Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4591

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
27-05-2021
Zaaknummer
C/10/582504 / HA ZA 19-881
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Pleziervaartuigenpolis. Uitleg bepalingen. Schepen teniet gegaan door brand. Vraag welk bedrag onder de polis dient te worden uitgekeerd. Wettelijke voortaxatie (artikel 7:960). Nieuwwaardegarantie en aanschafwaarde van de schepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/582504 / HA ZA 19-881

Vonnis van 12 mei 2021

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. M.J. van Dam te Capelle aan den IJssel,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht MS AMLIN INSURANCE S.E.,

gevestigd te Brussel (België), kantoorhoudende te Amstelveen (in de dagvaarding genoemd: de buitenlandse vennootschap European Public Limited Liability Company (Societas Europea) (Verenigd Koninkrijk) AMLIN INSURANCE SE, gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk), kantoorhoudend te Amstelveen, mede-kantoorhoudend te Rotterdam),

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Eisers zullen hierna (in mannelijk enkelvoud) [eiser 1] c.s. genoemd worden. Gedaagde zal hierna Amlin genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 17 september 2019;

  • -

    de akte overlegging producties bij dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, met productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[eiser 1] c.s. heeft op 11 januari 2011 met Jachthaven De Koeweide B.V. en Koeweide Beheer B.V., gezamenlijk ook aangeduid onder de handelsnaam Euroresorts, twee voorovereenkomsten gesloten met betrekking tot de aankoop van twee comfortships. In de aanhef van de voorovereenkomsten is vermeld: 'Voorovereenkomst aankoop comfortship 1 + ligplaats [nummer ligplaats 1] in Comfortparc te Wessem' respectievelijk 'Voorovereenkomst aankoop comfortship 2 + ligplaats [nummer ligplaats 2] in Comfortparc te Wessem' (hierna: de voorovereenkomst of de voorovereenkomsten).

2.2.

Deze (inhoudelijk identieke) voorovereenkomsten luiden onder meer:

"Uitgangspunten "beleggingstransactie Comfortship + ligplaats:"

- Comfortship type Starline 1761 (conform brochure en documentatie). Geheel geëquipeerd als 8-persoons Comfortship voor verhuur met inrichting, inventaris, etc. Geheel turn-key.

- Koopsom € 450.000,-- excl. BTW, geheel vrij op naam. Te betalen bij levering / notariële overdracht;

- Vanaf moment oplevering krijgt koper van verkoper, voor de periode van vijf jaar, een (vast) geheel netto garantierendement van € 25.912,-- excl. BTW per jaar. Dit rendement wordt per kwartaal (pro rata) achteraf verrekend met koper. Voorts ontvangt koper een up-front rendement van 4% x 5 jaar, ergo € 90.000,-- excl. BTW."

2.3.

Aan iedere voorovereenkomst is een 'Memo Investering Comfortships' gehecht. In dit memo is onder meer opgenomen:

"Investering

Aankoop Comfortships, inventaris en optiepakket € 450.000,-

Kosten aankoop/financiering € 5.000,-

Totale investering € 455.000,-

Upfront uitkering van 4% over 5 jaar ineens van € 90.000,-

Dit bedrag wordt als korting verstrekt bij de aankoop, waardoor de netto investering € 360.000,- bedraagt.

Huurstroom

Netto gegarandeerde huurstroom gedurende vijf jaar € 26.000,- per jaar.

Het rendement op basis van deze triple-net huurstroom en de upfront uitkering bedraagt 9,8%

Terugkoopgarantie

Euroresorts koopt na vijf jaar (of eerder in overleg met de investeerders) het Comfortship terug voor € 350.000,-."

2.4.

[eiser 1] c.s. heeft op 23 februari 2011 met Jachthaven De Koeweide B.V. respectievelijk Koeweide Beheer B.V. (definitieve) overeenkomsten gesloten tot koop en verkoop van twee comfortships, met inboedel en met ligplaats in ondererfpacht. In deze koopovereenkomsten (hierna: de koopovereenkomst of koopovereenkomsten) is onder meer opgenomen:

"Artikel 1 Koop, verkoop, ondererfpacht

(...)

1.5

Verkoper geeft Koper verder in ondererfpacht, althans Verkoper verkoopt aan Koper het recht van ondererfpacht van een waterkavel met nummer [nummer ligplaats 2] [ [nummer ligplaats 1] ] (hierna "de Kavel"), zijnde een gedeelte van het perceel, plaatselijk bekend (...), welke Kavel uitsluitend bestemd is om door Koper te worden gebruikt als ligplaats voor het afmeren van het Verkochte, zijnde uitsluitend een Comfortship welk door verkoper verkocht en geleverd is aan de eigenaar/gebruiker van een ligplaats in het Comfortparc. Na doorverkoop aan een derde door de eigenaar van de ondererfpacht is het voor de nieuwe eigenaar wederom uitsluitend toegestaan de ligplaats te gebruiken voor het afmeren van een Comfortship welk is verkocht c.q. geleverd door Verkoper. Uitsluitend na schriftelijke toestemming door de beheerder kan van deze verplichting afgeweken worden. Het recht van ondererfpacht en de nadere afspraken daaromtrent zullen worden vastgelegd in de notariële akte tot levering van het Verkochte en vestiging van het recht van ondererfpacht (hierna "de Akte"). De akte is als annex 2 opgenomen in de Contracten en is onlosmakelijk met de Overeenkomst verbonden.

(...)

Artikel 2 Koopprijs

2.1

De koopprijs van het Comfortship (hierna "de koopprijs") bedraagt:

EUR 450.000 exclusief BTW

EUR 85.500 (19% BTW)

EUR 535.500 inclusief BTW

2.3

In de Koopprijs zijn de volgende posten inbegrepen:

canon van de Kavel tot 1 januari 2083

(...)"

2.5.

Op 13 juli 2011 en 14 september 2011 zijn declaraties (facturen) (hierna: de facturen) gezonden voor ieder comfortship met vermelding van het volgende:

"Declaratie Comfortship 1875 zoals omschreven in de

Contractenbundel en door u voor akkoord getekend d.d. € 360.000,00

B.T.W. 19% 68.4000,00

€ 428.400,00

(...)

De declaratie zal door u worden voldaan bij notariële overdracht"

2.6.

De levering van de comfortships aan [eiser 1] c.s. heeft plaatsgevonden bij notariële aktes d.d. 22 juli 2011 en 4 oktober 2011 (hierna: de notariële aktes). In beide notariële aktes is onder meer opgenomen:

"KOOPPRIJS"

Deze koopovereenkomst is gesloten voor de prijs van:

- driehonderd zestig duizend euro (€ 360.000,00),

te vermeerderen met de wettelijke verschuldigde omzetbelasting,

berekend naar het tarief van negentien procent (19%),

uitmakend een bedrag van

- achtenzestig duizend vierhonderd euro (€ 68.400,00)

of in totaal;

- vierhonderd achtentwintig duizend vierhonderd euro (€ 428.4000,00),

welk bedrag door koper is voldaan door storting op een derdengelden rekening van mij, notaris"

2.7.

In het kader van de totstandkoming van de koopovereenkomsten is aan [eiser 1] c.s. overhandigd het door Delta Lloyd uitgegeven voorbeeld 'certificaat verzekerde garantie Comfortship, Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.', met daarbij een brochure "Voordelen Xclusief Comfortship-polis en garantiedekking". In die brochure is onder meer opgenomen:

"Er is sprake van een zeer gunstige regeling voor de waarde van het vaartuig bij verlies en diefstal. De waarde van het Comfortship, die in overleg met een van onze specialisten is vastgesteld, geldt 5 jaar lang als werkelijke waarde bij schade. Er is dus sprake van een waarde garantie."

2.8.

In een gespreksverslag van 24 november 2008 van een bespreking over het verzekeren van comfortships en de garantiedekking tussen [persoon A] namens Euroresorts, [persoon B] namens DNA Adviesgroep B.V. (hierna: DNA) en [persoon C] en [persoon D] namens Delta Lloyd is onder meer opgenomen:

"De te verzekeren waarde wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten van het individueel leveren van het Comfortship. [persoon A] zal hiervoor een offerte opvragen in Amerika die als leidraad zal gelden. Na 5 jaar loopt de waardegarantie af. Eventuele verlenging van 3 of 5 jaar zal door een door Delta Lloyd aan te wijzen expert worden vastgesteld incl[usief] de vanaf dat moment te verzekeren waarde."

2.9.

De comfortships worden via de assurantieadviseur DNA en Comfortship/Euroresorts ( Koeweide Beheer B.V.) vanaf 22 juli 2011 (polisnummer: [nummer polis 1] ) respectievelijk 30 september 2011 (polisnummer: [nummer polis 2] ) verzekerd bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. (hierna: Delta Lloyd). Het betreft een pleziervaartuigenverzekering. In de (gelijkluidende) polissen is onder meer opgenomen:

"Verzekerd jacht

Soort en type vaartuig Motorjacht Comfortship 1875

(...)

Clausules X645

X637

(...)

Franchise

Schade aan het voortuig € 1.000.00

(...)

Dekking Omschrijving Verzekerd bedrag Premie

Vaartuig € 450.000,00 € 1.889,86

Kostbaarheden € 20.000,00

Aansprakelijkheid € 5.000.000,00 Begrepen in

bovenvermelde premie"

2.10.

In de polisvoorwaarden van Delta Lloyd (Delta Lloyd Xclusief: Luxejachtverzekering) is onder meer bepaald:

“Artikel 3.4

SCHADE AAN DE INBOEDEL / GEDEKTE GEBEURTENISSEN

De verzekering geeft recht op een vergoeding voor verlies of beschadiging (hierna tezamen ook aangeduid als 'schade') van de inboedel indien en voorzover deze schade het gevolg is van een van de hierna omschreven (gedekte) gebeurtenissen en voor vergoeding van de schade waarvan geen beroep kan worden gedaan op een andere verzekering.

(...)

1. Schade tijdens aanwezigheid in het vaartuig

Als de inboedel zich aan boord van het vaartuig bevindt, gelden als gedekte gebeurtenissen:

- brand (...)

(...)

Artikel 6

SCHADE

Artikel 6.1

INSCHAKELING EXPERTS

De vaststelling van schade en/of kosten geschiedt in onderling overleg of door een door de maatschappij ingeschakelde expert. Indien een dergelijke afwikkeling niet mogelijk is, heeft de verzekerde het recht ook zelf, voor eigen rekening, een expert in te schakelen.

Wanneer op basis van de bevindingen van beide experts geen overeenstemming omtrent de schadevaststelling - of over de toedracht - wordt bereikt, benoemen de betrokken experts een derde expert die binnen de grenzen van de voorgaande taxaties een bindende uitspraak doet. De kosten verbonden aan het verkrijgen van een dergelijk bindend advies worden door de maatschappij gedragen.

(...)

artikel 6.3

SCHADEREGELING VAARTUIG

(...)

2 Schaderegeling op basis van totaal verlies

De uit te keren schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van totaal verlies indien:

- reparatie niet mogelijk is;

- ondanks de mogelijkheid tot reparatie daartoe niet wordt overgegaan;

- sprake is van diefstal/verduistering van het gehele vaartuig.

Bij totaal verlies wordt de vergoeding vastgesteld op het verschil tussen de waarde van het voertuig direct vóór de schadegebeurtenis (de dagwaarde) en de waarde direct daarna (de restantwaarde). Afwikkeling op basis van totaal verlies kan er niet toe leiden dat meer wordt uitgekeerd dan het voor reparatie benodigde bedrag.

3 Waardegarantie bij schade binnen 5 jaar

Indien binnen vijf jaar na de aanschafdatum van het vaartuig sprake is van een totaal verlies schade, geldt als dagwaarde de aanschafwaarde van het vaartuig zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar."

2.11.

[persoon E] , werkzaam bij DNA, heeft aan [persoon F] , werkzaam bij Delta Lloyd, op 18 april 2014 onder meer het volgende geschreven:

" Onderstaand doen wij je een overzicht van de huidige verzekeringen voor de Comfortships:

(...)

- [eiser 1] met de polisnummers [nummer polis 1] en [nummer polis 2]

(...)

Op deze Xclusief verzekering (polisvoorwaarden TE 03.2.13 E) is er een nieuwwaarde voor een termijn van toepassing.

Zoals besproken gaan jullie akkoord dat bij de afgemeerde Comfortships in Wessem de verzekerde som nog voor de navolgende drie jaar verlengd zal worden op basis van deze nieuwwaarde (zoals de waardes momenteel in de polis staan.).

Relatie Koeweide /Euroresorts kan hiervoor de onderstaande motivaties aanvoeren:

1: Alle Comfortships (ook bij verhuur) verkeren nog in topconditie.

2: De aluminium rompen zijn gemeten door MME en het resultaat is dat de rompen niet ingeboet hebben en de dikte en kwaliteit hebben van een nieuwe romp.

3: De kostprijs van een nieuw te bouwen Comfortship is de laatste jaren fors gestegen. Dit houdt in dat sprake zijn van een afschrijving deze ruimschoots gecompenseerd kan worden met de prijsverhogingen is volgens deskundigen de levensduur van een Comfortship vergelijkbaar met een woning.

4: Met de Comfortships wordt nauwelijks gevaren, dus slijtage van de voorstuwing is nauwelijks aan de [weggevallen]

Voor de volledigheid nog een opmerking van Koeweide wat betreft de verhuur van Comfortships aan t[weggevallen] gasten:

Hierdoor is geen sprake van extra risico omdat de huurder met het Comfortship niet zelfstandig mag va[weggevallen] gebeurt altijd met een schipper van Koeweide /Euroresorts. De huurder gebruikt het Comfortship dan oo[weggevallen] een vakantiewoning, puur als verblijf.

Graag zien wij je bevestiging en/of polisbescheiden tegemoet."

2.12.

In antwoord op deze e-mail heeft senior acceptant [persoon H] van Delta Lloyd per e-mail van 30 april 2014 aan DNA onder meer geschreven:

"Goedemiddag [persoon E] ,

Via [persoon F] ontving ik onderstaande email.

Ik heb de afspraken doorgenomen die in 2008 zijn gemaakt en er is toen aangegeven dat na een inspectie dit opnieuw zou worden beoordeel[d]. Gezien jou[w] uitvoerende email en het type/gebruik van de schepen kunnen wij deze afspraken verlengen met 3 jaar."

2.13.

[persoon F] van Delta Lloyd heeft op deze e-mail het volgende commentaar getypt:

" [persoon F] commentaar

Ik denk dat ik hetzelfde gedaan zou hebben.

Schepen zijn goed gebouwd en een en ander is goed onderbouwd.

X674 + einddatum"

2.14.

Op initiatief van DNA is de pleziervaartuigenverzekering in 2014 omgezet waardoor Amlin Europe N.V., thans Amlin, risicodrager werd in plaats van Delta Lloyd.

In een e-mail van 16 mei 2014 met aankondiging van deze wijziging schrijft DNA onder meer:

“Uw voorwaarden, premie, eigen risico en speciale bepalingen/clausule blijven tot een eerstkomende technische mutatie onverminderd van kracht. Een technische mutatie kan zijn een wijziging van jacht-, dekkingsgebied-, dekking, eigen risico of motor.”

2.15.

Met de uitgifte van een polisblad op 22 juli 2014 is de pleziervaartuigenverzekering met ingang van 2 december 2014 daadwerkelijk omgezet naar Amlin.

2.16.

In het nieuwe polisblad is onder meer opgenomen:

"Verzekeringsgegevens

Vaartuigcategorie : Motorboot

(...)

Merk & type vaartuig : Comfortship 1875

Dagwaarde (incl. motor(en)) : € 450.000,00

(...)

Eigen risico per gebeurtenis : € 1.000,-

(...)

WA verzekerd bedrag : € 5.000.000,- per gebeurtenis

Best Of Regeling : [naam] Best of regeling

Bijzondere bepalingen: : Ja

: - Verhuur via Comfortparc Wessem

: - € 20.000,00 aan kostbaarheden meeverzekerd.

: Nieuwwaardegarantie verleng[d] met 3 jaar tot

: 22-07-2017

: -Bovenop het verzekerd bedrag voor het casco

: incl. motor(en) is de inboedel meeverzekerd tot

: maximaal 30% van dit verzekerd bedrag.

Verzekeringsvoorwaarden : Model TE 03.2.01 D 01-01-2012"

2.17.

In de toepasselijke polisvoorwaarden (Algemene Voorwaarden Watersportverzekering) is onder meer opgenomen:

"ARTIKEL 6

SCHADE

ARTIKEL 6.1

INSCHAKELING EXPERTS

De vaststelling van schade en/of kosten geschiedt in onderling overleg of door een door de maatschappij ingeschakelde expert. Indien een dergelijke afwikkeling niet mogelijk is, heeft de verzekerde het recht ook zelf, voor eigen rekening, een expert in te schakelen.

Wanneer op basis van de bevindingen van beide experts geen overeenstemming omtrent de schadevaststelling - of over de toedracht - wordt bereikt, benoemen de betrokken experts een derde expert die binnen de grenzen van de voorgaande taxaties een bindende uitspraak doet. De kosten verbonden aan het verkrijgen van een dergelijk bindend advies worden door de maatschappij gedragen.

(...)

ARTIKEL 6.3

SCHADEREGELING VAARTUIG

(...)

2 Schaderegeling op basis van totaal verlies

De uit te keren schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van totaal verlies indien:

- reparatie niet mogelijk is;

- ondanks de mogelijkheid tot reparatie daartoe niet wordt overgegaan;

- sprake is van diefstal/verduistering van het gehele vaartuig.

Bij totaal verlies wordt de vergoeding vastgesteld op het verschil tussen de waarde van het voertuig direct vóór de schadegebeurtenis (de dagwaarde) en de waarde direct daarna (de restantwaarde). Afwikkeling op basis van totaal verlies kan er niet toe leiden dat meer wordt uitgekeerd dan het voor reparatie benodigde bedrag.

3 Waardegarantie bij schade binnen 3 jaar

Indien binnen drie jaar na de aanschafdatum van het vaartuig sprake is van een totaal verlies schade, geldt als dagwaarde de aanschafwaarde van het vaartuig zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf

of jachtmakelaar.

(...)

ARTIKEL 6.4

SCHADEREGELING INBOEDEL

1 Nieuwwaarde-/dagwaarderegeling

Bij schade aan de inboedel wordt het verschil vergoed[t] tussen de nieuwwaarde van de beschadigde zaken direct vóór de schadegebeurtenis verminderd met de restantwaarde. (...)

Bij de schaderegeling wordt in plaats van de nieuwwaarde de dagwaarde van de beschadigde zaken in aanmerking genomen indien:

- de waarde direct vóór de schadegebeurtenis (dagwaarde) minder is dan 40% van de nieuwwaarde;

- sprake is van zaken met een antiquarische of zeldzaamheidswaarde.

Onder nieuwwaarde wordt verstaan: de aankoopprijs die ten tijde van de schadegebeurtenis geldt voor zaken van dezelfde kwaliteit als de beschadigde zaken. Onder dagwaarde wordt verstaan: de nieuwwaarde als zojuist omschreven, onder aftrek van een bedrag voor waardevermindering gebaseerd op ouderdom, slijtage en staat van onderhoud van de beschadigde zaken.

2 Betekenis verzekerde bedrag / Eigen risico

De overeenkomstig de voorgaande bepaling vastgestelde schadevergoeding, verminderd met een eventueel eigen risico, wordt uitgekeerd tot maximaal het voor de inboedel verzekerde bedrag."

2.18.

Op 15 januari 2015 zijn de comfortships als gevolg van brand(stichting) verloren gegaan.

2.19.

Amlin heeft onder de verzekering uitgekeerd een bedrag van € 314.0000,00 per schip, door Amlin gesteld op de aanschafwaarde van de individuele schepen met inboedels (€ 360.000,00 exclusief BTW), te verminderen met de waarde van het recht van erfpacht/de erfpachtcanon (door rentmeester ing. [persoon G] getaxeerd op € 45.000,00) en het eigen risico (€ 1.000,00).

2.20.

In een bericht waarop de datum 9 juni 2015 12:45 staat vermeld, schrijft [persoon H] van Delta Lloyd aan een zekere [persoon I] onder meer:

"Bijgaand even de clausulering op de Deltalloyd polis inzake de Comfortships.

(...)

Clausule 3 X674 Deskundigentaxatie

(...)

X674 Deskundigentaxatie

De in de polis vermelde verzekerde bedragen voor het vaartuig en de voortstuwingsinstallatie zijn gebaseerd op een beslissing over een advies van een deskundige. Dit betekent dat de bedoelde verzekerde bedragen bij afwikkeling van schade die zich heeft voorgedaan voor de in de polis genoemde datum gelden als de werkelijke (dag)waarde van het vaartuig en de voortstuwingsinstallatie.

Bij later schade hebben de verzekerde bedragen de betekenis zoals aangegeven in de voorwaarden en geldt als uitgangspunt voor afwikkeling de dan (opnieuw) vastgestelde, werkelijke (dag)waarde van het vaartuig en de voortstuwingsinstallatie.

BTW exclusief BTW

Datum taxatie 22-07-2017"

2.21.

Per brief van 23 september 2015 heeft [persoon H] van Delta Lloyd aan [persoon B] van DNA geschreven:

"Hierbij bevestigen wij u dat er door een administratieve fout in het systeem van Delta Lloyd een onjuiste clausule op de polis heeft gestaan (deskundige taxatie).

Dit is een interne fout geweest en hiervan is geen polis afgegeven naar u als tussenpersoon en naar de eindklant. De clausule is ook direct verwijderd."

2.22.

Per brief van 26 april 2018 heeft [persoon J] , werkzaam bij Delta Lloyd, aan mr. Van Dam onder meer geschreven:

"U heeft ons benaderd met het verzoek de door u opgestelde conceptverklaring te bevestigen.

(...)

In onze brieven van 15 november 2016 en 19 juni 2017 hebben wij u gemeld, dat de regeling volgens clausule X674 niet van toepassing is op de twee Comfortships op het moment van de brand. (...)

Wij willen onze mening herzien op grond van namens de heer [eiser 1] uitgebrachte nieuwe informatie: een gespreksverslag van 24 november 2008 (met aanwezigen vanuit Euroresorts/DNA/Delta Lloyd) en concept polisbladen uit 2008 en verdere jaren geanalyseerd in het licht van deze nieuwe informatie.

Als we naar deze informatie kijken en de ingangsdata van de twee polissen in 2011 komen we tot de volgende twee bevindingen:

A) In 2008 zijn de polisvoorwaarden (…) gemaakt voor de Comfortships. In deze voorwaarden staat de waardegarantie als volgt omschreven:

'3. Waardegarantie

Indien volgens de polis "waardegarantie" van toepassing is, geldt het voor het vaartuig verzekerde bedrag als dagwaarde bij schade als gevolg van een gebeurtenis die zich voordoet binnen vijf jaar na de datum waarop de verzekering voor het betreffende jaar is gaan gelden.'

Gezien het hele samenstel aan communicatie stellen wij vast dat hier sprake was van de waardegarantie zoals ook omschreven in clausule X674.

De polissen van de heer [eiser 1] zijn 3 jaar na dato ingegaan op 22 juli 2011 respectievelijk 30 september 2011. In die tijd zijn er voor pleziervaartuigen in het algemeen andere voorwaarden van toepassing verklaard namelijk versie 03.2.13E. In deze voorwaarden staat de waardegarantie als volgt omschreven:

'3 Waardegarantie bij schade binnen 5 jaar

Indien binnen vijf jaar na de aanschafdatum van het vaartuig sprake is van een totaal verlies schade, geldt als dagwaarde de aanschafwaarde van het vaartuig zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar.'

De opsteller(s) van de polissen voor de betreffende Comfortships hebben niet de uitzondering gemaakt conform de gemaakte afspraken uit 2008. Er had dus op polisniveau in 2011 voor de twee Comfortships al clausule X674 of een soortgelijke regeling moeten zijn ingeregeld.

B) Een ander punt is dat ook vaststaat dat deze clausule X674 administratief op twee polissen zou zijn gezet op 22 juli 2016 c.q. op 30 september 2016.

Wij begrijpen dat er verwarring is over onze brief van 23 september 2015. Met "interne fout" wordt daar bedoeld dat voor de Comfortships van de heer [eiser 1] het plaatsen van clausule X674 administratief (dat woord wordt ook letterlijk gebruikt) gezien nog niet aan de orde was. Dat zou namelijk pas administratief gaan gebeuren bij die Comfortships waarvoor de vijf jaar termijn na ingangsdatum polis was verlopen.

Op grond van deze twee bevindingen constateren wij:

gesteld dat de heer [eiser 1] op het moment van de brand nog bij ons verzekerd zou zijn geweest, zouden wij bij de schaderegeling clausule X674 hebben toegepast."

2.23.

In het kader van het onderzoek naar de brand heeft [eiser 1] aan het door Amlin ingeschakelde bureau Confid Assistance Agency op 2 februari 2015 een verklaring afgelegd die onder meer luidt:

"De verhuur hebben we direct na de aankoop geregeld met een verhuurovereenkomst tussen Jachthaven De Koeweide B.V. h.o.d.n. Comfortparc Wessem en wij als eigenaar van de schepen. In de verhuurovereenkomst werd onder andere het onderhoud en beheer van de schepen geregeld als ook de garantie voor het rendement. Kortheidshalve komt de verhuurovereenkomst neer op het feit dat Comforpark Euroresorts Wessem, verder te noemen Euroresorts, het beheer en het onderhoud van de schepen verzorgt en dat ik als eigenaar van de twee schepen een gegarandeerd rendement krijg gedurende de eerste vijf jaar met een vast bedrag per jaar aan inkomsten plus een vooruitbetaling van € 90.000,00. Ik heb per schip na het ondertekenen van de huurovereenkomst dus € 90.000.00 gekregen plus ieder jaar ongeveer € 26.000,00. Het laatste bedrag, de opbrengst per jaar, wordt in vier gelijke delen ieder kwartaal uitbetaald en betreft een regeling voor de eerste vijf jaren na aankoop en verhuur. Er zijn geen achterstanden in de uitbetaling waardoor het voor mij een zeer betrouwbare zakenpartner betreft. Ik heb buiten de zakelijke relatie door de aankoop van de schepen en enkele vakantiewoningen geen andere relatie met Euroresorts of diens eigenaren en of vertegenwoordigers. Het jaarlijks uit te keren bedrag aan rendement is zoals gezegd voor de eerste vijf jaar vastgesteld. Indien de schepen heel goed worden verhuurd, krijg ik als scheepseigenaar daar niet meer rendement uit. Andersom werkt het natuurlijk ook zo dat indien de schepen minder worden verhuurd dan het rendement dat uitgekeerd moet worden, dit het risico is voor Euroresorts."

2.24.

Op 11 augustus 2016 heeft de heer [persoon K] een schriftelijke verklaring afgelegd die onder meer luidt:

"Destijds heb ik namens Koeweide Beheer B.V./Jachthaven Koeweide B.V. (in de dagelijkse praktijk destijds handelend vanuit het bedrijf “Euroresorts”) bemiddeld bij de totstandkoming van de koopovereenkomsten en aanverwante overeenkomsten terzake van de twee Comfortships welke verkocht zijn aan de heer [eiser 1] en mevrouw [eiser 2] .

Ik kan bevestigen dat de koop is gesloten voor een koopsom van € 450.000,-- exclusief BTW Vrij Op Naam per Comfortship met aan- en toebehoren.

Ook wat betreft de exploitatie en verhuur van de schepen hebben de nodige contacten

plaatsgevonden. In het kader van de exploitatie en verhuur is [eiser 1] aangesloten bij het aankoop- en rendementsmodel dat wij in nauwe samenwerking met Euroresorts en Alexander Capital BV hadden ontwikkeld: Uitgangspunt daarbij was een netto garantierendement op de investering van in totaal ca. 9,89% per jaar gedurende een periode van 5 jaar na levering, waarvan 4% x 5 jaar (5 x 18 = 90k) upfront zou worden uitgekeerd en verrekend ten tijde van notariële levering en waarbij het overige deel gedurende 5 jaar per kwartaal netto zou worden uitgekeerd; dit is contractueel gefixeerd op € 25.912,-- per jaar.

Afgesproken is dat het upfront netto rendement (zoals hiervoor benoemd) voor het beloop daarvan zou worden verrekend met de koopprijs van € 450.000,-- ex BTW Vrij Op Naam, zodat per saldo per schip nog moest worden betaald € 360.000,-- ex BTW.

Op basis van de uitgangspunten en vertrekpunten waarmee de transactie tot stand gekomen is

verklaar ik en kan ik benadrukken dat het te betalen saldo van € 360.000,-- per schip niet als de

koopprijs gedefinieerd moet worden: die was namelijk € 450.000,-- excl. BTW VON per schip waarop het up-front rendement van € 90.000,--ex BTW werd verrekend ten tijde van de levering."

2.25.

Op 17 september 2018 en 19 december 2018 hebben voorlopige getuigenverhoren plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord de heer [persoon K] , de heer [eiser 1] en de heer [persoon L] , schademanager bij Delta Lloyd. In die verklaringen blijven de heer [eiser 1] en de heer [persoon K] bij wat zij eerder schriftelijk hebben verklaard.

3. Het geschil

3.1.

De vorderingen van [eiser 1] c.s. luiden om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Amlin te veroordelen om aan [eiser 1] c.s. hoofdelijk te betalen:

"(1.) een bedrag van € 332.813,78, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 juni 2015, althans vanaf 2 juli 2015, althans vanaf 17 juli 2016, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, alsmede

(2.) aan buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 3.469,07, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, alsmede,

(3.) Amlin te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief die van het voorlopig getuigenverhoor, te vermeerderen met de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente."

3.2.

[eiser 1] c.s. legt – kort samengevat – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

Primair

De pleziervaartuigenverzekering tussen Delta Lloyd en [eiser 1] c.s. bevat een voortaxatie door een deskundige als bedoeld in artikel 7:960 BW voor een waarde van de comfortships van € 450.000,00 per comfortship. Deze verzekeringsovereenkomst is omgezet van Delta Lloyd naar Amlin. Amlin is op grond van de 'Best of- regeling' gehouden de tussen Delta Lloyd en [eiser 1] c.s. gemaakte afspraken te respecteren. Amlin is derhalve gebonden aan de voortaxatie van de deskundige.

Subsidiair

In artikel 6.3 lid 3 van de (materieel gelijkluidende) polisvoorwaarden van Delta Lloyd/Amlin is bepaald dat indien binnen 5 althans 3 jaar na de aanschafdatum van het vaartuig sprake is van een totaal verliesschade, als dagwaarde de aanschafwaarde geldt zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar. Deze termijn is verlengd tot 22 juli 2017. De overeengekomen koopsom bedraagt € 450.000,00. Die koopprijs staat genoemd in de voorovereenkomsten en de koopovereenkomsten. In de facturen en de notariële akte is weliswaar een koopprijs van € 360.000,00 genoemd, maar dit doet niets af aan het feit dat de koopsom € 450.000,00 bedroeg. Het op laatst genoemd in mindering gebrachte bedrag van € 90.000,00 betreft een upfront rendement, dus een rendement dat vooruit is betaald. Het betreft niet een korting op de koopprijs.

Aan het ondererfpacht moet geen waarde worden toegekend.

Voorts heeft [eiser 1] c.s. los van het voorgaande op grond van de in de polis opgenomen bepaling met betrekking tot de inboedel recht op vergoeding van de waarde van de inboedel. Die waarde bedraagt blijkens een inventarislijst een bedrag van € 31.290,00.

3.3.

Gelet op het voorgaande heeft [eiser 1] c.s. per saldo te vorderen:

ter zake van de comfortships in totaal: € 900.000,00

minus eigen risico 2 x € 1.000,00 € 2.000,00

minus ontvangen uitkering totaal € 627.766,22

resteert € 270.233,78

ter zake van de inboedel 2 x € 31.290,00 € 62.580,00

Totaal € 332.813,78

3.4.

Het verweer van Amlin strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser 1] c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure en in de nakosten.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat zich een verzekerd evenement (verlies van comfortships) heeft voorgedaan en dat Amlin is gehouden de schade ten gevolge daarvan aan [eiser 1] c.s. te vergoeden. In deze zaak is aan de orde wat de omvang van de schade is die Amlin op grond van de verzekeringsovereenkomsten aan [eiser 1] c.s. dient te vergoeden.

Verval van recht?

4.2.

Het meest verstrekkende verweer van Amlin in dit verband is een beroep op artikel 9:941 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge artikel 7:941 lid 5 BW vervalt het recht op uitkering indien de verzekeringsnemer of de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in de leden 1 (meldingsplicht met betrekking tot verwezenlijking van het risico) en 2 (inlichtingenplicht) niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voor zover deze misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Ofschoon Amlin dit beroep aanvoert in het kader van de bespreking van de dekking van de schade aan de inboedel, begrijpt de rechtbank dat het beroep ziet op verval van uitkering ten aanzien van alle door [eiser 1] c.s. genoemde schadeposten, zodat dit beroep als eerste beoordeeld dient te worden. Ter onderbouwing van dit beroep heeft Amlin aangevoerd dat [eiser 1] c.s. doelbewust, in rechte, geldbedragen van een verzekeraar probeert te verkrijgen die niet strekken tot vergoeding van de schade die hij leed. [eiser 1] c.s. heeft aldus de opzet (gehad) om Amlin te misleiden over de omvang van zijn schade. Deze misleiding bestaat er in dat [eiser 1] c.s. betoogt dat sprake is van een oorspronkelijk koopprijs van € 450.000,00 en op dit bedrag aanspraak maakt, terwijl dit bedrag niet door [eiser 1] c.s. als koopprijs is voldaan, én [eiser 1] c.s. daarnaast nog aanspraak maakt op een vergoeding van de verloren gegane inboedel die al in die koopprijs is inbegrepen.

In reactie hierop heeft [eiser 1] c.s. het volgende aangevoerd. Er is sprake een juridisch geschil over aard en inhoud van de polis en de polisvoorwaarden die door (de rechtsvoorganger van) Amlin zijn opgesteld. Over de uitleg hiervan hebben partijen een verschillende opvatting. [eiser 1] c.s. heeft Amlin niet misleid, laat staan de opzet gehad te misleiden. Voorts is de inventarislijst met betrekking tot de inboedel naar beste weten van [eiser 1] c.s. opgesteld.

4.3.

De rechtbank verwerpt het beroep op artikel 7:941 lid 5 BW. De rechtbank is met [eiser 1] c.s. van oordeel dat [eiser 1] c.s. gelet op zijn stellingen enkel een met inhoudelijke argumenten onderbouwde lezing van de polisbepalingen verdedigt. De rechtbank acht gelet hierop onvoldoende onderbouwd dat [eiser 1] c.s. zijn in artikel 7:941 lid 5 BW bedoelde mededelings- en inlichtingenplicht heeft geschonden met het opzet om Amlin te misleiden.

Wettelijke voortaxatie?

4.4.

Met betrekking tot de te vergoeden waarde van de verloren gegane comfortships stelt [eiser 1] c.s. primair dat de (door Amlin overgenomen) pleziervaartuigenverzekering tussen Delta Lloyd en [eiser 1] c.s. een voortaxatie door een deskundige bevat als bedoeld in artikel 7:960 BW voor een waarde van de comfortships van € 450.000,00 per comfortship. Ter onderbouwing van die stelling heeft [eiser 1] c.s. het volgende aangevoerd. Waar de polis spreekt over een nieuwwaardegarantie hebben partijen een voortaxatie bedoeld. Die bedoeling volgt uit de bespreking in november 2008 tussen [persoon A] namens Comfortship/Euroresorts, [persoon B] namens DNA en [persoon C] en [persoon D] namens Delta Lloyd, waarvan een gespreksverslag (zie onder 2.8) is gemaakt. Tijdens die besprekingen is afgesproken dat eventuele verlenging van 3 of 5 jaar door een door Delta Lloyd aan te wijzen expert zal worden vastgesteld inclusief de vanaf dat moment te verzekeren waarde. Dat sprake is van een voortaxatie volgt voorts uit de bij de koopovereenkomsten aan [eiser 1] c.s. overhandigde brochure "Voordelen Xclusief Comfortship-polis en garantiedekking" (relevante passage aangehaald onder2.7). Verder is van belang dat per e-mail van 30 april 2014 (zie onder 2.12), in antwoord op een e-mail van DNA, [persoon H] namens Delta Lloyd heeft bevestigd de afspraken te verlengen met drie jaar. Daarbij wordt in het bij die e-mail getypte commentaar verwezen naar clausule X674 die handelt over de deskundigentaxatie.

In het bericht van 9 juni 2015 heeft Delta Lloyd ook nog de clausulering van de comfortships bevestigd (aangehaald onder 2.20).

4.5.

Amlin heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van een wettelijke voortaxatie, althans dat partijen met de nieuwwaardegarantie bedoeld hebben een voortaxatie overeen te komen.

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt.

Van een voortaxatie is sprake indien partijen de waarde van de verzekerde za(a)k(en) voorafgaand aan de verwezenlijking van het risico door een deskundige laten taxeren dan wel indien partijen de waarde van de verzekerde za(a)k(en) taxeren overeenkomstig het advies van een deskundige.

4.7.

De rechtbank stelt vast dat partijen voorafgaand aan het verwezenlijken van het risico de comfortships niet hebben laten taxeren door een (onafhankelijke) deskundige. Een dergelijke taxatie is niet in het geding gebracht. Er is ook geen aanwijzing dat een deskundige is benaderd. In de door partijen overgelegde stukken wordt ook niet verwezen naar een uitgevoerde taxatie en evenmin wordt de naam van een deskundige-taxateur genoemd. Op de polisbladen is weliswaar een bedrag van € 450.000,00 vermeld, maar er is nergens aangegeven dat dit beschouwd moet worden als de getaxeerde waarde.

Als uit de door [eiser 1] c.s, bedoelde documenten al zou kunnen worden afgeleid dat partijen gesproken hebben over een voortaxatie, zoals [eiser 1] c.s. stelt, geldt dat partijen (desondanks) blijkbaar geen voortaxatie hebben laten uitvoeren en evenmin gezamenlijk de comfortships hebben getaxeerd overeenkomstig het advies van een deskundige.

Ten aanzien van het bericht van 9 juni 2015 en de brief van 23 september 2015 merkt de rechtbank in aanvulling op het voorgaande nog het volgende op. Zoals Amlin onweersproken heeft gesteld, was de in die stukken genoemde clausule X674 (abusievelijk) intern in de administratie van Delta Lloyd opgenomen, is die clausule nooit op de polisbladen vermeld, en is evenmin, voorafgaand aan het verlies van de comfortships, anderszins aan [eiser 1] c.s. meegedeeld dat clausule X674 van toepassing was.

4.8.

Bovendien zijn in aanvulling op de bepalingen van het polisblad polisvoorwaarden van toepassing. In die polisvoorwaarden is de wijze waarop de waarde in geval van totaal verlies uiteindelijk wordt vastgesteld, beschreven (in beide sets algemene voorwaarden in artikel 6). De aldaar beschreven wijze van waardevaststelling is geen waardevaststelling door middel van voortaxatie. [eiser 1] c.s. betwist de toepasselijkheid van de polisvoorwaarden niet. Nu tussen partijen ook niet is overeengekomen dat van de regeling van artikel 6 werd afgeweken, kan ook hieruit worden afgeleid dat tussen partijen geen schadevaststelling door middel van voortaxatie is overeengekomen.

4.9.

De conclusie uit het voorgaande is dat de vordering van [eiser 1] c.s. op de primaire grondslag niet toewijsbaar is.

Nieuwwaardegarantie en aanschafwaarde comfortships

4.10.

[eiser 1] c.s. betoogt subsidiair, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6.3 sub 3 van de polisvoorwaarden van Delta Lloyd dat in dat artikellid is bepaald dat indien binnen 5 jaar na de aanschafdatum van het vaartuig sprake is van een totaal verliesschade, als dagwaarde de aanschafwaarde geldt zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar. Die overeengekomen koopsom bedraagt € 450.000,00, zoals blijkt uit de voorovereenkomsten, de koopovereenkomsten en uit het aan die koopovereenkomsten gehechte 'Memo Investering Comfortships'. In de facturen en de notariële akte is weliswaar een koopprijs van € 360.000,00 genoemd, maar dit doet niets af aan het feit dat de koopsom € 450.000,00 bedroeg. Het op laatst genoemd in mindering gebrachte bedrag van € 90.000,00 betreft een upfront rendement, dus een rendement dat vooruit is betaald. Het betreft niet een korting op de koopprijs.

4.11.

Amlin erkent dat gelet op het bepaalde in artikel 6.3 sub 3 van de polisvoorwaarden (van Amlin) onder de verzekeringsovereenkomst sprake is van een (nieuw)waardegarantie op basis waarvan als dagwaarde in geval van totaal verlies schade binnen een periode van 3 jaar na aanschafdatum (in casu verlengd tot 22 juli 2017) de aanschafwaarde van de comfortships geldt. Amlin betwist echter dat de aanschafwaarde van de comfortships € 450.000,00 bedraagt. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd. Ter bepaling van de uit te keren aanschafwaarde die door Amlin werd gegarandeerd, is relevant 'de aanschafwaarde van het vaartuig zoals vermeld op een (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar'. Dergelijke aankoopnota's heeft [eiser 1] c.s. niet overgelegd. De bewijsstukken die er het dichtste bij in de buurt komen zijn de facturen van Koeweide Beheer B.V. en de notariële aktes. Uit die stukken blijkt dat [eiser 1] c.s. een all-in bedrag van € 360.000,00 betaalde voor elk comfortship, een vergoeding voor de inboedel en het gebruiksrecht van een waterkavel daarin begrepen.

Voor het geval acht wordt geslagen op de in voorovereenkomsten en koopovereenkomsten vermelde koopprijs van € 450.000,00, geldt in de visie van Amlin dat in het kader van de te vergoeden schade niet van die aanschafwaarde kan worden gegaan. [eiser 1] c.s. heeft namelijk op de oorspronkelijke all-in koopprijs van € 450.000,00 per comfortship als vermeld in deze overeenkomsten een korting gekregen van € 90.000,00 per schip onder de voor investeerders aantrekkelijke titel 'up-front rendement'. Van betaling of verrekening van dit bedrag blijkt niet uit de relevante stukken. Er viel overigens ook geen rendement te verrekenen, omdat de comfortships ten tijde van de beweerdelijke verrekening nog niet verhuurd werden en dus nog niet rendabel waren. Bovendien is een jaarlijks rendement met 9,8% van de aanschafwaarde ook ongeloofwaardig hoog gelet op het gebruikelijke rendement voor dit soort comfortships.

4.12.

De rechtbank oordeelt als volgt. In artikel 6.3 sub 3 van de polisvoorwaarden is bepaald dat als dagwaarde geldt de aanschafwaarde zoals vermeld op de (originele) aankoopnota, afgegeven door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven watersportbedrijf of jachtmakelaar. Zo'n (originele) aankoopnota is door [eiser 1] c.s. niet in het geding gebracht. Met Amlin is de rechtbank van oordeel dat bewijsstukken die er het dichtste bij in de buurt komen de door Amlin genoemde facturen en de notariële akte zijn. Uit die stukken blijkt dat [eiser 1] c.s. een all-in bedrag van € 360.000,00 betaalde voor elk comfortship, met de inboedel en met het gebruiksrecht van een waterkavel.

4.13.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser 1] c.s. tegenover de gemotiveerde stellingname van Amlin onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden haar stelling heeft onderbouwd dat, anders dan in de facturen en de notariële aktes is vermeld, in werkelijkheid door [eiser 1] c.s. aan Euroresorts een koopsom van € 450.000,00 is voldaan. Dit volgt niet uit de facturen en notariële aktes, noch uit de verklaringen van de heer [eiser 1] en van de heer [persoon K] . [eiser 1] c.s. heeft deze stelling ook niet nader onderbouwd met relevante bescheiden, zoals bijvoorbeeld bankafschriften, een kredietnota voor het eerste rendement van € 90.000,00 en/of een verklaring van de bij de levering betrokken notaris. De rechtbank komt aldus niet meer toe aan het aanbod dat [eiser 1] c.s. heeft gedaan om haar e stelling te bewijzen. De rechtbank houdt het er daarom voor dat het bedrag van € 450.000,00 per comfortship niet is voldaan, ofwel omdat dat bedrag nooit verschuldigd is geweest, ofwel omdat aan [eiser 1] c.s. een korting is verleend.

4.14.

Tegen deze achtergrond moet het ervoor gehouden worden dat de koopsom per comfortship € 360.000,00 heeft bedragen.

(Waarde) ondererfpachtrecht

4.15.

Amlin stelt zich op het standpunt dat op grond van de verzekeringsovereenkomst een bedrag van € 45.000,00 ter zake het ondererfpachtrecht in mindering moet worden gebracht op voormeld bedrag van € 360.000,00, omdat het gebruiksrecht van de waterkavel niet is meeverzekerd.

4.16.

Volgens [eiser 1] c.s. is dit ten onrechte. Voor zover thans nog relevant, gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft [eiser 1] c.s. ter zake het volgende aangevoerd. Er kan niet van een waarde van het ondererfpachtrecht van € 45.000,00 op basis van het rapport van ing. [persoon G] worden uitgegaan. De notaris heeft namelijk in de afrekening van 22 juli 2011 een waarde van de ondererfpacht vermeld van slechts € 2.050,00, waarover de overdrachtsbelasting van 6% is berekend.

Voorts is tegelijkertijd met de koopovereenkomsten een beheersovereenkomst gesloten waarin aan het gebruik van de kavel beperkingen worden gesteld. In de beheersovereenkomst is een beheersvergoeding van jaarlijks € 3.250,00 exclusief BTW overeengekomen met indexering. Het oversluiten van de beheersovereenkomst is opgenomen in een kettingbeding. Deze beheersvergoeding beloopt meer dan de jaarkosten van een ligplaats met parkbijdrage (volgens het rapport van [persoon G] een bedrag van € 3.188,00 per jaar). De marktwaarde van het ondererfpachtrecht is daarom nihil: er is geen markt voor een ondererfpachtrecht waarvan de koopprijs alleen maar een extra uitgave is ten opzichte van het huren van een ligplaats inclusief parkbijdrage.

4.17.

Hiertegenover heeft Amlin het volgende aangevoerd. De all-in-prijs van € 360.000,00 die [eiser 1] c.s. per schip aan De Koeweide Beheer B.V. voldeed had eveneens betrekking op het niet-verzekerde gebruiksrecht van de waterkavel, zo volgt uit de koopovereenkomsten en de notariële aktes. In de koopovereenkomsten (artikel 2.3) is bepaald dat bij de 'Koopprijs' de erfpachtcanon tot 2083 is inbegrepen. Dat borduurt voort op de in artikel 1.5 van de koopovereenkomsten gemaakte afspraak dat [eiser 1] c.s. het gebruiksrecht (voor bepaalde tijd, nl. tot 2083) koopt. Daar moet dus een - niet expliciet in de koopovereenkomsten tot uitdrukking gebrachte - koopprijs tegenover staan. De notariële aktes bevestigen dat, nu in die aktes is verklaard dat de erfpachtcanon gelijk met de transactie voor de gehele looptijd van de onderpacht is verrekend. Daarmee is onverenigbaar dat [eiser 1] c.s. het gebruiksrecht/recht van ondererfpacht om niet zou hebben verkregen, althans dat dat recht geen waarde vertegenwoordigt.

Het is verder niet aan een notaris (een jurist) om de (markt)waarde van een ondererfpachtrecht te bepalen, omdat notarissen doorgaans niet beschikken over de daarvoor benodigde expertise. Het bedrag, zo is Amlin uit een andere zaak bekend, is een fictieve waarde om fiscale redenen tot stand gekomen, maar die fictieve waarde, als grondslag voor de heffing overdrachtsbelasting, is niet representatief voor de echte waarde van het recht.

Dat het ondererfpachtrecht wel degelijk een waarde had en heeft blijkt eruit dat [eiser 1] c.s. dat gebruiksrecht voor een in de voorovereenkomsten en koopovereenkomsten ongespecificeerde waarde heeft aangeschaft. Daarbij biedt het ondererfpachtrecht de erfpachter het lucratieve en exclusieve voordeel om de comfortships in de Jachthaven de Koeweide te (laten) exploiteren, hetgeen niet toegestaan is als er alleen een ligplaats wordt gehuurd. Deze omstandigheid heeft Van Ameyde in haar rapport verdisconteerd. De beheersvergoeding valt, blijkens het rapport, door dit voordeel weg.

Dat het ondererfpacht marktwaarde heeft blijkt ook uit de omstandigheid dat [eiser 1] c.s. (tot 2083) niet nogmaals hoeft te betalen voor de gebruiksrechten van de waterkavels, als hij zou besluiten om comfortships bij De Koeweide aan te schaffen.

4.18.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Amlin heeft tegenover de stelling van [eiser 1] c.s. voldoende gemotiveerd aannemelijk gemaakt dat het ondererfpacht wel degelijk een waarde vertegenwoordigt, wat door [eiser 1] c.s. ook niet - althans onvoldoende - is weerlegd. Voor de waarde van dit ondererfpachtrecht sluit de rechtbank aan bij de waardering in het rapport van [persoon G] . Dit rapport is deugdelijk onderbouwd en is bovendien inhoudelijk niet, althans onvoldoende, door [eiser 1] c.s. bestreden.

4.19.

Dit betekent dat Amlin op het bedrag van € 360.000,00 terecht een bedrag van € 45.000,00 in mindering heeft gebracht als waarde voor het ondererfpachtrecht. Het gebruiksrecht van de waterkavel is immers niet meeverzekerd.

Uitkering ter zake inboedel

4.20.

[eiser 1] c.s. maakt daarnaast aanspraak op een uitkering terzake de bij de brand verloren gegane inboedel van de comfortships. Daartoe stelt [eiser 1] c.s. het volgende. Op het polisblad van 22 juli 2014 (zie 2.16) is opgenomen: Bovenop het verzekerd bedrag voor het casco incl. motor(en) is de inboedel meeverzekerd tot maximaal 30% van dit verzekerd bedrag. Op grond van die bepaling heeft [eiser 1] c.s. bovenop de uitkering ter zake de casco's van comfortships ook recht op een uitkering ter zake van schade aan de inboedel. [eiser 1] c.s. heeft een inventarisatielijst van de inboedel opgesteld die sluit op een bedrag van € 31.290,00.

4.21.

Amlin betwist dat op deze uitkering aanspraak kan worden gemaakt. [eiser 1] c.s. kan ofwel aanspraak maken op uitkering van de all-in koopprijs, waarmee tevens de schade aan de inboedel is vergoed, ofwel kan hij vorderen dat de cascowaarde van het comfortship wordt uitgekeerd en een aparte vergoeding voor de inboedel, gemaximeerd tot 30% van de cascowaarde. Indien [eiser 1] c.s. aanspraak zou kunnen maken op beide vergoedingen, zou hij meer krijgen uitgekeerd dan hij voor de comfortships met inboedel heeft betaald. Voor zover de rechtbank tot het oordeel zou komen dat [eiser 1] c.s. wel aanspraak kan maken op een aparte uitkering ter zake de inboedel, dienen de redelijkheid en billijkheid daaraan te derogeren; het is (moreel) onacceptabel om van een verzekeraar te (mogen) verwachten dat hij tweemaal uitkeert voor dezelfde (inboedel)schade. Meer subsidiair betwist Amlin dat de door [eiser 1] c.s. in de inventarislijst opgesomde goederen ten tijde van de brand op de comfortships aanwezig waren en de daar genoemde waarde hebben.

4.22.

Nu gesteld noch gebleken is dat partijen over de tekst van de polisvoorwaarden hebben gesproken of onderhandeld, komt aan de bedoeling die partijen met dit beding hebben gehad geen betekenis toe. Het komt dus aan op de vraag welke betekenis partijen redelijkerwijs aan de tekst van de polisvoorwaarde mochten hechten en wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst van elkaar mochten verwachten.

Naar oordeel van de rechtbank brengt een logische uitleg van de bedoelde clausule op het polisblad mee dat geen aanspraak op vergoeding van de inboedel kan worden gemaakt naast vergoeding van het comfortship op basis van de all-in-koopprijs, voor zover sprake is van inboedel die in de all-in-koopprijs is inbegrepen. In de voorovereenkomsten is aangegeven dat de comfortships 'Geheel geëquipeerd als 8-persoons Comfortship voor verhuur met inrichting, inventaris, etc. Geheel turn-key' worden verkocht. Uit deze bepaling volgt duidelijk dat geen nadere meubilering of stoffering voor de comfortships noodzakelijk was. De rechtbank neemt dan ook aan dat alle door [eiser 1] c.s. in de inventarislijst opgesomde zaken, die alle in de categorie meubilering en stoffering vallen, onder de all-in-koopprijs zijn begrepen. Er is in dat geval gelet op het vorenoverwogene geen ruimte meer voor een aparte uitkering onder de verzekering ter zake de inboedel. De overige verweren van Amlin in dit kader behoeven geen bespreking meer.

4.23.

De conclusie uit het voorgaande is dat de vorderingen van [eiser 1] c.s. wegens gebrek aan deugdelijke grondslag niet voor toewijzing in aanmerking komen. De vorderingen zullen worden afgewezen.

4.24.

[eiser 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van worden begroot op:

- griffiegeld € 4.030,00

- salaris advocaat € 7.206,00 (3,0 punten* × tarief € 2.402,00)

Totaal € 11.236,00

* conclusie van antwoord (1), conclusie van dupliek (1), bijwonen enquête wederpartij (0,5) en voortzetting daarvan (0,5)

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Amlin tot op heden begroot op € 11.236,00,

5.3.

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser 1] c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 12 mei 2021.

[2111/1582]