Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4822

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
C/10/608630 / JE RK 20-3276
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

‘machtiging gesloten jeugdhulp’

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/608630 / JE RK 20-3276

datum uitspraak: 18 mei 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2003 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 1 april 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- het gezinsplan van de GI van 10 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 11 mei 2021.

Op 18 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind], die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door mr. M.O. Ligeon-Merton,

- de moeder,

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft binnen de gesloten jeugdhulp, te weten bij Harreveld.

Bij beschikking van 24 augustus 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot [geboortedatum kind] 2021.

Bij beschikking van 1 april 2021 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 25 mei 2021. De beslissing omtrent het overig verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek en het standpunt van de GI

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden, te weten tot 16 juli 2021. De GI heeft het verzoek voorafgaand aan de zitting gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht de machtiging te verlenen voor de duur van een maand, te weten tot 30 juni 2021.

De GI heeft het gewijzigde verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Een machtiging gesloten jeugdhulp is nodig om te zorgen dat [naam kind] voldoende dagbesteding heeft als hij wordt thuisgeplaatst. Het is belangrijk dat [naam kind] zijn diploma haalt, zodat hij eind augustus met zijn nieuwe opleiding kan starten. Op 8 juni a.s. vindt de intake bij Fivoor plaats. Wanneer behandeling geïndiceerd is, zal de behandeling per direct starten. FACT kan tevens ouderondersteuning bieden en het austismeonderzoek van [naam kind] oppakken. Het gaat goed op de groep met [naam kind], maar hij vindt het lastig om zich tijdens de verloven aan de tijden te houden. In de komende maand zal [naam kind] de ruimte krijgen om met zijn mentor een plan op te stellen, zodat hij zijn verloven kan invullen met sollicitatiegesprekken. Wanneer hij een baantje vindt, kan hij zijn verloven ook inzetten om te werken.

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de GI. Het is belangrijk dat [naam kind] zijn diploma haalt en dat hij dagbesteding krijgt. De moeder hoopt dat [naam kind] de kansen grijpt die hem worden geboden en dat hij zich, ook als hij thuis is geplaatst, zo blijft inzetten.

Namens en door [naam kind] is verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. [naam kind] vindt een machtiging gesloten jeugdhulp onnodig, omdat de reclassering zicht op hem houdt. [naam kind] heeft in het strafrechtelijk kader forse bijzondere voorwaarden opgelegd gekregen met een proeftijd van twee jaar. [naam kind] is zich ervan bewust dat hij zich moet gedragen, want hij weet wat er op het spel staat. In de afgelopen tijd heeft [naam kind] aan de opgestelde doelen gewerkt. Hij heeft een intaketest voor een nieuwe school gedaan en de uitslag hiervan zal op 25 mei 2021 worden besproken. Op 15 juni 2021 zal [naam kind] examen doen voor zijn heftruckrijbewijs en eind juni 2021 vindt het praktijkexamen voor zijn horecaopleiding plaats. De intake voor EMDR-therapie vindt plaats op 8 juni 2021, waarna behandeling gelijk zou kunnen starten. Afgelopen weekend heeft [naam kind] meerdere sollicitaties verstuurd. [naam kind] heeft bovendien op eigen initiatief geregeld dat hij als vrijwilliger drumles mag geven bij SKVR. Als [naam kind] zijn VOG krijgt, kan hij gelijk starten en zal hij elke zaterdag drumles geven. [naam kind] is van mening dat hij op dit moment te weinig uitdaging krijgt binnen de gesloten setting en dat hij juist hard gewerkt heeft om te zorgen voor dagbesteding. Namens [naam kind] wordt dan ook verzocht de machtiging gesloten jeugdhulp af te wijzen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Tijdens de zitting van 1 april 2021 heeft de kinderrechter benadrukt dat [naam kind] zelf initiatief diende te nemen voor wat betreft dagbesteding en huisvesting. In de afgelopen periode is gebleken dat [naam kind] de eerder ingezette positieve ontwikkeling vast probeert te houden. [naam kind] heeft meerdere sollicitatiebrieven verstuurd, mag binnenkort examen doen voor een heftruckrijbewijs en mag binnenkort examen voor zijn horecaopleiding doen. Om in augustus 2021 aan zijn nieuwe opleiding te mogen starten is het noodzakelijk dat [naam kind] zijn diploma behaalt. Daarnaast heeft [naam kind] initiatief genomen om vrijwilligerswerk te regelen in de vorm van drumles bij SKVR. [naam kind] is verder aangemeld voor een behandeltraject bij Fivoor. Op 8 juni 2021 vindt de intake bij Fivoor plaats waarna, indien behandeling geïndiceerd is, behandeling voor [naam kind] kan starten en hulpverlening in de thuissituatie bij moeder kan worden ingezet.

Hoewel er positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, is de kinderrechter van mening dat deze nog te pril zijn om de gesloten plaatsing zonder meer te beëindigen en [naam kind] nu meteen terug naar huis te laten keren. Dat [naam kind] op 19 april 2021 in het strafrechtelijk kader bijzondere voorwaarden opgelegd heeft gekregen, maakt dit niet anders. Voortzetting van de gesloten plaatsing voor korte tijd is nog noodzakelijk, zodat [naam kind] de komende maand de structuur in de gesloten setting kan benutten om zijn examens te halen en dagbesteding te regelen, zonder dat hij door anderen in de verleiding kan worden gebracht om afspraken niet na te komen. Het lukt [naam kind] ook op dit moment immers nog niet om zich thuis tijdens verlof altijd aan alle afspraken te houden. Daar komt bij dat de hulpverlening in de thuissituatie bij de moeder pas op 8 juni a.s. kan starten. De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat [naam kind] binnen Harreveld de komende periode de vrijheid krijgt om te solliciteren en te werken, zodat hij na 30 juni 2021 voldoende dagbesteding heeft. Vanaf dat moment is het aan [naam kind] om de positieve ontwikkeling voort te zetten en zich te houden aan de afspraken met zijn moeder.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen en wel voor de verzochte periode van een maand.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 25 mei 2021 tot 30 juni 2021 betreffende [naam kind].

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V. Beenakker als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 juni 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.