Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4394

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-01-2021
Datum publicatie
20-05-2021
Zaaknummer
C/10/610172 / JE RK 20-3537
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ondertoezichtstelling. Toewijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/610172 / JE RK 20-3537

Datum uitspraak: 15 januari 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van

18 december 2020, ingekomen bij de griffie op 22 december 2020;

Op 15 januari 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige 1] , die apart is gehoord;
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de moeder. Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 2] wordt uitgevoerd door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.

Bij beschikking van 10 januari 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 17 januari 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen met een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In de afgelopen periode hebben de ouders een positieve ontwikkeling laten zien. Zij zijn beter in staat om met elkaar samen te werken. Er zijn echter nog wel zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 2] . Zij laat zorgelijk gedrag zien, waarbij zij lijkt vast te lopen op school en in sociale contacten. Daarnaast zijn er zorgen over de broer-zus relatie. Het is in de komende periode belangrijk om de situatie te volgen en de uitkomst van het onderzoek van [voornaam minderjarige 2] af te wachten. Verder is er weinig zicht op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] . Hij is een binnenvetter en kan op een ongenuanceerde wijze zijn boosheid uiten. Ondanks dat [voornaam minderjarige 1] op dit moment niet dusdanig zorgelijk gedrag laat zien, is het belangrijk om ook zijn ontwikkeling te blijven volgen.

De standpunten van de belanghebbenden

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. Zij is blij met de ondersteuning van de jeugdbeschermer.

De vader heeft ter zitting eveneens ingestemd met het verzoek van de GI. Hij vindt het goed dat voor beide kinderen de jeugdbeschermer betrokken blijft.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

In de afgelopen periode hebben de ouders een positieve ontwikkeling laten zien. Zij zijn beter in staat om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren. Het lukt de ouders om in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot gezamenlijke afspraken te komen, waarbij de kinderen minder last lijken te hebben van onderlinge spanningen. Er blijven echter zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen, zoals door de GI ter zitting beschreven en door de ouders onderkend. In de komende periode is het van belang dat de achterliggende problematiek van [voornaam minderjarige 2] onderzocht wordt, zodat er passende begeleiding en/of therapie kan worden ingezet. Daarnaast is het van belang ook de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] te volgen.

Ondanks dat beide ouders betrokken zijn op de kinderen, open staan voor hulpverlening en goed samenwerken met de GI, zijn zij op dit moment onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat het belangrijk is dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de ouders te ondersteunen en om zicht te houden op de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter zal daarom het – niet weersproken – verzoek van de GI toewijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 17 januari 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 3 februari 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.