Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4895

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
C/10/617767 / JE RK 21-1186
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten jeugdhulp na spoedbeslissing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/617767 / JE RK 21-1186

Datum uitspraak: 6 mei 2021

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,

advocaat: mr. R. Tetteroo, te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van deze rechtbank van 30 april 2021 en de daarin genoemde stukken;

- de verklaring d.d. 30 april 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 30 april 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 6 mei 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:

- [voornaam minderjarige] , die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door mr. R. Tetteroo;

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De moeder heeft de zitting via een telefoonverbinding bijgewoond en is dus telefonisch gehoord.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.

Bij beschikking van 8 november 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd tot 8 november 2021.

Bij beschikking van 30 augustus 2021 (de kinderrechter leest 30 april 2021) is een spoedmachtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 30 april 2021 voor de duur van vier weken. De beslissing is voor het overig verzochte aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI verzoekt een machtiging om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] is in korte tijd snel achteruitgegaan. [voornaam minderjarige] verbleef sinds 9 maart 2021 bij Kamertrainingscentrum (KTC) ’s Heeren Loo. Die plaatsing is moeizaam verlopen. Eind maart is [voornaam minderjarige] opnieuw met politie in aanraking gekomen en is hij in Teylingereind gedetineerd geraakt. Vervolgens is hij op Groot Emaus geplaatst. Daar heeft een incident plaatsgevonden, waarbij een groepsleider gewond is geraakt. [voornaam minderjarige] heeft toen weer vastgezeten. Sinds 3 mei 2021 verblijft [voornaam minderjarige] op een gesloten groep bij Schakenbosch. Zowel het KTC als Groot Emaus is een gepasseerd station. Zij kunnen [voornaam minderjarige] niet bieden wat hij nodig heeft. Hoewel de gedragswetenschapper maar voor drie maanden met een gesloten plaatsing instemt, wil de GI liever een machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden, zodat er langer de tijd is om toe te werken naar een geschikte vervolgplek.

De standpunten

[voornaam minderjarige] is het niet eens met het verzoek van de GI. Twee maanden geleden heeft de GI zelf betoogd dat sprake was van een positieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] verbleef op het KTC, er was een jongerencoach betrokken en de hulpverlening stond als een huis. Het idee was toen dat [voornaam minderjarige] een korte time-out nodig had en daarna weer terug zou gaan naar het KTC. Het incident met de beveiligster bij Groot Emaus had ermee te maken dat [voornaam minderjarige] zich onjuist bejegend voelde. Hij had op dat moment een emotioneel gesprek met zijn moeder en dat werd abrupt beëindigd. Het is de vraag of nu één incident voldoende is om tot een gesloten plaatsing te beslissen. Gelet op de leeftijd van [voornaam minderjarige] is het beter om snel terug te werken naar een open groep of KTC. [voornaam minderjarige] wil het liefst terug naar het KTC om verder aan zijn toekomst te werken. Primair wordt verzocht om de machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen, subsidiair om de machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden te verlenen.

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat [voornaam minderjarige] nu stil staat in zijn ontwikkeling. Hij wordt bijna achttien jaar en dan heeft hij straks geen goede plek om te gaan wonen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

[voornaam minderjarige] heeft een disharmonisch intelligentieprofiel, PDD-NOS en ADHD. Hij heeft veel behoefte aan duidelijkheid en structuur. Sinds 9 maart 2021 verbleef [voornaam minderjarige] bij KTC ‘s Heeren Loo, omdat de thuissituatie niet langer houdbaar was vanwege de opgroei- en opvoedproblemen van [voornaam minderjarige] en de pedagogische onmacht van de moeder vanwege haar eigen problematiek. Uit de ‘onderbouwing gesloten machtiging’ van ’s Heeren Loo blijkt dat [voornaam minderjarige] tijdens het verblijf bij het KTC sterk oppositioneel gedrag vertoonde. Hij gebruikte verbaal en fysieke agressie en had moeite met het volgen van regels. Vanwege een strafbaar feit is [voornaam minderjarige] na twee weken in detentie geplaatst. Vervolgens is hij overgeplaatst naar Groot Emaus om een gefaseerde en rustige terugkeer naar het KTC mogelijk te maken. Bij Groot Emaus heeft wederom een incident plaatsgevonden, waarbij [voornaam minderjarige] een begeleidster heeft mishandeld.

Het is van belang dat [voornaam minderjarige] beschermd wordt tegen zichzelf en tegen negatieve invloeden van buitenaf. Op dit moment kan een open groep [voornaam minderjarige] niet de duidelijkheid, structuur en intensieve behandeling bieden die hij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. Gelet op [voornaam minderjarige] ’s leeftijd, heeft de gedragswetenschapper geadviseerd om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden te verlenen. Van belang is dat [voornaam minderjarige] vervolgens kan doorstromen naar een open groep ter voorbereiding op zijn zelfstandigheid. De kinderrechter zal daarom, gelet op het advies van de gedragswetenschapper, de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van drie maanden en het overig verzochte afwijzen. De komende periode dient de GI samen met [voornaam minderjarige] en de moeder op zoek te gaan naar een passende vervolgplek waar [voornaam minderjarige] zich kan ontwikkelen richting zelfstandigheid en (hopelijk) ook na het bereiken van de achttienjarige leeftijd kan blijven wonen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 mei 2021 tot 6 augustus 2021;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021 door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 28 mei 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.