Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4684

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
C/10/607019 / HA ZA 20-1053
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringszaak over de diefstal van een auto. Verzekeraar stelt dat de verzekerde auto omgekat/gekloond was en dat de verzekerde een diefstal ervan heeft gefingeerd, toen nader onderzoek naar de auto werd aangekondigd. Vereisten voor registratie in het IVR, EVR en incidentenregister. De rechtbank stelt vast dat de auto inderdaad omgekat/gekloond was. De vraag is of de verzekerde hiermee bekend was: was hij slachtoffer van een malafide verkoper in Duitsland of was hijzelf betrokken bij het omkatten/klonen van de auto en heeft hij vervolgens geprobeerd de verzekeraar te misleiden? Op basis van het huidige dossier staat de diefstal van de auto niet vast en heeft de verzekeraar voorshands feiten en omstandigheden bewezen waaruit meer dan een vermoeden van misleiding/fraude volgt. Verzekerde wordt tot bewijsvoering toegelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/607019 / HA ZA 20-1053

Vonnis van 26 mei 2021

in de zaak van

[naam eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. E. Sahin te Eindhoven,

tegen

de naamloze vennootschap

ALLIANZ BENELUX N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

Partijen zullen hierna [naam eiseres] en Allianz genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de brieven van de rechtbank waarin een mondelinge behandeling is gelast;

  • -

    de brief van 5 maart 2021 van mr. Sahin, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 april 2021, de spreekaantekeningen van mr. Sahin, de door Allianz op zitting overgelegde stukken, de e-mail van 19 april 2021 van mr. Sahin met producties en de fax van 6 mei 2021 van mr. Wildenburg.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[naam 2] Fahrzeughandel heeft in februari 2018 het wrak van een Audi A5 met VIN-nummer [nummer] te koop aangeboden voor € 5.990,- op www.mobile.de, een website voor autoverkoop in Duitsland. De advertentie vermeldt een kilometerstand van 61.000.

2.2.

[naam eiseres] heeft een Audi A5 met VIN nummer [nummer] op 17 oktober 2018 ter keuring en invoering aangeboden aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: de RDW). De auto is onderzocht en goedgekeurd door de RDW. De RDW heeft later (in een e-mail van 12 september 2019) bevestigd dat er tijdens het onderzoek geen aanwijzingen zijn gebleken om te twijfelen aan de identiteit van de auto.

2.3.

JB Taxaties heeft op 29 oktober 2018 in opdracht van [naam eiseres] een Audi A5 met VIN nummer [nummer] getaxeerd. JB Taxaties heeft later (in een brief van 24 mei 2019) bevestigd dat zij een complete, hele auto heeft getaxeerd die ten tijde van de taxatie niet beschadigd was als gevolg van een zware aanrijding.

2.4.

De RDW heeft op 13 december 2018 [naam eiseres] een kentekenbewijs verstrekt voor het kenteken [kentekennummer] .

2.5.

[naam eiseres] heeft op 19 december 2018 een allrisk autoverzekering afgesloten bij Allianz voor de Audi A5 met kenteken [kentekennummer] .

2.6.

De RDW heeft in een brief van 12 februari 2019 [naam eiseres] gevraagd met de Audi A5 terug te komen omdat – zoals de RDW in de brief schreef – er twijfel was aan de identiteit van het voertuig.

2.7.

[naam eiseres] heeft op 18 februari 2019 bij Allianz melding gedaan van diefstal van zijn auto. Op dezelfde dag heeft hij hiervan aangifte gedaan bij de politie.

2.8.

Het Landelijk Informatiecentrum Voertuigencriminaliteit (hierna: het LIV) heeft Allianz op 18 februari 2019 gemeld dat zij van de Duitse politie een melding had gekregen met het verzoek de Audi van [naam eiseres] te onderzoeken omdat aan de identiteit van de auto werd getwijfeld. Het LIV bevestigde de melding in een e-mail van 19 februari 2019. Daarin schreef het LIV onder meer dat het voertuig op 15 november 2017 betrokken was geweest bij een ernstig ongeval.

2.9.

Allianz heeft – al dan niet via het LIV – van de Duitse politie foto’s ontvangen. Daarop is een (zwaar beschadigd) wrak van een Audi A5 te zien. Op één foto is het VIN nummer [nummer] te zien, op die foto is geen schade te zien.

2.10.

[naam 1] (een medewerker van Allianz Claims Services, hierna: [naam 1] ) heeft de door [naam eiseres] gemelde diefstal onderzocht. Hij heeft [naam eiseres] en zijn vrouw voor het eerst gesproken op 6 maart 2019. Aan het einde van het gesprek heeft [naam 1] de verklaring van [naam eiseres] op papier gezet. [naam eiseres] heeft die verklaring voor akkoord getekend. Daarin staat onder meer dat [naam eiseres] had verklaard dat hij geen gegevens van de verkoper had en dat hij het aankoopbedrag niet kon aantonen, anders dan door te laten zien dat hij geld heeft opgenomen van zijn bankrekening.

2.11.

Allianz ontving op 14 maart 2019 van de Duitse politie een verkoopfactuur met daarbij gevoegd een kopie van het ID-bewijs van [naam eiseres] (hierna: de factuur). De factuur is geadresseerd aan [naam eiseres] en vermeldt zijn adres. In het adres van [naam eiseres] op de factuur zitten spelfouten en er stond dat het adres in Italië was. Dat was met de hand doorgehaald en vervangen door ‘Holland’. Volgens de factuur heeft TDI-Shop, met bedrijfsleider [naam 2] en gevestigd te [plaatsnaam], aan [naam eiseres] op 12 september 2018 een A5 met [nummer] verkocht voor een bedrag van € 1.300,- (incl. BTW). De toestand van de auto wordt in de factuur omschreven als ‘Totalenschaden ohne Technik’.

2.12.

Op 22 maart 2019 heeft Allianz aangifte tegen [naam eiseres] gedaan. Dat heeft tot op heden niet geleid tot een verhoor door de politie en/of vervolging door het openbaar ministerie.

2.13.

Op 29 maart 2019 heeft [naam 1] [naam eiseres] en zijn vrouw nogmaals gesproken. De vrouw van [naam eiseres] heeft dit gesprek opgenomen.

2.14.

Bij brief van 11 april 2019 heeft [naam 1] aan Allianz gerapporteerd. Zijn conclusie was, kort gezegd, dat hij ernstig reden had om te twijfelen aan de verklaring van [naam eiseres] , dat de door [naam eiseres] ter verzekering aangeboden A5 niet de originele Audi betreft en dat ‘negatieve betrokkenheid van [naam eiseres] [bij het omkatten van de auto] niet uitgesloten kan worden’.

2.15.

Allianz Claims Services heeft in een rapport van 11 april 2019 de dagwaarde van de auto van [naam eiseres] geschat op € 30.000,-.

2.16.

De toenmalige advocaat van [naam eiseres] heeft op 25 september 2019 aan Allianz een koopovereenkomst toegezonden (hierna: de koopovereenkomst). Daarin staat dat [naam eiseres] op 11 september 2018 in Dachsbach van ene [naam 2] , wonende aan het adres [adres] voor een bedrag van € 27.500,- een Audi A5 heeft gekocht met het VIN nummer [nummer] en een kilometerstand van 31.328. Dachsbach ligt nabij [plaatsnaam], het vestigingsadres van TDI-Shop.

2.17.

Naar aanleiding van de toegezonden koopovereenkomst heeft [naam 1] bij brief van 5 november 2019 aanvullend gerapporteerd. De conclusie van [naam 1] was (en is) dat de door [naam eiseres] overgelegde koopovereenkomst een vervalsing is.

2.18.

Naar aanleiding van de bevindingen van [naam 1] heeft Allianz [naam eiseres] geregistreerd voor de duur van acht jaar in haar incidentenregister, haar interne verwijzingsregister (hierna: het IVR) en in het externe verwijzingsregister (hierna: het EVR). Het EVR loopt via de Stichting Centraal Informatie Systeem (hierna: het CIS).

2.19.

[naam eiseres] heeft [naam 3] van TOV-Onderzoeksbureau (hierna: [naam 3] ) gevraagd een tegenonderzoek te doen. [naam 3] heeft aan [naam eiseres] gerapporteerd in een rapport van 22 mei 2020 en een aanvullend rapport van 18 juni 2020. De conclusie van [naam 3] is, kort samengevat, dat het door [naam 1] uitgevoerde onderzoek gebrekkig is en getuigt van tunnelvisie, dat Allianz zich grotendeels baseert op indrukken en dubieuze informatie uit Duitsland en dat geenszins vaststaat dat [naam eiseres] Allianz heeft trachten te misleiden of betrokken is bij fraude.

2.20.

In oktober 2020 heeft [naam 2] een vragenlijst van Allianz beantwoord. Hij schrijft daarin onder meer dat hij het wrak van de A5 heeft gekocht op 1 november 2017, dat hij het wrak aan [naam eiseres] heeft verkocht conform de factuur, dat [naam eiseres] met enkele andere mannen het wrak met een autotrailer heeft opgehaald en dat hij de koopovereenkomst niet kent.

2.21.

[naam eiseres] is autohandelaar van beroep. De door hem bij Allianz verzekerde Audi A5 was zijn privéauto.

3. Het geschil

3.1.

[naam eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Allianz veroordeelt tot betaling van:

a. € 35.200,- (de door [naam eiseres] gestelde dagwaarde van zijn auto);

b. € 1.250,67 (buitengerechtelijke incassokosten);

c. € 468,- (de eigen bijdrage van de advocaat);

d. € 1.250,- (kosten van Claimshulp);

e. € 5.648,89 (kosten onderzoeker [naam 3] );

f. € 5.000,- (immateriële schadevergoeding),

een en ander te vermeerderen met wettelijke rente,

II. Allianz veroordeelt de gegevens van [naam eiseres] te verwijderen en verwijderd te houden uit:

a. het extern verwijzingsregister en/of CIS register;

b. het incidentenregister en het intern verwijzingsregister van Allianz,

zulks op straffe van dwangsommen;

III. Allianz veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente, en in de nakosten.

3.2.

Aan zijn vorderingen legt [naam eiseres] , in de kern genomen, de volgende stellingen ten grondslag. Hij heeft te goeder trouw in Duitsland een gebruikte Audi A5 gekocht. Hij heeft die ingevoerd in Nederland en bij Allianz allrisk verzekerd. In de nacht van 17 op 18 februari 2019 de auto is gestolen. Hij vordert daarom vergoeding van de dagwaarde van de auto. Allianz heeft hem ten onrechte als fraudeur te boek gesteld en Allianz moet daarom de registraties doorhalen. Ook moet Allianz hem schadevergoeding betalen.

3.3.

Allianz voert verweer. Het verweer strekt tot afwijzing van de vorderingen van [naam eiseres] , met veroordeling van [naam eiseres] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten (vermeerderd met rente) en de nakosten.

3.4.

In de kern genomen komt het verweer van Allianz neer op het volgende. Allianz stelt dat [naam eiseres] op 12 september 2018 in Duitsland een wrak van een Audi A5 heeft gekocht en dat hij niet dit wrak, maar een omgekatte/gekloonde auto met het VIN-nummer van het wrak heeft verzekerd bij Allianz. Allianz betwist dat de auto gestolen is. Allianz vermoedt dat [naam eiseres] de auto heeft weggewerkt nadat hij de brief van de RDW ontving waarin werd gevraagd om met de auto langs te komen voor nader onderzoek. Zij betoogt dat zij daarom terecht dekking heeft geweigerd en [naam eiseres] terecht heeft geregistreerd in het IVR, het EVR en het incidentenregister.

4. De beoordeling

A. Inleiding

4.1.

Is [naam eiseres] opgelicht bij de aanschaf van een tweedehands auto in Duitsland? Of heeft hij in Duitsland een wrak van een auto gekocht, een andere, omgekatte/gekloonde auto op zijn naam gezet en heeft hij een diefstal gefingeerd toen ontdekking dreigde? Dat is waar deze procedure om draait.

B. Juridisch kader: wie moet wat stellen en eventueel bewijzen?

B.1. Wie moet de diefstal van de auto bewijzen voor de vraag of [naam eiseres] recht heeft op uitkering onder de polis?

4.2.

Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is het aan de verzekerde die aanspraak maakt op uitkering, om te stellen en bij voldoende gemotiveerde betwisting door de verzekeraar te bewijzen dat het verzekerde voorval zich heeft voorgedaan. Bij diefstal is een probleem dat dit vaak ongezien gebeurt en dat volledig en objectief bewijs daarvan moeilijk valt te leveren. In de rechtspraak worden aan het bewijs van de diefstal daarom in de regel geen al te zware eisen gesteld. De verzekerde zal doorgaans kunnen volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat zijn goederen zijn gestolen. Onder omstandigheden kan de enkele aangifte van diefstal als voldoende bewijs worden aanvaard. Wel mogen dan hoge eisen worden gesteld aan de volledigheid en consistentie van de verklaring van de verzekerde. Daarbij mag de verzekeraar of een door de verzekeraar ingeschakelde expert doorvragen, ook naar zaken die de verzekerde niet relevant acht, opdat de verzekeraar de juistheid van de verklaring zoveel mogelijk kan toetsen.

B.2. Verlies van dekking vanwege misleiding?

4.3.

Artikel 7:941 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voor zover hier van belang – dat het recht op uitkering in beginsel vervalt indien de verzekerde zijn mededelingsplicht niet is nagekomen met het oogmerk de verzekeraar te misleiden. De stelplicht en bij gemotiveerde betwisting bewijslast dat de verzekerde zijn mededelingsplicht met dit oogmerk niet is nagekomen, rust op de verzekeraar.

B.3. De vereisten voor de registraties in het incidentenregister, het IVR, het EVR1

4.4.

Het is (terecht) niet in geschil dat de door Allianz gestelde poging tot misleiding en fraude, indien deze zich hebben voorgedaan, op zich voldoende grond zijn voor de opname in de registers. [naam eiseres] betwist primair dat hij zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Subsidiair stelt hij dat de duur van de registraties (acht jaar) disproportioneel is.

4.5.

Het is vaste rechtspraak dat er geen veroordeling van de strafrechter vereist is om

strafrechtelijke persoonsgegevens (zoals de beschuldiging van verzekeringsfraude) in het EVR en het incidentenregister op te nemen en opgenomen te houden. Wel is vereist dat de vastgestelde gedragingen van de betrokkene een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan. Het is daarbij in eerste instantie aan de financiële instelling om daartoe voldoende feiten en omstandigheden aan te voeren. Een tweede vereiste voor (voortgezette) registratie is dat, indien aan de zojuist genoemde voorwaarde is voldaan, de registratie (nog) proportioneel is.

4.6.

Voor opname van strafrechtelijke persoonsgegevens in het IVR is naar het oordeel van de rechtbank eveneens vereist dat het moet gaan om een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld (vergelijk hof Den Haag ECLI:NL:GHDHA:2018:655 en ECLI:NL: GHDHA:2021:482). Ook moet voldaan worden aan de proportionaliteitseis. Aan die laatste eis zal in het geval van een opname in het IVR in het algemeen eerder voldaan zijn dan bij een opname in het EVR of het incidentenregister. Anders dan het EVR en het incidentenregister is de informatie uit het IVR niet extern toegankelijk, zodat de betrokkene er minder last van heeft. Tegelijkertijd is het IVR voor de verzekeraar en haar groep van belang als een onderdeel van hun ‘collectieve geheugen’.

4.7.

Aan de maatstaf dat het moet gaan om een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld wordt in beginsel niet langer voldaan indien de strafzaak tegen de betrokkene bij gebrek aan voldoende bewijs wordt geseponeerd (vergelijk hof Den Bosch ECLI:NL:GHSHE:2017:5390).

4.8.

De stelling van Allianz dat opname van strafrechtelijke persoonsgegevens in het EVR reeds mogelijk is op basis van een gerechtvaardigde overtuiging dat er is gefraudeerd en dat opname in het incidentenregister en het IVR is toegestaan bij een geschaad vertrouwen, wordt dus verworpen.

C. Is de auto gestolen? Heeft [naam eiseres] getracht Allianz te misleiden / gefraudeerd?

4.9.

Partijen wijzen op de volgende omstandigheden.

(1) De factuur van TDI Shop en de verklaring van [naam 2]

4.10.

Allianz wijst allereerst op de factuur. Volgens haar blijkt daaruit dat [naam eiseres] een wrak van een Audi A5 heeft gekocht. De factuur staat op naam van [naam eiseres] en vermeldt zijn adres. Ook zat er een kopie van zijn ID bewijs bij. Allianz stelt verder dat [naam eiseres] en zijn vrouw tegenover [naam 1] op een opvallende wijze heeft verklaard over de factuur: direct nadat hen de factuur werd getoond, zeiden ze al dat de handtekening een vervalsing was. Allianz vindt dit verdacht, het is een te snelle reactie. De handtekening van de koper op de factuur lijkt volgens Allianz op de handtekening van [naam eiseres] . Allianz beroept zich daarnaast op de verklaring van [naam 2] dat hij het wrak aan [naam eiseres] heeft verkocht.

4.11.

[naam eiseres] stelt dat de factuur vervalst is en betwist dat het zijn handtekening is. Hij stelt zijn ID bewijs en rijbewijs te hebben gegeven aan de Duitse verkoper toen hij een proefritje met de Audi maakte. Hij denkt dat zijn ID bewijs op die manier bij de factuur is gekomen. [naam eiseres] betwist ook de verklaring van [naam 2] . Hij denkt dat er twee scenario’s mogelijk zijn. Het meest waarschijnlijke scenario is volgens hem dat [naam 2] foto’s van een wrak heeft gemaakt en het chassisnummer van de onbeschadigde auto van [naam eiseres] aan het wrak heeft gekoppeld. Met de valse rekening heeft hij doen voorkomen alsof hij een wrak heeft verkocht. Hierdoor houdt [naam 2] een deel van de omzet buiten de boeken en bespaart hij belastingen. Het tweede scenario is dat [naam 2] een omgekatte auto aan [naam eiseres] heeft verkocht, maar dat zou de RDW volgens [naam eiseres] hebben gezien. In beide gevallen heeft [naam 2] er alle belang bij om niet naar waarheid te verklaren. [naam eiseres] stelt verder dat de handtekening van de koper op de factuur niet op die van hem lijkt en heeft een geluidsopname overgelegd van het tweede gesprek dat hij had met [naam 1] . Daarop is onder meer te horen dat [naam 1] erkent dat de handtekeningen niet op elkaar lijken (in tegenstelling tot het rapport van [naam 1] waarin deze schrijft dat de handtekeningen op elkaar lijken).

(2) De informatie over het wrak van de Duitse politie en het schaderapport van 17 oktober 2017

4.12.

Allianz wijst erop dat de Audi met VIN-nummer [nummer] volgens de informatie van de Duitse politie in oktober 2017 een zwaar ongeval heeft gehad en dat redelijkerwijs uit te sluiten is dat die auto nog is hersteld. Zij heeft foto’s van de Duitse politie ontvangen: op meerdere daarvan is het wrak van een auto te zien, op één foto is het VIN-plaatje te zien. Hetzelfde VIN nummer was ook in de A5 van [naam eiseres] geslagen, maar met een ander plaatje dan te zien is op de foto’s van de verongelukte A5. De verongelukte Audi had een gesloten dak, terwijl de auto van [naam eiseres] een schuifdak had. Verder heeft Allianz op zitting een schaderapport van 17 oktober 2017 in het geding gebracht. Daarin beschrijft onderzoeker [naam 4] van BS, die automobile Sachverständigengesellschaft bR (hierna: [naam 4] ) dat hij op 6 oktober 2017 een wrak van een Audi A5 met het hiervoor genoemde VIN-nummer heeft onderzocht. Het rapport begroot de kosten van herstel op € 101.293,90 (excl. BTW) bij een restwaarde van € 29.500,-. Ook hieruit blijkt – zo begrijpt de rechtbank de stellingen van Allianz – dat de A5 met dit VIN nummer verongelukt is en dat herstel economisch onverantwoord is, zodat de auto van [naam eiseres] niet de verongelukte auto kan zijn.

4.13.

[naam eiseres] betwist de informatie van de Duitse politie. Het is niet duidelijk waaraan de Duitse politie de informatie ontleend heeft dat de auto met dit VIN-nummer een ongeluk heeft gehad. [naam eiseres] heeft stukken in het geding gebracht uit de Autoverleden-database en daarin wordt geen melding gemaakt van schade aan deze auto. Op één van de Duitse foto’s van het wrak staat dit VIN-nummer, maar op die foto is geen schade aan het voertuig waarneembaar. Op de andere foto’s is wel schade te zien, maar nergens blijkt uit dat de foto’s bij elkaar horen. [naam 3] heeft in zijn rapport de foto’s in detail vergeleken en concludeert dat er verschillen zijn tussen de foto met het VIN-plaatje en de overige foto’s. Bovendien is de herkomst van de foto’s niet duidelijk. (Het is niet in geschil dat Allianz de foto’s van de Duitse politie heeft gehad, maar het is onbekend van wie de Duitse politie de foto’s heeft gehad.) Ten aanzien van het rapport van [naam 4] betwist [naam eiseres] niet dat het daarin genoemde onderzoek heeft plaatsgevonden. Wel stelt hij vraagtekens over (kort gezegd) de wijze waarop [naam 2] aan het wrak is gekomen en wat er met het wrak sindsdien is gebeurd.

(3) De koopovereenkomst en opnamebewijzen

4.14.

[naam eiseres] wijst op de koopovereenkomst. Daarin staat dat hij een Audi A5 unfallfrei heeft gekocht voor € 27.500,-. Hij heeft betalingsopnamen overgelegd waaruit blijkt dat hij op 28 en 30 april 2018 € 15.000,- en € 20.000,- contant heeft opgenomen. Hij stelt dit gedaan te hebben omdat hij al enige tijd op zoek was naar een auto en het geld tot die tijd in een kluis bewaard te hebben. Hij heeft zowel in het eerste als het tweede gesprek met [naam 1] melding gemaakt van de koopovereenkomst, maar [naam 1] wilde de overeenkomst niet in zien. Op de geluidsopname van het tweede gesprek – dat op zitting is afgespeeld – is te horen dat [naam eiseres] [naam 1] over de koopovereenkomst vertelt. Ook is in die opname te horen dat [naam 1] tijdens dat gesprek niets doet met de mededeling van [naam eiseres] dat hij een overeenkomst had.

4.15.

Allianz stelt dat de koopovereenkomst een vervalsing is. Zij stelt dat [naam eiseres] in eerste instantie tegen [naam 1] heeft verklaard dat hij niet wist wie de verkoper was en dat hij geen aankoopbewijs had. Allianz beroept zich op de bewijskracht van de door [naam eiseres] getekende verklaring waarin dit staat. Allianz wijst erop dat [naam eiseres] de koopovereenkomst pas liet zien nadat de factuur van [naam 2] boven tafel was gekomen. De layout van de overeenkomst komt volgens Allianz van de website mobile.de en kan dus door [naam eiseres] zelf zijn opgesteld en ingevuld om zijn verklaring te onderbouwen. Van de opnamebewijzen merkt Allianz op dat die van geruime tijd voor de gestelde koop zijn. Verder beroept Allianz zich er op dat [naam 2] schriftelijk heeft bevestigd dat de koopovereenkomst niet door hem is opgesteld of getekend. De Duitse politie heeft in een e-mail van 31 oktober 2019 Allianz laten weten ervan overtuigd te zijn dat de koopovereenkomst een vervalsing was. (De rechtbank merkt daarbij op dat niet in geschil is dat de Duitse politie de koopovereenkomst niet gezien heeft).

(4) Het tijdsverloop tussen de koop en de registratie in Nederland

4.16.

Allianz wijst op het tijdsverloop tussen de koop in september 2018 en het moment waarop de RDW een kenteken aan [naam eiseres] voor deze auto heeft afgegeven (13 december 2018). Zij vindt het verdacht dat [naam eiseres] zo lang met deze registratie heeft gewacht en wijst erop dat dit voldoende tijd geeft voor fraude. [naam eiseres] stelt dat hij destijds al een andere auto had en dat hij het druk had met andere werkzaamheden, zodat hij dit even heeft laten liggen. Sowieso geldt, volgens [naam eiseres] , dat een inspectie door de RDW gepland moet worden en dat hier al snel enkele weken overheen gaan. In de tussenliggende periode heeft hij zijn auto geparkeerd in de showroom van zijn bedrijf. [naam eiseres] wijst erop dat [naam 2] naar eigen zeggen het wrak langere tijd in zijn bezit heeft gehad, zodat – de redenatie van Allianz volgend – ook [naam 2] alle gelegenheid heeft gehad om een auto om te katten / te klonen.

(5) De autosleutels

4.17.

Blijkens de advertentie van het wrak zat er bij het wrak één originele sleutel. [naam eiseres] heeft – naar niet in geschil is – drie sleutels aan [naam 1] overhandigd, waaronder één origineel. Die sleutel was – blijkens de uitgelezen gegevens – voor het laatst gebruikt in juli 2017 met een Audi A5 met het hiervoor genoemde VIN-nummer bij een kilometerstand van 60.700. Dat sluit aan bij de gegevens uit de advertentie van het wrak, aldus Allianz (in de advertentie staat 61.000 als kilometerstand). [naam eiseres] wijst erop dat in de advertentie van het wrak staat dat die auto bij de laatste onderhoudsbeurt in september 2017 een kilometerstand van 60.615 km had. Daarvan uitgaand, kan de sleutel dus niet bij het wrak hebben gehoord want de sleutel registreerde in juli 2017 al een hogere kilometerstand.

(6) Taxatie door JB Taxaties

4.18.

[naam eiseres] heeft zijn auto laten taxeren door JB Taxaties. De getaxeerde waarde was € 20.300,-, met € 12.500,- aan schade. Allianz vindt het merkwaardig dat [naam eiseres] , die autohandelaar is, toch € 27.500,- voor de auto zou hebben betaald. Bovendien blijkt uit die taxatie dat er bepaalde technische onderdelen nodig waren voor herstel van de auto en dat sluit aan bij de onderdelen die [naam 2] uit het wrak heeft gehaald. [naam eiseres] stelt dat de taxatie is uitgevoerd met het doel om de waarde te drukken, zodat hij zo min mogelijk BPM zou moeten betalen. Hij wijst erop dat JB Taxaties heeft bevestigd dat zij een auto in goede staat heeft getaxeerd.

(7) Diefstal van de auto op het moment dat de RDW onderzoek naar de auto heeft aangekondigd.

4.19.

Allianz beroept zich erop dat enkele dagen nadat de RDW [naam eiseres] een brief had verzonden met de vraag langs te komen voor een inspectie, [naam eiseres] de auto als gestolen heeft aangemeld. Zij beschouwt dit als te toevallig. Verder valt het Allianz op dat [naam eiseres] in zijn aangifte meldt dat de auto door de RDW uitvoerig gecontroleerd was en dat er toen geen bijzonderheden waren geconstateerd. Allianz beschouwt dit als een reactie op de brief van de RDW van 12 februari 2019 en gelooft [naam eiseres] ook daarom niet als hij stelt dat hij die brief pas later heeft ontvangen. [naam eiseres] stelt dat hij de brief van het RDW pas enkele dagen na de diefstal van 18 februari 2019 heeft ontvangen.

(8) Geen vervolg op de aangifte

4.20.

[naam eiseres] stelt dat de politie in Roozendaal in 2019 tegen hem heeft gezegd dat ze niets met de zaak gaan doen en dat de officier van justitie het geen zaak vond. Allianz heeft dit niet betwist. Een formeel sepot heeft, voor zover concreet gesteld of gebleken, niet plaatsgevonden.

Welke conclusies kunnen aan het voorgaande worden verbonden?

4.21.

Op basis van het dossier zoals dat thans voorligt, staat de diefstal van de auto van [naam eiseres] niet vast en is er meer dan een redelijk vermoeden van schuld dat [naam eiseres] Allianz heeft getracht te misleiden door een diefstal van zijn auto voor te wenden en daarmee frauduleus heeft gehandeld. De rechtbank zal dat hierna toelichten en daarna aangeven hoe de procedure verder zal verlopen.

4.22.

Centraal in deze zaak staan de verklaringen van [naam 2] en [naam eiseres] . [naam 2] zegt dat hij een wrak met VIN [nummer] heeft verkocht aan [naam eiseres] en laat een factuur zien om dat te onderbouwen. [naam eiseres] zegt een tweedehands A5 met dit VIN-nummer in goede staat te hebben gekocht van een verkoper die hij kent als [naam 2] en beroept zich op de koopovereenkomst.

4.23.

Uit het rapport van [naam 4] blijkt dat deze op 6 oktober 2017 een Audi A5 met het hiervoor genoemde VIN-nummer heeft geïnspecteerd. Dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden, is niet (gemotiveerd) betwist. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat er een wrak met dit VIN-nummer heeft bestaan. Er is geen aanwijzing dat de door [naam 4] onderzochte auto een gekloonde of omgekatte auto was (dit wordt door partijen ook niet gesteld). De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit de originele Audi A5 met dit nummer was. Uit het rapport blijkt dat de auto zo zwaar beschadigd is, dat uitgesloten moet worden geacht dat de auto die [naam eiseres] bij Allianz heeft verzekerd, de verongelukte auto is.

4.24.

Uit de bevindingen van [naam 4] en de verklaringen van [naam 2] en [naam eiseres] kan alleen de conclusie worden getrokken dat de auto van [naam eiseres] omgekat / gekloond is. Als [naam 2] gelijk heeft, dan is dit gedaan door of met medeweten van [naam eiseres] . Als [naam eiseres] gelijk heeft, dan zal [naam 2] hiervan geweten hebben.

4.25.

Tegen de verklaring van [naam eiseres] pleit dat hij het besprekingsverslag heeft getekend van zijn eerste gesprek met [naam 1] . Daarin staat dat hij geen gegevens heeft van de verkoper en dat hij het aankoopbedrag niet kan aantonen. Dat is niet te rijmen met het feit dat hij later – nadat hij met de factuur was geconfronteerd – de koopovereenkomst heeft toegezonden aan Allianz. Daaruit blijken immers de gegevens van de verkoper en de prijs. [naam eiseres] betwist de inhoud van de schriftelijke verklaring, maar heeft die destijds wel getekend. Het door hem ondertekende document geldt – behoudens tegenbewijs – als dwingend bewijs van de daarin opgenomen verklaring (zie artikel 157 Rv). Dat [naam eiseres] in het tweede gesprek melding maakt van de koopovereenkomst (en [naam 1] met die melding niets doet) is op zich niet voldoende om aannemelijk te maken dat [naam eiseres] in het eerste gesprek – in afwijking van de door hem getekende verklaring – de hiervoor bedoelde opmerkingen niet heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor het feit dat [naam 1] in het tweede gesprek heeft bevestigd dat de handtekening van [naam eiseres] niet lijkt op die van de factuur, terwijl [naam 1] in zijn rapportages zegt dat de handtekeningen op elkaar lijken.

4.26.

Verder pleit de timing van de diefstal tegen [naam eiseres] : het is erg toevallig dat de auto werd gestolen net nadat de RDW [naam eiseres] een brief heeft gezonden met de mededeling dat er nader onderzoek naar de identiteit van de auto wordt verricht. [naam eiseres] heeft gelijk dat de timing als zodanig de lezing van Allianz niet bewijst, maar het is wel degelijk een argument dat meegewogen kan en zal worden bij de beoordeling van de overige bewijsmiddelen.

4.27.

[naam eiseres] heeft betoogd dat de juistheid van zijn verklaring alleen al blijkt uit het feit dat [naam 2] zegt het wrak op 1 november 2017 gekocht te hebben, terwijl het LIV spreekt over een ongeval op 15 november 2017. De rechtbank gaat aan dit betoog voorbij omdat [naam 4] het wrak op 6 oktober 2017 heeft geïnspecteerd. Daarnaast volgt uit het rapport van [naam 4] dat het niet langer relevant is van wie de Duitse politie de toegezonden foto’s heeft ontvangen en of deze foto’s bij elkaar horen. Die discussie is op zitting gevoerd in verband met de stelling van [naam eiseres] dat niet vast staat dat het wrak met het hiervoor genoemd VIN-nummer ooit heeft bestaan. Uit het rapport van [naam 4] blijkt dat die stelling niet opgaat.

4.28.

De rechtbank merkt ten slotte nog het volgende op.

a. De factuur en de koopovereenkomst sluiten elkaar uit: één van de twee documenten is een vervalsing. Op basis van de documenten als zodanig is niet te zeggen welke echt is en welke niet. Allianz betoogt dat het gelijk van [naam 2] blijkt uit het feit dat het adres van [naam eiseres] op de factuur staat en zijn ID bewijs er bij zit. Dat betoog slaagt niet. Het miskent dat de adresgegevens van [naam eiseres] ook in de koopovereenkomst staan en dat [naam eiseres] heeft verklaard bij de proefrit zijn ID bewijs afgegeven te hebben. Het bestaan van de factuur (net zo goed als het bestaan van de koopovereenkomst) bewijst dus nog niet het gelijk van [naam 2] of [naam eiseres] . Allianz heeft geen (serieus te nemen) onderzoek gedaan naar de handtekeningen op de beide documenten. De rechtbank passeert de stelling van Allianz dat herkenning van de valse handtekening in het tweede gesprek tussen [naam 1] en [naam eiseres] verdacht – want te snel – was. Het staat voldoende vast dat het tweede gesprek onaangenaam verlopen is en dat [naam 1] stevig op [naam eiseres] en zijn vrouw aan het inpraten was. De indruk van [naam 1] over de ontkenning van de handtekening legt zo bezien geen gewicht in de schaal.

Het onderzoek van Allianz in deze zaak verdient geen schoonheidsprijs. Allianz heeft ten onrechte de handtekening van de koper op de factuur een grote mate van gelijkheid met de handtekening van [naam eiseres] toegekend. Dit is niet alleen terug te vinden in de rapportages van [naam 1] . In de brief van 25 april 2019 waarin Allianz dekking weigert, staat dat de handtekeningen gelijk zijn. Feit is dat de handtekeningen bepaalde gelijkenissen vertonen, maar gelijk zijn ze zeker niet. Verder past het een behoorlijk handelend verzekeraar niet dat in de rapporten van [naam 1] wordt gezegd dat [naam eiseres] de aankoopprijs niet kon aantonen, maar niet wordt vermeld dat [naam eiseres] tijdens het tweede gesprek heeft gezegd een koopovereenkomst te hebben.

[naam eiseres] heeft gesteld dat de politie hem heeft gezegd dat de officier van justitie er ‘geen zaak in ziet’. Een dergelijke in algemene termen vervatte opmerking die niet door het openbaar ministerie is bevestigd, is niet gelijk te stellen aan een sepot. Dat betekent dat niet reeds vanwege een sepot geconcludeerd kan worden dat de registraties door Allianz niet gehandhaafd kunnen worden.

4.29.

De kanttekeningen over het onderzoek door Allianz doen niet af aan de kern van de zaak. Dat is dat de door [naam eiseres] gestelde diefstal nog niet is komen vast te staan en dat, met de verklaring van [naam 2] , de factuur, het schaderapport van [naam 4] , de advertentie uit februari 2018, de getekende schriftelijke verklaring van [naam eiseres] en de timing van de gestelde diefstal, voorshands omstandigheden zijn bewezen die meer dan een redelijk vermoeden opleveren dat [naam eiseres] getracht heeft Allianz te misleiden door een diefstal van zijn auto voor te wenden en daarmee frauduleus heeft gehandeld.

4.30.

[naam eiseres] zal conform zijn bewijsaanbod worden toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat zijn auto op 17 of 18 februari 2019 is gestolen en tot het tegenbewijs van de voorshands bewezen verklaarde stelling van Allianz dat [naam eiseres] getracht heeft haar te misleiden door een diefstal van zijn auto voor te wenden en daarmee frauduleus heeft gehandeld.

D. Andere geschilpunten

4.31.

[naam eiseres] stelt dat de auto een dagwaarde had van € 35.200,-; Allianz Claims Services heeft de auto in april 2019 getaxeerd op € 30.000,-. In beide schattingen is niet verwerkt dat inmiddels vaststaat dat de auto omgekat / gekloond is. Het kan niet anders dan dat de waarde van de auto drukt. De rechtbank draagt Allianz op om een nieuwe taxatie te laten opstellen voor het geval komt vast te staan dat [naam eiseres] te goeder trouw een omgekatte / gekloonde auto heeft gekocht en deze gestolen is. Indien er getuigen gehoord gaan worden naar aanleiding van de bewijsopdrachten, dient deze taxatie uiterlijk twee weken voor het eerste verhoor in het geding gebracht te worden. Indien de bewijsvoering alleen schriftelijk plaatsvindt, dan dient Allianz deze taxatie bij akte in het geding te brengen.

4.32.

[naam eiseres] vordert een vergoeding voor een eigen bijdrage van zijn advocaat. Op zitting heeft hij echter verklaard inmiddels zonder toevoeging te procederen, zodat deze vordering in zoverre feitelijke grondslag ontbeert. De proceskosten zullen, indien een van de partijen grotendeels in het gelijk wordt gesteld, volgens de gebruikelijk toegepaste tarieven worden vastgesteld.

4.33.

De door [naam eiseres] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn gebaseerd op de daarvoor geldende staffel. Indien [naam eiseres] geheel of grotendeels in het gelijk wordt gesteld, dan zijn deze kosten toewijsbaar. De gevorderde kosten van Claimshulp vallen onder de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en komen dus niet separaat voor vergoeding in aanmerking.

4.34.

De door [naam eiseres] gevorderde kosten van [naam 3] zijn niet toewijsbaar. Dit zijn kosten ter instructie van de zaak en vallen onder een proceskostenveroordeling indien [naam eiseres] geheel of grotendeels in het gelijk wordt gesteld.

4.35.

De door [naam eiseres] gevorderde immateriële schadevergoeding zal worden afgewezen. De door hem gestelde schade betreft het feit dat hij moeite heeft moeten doen om zijn naam te zuiveren en dat hij veel stress heeft ondervonden door de opstelling van Allianz en haar onderzoeker en de onderhavige procedure. Voor immateriële schade vanwege ondervonden geestelijk leed is echter meer nodig dan gevoelens van onbehagen en stress, het moet in beginsel gaan om een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarvan is niet gebleken.

4.36.

Alle overige beslissingen worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank:

a. laat [naam eiseres] toe tot het bewijs en tegenbewijs zoals nader omschreven onder 4.30;

b. draagt Allianz op de aanvullende taxatie in het geding te brengen, zoals bedoeld en op de wijze als omschreven onder 4.31;

c. bepaalt dat [naam eiseres] , indien hij getuigen wil laten horen, binnen twee weken na de vonnisdatum de namen van de getuigen en de verhinderdagen van de partijen, hun advocaten en de getuigen in de maanden juli tot en met november 2021 moet opgeven, waarna dag en uur van de zitting zullen worden bepaald;

d. bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van mr. N. Doorduijn in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan het Wilhelminaplein 100-125;

e. bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken (voor zover nog niet in het geding gebracht) aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;

f. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2021.

1876/1980

1 Naast deze registraties noemt [naam eiseres] ook registratie bij het CIS. Dat is echter het EVR, zodat de rechtbank hier verder niet op ingaat.