Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4347

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-04-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
C/10/611369 / JE RK 21-67
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Geen kindeigen problematiek. Zorg ligt bij onderlinge communicatie tussen de ouders. Toewijzing resterende deel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/611369 / JE RK 21-67

datum uitspraak: 26 april 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] , geboren op [geboortedatum kind 1] 2012 te [geboorteplaats kind 1] ,

hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] , geboren op [geboortedatum kind 2] 2015 te [geboorteplaats kind 2] ,

hierna te noemen [naam kind 2] ,

[naam kind 3] , geboren op [geboortedatum kind 3] 2017 te [geboorteplaats kind 3] ,

hierna te noemen [naam kind 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 15 januari 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de aanvullende briefrapportage van de GI van 13 april 2021, ingekomen bij de griffie op 14 april 2021.

Op 26 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de vader,

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1] ,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam 2] .

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wonen bij de moeder.

Bij beschikking van 15 januari 2021 zijn [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] onder toezicht gesteld tot 15 mei 2021. De beslissing op het verzoek is voor het overige aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De Raad heeft (oorspronkelijk) verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] te verlengen voor de duur van één jaar. Hiervan resteert de periode tot 15 januari 2022.

De Raad heeft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling gehandhaafd.

De standpunten van de belanghebbenden

De GI heeft zich tijdens de mondelinge behandeling aangesloten bij het verzoek van de Raad en de volgende toelichting gegeven. Er is een positieve ontwikkeling zichtbaar. De zorg is echter nog gelegen in de onderlinge communicatie tussen de ouders. In de komende periode is het van belang om zicht te houden op de situatie en om verder te investeren in de communicatie tussen de ouders. Verder zal er moeten worden toegewerkt naar een afronding van de ondertoezichtstelling.

De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad. De vader ziet de meerwaarde van de verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij heeft veel meegemaakt in het verleden en de betrokkenheid van de jeugdbeschermer biedt steun, controle en veiligheid in de communicatie met de moeder. De vader staat daarnaast niet afwijzend tegenover mediation, maar hij mist de inzet van de moeder. Hij verwacht daarom niet dat mediation voor een verbetering zal zorgen in de onderlinge communicatie. Verder wil de vader graag het beste voor zijn kinderen; het is belangrijk dat zij rust ervaren en gelukkig zijn.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In de afgelopen periode is een positieve ontwikkeling zichtbaar. De moeder krijgt opvoedondersteuning vanuit het wijkteam en de vader ontvangt ondersteuning vanuit Humanitas bij met name het regelen van praktische zaken. Daarnaast gaat het goed met de kinderen en worden er geen bijzonderheden vanuit de school gemeld. De zorg is echter nog gelegen in de onderlinge communicatie tussen de ouders. Ondanks dat de ouders zich goed inzetten om de communicatie te verbeteren lukt het hun nog niet voldoende om altijd op een constructieve wijze in het belang van de kinderen te communiceren. De GI heeft met de ouders besproken om de ouders aan te melden voor mediation zodat tussen hen bestaande patronen kunnen worden doorbroken. Dit is echter nog niet van de grond gekomen. In de komende periode acht de kinderrechter de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk om zicht te houden op de situatie en om passende hulpverlening in te zetten met als doel de communicatie tussen de ouders te verbeteren.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] verlengen voor de resterende duur van acht maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] tot 15 januari 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2021 door

mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. Moghaddam Charkari, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 11 mei 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.