Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4731

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-01-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
8773248 VZ VERZ 20-17532
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vernietiging ontslag op staande voet afgewezen; eerder op vakantie gaan zonder toestemming is dringende reden; onvoldoende aannemelijk geworden dat wn op laatste moment toch mondeling toestemming heeft gekregen;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0702
XpertHR.nl 2021-20005823
XpertHR.nl 2021-20005851
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8773248 VZ VERZ 20-17532

uitspraak: 27 januari 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker],

verzoeker,

tevens verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. D.J. Moll te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nemo Trading B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

tevens verzoekster in het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek,

gemachtigde: mr. S.J. Nauta te Barendrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[verzoeker]’ en ‘Nemo’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, tevens houdende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv met producties, ontvangen op 21 september 2020;

  • -

    het verweerschrift, tevens (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek met producties;

  • -

    de aanvullende productie van de zijde van Nemo;

  • -

    de schriftelijke reactie van de zijde van [verzoeker] op het voorwaardelijk tegenverzoek van de zijde van Nemo met producties;

  • -

    de pleitnota van de zijde van Nemo;

  • -

    de productie van de zijde van [verzoeker] die is overgelegd tijdens de mondelinge behandeling.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 januari 2021. [verzoeker] is verschenen bijgestaan door zijn dochter die voor hem heeft vertaald en de gemachtigde

mr. D.J. Moll. Namens Nemo zijn verschenen [naam 1] (HRM) en [naam 2] (financieel medewerker) bijgestaan door de gemachtigde mr. S.J. Nauta. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken.

1.3

De datum voor de uitspraak van deze beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

In het kader van de onderhavige procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1

De werkzaamheden van Nemo zijn gericht op het hergebruiken van gebruikte kleding. De gebruikte kleding wordt gesorteerd en geëxporteerd naar onder meer Oost-Europa, Afrika en Azië.

2.2

[verzoeker] is sinds 15 maart 1993 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Nemo. [verzoeker] is werkzaam aan de pers. Zijn werkzaamheden bestaan eruit om gesorteerde kleding middels een pers tot "balen" te persen en deze balen met een vorkheftruck te verplaatsen naar de opslagplaats.

2.3

Nemo is ieder jaar tijdens de zomervakantie voor een vastgestelde aaneengesloten periode gesloten. De werknemers van Nemo hebben dan collectief vakantie. In 2020 viel die bedrijfssluiting van maandag 27 juli 2020 tot en met vrijdag 14 augustus 2020. Aan de werknemers is dat aan het begin van het jaar bekend gemaakt. Op grote schermen in de kantine worden de wettelijke vrije dagen en de vakantieperiode van dat jaar geprojecteerd.

2.4

In de Arbeids- en Bedrijfsregels van Nemo, die aan [verzoeker] zijn overhandigd, is het volgende bepaald:

“Verlof opnemen

Als de werknemer een dag vrij wil nemen dan dient hij/zij dit drie werkdagen van te voren te melden bij de loodsbaas / directeur via de daartoe bestemde verlof aanvraag briefjes. Verlof opnemen dient te gebeuren in overleg met de werkgever. Opnames dienen van beide kanten in een goede harmonie te gebeuren.

Vakantie

Vakantie opname dient tevens in overleg te gebeuren met de werkgever. Vakantie opname van aaneengesloten perioden van drie weken maximaal, kan eventueel in overleg met de werkgever waarbij hier een uitzondering op gemaakt kan worden, mits dit gebeurd om de twee dienstjaren en mits u voldoende vakantiedagen heeft. Verder kan er met de vakantieopnames geschoven worden aangezien werkgever een productieonderneming is. De beide partijen dienen in goed overleg zodanige oplossingen te vinden dat het productieproces niet verstoord wordt, dit ter beoordeling van de werkgever.

Bedrijfssluiting / collectieve vakanties

Verplichte verlofdagen moeten worden opgenomen tijdens de bedrijfssluiting rond kerst en oud en nieuw. Het is door de jaren heen gebruikelijk dat werkgever rond de jaarwisseling een of twee weken het bedrijf sluit. Van te voren zal kenbaar worden gemaakt welke week (en) werkgever het bedrijf sluit en hoeveel verplichte vakantiedagen er opgenomen dienen te worden. In de zomer gelden gedurende de bedrijfssluiting dezelfde maatregelen.”

2.5

In een brief van 13 juli 2020 heeft [naam 3], directeur van Nemo, aan [verzoeker] geschreven:

“(…)

U heeft ons vrijdag 10 juli jl. ervan in kennis gesteld dat u in plaats van de vastgestelde

collectieve zomervakantie van 3 weken, 4 weken vrij neemt. Met nadruk benoemen wij dat dit van uw zijde geen verzoek betrof, maar een mededeling zonder enige vorm van overleg. Bovendien heeft u ons dit meegedeeld slechts 2 weken voor de zomersluiting. U heeft eerder geen verzoek tot uitgebreider verlof ingediend.

Zoals u bekend is hebben wij binnen ons bedrijf een collectieve vakantie/zomersluiting. De data hiervan wordt maanden van tevoren aan ieder personeelslid gecommuniceerd. Dit jaar is ons bedrijf gesloten van maandag 27 juli 2020 tot en met zondag 16 augustus 2020. Laatste werkdag voor de zomersluiting is vrijdag 24 juli 2020.

Voor en na eerdergenoemde data hebben wij al ons personeel nodig en kunnen wij niemand missen in verband met de bedrijfscontinuïteit.

Dit is dan ook de reden dat wij niet akkoord gaan met het feit dat u 4 weken vrij neemt, nog los van het feit dat wij de manier waarop en wanneer u dit aan ons heeft gecommuniceerd, ten zeerste afkeuren.

Wij houden u derhalve aan de collectieve zomersluiting.

Mocht het zo zijn dat u desondanks tóch besluit om langer vrij te nemen dat wijzen wij u op het volgende:

- De dagen die u niet werkt voor of na onze collectieve zomersluiting zijn voor uw eigen rekening; wij zullen u over deze dagen geen salaris uitbetalen.

- Houd u er ernstig rekening mee dat indien u toch langer vrij neemt dit door ons zeer zwaar zal worden beoordeeld en dat dit verregaande consequenties kan hebben voor uw arbeidsovereenkomst.

Tot slot wijzen wij u erop dat Turkije volgens de normen van de Rijksoverheid een land is dat een groter risico geeft op besmetting met Corona. Turkije is gekwalificeerd als "oranje" land en is derhalve afgeraden als vakantieland.

U moet bij terugkomst in Nederland 14 dagen in zelfquarantaine.

Ook deze dagen zijn voor uw eigen rekening. (…)”

2.6

De afdeling HRM van Nemo heeft in een e-mail van 15 juli 2020, die is gezonden aan het e-mailadres [e-mailadres], het volgende geschreven:

“(…)

Langs deze weg willen wij u nogmaals laten weten niet akkoord te gaan met het feit dat u

(zonder voorafgaand overleg) van plan bent 4 weken met verlof te gaan in plaats van de vastgestelde collectieve 3 weken zomersluiting.

Wij handhaven het standpunt zoals wij dat in de eerder gestuurde brief hebben uiteengezet.

De continuïteit van ons bedrijf vereist dat ieder personeelslid werkt tot aan de collectieve

zomersluiting, en na de zomersluiting weer van start gaat.

Dit is noodzaak; zeker in de huidige 'Corona-periode' moeten alle zeilen worden bijgezet en is er geen ruimte voor extra verlof buiten de collectieve 3 weken om. (…)”

2.7

Op zondag 19 juli 2020 is [verzoeker] met het vliegtuig vertrokken naar Turkije.

2.8

In een brief van 20 juli 2020 heeft de directeur van Nemo, onder meer, aan [verzoeker] geschreven:

“(…)

Wij roepen u bij deze op vandaag uw werkzaamheden per direct te hervatten. Indien u hieraan geen gehoor geeft zal dit leiden tot ontslag op staande voet. Bovendien zijn de dagen die u ongeoorloofd afwezig bent voor uw eigen rekening.

Wij vertrouwen erop u met het voorgaande naar behoren te hebben geïnformeerd. Deze brief sturen wij u toe per email, per gewone-, en per aangetekende post.

(…)”

2.9

Bij brief van 22 juli 2020 is [verzoeker] door Nemo op staande voet ontslagen wegens een dringende reden. In de brief zijn de volgende feiten en omstandigheden genoemd die voor Nemo hebben geleid tot de opzegging van de arbeidsovereenkomst:

- U heeft zonder enig overleg vooraf meegedeeld dat u 4 weken op vakantie gaat. Dit was geen verzoek, maar een mededeling van uw zijde.

- U deed dit 1 week voor onze collectieve zomersluiting.

- Een werknemer dient ruim van te voren, en in overleg met de werkgever, verlof aan te vragen.

- Beide partijen dienen in goed overleg zodanige oplossingen te vinden dat het productieproces niet verstoord wordt, dit ter beoordeling van de werkgever. Door uw abrupte verlofmededeling heeft u ons hiervoor de kans niet gegeven.

- U werkt bij een productiebedrijf waarbij continuïteit van levensbelang is voor het

productieproces.

- U bekleedt binnen dit productieproces een vitale functie; u werkt bij de pers en bent daarmee direct verantwoordelijk voor productie.

- Deze functie is bij uw plotsklapse afwezigheid niet direct door ons met iemand anders op te vullen. Het vereist kennis en ervaring om op deze plek in het bedrijf werkzaam te zijn.

- In de huidige Coronaperiode moet ons bedrijf 'alle zeilen bijzetten' en is er geen ruimte voor extra verlof, met name niet voor de functie die u vervult.

- Ook nadat wij u van al onze voorgaande argumenten op de hoogte hebben gebracht en u nogmaals de importantie van het continue productieproces onder de aandacht hebben gebracht, was u onwrikbaar en niet bereid tot enig overleg of flexibiliteit.

3. Het verzoek van [verzoeker] en het verweer van Nemo

3.1

[verzoeker] verzoekt - kort weergegeven - om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A Bij wijze van voorlopige voorziening:

Voor de duur van het geding Nemo te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het salaris ad € 2.802,52 (bruto) per maand, te vermeerderen met de vakantietoeslag en overige emolumenten vanaf 22 juli 2020 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd en

[verzoeker] in staat te stellen om de bedongen arbeid te verrichten, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag dat Nemo in gebreke blijft, met een maximum van

€ 10.000,-- voor elke dag na twee dagen na de datum van de beschikking dat Nemo niet voldoet aan de beschikking.

B Primair,

- het ontslag op staande voet van 22 juli 2020 te vernietigen;

- Nemo te verplichten [verzoeker] de bedongen arbeid te laten verrichten, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,-- per dag met een maximum van € 10.000,-- voor elke dag na twee dagen na de datum van de beschikking dat Nemo niet voldoet aan de beschikking;

- Nemo te veroordelen aan [verzoeker] te betalen het salaris ad € 2.802,52 bruto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten vanaf 22 juli 2020

te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW;

subsidiair,

- Nemo te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding aan [verzoeker] van

€ 430.000,-- (bruto);

- Nemo te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige

opzegging aan [verzoeker] van € 12.985,52 (bruto);

- Nemo te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding aan [verzoeker] van

€ 27.957,-- (bruto),

meer subsidiair,

voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd door het ontslag op staande voet

aan [verzoeker] een transitievergoeding ex artikel 7:673 lid 8 BW toe te kennen van

€ 27.957,-- (bruto);

zowel primair, subsidiair en meer subsidiair,

  • -

    Nemo te veroordelen aan [verzoeker] te betalen de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele betaling;

  • -

    Nemo te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

[verzoeker] voert ter onderbouwing van het verzoek, kort gezegd, aan dat sprake is van een opzegging in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW. Er is geen sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Nu de arbeidsovereenkomst voortduurt, heeft [verzoeker] recht op doorbetaling van loon. Vanwege het onterechte ontslag maakt [verzoeker] subsidair aanspraak op een billijke vergoeding als bedoeld in 7:681 lid 1 onder a en b BW. Daarnaast heeft [verzoeker] recht op de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW. Omdat de opzegtermijn niet in acht is genomen maakt [verzoeker] voorts aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 11 BW.

3.3

Nemo heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. Volgens Nemo is het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig.

3.4

Op de standpunten van partijen wordt hierna - voor zover voor de uitkomst van deze procedure relevant - nader ingegaan.

4. Het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek van Nemo en de reactie daarop van [verweerder]

4.1

Nemo verzoekt voorwaardelijk, voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst per de vroegst mogelijke datum te ontbinden, primair zonder toekenning van enige vergoeding omdat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en subsidiair met toekenning van de transitievergoeding aan [verweerder], met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

4.2

De feiten en omstandigheden die Nemo aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd liggen eveneens ten grondslag aan het ontbindingsverzoek.

4.3

Wat betreft [verweerder] geldt eveneens dat wat hij aan zijn verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als verweer tegen het ontbindingsverzoek heeft te gelden.

5. De beoordeling

Het ontslag op staande voet

5.1

Aan de orde is of het op 22 juli 2020 door Nemo aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.

5.2

Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet nodig dat sprake is van een dringende reden en de dringende reden moet onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Bij de beoordeling hiervan staat het volgende voorop. Het ontslag op staande voet is een ultimum remedium, dat, gelet op de verstrekkende gevolgen ervan, slechts bij uitzondering mag worden gegeven. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag óf van zodanige dringende redenen sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Op Nemo als werkgever rust de stelplicht en bewijslast van het bestaan en de dringendheid van de ontslagreden.

5.3

In de ontslagbrief van 22 juli 2020 noemt Nemo als ontslagredenen de gedragingen van [verzoeker] rondom het geweigerde vakantieverlof. Deze omstandigheden leveren volgens Nemo, onder verwijzing naar artikel 7:678 lid 2 sub j en k BW, een dringende reden op voor het ontslag op staande voet. [verzoeker] betwist dat sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt en vraagt dan ook vernietiging ervan. Hij voert daartoe aan dat hij toestemming heeft gekregen voor het gevraagde verlof. Dat was op donderdag
16 juli 2020 bij monde van [naam 2]. Als [verzoeker] had geweten dat zijn vertrek zou hebben geleid tot een ontslag op staande voet dan zou hij nooit naar Turkije zijn vertrokken en zijn baan op het spel hebben gezet.

5.4

Vast staat dat [verzoeker] op 13 juli 2020 door de directeur van Nemo en op 15 juli 2020 zijdens HRM uitdrukkelijk en gemotiveerd te kennen is gegeven dat hij die betreffende week geen verlof kreeg, hiervoor in 2.5 en 2.6 weergegeven. Van belang is daarom of [verzoeker] daarna, op het laatste moment, toch toestemming heeft gekregen voor de week extra verlof. [verzoeker] stelt dat [naam 2] hem die toestemming mondeling heeft gegeven. Dat vond volgens hem plaats op de werkvloer. Hij heeft ter ondersteuning van deze stelling een verklaring van [naam 4] overgelegd. [naam 2] ontkent niet dat zij met [verzoeker] gesproken heeft op de werkvloer op die bewuste middag maar zij betwist wel dat zij in dat gesprek toestemming heeft gegeven voor het verlof.

5.5

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker], in het licht van hetgeen Nemo daarover heeft aangevoerd, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij toestemming heeft gekregen de week voorafgaande aan de bedrijfssluiting vakantie op te nemen. In de eerste plaats acht de kantonrechter niet plausibel dat, nadat tot tweemaal toe uitdrukkelijk door de directeur en HRM schriftelijk aan [verzoeker] te kennen is gegeven dat niet akkoord wordt gegaan met het opnemen van verlof, [naam 2] de vrijheid neemt [verzoeker] op de valreep mondeling op de werkvloer, dus heel informeel, tóch toestemming te geven op vakantie te gaan. Omdat het niet voor de hand ligt en gelet op de gedetailleerde betwisting door [naam 2] moet [verzoeker] des te meer aannemelijk maken, door voldoende feiten en omstandigheden te stellen en te onderbouwen, dat hij wél toestemming heeft gekregen. Dit doet [verzoeker] niet door het overleggen van de eerdergenoemde verklaring van een oud-collega [naam 4]. De kantonrechter acht die verklaring onvoldoende overtuigend. [naam 4] verklaart weliswaar dat hij op 16 juli 2020 getuige is geweest van het gesprek tussen chef [naam 5], zoon [naam 6] en [verzoeker] op de werkvloer en hij duidelijk heeft gehoord dat is gezegd: “Fijne vakantie alvast en tot na de vakantie” en dat de quarantaine kosten voor hemzelf is, maar ook dat hij op grote afstand stond. Volgens Nemo is er veel lawaai in de bedrijfshal en zeker op de werkplek van [verzoeker] die bij de persen staat. Dit is niet weersproken door [verzoeker]. Gelet hierop is het niet aannemelijk dat [naam 4] het gesprek goed heeft kunnen verstaan. Bovendien betekent het wensen van een fijne vakantie door [naam 2] niet dat zij het heeft over de week die daarop zou volgen Zij kan immers gedoeld hebben op de vakantieperiode tijdens de bedrijfssluiting,die eraan kwam. De verklaring van [naam 4] is daarom van onvoldoende betekenis. Nu [verzoeker] nog geen begin van bewijs heeft geleverd wordt het door hem gedane bewijsaanbod gepasseerd. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] toestemming had voor het betreffende verlof.

5.6

De vraag is of dit een dringende reden oplevert als bedoeld in artikel 7:678 lid 1 BW. De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt.

5.7

In de arbeidsovereenkomst tussen partijen is een vakantieregeling opgenomen. Daarin is onder meer bepaald dat er jaarlijks een vaste vakantieperiode geldt die aan het begin van het jaar aan de werknemers bij Nemo bekend wordt gemaakt. Daaraan is [verzoeker] gebonden. Dit betekent dat hij in de zomerperiode van 2020 reeds een aaneengesloten periode van drie weken vrij was. [verzoeker] wilde deze periode graag met een week verlengen. [verzoeker] had daarvoor toestemming van Nemo nodig. Gelet op de vakantieregeling is het in dat geval aan Nemo om te beoordelen of het productieproces daardoor niet verstoord wordt. Volgens Nemo was dat het geval. [verzoeker] werkt bij de persen en er zijn in totaal slechts twee medewerkers werkzaam bij de persen waardoor de helft van de productie wegvalt bij afwezigheid van [verzoeker]. Nemo verkeerde in moeilijke omstandigheden door het wegvallen van een groot deel van de omzet in de maanden april en mei 2020 vanwege de coronaproblematiek en moest in de maanden juni en juli tot de bedrijfssluiting alle zeilen bijzetten om dit wat goed te kunnen maken. Voor de zomersluiting diende Nemo de geplaatste orders gereed te hebben en te verzenden naar haar eindklanten en was er daardoor een extreem drukke periode. Dit is door [verzoeker] onvoldoende weersproken. Ten slotte was Nemo, althans het concern, bezig met twee nieuwe bedrijfshallen in Ridderkerk en zou zij na de zomervakantie verhuizen wat nog meer druk legde op het bedrijf. Nemo heeft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt, door [verzoeker] zijn deze omstandigheden als zodanig niet weersproken, dat een week extra verlof voorafgaande aan de bedrijfssluiting van drie weken het productieproces zou verstoren. Nemo had in zoverre dan ook goede redenen het verzoek tot vakantieverlof te weigeren.

5.8

Nemo heeft de brieven van 20 juli 2020 en 22 juli 2020 naar het huisadres en het bij Nemo bekende e-mailadres van [verzoeker] verzonden. [verzoeker] heeft aangevoerd dat hij deze brieven niet tijdig heeft ontvangen. Die zijn naar zijn huisadres gestuurd maar hij was al in Turkije. Het e-mailadres waar de brieven ook naartoe zijn gestuurd is niet meer in gebruik. Hij heeft dus niet tijdig kunnen reageren op de brieven, aldus steeds [verzoeker]. De kantonrechter overweegt dat dit voor rekening en risico van [verzoeker] blijft. Het e-mailadres dat Nemo heeft gebruikt is door [verzoeker] zelf doorgegeven aan Nemo. Nemo had niet kunnen of hoeven vermoeden dat [verzoeker] dit e-mailadres niet gebruikt, althans nooit controleert. Bovendien geldt dat het aan te raden is dat een thuisblijver de post in de gaten houdt als men voor langere tijd op vakantie gaat. Het standpunt van [verzoeker] dat Nemo hem een whatsapp bericht had moeten sturen wordt dan ook niet gevolgd. [verzoeker] is voldoende in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de laatste waarschuwing en de daarop volgende ontslagbrief.

5.9

Bij de beantwoording van de vraag of de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde redenen als dringend in de zin van art. 7:677 lid 1 BW hebben te gelden, moeten ook worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag voor hem zou hebben. Maar ook indien deze gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (zie bijvoorbeeld Hoge Raad, 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9532) [verzoeker] heeft in dat verband naar voren gebracht dat de gevolgen ernstig zijn omdat hij gezien zijn leeftijd, gebrek aan diploma’s, gezondheidstoestand en een taalbarrière verwacht niet aan een andere baan te kunnen komen. Verder werkte hij al bijna 30 jaar bij Nemo en had hij een gegronde reden voor het vragen van het verlof.

5.10

De kantonrechter begrijpt dat de gevolgen van het ontslag voor [verzoeker] ingrijpend zijn. Het kan zo zijn dat hij niet direct een andere baan zal kunnen vinden, maar [verzoeker] heeft dat risico willens en wetens genomen door zonder toestemming voor verlof naar Turkije te vertrekken. Overigens zijn van de zijde van Nemo verschillende vacatures overgelegd die volgens Nemo geschikt zouden zijn voor [verzoeker]. Hierop is door [verzoeker] niet ingegaan. Hij heeft in elk geval niet betwist dat hij in aanmerking zou kunnen komen voor die vacatures. Daarnaast geldt dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een dringende noodzaak was om juist die week naar Turkije te gaan. Hij had weliswaar on-line zelf een afspraak met een arts gemaakt in verband met zijn maagklachten maar waarom dat niet kon plaatsvinden in de drie weken dat hij hoe dan ook vrij zou zijn en dat deze afspraak daadwerkelijk heeft plaatsgevonden heeft [verzoeker] niet aangetoond. Evenmin heeft hij inzicht gegeven in de ernst van de maagproblemen of waarom er geen behandeling in Nederland kon plaatsvinden.

5.11

Ten slotte heeft [verzoeker] aangevoerd dat voor hem niet kenbaar was dat het negeren van de weigering van het verlof zou leiden tot een ontslag op staande voet. De kantonrechter volgt [verzoeker] hierin niet. In de brief van 13 juli 2020 is voldoende duidelijk vermeld dat het toch opnemen van verlof verregaande consequenties voor de arbeidsovereenkomst kan hebben. Evenmin is gebleken dat Nemo het ongeoorloofde verlof heeft aangegrepen om van [verzoeker] af te komen zoals [verzoeker] vermoedt.

5.12

Alle omstandigheden in aanmerking genomen heeft Nemo terecht geconcludeerd dat sprake was van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt, zodat het op 22 juli 2020 gegeven ontslag rechtsgeldig is.

5.13

Het verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt daarom afgewezen. Daarmee zijn ook de daarmee verband houdende verzoeken tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon niet toewijsbaar. Dat geldt ook voor de subsidiaire verzoeken, die immers ook zijn gegrond op het ontbreken van een dringende reden, tot toekenning van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onder a en b BW en de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:672 lid 11 BW.

Transitievergoeding

5.14

Omdat Nemo de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd, is zij aan [verzoeker] in beginsel een transitievergoeding verschuldigd. Nemo stelt dat zij de transitievergoeding in dit geval niet verschuldigd is omdat [verzoeker] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder c BW.

5.15

De kantonrechter stelt voorop dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten niet kan worden aangenomen op de enkele grond dat er sprake is van een dringende reden voor onverwijlde opzegging in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW. Dat betekent dat afzonderlijk zal moeten worden beoordeeld of de gedragingen van [verzoeker] die een dringende reden voor het ontslag op staande voet opleveren, ook ernstig verwijtbaar zijn. Daarbij geldt dat de lat voor ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer hoog ligt en het criterium met terughoudendheid moet worden toegepast.

5.16

Naar het oordeel van de kantonrechter is het handelen van [verzoeker] ernstig verwijtbaar. [verzoeker] heeft zoals hiervoor reeds overwogen bewust het risico genomen dat hij zijn baan zou verliezen door ondanks een uitdrukkelijke weigering van het vakantieverlof toch op het vliegtuig naar Turkije te stappen. Hij heeft zich kennelijk niet bekommert om het bedrijfsbelang van Nemo. Dat er omstandigheden waren waardoor hij niet anders kon is niet aannemelijk gemaakt. Nemo is de transitievergoeding in dit geval dus niet verschuldigd. Het verzoek van [verzoeker] om een transitievergoeding zal worden afgewezen.

Voorlopige voorziening

5.17

Omdat nu een eindoordeel op het verzoek is gegeven heeft [verzoeker] geen belang meer bij een oordeel over de voorlopige voorziening. Aan de beoordeling hiervan wordt dan ook niet toegekomen.

Voorwaardelijk ontbindingsverzoek

5.18

Nemo heeft haar ontbindingsverzoek ingesteld onder de voorwaarde dat het ontslag op staande voet door de kantonrechter zou worden vernietigd. Die voorwaarde is niet vervuld. Aan een beoordeling van de het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van Nemo wordt dus niet toegekomen.

Proceskosten

5.19

[verzoeker] zal worden veroordeeld in de proceskosten omdat hij in het ongelijk wordt gesteld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Nemo tot en met vandaag vaststelt op € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde van Nemo;

verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

540