Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4697

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
8694299 CV EXPL 20-27595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Substantiëringsplicht; non-conformiteit art 7:17 BW; kosteloos herstel art 7:21 BW; ontbinding koopovereenkomst art 7:22 Rv jo art 6:265 BW; rechtvaardigende tekortkoming; schade art 6:74 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8694299 CV EXPL 20-27595

uitspraak: 21 mei 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Maconet B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: M. Hennen, Juristu Incassodiensten B.V.,

tegen

[persoon A] , h.o.d.n. [bedrijf A] ,

wonende te [woonplaats A] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. K.T. Bottse.

Partijen worden hierna aangeduid als Maconet en [persoon A] .

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. het exploot van dagvaarding van 4 augustus 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties;

  3. de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  4. de conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende conclusie van repliek in reconventie, met producties;

  5. de akte uitlating namens Maconet, met producties.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

1.2

[persoon A] heeft op of omstreeks 11 augustus 2017 een complete compressor/ straalinstallatie type MSP 3200 gekocht bij Maconet voor een bedrag van € 18.150,- inclusief BTW.

1.3

Maconet heeft op 12 maart 2018 een losgeraakte bout van de ventilator van de nakoeler vastgezet. Op 14 juni 2018 heeft Maconet een storing aan de nakoeler kosteloos verholpen.

1.4

[persoon A] heeft de compressor op 15 november 2018 voor onderhoud bij Maconet gebracht. Maconet heeft daarnaast herstelwerkzaamheden uitgevoerd bestaande uit het vervangen van de v-snaren.Maconet heeft [persoon A] een bedrag van € 190,82 in rekening gebracht.

1.5

Op 5 december 2018 is de compressor uitgevallen. Maconet heeft herstel-werkzaamheden uitgevoerd aan de straalketel en [persoon A] hiervoor een bedrag van € 435,50 in rekening gebracht.

1.6

Op 20 maart 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd bestaande uit het reinigen van de radiator van de compressor en hiervoor een bedrag van € 29,77 in rekening gebracht.

1.7

Op 12 april 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd bestaande uit het vervangen van de v-snaren van de compressor en voor de huur van een vervangende compressor een bedrag van € 387,68 in rekening gebracht. In oktober 2019 is deze factuur gecrediteerd.

1.8

Op 24 april 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de straalketel en hiervoor een bedrag van € 215,38 in rekening gebracht.

1.9

Op 19 juli 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd bestaande uit het vervangen van de v-snaren en defecte motorsteun van de compressor en een bedrag van

€ 150,77 in rekening gebracht. Op 28 oktober 2019 heeft zij een bedrag van € 90,75 gecrediteerd.

1.10

Op 7 augustus 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd bestaande uit het vervangen van de accu van de compressor en hiervoor een bedrag van € 145,14 in rekening gebracht.

1.11

Op 28 oktober 2019 heeft Maconet herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de compressor. Zij heeft deze werkzaamheden niet in rekening gebracht en de hiervoor onder 1.9 en 1.10 vermelde creditfacturen gestuurd.

1.12

Op 26 november 2019 is de compressor wederom uitgevallen. Voor deze herstelwerkzaamheden heeft Maconet op 16 januari 2020 een factuur ad € 1.725,84 verstuurd aan [persoon A] . [persoon A] heeft deze factuur niet betaald.

1.13

Bij brief van 1 september 2020 heeft [persoon A] Maconet in gebreke gesteld en in de gelegenheid gesteld de compressor kosteloos te repareren.

1.14

Per e-mail van 9 september 2020 heeft Maconet te kennen gegeven niet inhoudelijk te willen reageren op de brief van 1 september gedurende onderhavige procedure.

2. De vordering, de grondslag en het verweer

in conventie

2.1

Maconet vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [persoon A] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.725,84, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 15 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 258,88 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [persoon A] in de proceskosten en nakosten.

2.2

Maconet legt het navolgende aan haar vordering ten grondslag. [persoon A] heeft op

26 november 2019 de compressor ter reparatie bij haar aangeboden. Voor de verrichte werkzaamheden dient te worden betaald. [persoon A] heeft de factuur niet voldaan zodat hij tekort schiet in de nakoming van zijn betalingsverplichting. Door dit verzuim is [persoon A] de wettelijke handelsrente verschuldigd geworden. Tevens was Maconet hierdoor genoodzaakt haar vordering uit handen te geven, waardoor de kosten die daarmee gemoeid zijn voor rekening van [persoon A] dienen te komen.

2.3

[persoon A] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

De vordering dient te worden afgewezen nu Maconet niet heeft voldaan aan stelplicht. Zowel buiten als in rechte wordt niet ingegaan op de inhoudelijke bezwaren die [persoon A] heeft geuit tegen de factuur.

Inhoudelijk betwist [persoon A] het factuurbedrag verschuldigd te zijn. De compressor-installatie voldoet niet aan de overeenkomst zodat [persoon A] op grond van artikel 7:21 BW recht heeft op kosteloos herstel en vervanging van de compressorinstallatie. Daarnaast is er op 26 november 2019 geen opdracht gegeven de compressorinstallatie te repareren. Mocht er wel sprake zijn van een overeenkomst tot opdracht dan geldt dat Maconet de reparatiewerkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd. De compressorinstallatie werkt nog steeds niet zodat [persoon A] zijn betalingsverplichting mag opschorten. Bovendien is [persoon A] van tevoren niet door Maconet ingelicht over de buitensporige hoge kosten zodat hij slechts een redelijke prijs is verschuldigd.

Ten slotte wordt betwist wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten verschuldigd te zijn en dient het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard.

in (voorwaardelijke) reconventie

2.4

[persoon A] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, - verkort weergegeven -:

- primair ontbinding van de koopovereenkomst tussen Maconet en [persoon A] en veroordeling

van Maconet tot betaling van een bedrag van € 19.223,63, althans een in goede justitie te

bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW

vanaf 9 september 2020;

- subsidiair een verklaring voor recht dat Maconet aansprakelijk is voor de door [persoon A]

geleden schade als gevolg van de tekortkoming van Maconet in de nakoming van de

koopovereenkomst en veroordeling van Maconet tot betaling van een bedrag van

€ 1.976,63, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de

wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 9 september 2020;

en voorwaardelijk, in het geval een overeenkomst van opdracht tussen Maconet en [persoon A] tot stand is gekomen, ontbinding van deze overeenkomst;

- veroordeling van Maconet in de proceskosten, waaronder nakosten en rente.

2.5

Naast wat in conventie is aangevoerd legt [persoon A] – verkort weergegeven – het navolgende aan zijn vordering ten grondslag. Er is sprake van non-conformiteit. Dit betekent primair dat de koopovereenkomst dient te worden ontbonden en Maconet de koopprijs ad € 18.150,- en de betaalde facturen voor een totaal bedrag van€ 1.076,63 dient terug te betalen. Subsidiair heeft [persoon A] recht op schadevergoeding, bestaande uit voormeld bedrag van € 1.076,63 en een bedrag van € 900,- zijnde de kosten de compressorinstallatie door een derde te laten herstellen. Meer subsidiair dient Maconet deze twee bedragen te betalen ter opheffing van dwalingsnadeel.

2.6

Maconet betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan. Er is geen sprake van een gebrekkig product maar van gebrekkig onderhoud, niet Maconet maar [persoon A] is tekort geschoten. Daarnaast heeft Maconet geen gelegenheid meer gehad de compressor te herstellen. Voor zover er al schade is geleden, is Maconet niet gehouden deze te vergoeden, evenals de aankoopprijs terug te betalen omdat de compressor 1.020 uren heeft gedraaid en Maconet ook kosten heeft gehad door diverse reparaties voor eigen rekening uit te voeren.

Beoordeling van het geschil

3.1

Vanwege de verwevenheid van de vorderingen in conventie en in reconventie zal de kantonrechter deze gezamenlijk behandelen en beoordelen.

Substantiëringsplicht

3.2

Het verweer van [persoon A] dat de vorderingen dienen te worden afgewezen vanwege het verzaken door Maconet van de substantiëringsplicht van artikel 111 Rv wordt verworpen. In artikel 111 lid 3 Rv is weliswaar bepaald dat het exploot van dagvaarding de verweren tegen de vordering vermeldt (de substantiëringsplicht) doch de wet verbindt geen consequenties aan het niet voldoen aan dit vereiste. Dat Maconet de ‘voorgeschiedenis’ niet in de dagvaarding heeft opgenomen, is geen volledige weergave geweest maar de kantonrechter acht het niet geraden hieraan de door [persoon A] bepleite gevolgtrekking te verbinden. Wel zal, in geval van veroordeling met de omissie van Maconet rekening gehouden worden in het kader van de proceskostenveroordeling. Hierdoor heeft [persoon A] immers meer tijd moeten steken in de conclusie van antwoord in conventie door hierin zelf de voorgeschiedenis te schetsen.

Non-conformiteit

3.3

Artikel 7:17 lid 2 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

3.4

[persoon A] heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf, te weten het schoonstralen van gevels, bij Maconet, een groothandel, rond 11 augustus 2017 een complete compressor/straalinstallatie gekocht. Voor zover Maconet heeft betoogd dat het om aparte losse onderdelen gaat wordt dit verweer verworpen. Op haar factuur staat een prijs van

€ 18.150,- inclusief BTW met daarbij de omschrijving ‘complete compressor straalinstallatie’. Ook de offerte spreekt van een complete compressor straalinstallatie. Dat in de bijlage bij de offerte diverse onderdelen (compressor, luchtverzorgingsset, nakoeler, sandblaster, hakhamers en lengteslangen) staan opgesomd maakt nog niet dat de installatie niet als een geheel moet worden bezien.

[persoon A] heeft onbetwist gesteld dat hij op advies van Maconet deze installatie heeft aangeschaft zodat hij een installatie mocht verwachten waarmee hij gevels kon reinigen door middel van stralen met grind. De eerste zeven maanden heeft [persoon A] de installatie ook normaal kunnen gebruiken, zodat niet gebleken is dat de installatie op moment van levering al gebreken vertoonde. Er is door [persoon A] nog aangevoerd dat er van het begin af aan storingen waren waardoor de installatie niet goed kon worden gebruikt maar die waren blijkbaar niet zodanig ernstig dat hij de installatie bij Maconet moest brengen voor herstel. Op 12 maart 2018 is er een losgetrilde bout vastgezet waarna [persoon A] de installatie weer voor een periode van drie maanden normaal heeft kunnen gebruiken tot de storing op

14 juni 2018. [persoon A] heeft de installatie dus voor een periode van tien maanden kunnen gebruiken zodat niet aannemelijk is geworden dat deze op moment van levering niet voldeed aan de koopovereenkomst. Door [persoon A] is echter aangevoerd dat van een dergelijk dure machine een duurzaam gebruik mag worden verwacht dat een jaar of langer betreft. Maconet heeft onweersproken gelaten dat onder een normaal gebruik een periode van minimaal een jaar of langer moet worden verstaan zodat daarvan wordt uitgegaan. Omdat de installatie sinds 14 juni 2018 met enig regelmaat uit is gevallen (binnen één jaar acht keer) is deze niet conform wat [persoon A] er van mocht verwachten.

Door Maconet is nog aangevoerd dat er geen sprake is van non-conformiteit, omdat de storingen kunnen zijn veroorzaakt door achterstallig onderhoud, aangezien [persoon A] de installatie alleen het eerste jaar voor preventief onderhoud heeft aangeboden en daarna niet meer. Aan deze stelling wordt voorbij gegaan. Maconet heeft niet aangegeven op welk moment of bij welke draaiurenstand onderhoud gepleegd dient te worden, zodat niet beoordeeld kan worden of er sprake is van achterstallig onderhoud. Bovendien zijn alle storingen, behalve die van 14 juni 2018, opgetreden na de onderhoudsbeurt op 15 november 2018, de eerste storing notabene op 5 december 2018 nog geen maand later.

Er is dan ook sprake van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW.

Kosteloos herstel

3.5

Artikel 7:21 lid 1 BW bepaalt dat in geval van non-conformiteit de koper herstel kan eisen mits de verkoper hier redelijkerwijs aan kan voldoen. Door Maconet is niet betwist dat herstel van de installatie redelijkerwijs van haar verwacht kan worden, zij is daartoe ook steeds overgegaan. Lid 2 van dit artikel bepaalt vervolgens dat de herstelkosten niet voor rekening van de koper komen. Dat betekent dat [persoon A] niet gehouden was de kosten van de herstelreparaties te voldoen en dat hij een bedrag van € 1.076,63 onverschuldigd heeft voldaan aan Maconet. Dit bedrag zal dan ook moeten worden terugbetaald.

Volledigheidshalve wordt overwogen dat dit bedrag inclusief de factuur die ziet op de werkzaamheden van 15 november 2018 is, omdat de omschrijving bij het in rekening gebrachte bedrag ‘reparatiewerkzaamheden’ luidt. Hieruit wordt afgeleid dat deze factuur niet ziet op onderhoudswerkzaamheden. Maconet heeft in ieder geval onvoldoende aangevoerd om tot een andere conclusie te komen. Weliswaar blijkt uit de factuur dat er geen bedrag in rekening is gebracht voor de v-snaren die vervangen zijn, maar de stelling van [persoon A] dat het tarief van de werkplaats hiervoor wel in rekening is gebracht, is niet door Maconet betwist.

3.6

Vorenstaande betekent eveneens dat [persoon A] niet gehouden is de factuur van

16 januari 2020 te voldoen. Ook niet het gedeelte dat ziet op de herstelwerkzaamheden die door een derde zijn uitgevoerd. Het is Maconet geweest die zelfstandig heeft besloten de werkzaamheden uit te besteden toen het haar niet lukte de installatie te herstellen.

Voor zover Maconet nog heeft aangevoerd dat deze factuur ziet op gepleegd onderhoud wordt dit verworpen. Buiten dat dit tegenstrijdig is met haar standpunt dat de installatie alleen op 15 november 2018 is aangeboden voor onderhoud staat op de factuur de vermelding ‘reparatiewerkzaamheden’. Daarnaast staan bij diverse posten opmerkingen als ‘machine getest, slaat nog steeds niet aan’ en ‘storing zoeken’. Dit ziet niet op onderhoud. De gevorderde hoofdsom in conventie zal dan ook worden afgewezen. De nevenvorderingen in conventie delen het lot van deze afwijzing.

Koopovereenkomst

3.7

[persoon A] is geen consument in deze zodat de koopovereenkomst niet op grond van artikel 7:22 Rv kan worden ontbonden. Het van toepassing zijnde artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van één van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Door een non-conforme installatie te leveren is Maconet tekort geschoten in de nakoming van haar verplichting uit de koopovereenkomst. Het niet kosteloos uitvoeren van de reparaties door Maconet vormt, anders dan door [persoon A] aangevoerd, geen tekortkoming. Buiten dat Maconet ook kosten voor eigen rekening heeft genomen, heeft [persoon A] pas voor het eerst na ontvangst van de factuur van 16 januari 2020 een beroep op de non-conformiteit gedaan zodat dit Maconet niet achteraf aangerekend kan worden.

Ondanks de tekortkoming zal de koopovereenkomst niet ontbonden worden omdat de tekortkoming dit niet rechtvaardigt. Uit het door [persoon A] als productie 25 overgelegde verslag van een monteur die de installatie op 17 augustus 2020 heeft bekeken, blijkt namelijk het volgende. Het motorgedeelte is in goede staat, werkt naar behoren en ziet er optisch goed uit, het compressorgedeelte kan vanwege ontbrekende aandrijfriemen niet getest worden maar ziet er optisch goed uit en de algemene optische staat van de machine is goed. Benodigde reparatie bestaat uit het plaatsen van nieuwe aandrijfriemen en het reinigen van het koelsysteem, geschatte duur 12 uur en geschatte kosten ongeveer € 864,-, aldus de monteur. Afgezet tegen de hinder die [persoon A] ondervindt van een (telkens) kapotte installatie wordt de tekortkoming toch van te geringe aard geacht om een ontbinding te rechtvaardigen, aangezien herstel nog mogelijk is door een reparatie van geringe duur en tegen een redelijk gering bedrag.

Schade

3.8

Artikel 6:74 BW bepaalt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Uit de stellingen van Maconet is af te leiden dat zij niet betwist dat de installatie wederom niet naar behoren werkt, dat de aandrijfriemen vervangen moeten worden, dat zij geen reparatie-werkzaamheden voor [persoon A] meer uit wenst te voeren en dat een bedrag van € 864,- geen onredelijk bedrag is. De gevorderde schadevergoeding zal dan ook voor dit bedrag worden toegewezen. Omdat onder 3.5 de onverschuldigde betaling en de gevorderde schadevergoeding worden toegewezen heeft [persoon A] geen belang meer bij de gevorderde verklaring voor recht dat Maconet tekort is geschoten. Deze zal dan ook worden afgewezen.

Rente

3.9

De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken en op de wet gegrond eveneens worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.

Proceskosten

3.10

Maconet wordt als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in conventie en in reconventie in de proceskosten veroordeeld, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [persoon A] bepaald op € 467,50 (2½ punt in conventie) en € 746,- (2 punten in reconventie) aan salaris voor de gemachtigde, genoemde bedragen te vermeerderen met de verschuldigde rente vanaf 14 dagen na de uitspraak van het vonnis tot aan de dag der voldoening.

De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, omdat de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en deze zich reeds vooraf laten begroten.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst af de vorderingen van Maconet;

in reconventie

veroordeelt Maconet om aan [persoon A] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 1.940,63, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 9 september 2020 tot de dag der algehele voldoening;

wijst af het anders of meer gevorderde;

in conventie en in reconventie

veroordeelt Maconet in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [persoon A] vastgesteld op € 1.213,50 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening en indien Maconet niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een bedrag van € 124,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Indien van toepassing dienen beide bedragen te worden vermeerderd met btw. Ook is Maconet de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over laatstgenoemde bedrag verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

745