeenkomst met [gedaagde] rechtsgeldig buitengerechtelijk (gedeeltelijk) heeft ontbonden.

3.4

[gedaagde] voert verweer tegen de vordering.

3.5

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee Auto1 en [gedaagde] de vordering en het verweer daartegen onderbouwen.

4. De beoordeling

4.1

Als [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van haar overeenkomst met Auto1, geeft dit Auto1 de bevoegdheid de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden (artikel 6:265 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). Auto1 heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en zij vordert voor recht te verklaren dat zij dit rechtsgeldig heeft gedaan.

4.2

De verklaring voor recht die Auto1 vordert is toewijsbaar. [gedaagde] heeft zich er op 18 november 2019 immers toe verbonden (zij tekent daarvoor in de koopovereenkomst) een ongevalvrije auto, zonder verdere schade, aan Auto1 te leveren en dit blijkt zij niet gedaan te hebben. De stukken maken melding van verschillende gebreken aan de auto (het gaat sterker nog om een door de vorige eigenaar als schadeauto verkochte auto) en [gedaagde] betwist de conclusies die door of namens Auto1 over de auto worden getrokken niet.

4.3

Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat zij van geen schade wist en dat zij zelf nooit iets aan de auto heeft gemerkt, er zelfs mee naar Luxemburg gereden is. Om tot de conclusie te komen dat [gedaagde] ‘tekortgeschoten’ is (in haar verbintenis een ongevalvrije auto, zonder verdere schade, aan Auto1 te leveren), is het echter niet van belang of [gedaagde] al dan niet iets wist over een schadeverleden. Het enkele feit dat [gedaagde] verklaart een schadevrije auto te verkopen terwijl dit (achteraf) niet zo blijkt te zijn, levert een tekortkoming van [gedaagde] op. Of deze tekortkoming haar toegerekend kan worden is voor de vraag of de overeenkomst ontbonden kan worden op zich niet van belang. Of de tekortkoming [gedaagde] toegerekend kan worden kan hooguit van belang zijn bij de vraag of de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding en de gevolgen daarvan wel rechtvaardigt, maar in dit verband wordt opgemerkt dat [gedaagde] slechts stelt dat zij van niets wist. Dit is echter in strijd met het gegeven dat de auto op 6 mei 2019 door haar als ongevalsauto gekocht is voor een bedrag van € 11.000,- bij Autobedrijf J. Pater B.V. in Ede en aldaar contant door haar is betaald. Dat haar (inmiddels) ex-echtgenoot de auto gekocht zou hebben en zonder dat zij dit wist op haar naam heeft gezet wordt door haar volstrekt niet onderbouwd. Evenmin onderbouwt zij de gestelde reis naar Luxemburg met de auto waarbij zij geen onregelmatigheden zou hebben opgemerkt. Nu onderbouwing van de stellingen van [gedaagde] ontbreekt, wordt ervan uitgegaan dat [gedaagde] wel degelijk wist dat zij een schadeauto aan Auto1 leverde zonder hier melding van te maken.

4.4

Als een overeenkomst wordt ontbonden, dan is de partij van wie de tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, en dat is [gedaagde] in deze zaak, verplicht Auto1 de schade te vergoeden die deze lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de overeenkomst heeft plaatsgevonden (artikel 6:277 lid 1 BW). Auto1 toont voldoende aan dat zij de auto uiteindelijk – onder vermelding van het schadeverleden – heeft doorverkocht voor € 15.103,00, voor € 11.049,00 minder dus dan waarvoor zij de auto van [gedaagde] heeft gekocht. De kantonrechter stelt de schade van Auto1 daarom vast op € 11.049,00 en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van dit bedrag aan Auto1. De rente die Auto1 over dit bedrag vordert, inclusief het tot het uitbrengen van de dagvaarding berekende bedrag aan rente van € 29,58, is ook toewijsbaar.

4.5

Auto1 geeft [gedaagde] in de brief van 20 maart 2020 ook een termijn van veertien dagen om een bedrag van € 8.102,00 aan haar te betalen, met de aanzegging dat als zij dit niet doet, zij € 780,10 aan buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. Deze brief voldoet aan de eisen die artikel 6:96 lid 6 BW stelt aan een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De € 780,10 aan buitengerechtelijke incassokosten die Auto1 vordert in de dagvaarding is daarom toewijsbaar. Omdat er geen ‘veertiendagenbrief’ is waarin het toe te wijzen bedrag van € 11.049,00 wordt genoemd, is de vordering van Auto1 tot veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 885,49 aan buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar.

4.6

[gedaagde] is de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure.

4.7

Dit vonnis wordt zoals Auto1 vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis, [gedaagde] in de tussentijd wel alvast aan de veroordelingen moet voldoen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart voor recht dat Auto1 de met [gedaagde] gesloten overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk (gedeeltelijk) heeft ontbonden;

- veroordeelt [gedaagde] om € 11.858,68 aan Auto1 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over € 11.049,00 vanaf de dag dat de dagvaarding is uitgebracht tot aan de dag van de algehele betaling;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Auto1 vastgesteld op € 85,09 aan kosten voor de dagvaarding, € 499,00 aan griffierecht en € 1.119,00 aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van € 373,00 per punt);

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686