Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4588

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
26-05-2021
Zaaknummer
C/10/603768 / HA ZA 20-865
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige concurrentie door werkneemster. Chinese vennootschap. Bevoegdheid rechtbank. Relatieve bevoegdheid. Verwijzing naar de sector kanton op grond van de artikelen 93, 94, 71 en 220 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0656
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/603768 / HA ZA 20-865

Vonnis van 12 mei 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CULIMER EUROPE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CULIMER HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de rechtspersoon naar het recht van haar plaats van vestiging

BEIJING CULIMER SEAFOOD IM-EXPORTING CO.LTD,

gevestigd te Beijing, China,

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

mevrouw [persoon A],

wonende te [woonplaats A] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. A. Ester te Zwijndrecht.

Partijen zullen hierna Culimer Europe c.s. en [persoon A] genoemd worden. Eiseressen worden zo nodig afzonderlijk aangeduid als Culimer Europe, Culimer Holding respectievelijk Culimer China.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 augustus 2020, met zes producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in voorwaardelijke reconventie, met zes producties;

  • -

    de oproepingsbrieven van de rechtbank van 12 november 2020 en 17 november 2020; waarin partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 11 februari 2021 maar uiteindelijk bepaald op 12 januari 2021;

  • -

    de brief van de rechtbank van 16 december 2020 waarin aan partijen opgave is gedaan van de ter zitting te bespreken onderwerpen;

  • -

    de akte in het geding brengen producties en (gedeeltelijke) wijziging grondslag van eis van Culimer Europe c.s., met producties 7 tot en met 18 a/b;

  • -

    de brief van 29 december 2020 van mr. Ester en de daarbij toegezonden producties 7 tot en met 10;

  • -

    de ter mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen van beide zijden;

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 januari 2021;

  • -

    de akte uitlaten partijen inzake verwijzing ex. artikel 93, van de zijde van Culimer Europe c.s.;

  • -

    de akte ter uitlating inzake verwijzing ex 93 Rv, van de zijde van [persoon A] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

De Culimer-groep bestaat verschillende vennootschappen die zich onder meer bezig met de internationale handel in zeevruchten.

Culimer Europe stuurt vanuit Nederland de handel centraal aan. Mevrouw [persoon B] is gevolmachtigde van Culimer Europe.

Culimer China is een tussenkantoor van de groep in China. Culimer China koopt voor de Culimer-groep onder meer garnalen in uit Vietnam en zalm en king crab uit Chili.

Culimer Holding houdt de aandelen in Culimer Europe en Culimer China. Tot 22 juni 2020 werden de aandelen in Culimer China gehouden door het in 2018 gefailleerde Culimer B.V. Per 22 juni 2020 heeft de curator van Culimer B.V. de aandelen in Culimer China overgedragen aan Culimer Holding.

Indirect aandeelhouder van Culimer Holding en bestuurder van Culimer China is de heer [persoon C] .

2.2.

[persoon A] is sinds 2006 in dienst van een vennootschap in de Culimer-groep, aanvankelijk Culimer B.V. Per 14 november 2018 is [persoon A] in dienst getreden van Culimer Europe. Uit hoofde van deze dienstbetrekking(en) voerde [persoon A] , die de Chinese taal goed beheerst, goeddeels in die taal het algemene dagelijkse management van Culimer China.

[persoon A] woont in en werkt vanuit Nederland.

2.3.

De grootste klant van Culimer China was vanaf 2013 Ocean Doyen International Trade Co. Ltd. (hierna: Ocean Doyen).

Omstreeks 2019/2020 heeft Culimer Europe c.s. vernomen dat [persoon A] en haar vader de aandelen in Ocean Doyen houden. De vader van [persoon A] is als bestuurder van Ocean Doyen geregistreerd.

2.4.

Culimer Europe c.s. heeft onderzoek gedaan naar de handelwijze van [persoon A] rondom transacties waarbij Ocean Doyen betrokken was. Culimer Europe c.s. hebben vervolgens aan [persoon A] de volgende verwijten gemaakt:

- dat zij in strijd met haar arbeidsovereenkomst via Ocean Doyen in concurrentie trad met Culimer Europe c.s., door in een keten van koopovereenkomsten Ocean Doyen als tussenkoper onder Culimer China te positioneren, waarbij Ocean Doyen zeevruchten kocht van Culimer China en doorverkocht aan afnemers in en daarbij een winstmarge realiseerde die Culimer China zelf had kunnen realiseren indien [persoon A] het ertoe had geleid dat Culimer China rechtstreeks aan de betreffende afnemers had verkocht zonder tussenkomst van Ocean Doyen.

2.5.

Op 7 juli 2020 heeft Culimer Europe heeft [persoon A] op staande voet ontslagen. Over het arbeidsrechtelijke geschil zijn procedures voor de kantonrechter van deze rechtbank aanhangig gemaakt onder nummers 8745008 / VZ20-17032 en 8745240 / VZ 20-17034.

2.6.

Culimer Europe c.s. heeft conservatoir beslag doen leggen ten laste van [persoon A] op haar woning te Bergschenhoek en op haar bankrekening bij ABN Amro Bank N.V.

3. Het geschil

in conventie

3.1.

Culimer Europe c.s. vordert na wijziging van eis, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat de gedragingen van [persoon A] kwalificeren als onrechtmatige daad jegens Culimer Europe c.s. en dat [persoon A] gehouden is de schade die daarvan het gevolg is te vergoeden;

b. voor recht verklaart dat [persoon A] ongerechtvaardigd is verrijkt ten laste van Culimer Europe c.s.;

c. verklaart voor recht dat als gevolg van de onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking van [persoon A] de schade als gevolg van misgelopen winst en misgelopen orders primair is geleden door Culimer Europe, subsidiair door Culimer China en meer subsidiair door Culimer Holding, dan wel is geleden door Culimer B.V. welke vordering is gecedeerd aan Culimer Europe en door Culimer Europe kan worden ingesteld, en deze posten te begroten op het euro-equivalent van:

i. USD 853.655 aan misgelopen winst;

ii. USD 96.096 aan misgelopen orders;

d. voor recht verklaart dat als gevolg van de onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking van [persoon A] de schade als gevolg van uitgekeerde management vergoeding, house rent en lening primair is geleden door Culimer China, subsidiair door Culimer Europe en meer subsidiair door Culimer Holding, en deze posten te begroten op:

iii. RMB 276.611,16 per jaar aan uitgekeerde managementvergoeding voor een periode van zes jaar;

iv. RMB 14.272,90 aan house rent per jaar over een periode van zes jaar; en

v. RMB 750.000 aan lening.

e. [persoon A] veroordeelt om de onder c. en d. genoemde bedragen, te vermeerderen met wettelijke rente over deze bedragen met ingang van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling, te betalen aan de partijen aan wie de vordering is toegewezen;

f. althans zodanige andere beslissing zal nemen als de rechtbank juist voorkomt na kennisneming en weging van alle over en weer aangevoerde feiten en argumenten,

alles met veroordeling van [persoon A] in de kosten van de procedure, inclusief nakosten.

3.2.

[persoon A] voert verweer en concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vorderingen met hoofdelijke veroordeling van Culimer Europe c.s., bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen in conventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.4.

[persoon A] vordert - samengevat - dat de rechtbank, in het geval dat zij Culimer Europe c.s. in conventie niet ontvankelijk verklaart dan wel haar (resterende) vorderingen afwijst, Culimer Europe c.s. hoofdelijk, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, de ten laste van [persoon A] gelegde beslagen op de aan haar in volle, respectievelijk mede, eigendom toebehorende panden gelegen aan de [adres 1] te ( [postcode 1] ) Bergschenhoek, kadastraal bekend onder Bergschenhoek [kadasternummer 1] en aan de [adres 2] te ( [postcode 2] , kadastraal bekend als Haarlemmermeer [kadasternummer 2] , alsmede de bankrekening van [persoon A] bij ABN AMRO BANK N.V. met rekeningnummer [bankrekeningnummer] op te heffen, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag per gedaagde voor iedere dag dat Culimer Europe c.s. daarmee nadien in gebreke mochten blijven, met een maximum van € 250.000,- in totaal, met compensatie van kosten aldus dat iedere partij in de voorwaardelijke reconventie haar eigen proceskosten draagt.

3.5.

Culimer Europe c.s. voert verweer strekkend tot afwijzing van de vorderingen.

3.6.

Op de stellingen van partijen in reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

bevoegdheid Nederlandse rechter

4.1.

Culimer China is gevestigd in China en overige eiseressen in Nederland. [persoon A] is ook in Nederland woonachtig. Op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012, betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel Ibis-Vo) worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. [persoon A] kan derhalve voor de Nederlandse rechter worden opgeroepen. De vordering in reconventie kan voor deze rechtbank worden gebracht op grond van artikel 8 Brussel I bis-Vo.

handelskamer of kantonrechter bevoegd

4.2.

De rechtbank heeft partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling kenbaar gemaakt om voornemens te zijn de zaak tussen Culimer Europe en [persoon A] als aardzaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen, en om de zaken tussen Culimer China en Culimer Holding en [persoon A] als daarmee verknocht naar de kantonrechter te verwijzen op grond van de artikelen 93, 94, 71 en 220 Rv.

4.3.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten. Partijen hebben aangegeven zich te refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. Wel hebben partijen nog enige opmerkingen gemaakt over de vraag of dit een aardzaak als bedoeld in artikel 93 sub c Rv betreft en over de noodzaak om deze zaken uit proceseconomisch oogpunt niet deels door de handelskamer en deels door de kantonrechter te laten behandelen.

4.4.

De rechtbank is, met [persoon A] , van oordeel dat de door Culimer Europe ingestelde vorderingen in conventie gelet op de aard en de onderbouwing daarvan (hoofdzakelijk) moeten worden gekwalificeerd als vorderingen betreffende een arbeidsovereenkomst. Dat is een onderwerp dat op grond van artikel 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering.

4.5.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie en de samenhang tussen de vorderingen van Culimer Europe en die van Culimer Holding en die van Culimer China zich tegen afzonderlijke behandeling van die vorderingen voor de handelskamer verzetten.

4.6.

De rechtbank zal dan ook, nu de vordering niet is ingediend bij de kantonrechter, de zaak ambtshalve verwijzen naar de kantonrechter.

4.7.

Het in deze procedure door partijen betaalde griffierecht zal ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ worden verlaagd. Het teveel betaalde griffierecht zal door de griffier worden teruggestort.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak tussen Culimer Europe en [persoon A] en, als daaraan verknocht, de zaken tussen Culimer China en Culimer Holding en [persoon A] , in de stand waarin deze zich bevinden naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Rotterdam, op woensdag 19 mei 2021 om 10:00 uur,

5.2.

wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,

5.3.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

5.4.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge
artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.

[2111/1885]