Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4717

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
KTN-8919553_29052021
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aannemingsovereenkomst. Eiser is niet tekortgeschoten in de nakoming daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8919553 CV EXPL 20-6212

uitspraak: 8 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

gemachtigde: mr. G.A. Bouw – van de Bunt,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 1 december 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. het tussenvonnis van 17 december 2020 waarin een mondelinge behandeling via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven is bepaald;

  4. de voorafgaand aan de mondelinge behandeling overgelegde producties van de zijde van [eiser] ;

  5. de aantekening dat de mondelinge behandeling via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven heeft plaatsgevonden op 8 maart 2021.

[gedaagde] is bij e-mailbericht van de griffie van 28 januari 2021 opgeroepen voor de zitting. [gedaagde] is zonder tegenbericht niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De griffier heeft [gedaagde] tijdens de zitting driemaal op twee verschillende telefoonnummers gebeld, maar kreeg geen gehoor.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

[eiser] heeft op 24 februari 2020 een offerte uitgebracht aan [gedaagde] voor het herstellen van een damwand, het verwijderen en afvoeren van tegels en het aanbrengen van tegels en splitgrind in de voortuin van [gedaagde] voor een totaalbedrag van € 2.413,59 inclusief btw.

2.3

Partijen zijn uiteindelijk een totaalprijs van € 2.200,- inclusief btw overeengekomen.

2.4

De werkzaamheden bij [gedaagde] zijn in mei 2020 door [eiser] uitgevoerd.

2.5

Bij e-mailbericht van 15 mei 2020 heeft [gedaagde] geklaagd over de kleur van het grind en over de geleverde tegels.

2.6

[eiser] heeft daarop als volgt gereageerd:

“wat betreft de kleur van het grind, dit is basalt split zoals wij hebben afgesproken. echter is ook basalt split een natuurproduct waar enig kleurverschil in kan zitten. […]

wat betreft de tegels, ik heb de foto die u naar mij heeft gestuurd doorgestuurd naar steenplaza dordrecht, en die heeft deze tegels aan mij geleverd conform uw vraag. overigens geeft steenplaza op de voorbeeldtegel al aan dat de keur kan afwijken.”

2.7

[eiser] heeft aan [gedaagde] op 22 mei 2020 een factuur ter hoogte van € 2.200,- gestuurd voor de uitgevoerde werkzaamheden.

2.8

Bij e-mailbericht van 25 mei 2020 heeft [gedaagde] aan [eiser] kenbaar gemaakt dat hij niet tevreden was over de uitgevoerde werkzaamheden. In zijn e-mailbericht schrijft [gedaagde] onder andere het volgende:

“Wij zijn nu alles rond is nog niet geheel tevreden met de afronding.

  • -

    Kleur grind is lichter dan het grind wat er al lag (je bent ter plaatse geweest om het werk op te nemen).

  • -

    De 2 tegels zijn duidelijk anders dan de gevraagde tegel (zie mail in de bijlage).

  • -

    De damwand staat weer prima echter de afwerking is matig (zie foto’s); verschillende balken en bouten die niet zijn afgezaagd.”

2.9

[eiser] heeft nog dezelfde dag gereageerd op de klachten van [gedaagde] . In zijn emailbericht staat verder:

“Wat betreft de tegels en het grind, hier heb ik op 15 mei over gemaild, het enige wat er nu bij is gekomen is het verhaal dat ik zelf het werk op ben wezen nemen, maar toen was er nog geen sprake van dat ik het grind ook zou gaan doen. Ik was hierin dus afhankelijk van hetgeen wat u per mail bij mij besteld hebt namelijk mezanotte tegels van 90x90 cm en basalt split, dit is ook hetgeen geleverd is.

Wat betreft de verschillende balken, mij is gevraagd om de damwand constructief stevig te maken, en niet optisch mooi. Binnen het budget wat ik hiervoor had staan heb ik dit gedaan, wat betreft nu de opmerking over het optische, dat had ik dan graag gehoord toen ik bezig was (waarbij u aanwezig bent geweest) en niet na 4 weken nu er niets meer aan te doen is, alleen tegen meerkosten.

Wat betreft de uitstekende bouten, ik zal zorgen dat deze deze week nog worden afgezaagd.”

2.10

Bij e-mailbericht van 2 juni 2020 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat de damwand nu beter is afgewerkt. In zijn e-mailbericht staat verder:

“Blijft staan de niet juiste tegels die besteld zijn (en eigenlijk ook het grind niet de juiste kleur heeft)

Wat ben je bereid hier aan te doen? Om zodoende alles af te kunnen ronden.”

2.11

De gemachtigde van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 12 augustus 2020 aangemaand tot betaling van de openstaande factuur.

3. Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 2.542,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.200,- vanaf 14 november 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

[eiser] legt nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de met [gedaagde] gesloten aannemingsovereenkomst aan zijn vordering ten grondslag. [eiser] heeft werkzaamheden in de voortuin van [gedaagde] verricht. De factuur van € 2.200,- is in zijn geheel onbetaald gelaten ondanks meerdere betalingsverzoeken door en namens [eiser] . Naast voormelde hoofdsom is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd. Tot en met 13 november 2020 betreft dit een bedrag van € 12,98. De buitengerechtelijke incassokosten van € 330,- worden gevorderd op grond van artikel 6:96 BW.

3.3

[gedaagde] heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en daartoe aangevoerd dat [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat de kleuren van de tegels en het grind niet overeenkomen met de afgesproken opdracht en de damwand is gaan wijken. Verder is [gedaagde] plotseling gedagvaard en maakt hij bezwaar tegen de verschuldigdheid van de proceskosten.

4. De beoordeling

4.1

Anders dan door [gedaagde] bepleit, leidt de omstandigheid dat de door [eiser] geleverde tegels en grind qua kleur afwijken, niet tot het oordeel dat [eiser] in de nakoming van de aannemingsovereenkomst is tekortgeschoten. Vast staat dat de door [eiser] gekochte tegels en het bestelde grind gelijk zijn aan hetgeen door [gedaagde] bij [eiser] is besteld. Ter zitting heeft [eiser] nader toegelicht dat de geleverde tegels en grind natuurproducten zijn en dat natuurproducten onderling kleurverschillen kunnen hebben. Dit kan ook worden afgeleid uit de als productie A overgelegde – niet weersproken – uitdraai van de website van Karwei en uit de foto van de (waarschuwingssticker op de) gewenste tegel die [gedaagde] nota bene zelf aan [eiser] heeft gestuurd (productie 6). Dat het grind bij Tegelhandel Boer is gekocht en niet bij Karwei komt vanwege het prijsverschil, wat weer in het voordeel van [gedaagde] is, aldus [eiser] . Het voorgaande is door [gedaagde] niet weersproken, zodat van de juistheid van de stelling van [eiser] wordt uitgegaan. Het verweer van [gedaagde] wordt dan ook verworpen.

4.2

Ten aanzien van het verweer van [gedaagde] dat de damwand is gaan wijken overweegt de kantonrechter als volgt. [eiser] heeft voorafgaand aan de zitting twee recente foto’s overgelegd van de door hem bij [gedaagde] geplaatste damwand. Ter zitting heeft [eiser] desgevraagd toegelicht dat hij deze foto’s begin dit jaar bij [gedaagde] heeft gemaakt en dat op de foto’s geen enkele afwijking zichtbaar is die erop duidt dat de damwand is gaan wijken. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn stelling dat de damwand (wel) is gaan wijken, nader te onderbouwen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Evenmin heeft [gedaagde] de door [eiser] overgelegde foto’s weersproken waardoor van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Ook op deze grond is van enig tekortschieten door [eiser] dus geen sprake.

4.3

De slotsom is dat [gedaagde] het gefactureerde bedrag van € 2.200,- aan [eiser] dient te betalen.

4.4

De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.

4.5

[eiser] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

4.6

Het verweer van [gedaagde] dat hij rauwelijks is gedagvaard en [eiser] zijn eigen proceskosten moet dragen, wordt verworpen. Het staat immers vast dat [gedaagde] de factuur van [eiser] niet heeft voldaan, hetgeen gelet op het voorgaande onterecht was. Het was de verantwoordelijkheid van [gedaagde] om de factuur tijdig te voldoen, mede omdat de ontvangst van de door en namens [eiser] verstuurde aanmaningen door [gedaagde] niet zijn betwist en [eiser] voorafgaand aan de onderhavige procedure per e-mail ook contact heeft gehad met [gedaagde] over de openstaande factuur. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake en het stond [eiser] vrij om de vordering middels de onderhavige procedure aanhangig te maken. [gedaagde] zal dan ook als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.542,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 2.200,- vanaf 14 november 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 236,- aan griffierecht, € 86,85 aan dagvaardingskosten en € 436,- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

35789