Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4906

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
8774062 / CV EXPL 20-33185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

onbetaalde facturen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8774062 / CV EXPL 20-33185

uitspraak: 16 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Proud Packaging B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, te Appingedam,

tegen

[gedaagde]

.

t.h.o.d.n. [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.W. Huijzer, te Papendrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Proud’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 9 september 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vordering

2.1.

Proud heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 5.196,09, vermeerderd met de wettelijke rente over (het nog openstaande deel) van de hoofdsom gerekend vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2.

Aan haar vordering heeft Proud – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

Proud heeft aan [gedaagde] in de periode tussen november 2019 en januari 2020 diverse zaken aan [gedaagde] verkocht en geleverd. Hiervoor heeft Proud diverse facturen aan [gedaagde] verzonden. [gedaagde] is, ondanks herhaalde aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van het door haar aan Proud verschuldigde bedrag van € 7.521,43.

Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Proud zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Deze kosten van € 1.128,21 komen voor rekening van [gedaagde] .

Voorts maakt Proud aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 316,45 aan vervallen rente berekend tot de dag van dagvaarding.

[gedaagde] heeft na sommatie een bedrag van € 3.770,00 aan (de gemachtigde van) [gedaagde] betaald. Dit bedrag strekt in mindering op voornoemde bedragen.

3. Het verweer

3.1.

Het verweer van [gedaagde] strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van Proud in haar vordering, althans tot het afwijzen van de vordering, met veroordeling van Proud in de proceskosten alsmede de nakosten.

3.2.

Daartoe heeft [gedaagde] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

[gedaagde] heeft betwist dat zij diverse zaken van Proud heeft gekocht en dat Proud enige levering aan haar heeft verricht. De facturen zijn gericht aan [persoon A] . [persoon A] is een werknemer van [gedaagde] die niet gemachtigd is om namens [gedaagde] zaken te kopen.

Voorts heeft [gedaagde] de hoogte en verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten betwist.

4. De beoordeling

4.1.

Bij repliek heeft Proud haar vordering nader toegelicht en – kort samengevat en voor zover van belang – het volgende gesteld. Het verweer van [gedaagde] staat haaks op het feit dat tussen partijen, op verzoek van [gedaagde] , diverse e-mailcorrespondentie heeft plaatsgevonden over het treffen van een betalingsregeling voor de onderhavige vordering. Tussen partijen is diverse malen een betalingsregeling overeengekomen, die door [gedaagde] ook deels is nagekomen. Voorts wordt na elke order een orderbevestiging gestuurd. Proud heeft de orderbevestiging in het geding gebracht. Dat de orders ook daadwerkelijk aan [gedaagde] zijn geleverd, blijkt uit de door [gedaagde] getekende vrachtbrieven, die door Proud eveneens in het geding zijn gebracht. Dat de orders zijn gericht aan [persoon A] impliceert niet dat hij degene is die de orders heeft gedaan, aldus nog steeds Proud.

4.2.

[gedaagde] heeft voornoemde stellingen van Proud en de door Proud in het geding gebrachte stukken niet, althans onvoldoende, weersproken. Derhalve zal van de juistheid van de stellingen en stukken worden uitgegaan. Dit betekent dat ervan uitgegaan zal worden dat [gedaagde] diverse zaken bij Proud heeft gekocht en Proud deze zaken aan [gedaagde] heeft geleverd. Nu [gedaagde] de hoogte van het bij haar in rekening gebrachte bedrag van € 7.521,43 niet heeft betwist, zal dit bedrag aan hoofdsom worden toegewezen.

4.3.

Ingevolge artikel 6:44 BW dienen de betalingen die [gedaagde] na sommatie heeft verricht eerst in mindering te strekken op de kosten, waaronder de buitengerechtelijke kosten, vervolgens van de vervallen rente en ten slotte van de hoofdsom. Dit brengt mee dat beoordeeld moet worden of de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente toewijsbaar zijn.

4.4.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Uit de door Proud gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Proud vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.5.

De gevorderde wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 316,45 aan vervallen rente, zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

4.6.

Correcte toepassing van artikel 6:44 BW leidt tot de conclusie dat de vervallen rente inmiddels volledig is voldaan en een bedrag van € 4.067,88 aan hoofdsom resteert.

4.7.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Proud tegen kwijting te betalen € 4.067,88, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Proud vastgesteld op € 588,75 aan verschotten en € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

37555