Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4370

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
C/10/616537 / JE RK 21-923
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging uithuisplaatsing voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Sprake van fysieke en emotionele verwaarlozing. De ouders nemen niet hun verantwoordelijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/616537 / JE RK 21-923

datum uitspraak: 20 april 2021

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1], geboren op [geboortedatum kind 1] 2014 te [geboorteplaats kind 1],

hierna te noemen [naam kind 1],

[naam kind 2], geboren op [geboortedatum kind 2] 2016 te [geboorteplaats kind 2],

hierna te noemen [naam kind 2],

[naam kind 3], geboren op [geboortedatum kind 3] 2019 te [geboorteplaats kind 3],

hierna te noemen [naam kind 3].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van

9 april 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

Op 20 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. L.A. Alderlieste,

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1],

- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [naam 2] en [naam 3].

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Berberse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 4], tolk in de Berberse taal.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] verblijven in een netwerkpleeggezin, te weten bij de tante vaderszijde.

Bij beschikking van 9 april 2021 zijn [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 juli 2021. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een (spoed) machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de tante vaderszijde, verleend voor de duur van vier weken. De beslissing is voor het overige aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De Raad heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] binnen het netwerk, te weten bij de tante vaderszijde, verzocht voor de duur van drie maanden. Nu resteert de periode tot 9 juli 2021.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De kinderen maken een verwaarloosde indruk. Het huis is niet hygiënisch en bij [naam kind 3] zijn niet-behandelde eczeem- en blauwe plekken zichtbaar. De moeder erkent dat zij [naam kind 3] stevig heeft vastgepakt en dat zij heeft geschreeuwd. Bovendien vertonen de kinderen signalen die mogelijk wijzen op seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hier zal verder onderzoek naar worden gedaan tijdens het geplande gesprek op 6 mei 2021 bij het Goofy-spreekuur. Ondanks dat de ouders al jarenlang relationele problemen hebben, zijn zij nog getrouwd en wonen zij in dezelfde woning. De kinderen raken geregeld betrokken bij hun conflicten. De vader slaapt op de kamer van de kinderen en de kinderen slapen bij de moeder. In het kader van haar lange afstandsrelatie heeft de moeder gemasturbeerd in aanwezigheid van de kinderen. De vader heeft ervoor gekozen deze handelingen te filmen en niet in te grijpen, wat pedagogisch evenmin verantwoord is. Beide ouders moeten de veiligheid van de kinderen waarborgen en zij lijken hierin niet hun verantwoordelijkheid te nemen. Zolang de ouders samenwonen, kunnen de kinderen niet worden thuisgeplaatst. Van belang is dat de ouders in overleg gaan over de veiligheid van de kinderen en de te nemen vervolgstappen. Tot die tijd is een machtiging tot uithuisplaatsing nodig zodat de kinderen rust, veiligheid en stabiliteit krijgen.

Het standpunt van de GI

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en als volgt toegelicht. Bij de kinderen was zichtbaar sprake van forse (eczeem)verwaarlozing. In het pleeggezin gaat het goed met de kinderen. Wel heeft [naam kind 1] op momenten moeite met grenzen en regels en kan hij boos worden als hij zijn zin niet krijgt. De komende tijd zal de GI inzetten op wekelijks contact tussen de ouders en de kinderen. Daarnaast wordt geprobeerd een school voor de kinderen te regelen.

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Haar moedergevoel zegt dat de kinderen niet veilig zijn in het pleeggezin. [naam kind 3] is nog heel jong en zij heeft haar moeder nodig. Tijdens het videobellen was zichtbaar dat [naam kind 3] nog steeds eczeemplekken heeft. De moeder wil graag dat haar kinderen terug naar huis komen.

Door en namens de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Hij maakt zich al langere tijd zorgen over de kinderen en over de manier waarop de moeder voor de kinderen zorgt. Het is onduidelijk of de moeder beseft wat de gevolgen van haar gedrag zijn voor de kinderen. Doordat de vader vele uren per week werkt, heeft hij weinig zicht op de kinderen. Van belang is dat de kinderen in een veilige omgeving opgroeien. De vader is van mening dat hij dat de kinderen kan bieden en hij wil dan ook graag dat de kinderen bij hem komen wonen. Wel ziet de vader in dat het bij het pleeggezin goed gaat met de kinderen. Hij stemt daarom in met het verzoek van de Raad.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de kinderen bij de ouders al langere tijd opgroeien in een onveilige en instabiele opvoedomgeving. Er is sprake van fysieke en emotionele verwaarlozing. Zo zijn de kinderen blootgesteld aan verschillende seksuele handelingen van de moeder met haar nieuwe vriend (op afstand), waarbij de vader niet heeft ingegrepen. Ook krijgen de kinderen op onregelmatige tijden eten en worden zij niet goed verzorgd. Daarbij wonen de ouders, ondanks de relationele problemen die al langere tijd spelen, in dezelfde woning. Dit maakt dat de kinderen getuige zijn van spanningen en conflicten tussen de ouders. Gebleken is dat de ouders in de huidige situatie niet hun verantwoordelijkheid nemen. Van belang is dat er stabiliteit, veiligheid, een goede verzorging en rust komen voor de kinderen. In het pleeggezin waar zij nu verblijven wordt hen dit geboden. De komende tijd moet het welzijn van de kinderen nader worden onderzocht en moet hierover met de ouders overleg plaatsvinden. De Raad dient zijn onderzoek voort te zetten, zodat over enige tijd duidelijk zal zijn wat het meest in het belang van de kinderen is.

Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1], [naam kind 2] en [naam kind 3] binnen het netwerk, te weten bij de tante vaderszijde tot 9 juli 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van F.G. Hermans als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 mei 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof

Den Haag.