Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4581

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
26-05-2021
Zaaknummer
C/10/616949 / JE RK 21-993
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging uithuisplaatsing, behandeld op locatie in het Huis van de Wijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/616949 / JE RK 21-993

datum uitspraak: 10 mei 2021

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting

Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2010 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [roepnaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 13 april 2021, ingekomen bij de griffie op

16 april 2021;

- het verweerschrift met bijlagen van mr. M. van Eck van 7 mei 2021.

Op 10 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. D. Lösing namens mr. M. van Eck,

- de vader,
- de grootmoeder moederszijde (pleegmoeder), mw. [naam informant] , als informant,

- een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan mw. [naam persoon] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[roepnaam minderjarige] verblijft bij de grootmoeder moederszijde (hierna: de grootmoeder).

Bij beschikking van 19 augustus 2020 is [roepnaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 augustus 2021 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] bij de grootmoeder verleend tot

19 mei 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] bij de pleegouder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het verzoek als volgt toe.

Een verlenging van de uithuisplaatsing is noodzakelijk om de ouders meer tijd te geven om aan hun problematiek te werken en zodat zij kunnen laten zien dat zij vanuit het belang van [roepnaam minderjarige] kunnen kijken en handelen. Het perspectief van [roepnaam minderjarige] lag altijd bij de moeder, maar nu de ouders weer bij elkaar zijn moet goed worden gekeken naar de veiligheid op de langere termijn. De GI is van mening dat de beste plek voor [roepnaam minderjarige] bij haar grootmoeder is en niet in een neutraal pleeggezin. Het gaat namelijk goed met [roepnaam minderjarige] bij de grootmoeder en zij is daar vertrouwd. Helaas is het de ouders niet gelukt om de samenwerking met de grootmoeder te vinden, waardoor [roepnaam minderjarige] loyaliteitsproblemen ervaart. De ouders doen wel hun best en de GI zal dan ook met de ouders en de grootmoeder blijven werken aan het verbeteren van de samenwerken en het verbeteren van de omgangsafspraken. De huidige omgangsafspraken worden niet goed nageleefd door de ouders. Eerst was de omgang apart. De moeder had omgang met [roepnaam minderjarige] onder begeleiding van ASVZ en de vader onder begeleiding van Enver. Nu de ouders weer bij elkaar zijn is de omgang samengevoegd naar één keer in de drie weken. De vader geeft aan niet te willen en te kunnen, maar de moeder komt vervolgens ook niet.

De standpunten

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De GI geeft de moeder geen duidelijke voorwaarden voor terugplaatsing en dan met name of de relatie tussen de ouders geaccepteerd kan worden. Het lijkt alsof de grootmoeder, maar ook de GI, de vader niet accepteert en dat zorgt voor spanningen. [roepnaam minderjarige] heeft last van die onrust en het is daarom de vraag of de plaatsing bij de grootmoeder in haar belang is. De ouders willen daarom bespreekbaar maken of een plaatsing in een ander pleeggezin, met broertje [naam broertje] , niet beter is. De moeder heeft in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Zij is behandeld en staat aangemeld voor cognitieve gedragstherapie. Het wijkteam is tevreden. Datzelfde geldt voor de vader. Hij is afgekickt en Exodus is tevreden. De hulpverlenende instanties zijn het met elkaar eens dat de situatie stabiel is, maar de GI lijkt dat niet te zien. Een routekaart ontbreekt en ook is er onduidelijkheid over de omgang. Het is onjuist dat de moeder zich niet houdt aan de omgangsregeling. Zij heeft de afspraak één keer afgezegd, omdat de vader niet mee mocht. Primair is de moeder van mening dat [roepnaam minderjarige] kan worden teruggeplaatst, subsidiair dat de uithuisplaatsing wordt verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling, maar dan wel met een hele duidelijke opdracht aan de ouders waaraan gewerkt moet worden.

De vader snapt niet dat hij op afstand wordt gehouden, terwijl hij de vader is en [roepnaam minderjarige] hem wil zien. Het is belangrijk dat hij bij de opvoeding en verzorging van [roepnaam minderjarige] wordt betrokken. Hij wil een actieve rol als vader en mist [roepnaam minderjarige] ontzettend. De ouders willen met elkaar verder en weer gaan samenwonen. Het liefst in het huis waarin zij voorheen samen woonden. Waarom het de ouders niet lukt om met de grootmoeder op één lijn te komen weet de vader niet.

De grootmoeder heeft naar voren gebracht dat het goed gaat met [roepnaam minderjarige] , maar dat het contact tussen de grootmoeder en de ouders niet loopt. De grootmoeder vindt dat haar gezag wordt ondermijnd.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [roepnaam minderjarige] inmiddels een jaar bij de grootmoeder verblijft vanwege onder andere de verslavingsproblematiek van de ouders, huiselijk geweld en vermoedens van verwaarlozing. Tussen de ouders was sprake van een ambivalente relatie die zich kenmerkte door aantrekken en afstoten.

In het afgelopen jaar hebben beide ouders hard aan zichzelf gewerkt. De moeder slikt inmiddels medicatie tegen haar alcoholverslaving en werkt mee aan de hulpverlening van ASVZ. De vader heeft de klinische behandeling voor zijn drugsverslaving positief afgerond, wordt begeleid door de reclassering en heeft een fulltime baan.

Het perspectief van [roepnaam minderjarige] was bij de moeder bepaald, maar dat was gebaseerd op het feit dat de moeder zelfstandig zou wonen, de relatie met de vader zou verbreken en in behandeling zou gaan voor haar onderliggende trauma’s en alcoholverslaving. Inmiddels is echter duidelijk dat de ouders weer bij elkaar zijn en weer samen willen wonen. Daardoor moet opnieuw worden onderzocht waar het perspectief van [roepnaam minderjarige] ligt. Met de GI is de kinderrechter daarom van oordeel dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).

De kinderrechter is ook met de GI van oordeel dat [roepnaam minderjarige] op dit moment het beste bij de grootmoeder kan verblijven. Het gaat namelijk heel goed met [roepnaam minderjarige] . Wel ervaart zij loyaliteitsproblemen omdat het de ouders en de grootmoeder niet lukt om met elkaar op één lijn te komen. De kinderrechter acht het van belang dat daar in de komende periode aan wordt gewerkt. Wanneer de ouders en de grootmoeder elkaar leren waarderen zal het alleen maar beter gaan met [roepnaam minderjarige] en dat is wat iedereen wil. Het is daarbij belangrijk dat de grootmoeder inziet en accepteert dat de ouders een rol hebben in de opvoeding van [roepnaam minderjarige] en andersom dat de ouders accepteren dat [roepnaam minderjarige] op dit moment het beste bij de grootmoeder kan wonen en dat daar de regels van de grootmoeder gelden.

Van de GI verwacht de kinderrechter dat zij de ouders duidelijkheid geeft over wat er van hen wordt verwacht in een routekaart. Daarvoor is nodig dat de ouders openheid geven over de stand van zaken van hun relatie en hun bedoelingen. Alleen dan kan de GI onderzoeken óf en op welke wijze [roepnaam minderjarige] kan terugkeren naar huis. Ook dient er duidelijkheid te komen over de frequentie en de invulling van de omgang. Het is aan de GI en de ouders om daar over in gesprek te gaan, opnieuw in het belang van [roepnaam minderjarige] .

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] bij de grootmoeder moederszijde tot 19 augustus 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-Van Buuren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 mei 2021 en getekend door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.

AFSCHRIFT

Voor eensluidend afschrift.

De griffier van de rechtbank.

20 mei 2021