Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4757

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
C/10/618785 / JE RK 21-1354
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenen machtiging gesloten jeugdhulp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/618785 / JE RK 21-1354

datum uitspraak: 25 mei 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht,

betreffende

[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2009 te [geboorteplaats kind],

hierna te noemen [naam kind].

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 19 mei 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- een instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van
21 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 25 mei 2021;

- een bepaling gesloten jeugdhulp van de GI van 25 mei 2021, ingekomen bij de griffie op
26 mei 2021.

Op 25 mei 2021 heeft de kinderrechter [naam kind] op de locatie Horizon het Bergse Bos gesproken, bijgestaan door mr. C.G.Th. van de Weerd.

Op 25 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- mr. C.G.Th. van de Weerd, advocaat van de minderjarige [naam kind],

- een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam 1].

De feiten

Bij beschikking van 6 december 2017 is het ouderlijk gezag van [naam moeder], geboren op [geboortedatum moeder] te [geboorteplaats moeder ], [naam vader], geboren op [geboortedatum vader] te [geboorteplaats vader], over [naam kind] beëindigd en is tot voogdes over [naam kind] benoemd de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Dordrecht.

Bij beschikking van 19 mei 2021 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp betreffende [naam kind] verleend met ingang van 19 mei 2021 voor de duur van vier weken.

[naam kind] verblijft bij Horizon het Bergse Bos.

Het (aangehouden) verzoek en het standpunt van de GI

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. De GI heeft ter zitting het verzoek verduidelijkt in die zin dat de GI verzoekt om in aansluiting op een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden. Dit verzoek is als volgt nader toegelicht.

[naam kind] heeft een belast verleden. Er is bij [naam kind] sprake van onveilige hechting en trauma. Op 14en 18 mei 2021 is het gedrag van [naam kind] zodanig geëscaleerd, dat hij zichzelf en anderen pijn heeft gedaan. Daarom kan hij momenteel niet op een open groep verblijven of in het netwerk bij zijn mentor. De jeugdbeschermer wil proberen om [naam kind] op zijn oude groep bij Sterk Huis terug te plaatsen, omdat hij op deze plek een enorme klik met zijn mentor had. Als dit niet mogelijk is, is het van belang dat [naam kind] zo spoedig als mogelijk op een open groep bij het Bergse Bos wordt geplaatst. De door de advocaat aangevoerde termijn van zes weken om te zoeken naar een nieuwe plek voor [naam kind] is daarvoor redelijk . Het is immers in het belang van [naam kind] dat de plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp zo kort mogelijk zal duren. De komende periode zal ook onderzocht worden of [naam kind] in een gezinssituatie met het liefst geen of zo min mogelijk kinderen, kan opgroeien. Er moet echter wel een gezin voor [naam kind] beschikbaar zijn en het gezin moet kunnen omgaan met de problematiek van [naam kind]. Een dergelijk gezin is moeilijk te vinden. Ook heeft [naam kind] voor zijn problematiek training en behandeling nodig.

Het standpunt van de minderjarige [naam kind]

Namens de minderjarige [naam kind] heeft zijn advocaat ter zitting primair verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. Subsidiair is verzocht om de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken tot vier weken en maximaal zes weken. Ter onderbouwing van dit standpunt is het volgende aangevoerd.

Er bestaan twijfels of aan de criteria van een plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp wordt voldaan. Volgens [naam kind] kloppen de verwijten aan hem niet. Hij heeft aangegeven dat hij ruzie heeft gehad met een jongetje, waarbij [naam kind] is aangevallen. Er is ook sprake van een wisselwerking met het gezinshuis. Uit de verklaring van de gedragswetenschapper van
21 mei 2021 is immers gebleken dat [naam kind] in het gezinshuis als straf een hele dag op zijn kamer moest blijven voor iets dat in de dagopvang was gebeurd en omdat zij dat niet genoeg straf vonden, hebben zij [naam kind] weggedaan. Volgens de jeugdbescherming zijn er mogelijkheden om [naam kind] op een alternatieve plek op te vangen. [naam kind] wil ook niet op een gesloten groep verblijven. Daar komt bij dat de GI verzuimd heeft om een bepaling gesloten jeugdhulp te overleggen. Voorkomen moet worden dat het trauma van [naam kind] nog groter wordt door een gesloten plaatsing. Het is in zijn belang dat de plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp zo kort mogelijk zal duren.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Naar het oordeel van de kinderrechter wordt aan deze criteria voldaan.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] al op jonge leeftijd uit huis is geplaatst. Hij is opgegroeid in een onveilige opvoedingssituatie met huiselijk geweld en (hard)drugsgebruik door ouders. Er is bij [naam kind] sprake van chronische traumatisering. Hij is zeer angstig en onveilig gehecht. Dit uit zich vooral in agressief gedrag.

In februari 2021 is er voor [naam kind] een plek gevonden in een gezinshuis van Vigaire in Made. In dit gezinshuis heeft [naam kind] echter letterlijk en figuurlijk voor zijn plek in het gezinshuis gevochten. Door de komst van andere kinderen was [naam kind] bang dat er voor hem geen plek meer zou zijn. Zo heeft [naam kind] dreigementen naar de gezinshuisouders geuit, spullen vernield en heeft hij fysiek gedrag vertoond naar de kinderen in het gezinshuis.

Na een incident op de dagbesteding, waarbij [naam kind] de begeleiding fysiek heeft aangevallen en heeft bezeerd, mocht hij niet meer in het gezinshuis terugkeren. Vervolgens heeft [naam kind] tijdelijk kunnen verblijven in het netwerk bij zijn mentor van de dagbesteding, totdat een andere plek voor hem beschikbaar zou komen.

Op 14 mei 2021 heeft [naam kind] op de dagbesteding uit boosheid een stagiaire in haar gezicht geslagen en bij een jongen zijn keel dichtgeknepen.

Op 18 mei 2021 is het gedrag van [naam kind] in de thuissituatie bij de mentor zodanig geëscaleerd dat hij meermalen moest worden vastgehouden om zichzelf en anderen niet te bezeren. Zo heeft [naam kind] de mentor en haar minderjarige kinderen geschopt en geslagen.

Op 19 mei 2021 is [naam kind] meerdere keren op de dagbesteding vastgehouden om verwondingen bij zichzelf en anderen te voorkomen.

Volgens [naam kind] heeft hij de jongen op de dagbesteding hem echter geslagen, waarna [naam kind] de jongen uit zelfverdediging heeft terug geslagen. Ook bestrijdt [naam kind] zijn aandeel in de andere gebeurtenissen. Er zijn op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting echter geen aanknopingspunten om het standpunt van [naam kind] aan te nemen.

Vanwege de zorgen is [naam kind] met een spoedmachtiging bij Horizon het Bergse Bos geplaatst. Tijdens het kindgesprek heeft [naam kind] verteld dat hij naar een gezinshuis wil, waar hem liefde en veiligheid wordt gegeven. Hij wil daar blijven tot hij volwassen is. De kinderrechter begrijpt dit en gunt [naam kind] een fijne plek om te wonen, maar vanwege het heftige gedrag van [naam kind] kan zijn veiligheid en die van anderen momenteel uitsluitend in een gesloten setting worden gewaarborgd. Daarbij houdt de kinderrechter rekening met de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper [naam 2] van 21 mei 2021. De gedragswetenschapper heeft een kortdurende periode geadviseerd van stabilisatie en observatie, waarna [naam kind] in principe zal worden terug- of doorgeplaatst naar een meer open plek. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de huidige plek van [naam kind] zo kort mogelijk duurt. De jeugdbeschermer heeft ter zitting immers toegelicht dat zij er vertrouwen in heeft dat [naam kind] mogelijk naar zijn oude groep van Sterk Huis kan terugkeren en als dit niet mogelijk is dat zij voor hem hard zal zoeken naar een andere goede plek. Daarbij vertrouwt de kinderrechter op de expertise van de jeugdbeschermer.

Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot 9 juli 2021 en het verzoek voor het overige aanhouden tot de hierna vermelde zittingsdatum. De kinderrechter heeft de GI daarbij in de gelegenheid gesteld om de bepaling gesloten jeugdhulp uiterlijk op 26 mei 2021 om 12:00 uur per e-mail aan de rechtbank te versturen en een afschrift aan de advocaat van [naam kind] te verstrekken. De GI heeft deze bepaling tijdig aan de rechtbank verzonden.

De GI wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de hierna vermelde zittingsdatum aan de kinderrechter een briefrapportage (met afschrift aan de advocaat van [naam kind]) te overleggen betreffende de stand van zaken over de voortzetting van de plaatsing van [naam kind] bij Horizon het Bergse Bos en de zoektocht naar een passende plek voor hem. Ook dient daarbij gemotiveerd te worden aangegeven of het verzoek voor het overige verzochte al dan niet wordt gehandhaafd. Indien het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd, is een nieuwe instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper noodzakelijk.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [naam kind]

met ingang van 25 mei 2021 tot 9 juli 2021;

houdt het verzoek voor het overige aan.

En alvorens verder te beslissen:

Bepaalt dat het verhoor van de minderjarige [naam kind] en zijn advocaat in deze zaak zal plaatsvinden op locatie Het Bergse Bos, [adres], op
2 juli 2021 te 9:30 uur.

Bepaalt dat het verhoor van de advocaat van de minderjarige [naam kind] en de GI in deze zaak zal plaatsvinden op 6 juli 2021 te 10:30 uur in het gerechtsgebouw te Dordrecht, Steegoversloot 36.

De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. T. van den Akker, kinderrechter.

Bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de minderjarige [naam kind], zijn advocaat en de GI.

Verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage en de verklaring omtrent de gronden en de instemming daarmee van de gedragswetenschapper, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.