Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4241

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-04-2021
Datum publicatie
17-05-2021
Zaaknummer
10/255965-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor de diefstal in vereniging van een container, oplegger, kentekenplaten en diverse andere goederen en voor het medeplegen van opzetheling van een vrachtwagen en kentekenplaten. Vrijspraak van de diefstal van die vrachtwagen en kentekenplaten. Alternatief scenario zoals aangedragen door de verdediging is niet aannemelijk geworden, noch concreet of verifieerbaar. Straf: gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Vordering van één benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen; de andere benadeelde partij is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/255965-20

Datum uitspraak: 26 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in

de Penitentiaire Inrichting Sittard,

raadsvrouw mr. S.G.H. van de Kamp, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdachte wordt verweten dat hij, samen met zijn medeverdachte, een vrachtwagen, een oplegger, een container, kentekenplaten en diverse andere goederen heeft gestolen, dan wel heeft geheeld of witgewassen.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Verschuren heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 en 5 (beide primair en subsidiair) tenlastegelegde (zijnde de diefstal en de heling van een vrachtwagen en kentekenplaten);

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 4 (alle primair, te weten de diefstal van een oplegger, een container met koelkasten en een aantal goederen) tenlastegelegde en het onder 3 en 5 (beide meest subsidiair, te weten het witwassen van een vrachtwagen en kentekenplaten) tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de op de beslaglijst onder 7, 8 en 9 aangeduide voorwerpen (drie kentekenplaten).

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering (feiten 3 en 5 primair)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 en 5 (beide primair) tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijsoverwegingen (feiten 1, 2 en 4 primair en 3 en 5 subsidiair)

Relevante feiten

In de nacht van 9 op 10 oktober 2020 zijn te Son en Breugel een vrachtwagen en twee kentekenplaten gestolen vanaf de terreinen van [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] In de nacht van 10 op 11 oktober 2020 zijn vervolgens in Botlek Rotterdam – met behulp van die vrachtwagen – een container van [naam bedrijf 3] (hierna: [naam bedrijf 3] ), een oplegger toebehorende aan [naam bedrijf 4] en diverse goederen (waaronder Bang & Olufsen goederen, een tankdop, een luchtslang en verlichtingskabels) van [naam bedrijf 5] gestolen.


De camerabeelden van de verschillende terreinen zijn door verbalisanten uitgekeken. Op de beelden van de nacht van 10 op 11 oktober 2020 is te zien dat in ieder geval twee personen de eerder gestolen vrachtwagen het terrein van [naam bedrijf 5] op rijden, dat zij verschillende goederen verplaatsen van een trailer naar de vrachtwagencabine en dat zij vervolgens de oplegger en container, herkenbaar aan de letters ‘ [naam bedrijf 3] ’ op de zijkant, daaraan bevestigen. De vrachtwagencombinatie rijdt op 11 oktober 2020 om 07:13 uur de openbare weg (de Oliphantweg) op. Uit camerabeelden blijkt voorts dat de vrachtwagen om 07:18 uur voor verkeerslichten op de Oliphantweg voorgesorteerd staat voor de oprit naar de A15.

Op het moment dat de vrachtwagen de snelweg op rijdt, is reeds bij een van de aangevers bekend geworden dat er kentekenplaten missen, waarna een melding wordt gedaan bij de politie. Om 07:25 uur gaat er een ANPR-melding uit en laten verbalisanten, die zich op dat moment in de buurt van de A15 bevinden, zich koppelen aan de melding. Kort daarna signaleren zij de vrachtwagen op de A15 nabij de afrit Barendrecht. De verbalisanten gaan voor de vrachtwagen rijden, laten de vrachtwagen stoppen en zien vervolgens twee personen de vrachtwagen ontvluchten en over de vangrail de oplopende berm in rennen. De verbalisanten verliezen de bestuurder niet uit het oog gedurende de periode waarin hij de vrachtwagen stil zet, deze verlaat en wegrent. De verdachte is de man die wordt gezien als bestuurder en hij wordt aldaar, in de berm naast de snelweg, om 07:35 uur aangehouden. Zijn medeverdachte wordt kort daarna in de wijk naast de snelweg aangetroffen en om 07:56 uur aangehouden.

Feiten 1, 2 en 4 (alle primair)

De verdachte heeft verklaard dat hij niet uit de vrachtwagen kwam, maar over de vluchtstrook liep nadat hij autopech had gekregen met een Sukuzi; deze verklaring wordt echter weerlegd door de bewijsmiddelen. De Suzuki is door de verbalisanten niet aangetroffen langs de snelweg en een overigens aannemelijke verklaring voor zijn aanwezigheid in de vrachtwagen is uitgebleven.

Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen het moment waarop de vrachtwagencombinatie het terrein van [naam bedrijf 5] heeft verlaten en het moment waarop de vrachtwagen is gesignaleerd terwijl de verdachte en de medeverdachte zich daarin bevonden, is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan dan dat de verdachte en de medeverdachte de diefstallen van de oplegger, de container en de Bang & Olufsen speakers, luchtslang, tankdop en de kentekenplaten hebben gepleegd. Het onder 1, 2 en 4 primair tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden.

Feiten 3 en 5 (beide subsidiair)

De vrachtwagen en oplegger droegen op het moment van aanhouding van de verdachten, op 11 oktober 2020, verschillende gestolen kentekenplaten, te weten twee met het kenteken [kentekennummer 1] (gestolen op 9 oktober te Son en Breugel), een met het kenteken [kentekennummer 2] en een met het kenteken [kentekennummer 3] .

De kentekenplaten met kentekens [kentekennummer 2] en [kentekennummer 3] waren in de nacht van 10 op 11 oktober 2020 gestolen bij [naam bedrijf 5] te Rotterdam. Deze platen waren over andere kentekenplaten op de vrachtwagen en de oplegger heen geplaatst. Gelet op het feit dat de verdachte en de medeverdachte de diefstal bij [naam bedrijf 5] hebben gepleegd, gaat de rechtbank er ook van uit dat zij de kentekenplaten [kentekennummer 2] en [kentekennummer 3] op de vrachtwagen en oplegger hebben geplaatst om opsporing van hun misdrijven te voorkomen. Uit dit gegeven, samengenomen met het feit dat de verdachten de vrachtwagen gebruikten om een oplegger, container en diverse andere goederen te stelen, maakt de rechtbank op dat niet anders kan dan dat de verdachte wist dat de vrachtwagen en de andere kentekenplaten gestolen waren.

Op grond van voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de vrachtwagen en de kentekenplaten met kenteken [kentekennummer 1] . Ook het onder 3 en 5 subsidiair tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden.

4.2.1.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een oplegger (met kenteken [kentekennummer 4] ), die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

hij op 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een container (met als inhoud koelkasten ter waarde van 81000 euro), die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 3] ( [naam bedrijf 3] ), heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij in de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020 te Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een vrachtauto (Merk Mercedes), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4

hij op 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, Bang & Olufsen speakers, een luchtslang, verlichtingskabels, een tankdop en kentekenplaten ( [kentekennummer 2] en [kentekennummer 5] ), die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [naam bedrijf 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

5.

hij in de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020 te Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, kentekenplaten ( [kentekennummer 1] ), voorhanden heeft gehad , terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen cursief verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 en 2, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming;

3 en 5, telkens:

medeplegen van opzetheling;

4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan diefstal en heling van onder meer een vrachtwagen, oplegger, kentekenplaten en een container met inhoud van grote waarde. Zij hebben deze feiten op planmatige, professionele en georganiseerde wijze gepleegd. Urenlang waren zij bezig op de bedrijventerreinen om trekkers en goederen te verplaatsen, om uiteindelijk met de hele vrachtwagencombinatie weg te kunnen rijden. Met gestolen kentekenplaten zorgden zij ervoor dat de vrachtwagen moeilijker te traceren was.

Diefstal van containers en ladingen vormen voor de transportsector een ernstige bron van schade. Niet alleen in de vorm van directe schade, maar ook als gevolg van verhoogde verzekeringspremies en de noodzaak tot het nemen van steeds verdergaande maatregelen ter voorkoming van deze criminaliteit. Verder kan de diefstal van lading grote gevolgen hebben voor de eigenaren van de lading. Verdachte heeft zich om dit alles kennelijk niet bekommerd en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Uit verdachtes handelen spreekt bovendien minachting voor andermans goederen.

Ook opzetheling is een ernstig strafbaar feit. Heling bevordert diefstal en zorgt bovendien voor een illegaal circuit van goederen, waardoor de reguliere, eerlijke handel wordt verstoord en schade wordt toegebracht.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

16 februari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar in Nederland niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, doch wel recentelijk in het buitenland, en in het verdere verleden ook in Nederland.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank alleen het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft hierbij gekeken naar de oriëntatiepunten zoals opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, waarin bij een combinatie van feiten als de onderhavige een onvoorwaardelijke gevangennisstraf van negen maanden als uitgangspunt heeft te gelden.

In strafverzwarende zin wordt rekening gehouden met de in hoge mate georganiseerde wijze waarop de feiten zijn gepleegd, de grote waarde van de gestolen goederen en de eerdere veroordelingen van de verdachte.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder 1 tot en met 6 in beslag genomen goederen terug te geven aan de rechthebbende en de onder 7 tot en met 9 in beslag genomen goederen te onttrekken aan het verkeer.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

De in beslag genomen kentekenplaten, geplaatst op de beslaglijst onder nummers 7 tot en met 9, zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang. De bewezen feiten zijn met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan.

Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen, geplaatst op de beslaglijst onder nummers 1 tot en met 6, zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten:

1. Vrachtauto, chassisnr: [chassisnummer 1] , rechthebbende: [naam bedrijf 1] ;

2 - Container, chassisnr: [chassisnummer 2] , rechthebbende: [naam bedrijf 3] ;

3 - Aanhanger, [nummer] , rechthebbende: [naam bedrijf 4] ;

4, 5 en 6 - Luidsprekers, merk Bang Olufsen, rechthebbende: [naam bedrijf 5]

9. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

[naam bedrijf 4] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder 1 tenlastegelegde, en [naam bedrijf 5] ter zake van het onder 4 tenlastegelegde.

9.1.

Benadeelde partij [naam bedrijf 4]

De benadeelde partij [naam bedrijf 4] vordert een vergoeding van € 5.930,- aan materiële schade. Deze vordering bestaat uit de afschrijving van de chassis ter hoogte van € 1.250,- en de kosten van de zogenoemde detention ter hoogte van € 4.680,- die betaald moesten worden vanwege het te laat afleveren van de container, als gevolg van de diefstal en inbeslagname.

9.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren voor wat betreft de afschrijving van de chassis en om de vordering betreffende de kosten van detention toe te wijzen.

9.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit, en om die reden verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Ook subsidiair wordt niet-ontvankelijkheid verzocht, omdat onduidelijk is of de vordering is ingediend door een daartoe bevoegd persoon en omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Specifiek geldt voor de kosten van detention dat de vrachtwagen al op 4 november 2020 is teruggegeven aan de benadeelde partij en dat de periode van 50 dagen niet onderbouwd is.

9.1.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de vordering is ingediend door [naam 1] namens [naam bedrijf 4] , daartoe gemachtigd door [naam bedrijf 6] . Bij de vordering is een uittreksel van de Kamer van Koophandel gevoegd. Ter zitting is door [naam 2] , werkzaam bij [naam bedrijf 4] , toegelicht dat [naam bedrijf 4] onderdeel is van [naam bedrijf 6] .

De rechtbank acht hiermee voldoende duidelijk geworden dat [naam 1] gemachtigd was om namens het slachtoffer de vordering in te dienen. De vordering is op de juiste wijze ingediend. Dat de informant op zitting een andere persoon is dan de indiener van het verzoek tot schadevergoeding, doet daar niets aan af. De benadeelde partij is dan ook ontvankelijk in haar vordering.

Ten aanzien van de afschrijving van de chassis is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat deze niet voor vergoeding in aanmerking komt. Dit betreft geen schade die rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit. Wat betreft deze post zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van de kosten van detention is de periode van 50 dagen gemotiveerd betwist door de verdachte. Voorts is gebleken dat de periode die opgenomen is in de door de benadeelde partij bijgevoegde factuur, al begint op 10 oktober 2020, een dag voordat de diefstal plaatsvond. De rechtbank zal de vordering betreffende deze post dan ook gematigd toewijzen, te weten voor de periode van 11 oktober tot en met 4 november 2020 (zijnde de datum waarop de in beslag genomen goederen zijn vrijgegeven door de officier van justitie), en aan de hand van de toegepaste berekening en de tarieven zoals vermeld in de factuur.

De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van (9 dagen x € 80 + 7 dagen x € 120 =) € 1.560,-. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Ook dit overige deel kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 oktober 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.2.

Benadeelde partij [naam bedrijf 5]

De benadeelde partij [naam bedrijf 5] vordert een vergoeding van € 31.853,93 aan materiële schade.

9.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering gematigd toe te wijzen, door aan te sluiten bij de nieuwe berekening die voor de zitting door de benadeelde partij is overgelegd. Deze berekening komt neer op een toewijsbaar bedrag van € 4.788,36.

9.2.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat niet duidelijk is of de vordering is ingediend door een daartoe gemachtigd persoon.

9.2.3.

Beoordeling

De rechtbank constateert dat op het verzoek om schadevergoeding vermeld staat dat dit verzoek is ingediend door een nauurlijk persoon te weten [naam 3] . De naam van [naam bedrijf 5] wordt nergens vermeld en er is geen uittreksel uit de registers van de Kamer van Koophandel en/of machtiging van [naam bedrijf 5] aan [naam 3] bijgevoegd. Uit het formulier blijkt dan ook niet wie als vertegenwoordiger van de rechtspersoon bevoegd is om een vordering in te dienen. Om deze reden zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

9.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam bedrijf 4] een schadevergoeding betalen van € 1.560,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam bedrijf 5] wordt in deze procedure over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b, 36c, 36f, 47, 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 3 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer: de kentekenplaten, geplaatst op de beslaglijst onder nummers 7, 8 en 9;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van: de vrachtauto, container, aanhanger en luidsprekers, geplaatst op de beslaglijst onder nummers 1, 2, 3, 4, 5 en 6;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam bedrijf 4] , te betalen een bedrag van € 1.560,- (zegge: vijftienhonderdzestig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam bedrijf 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [naam bedrijf 5] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij [naam bedrijf 5] en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam bedrijf 4] te betalen

€ 1.560,- (hoofdsom, zegge: vijftienhonderdzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.560,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,

en mrs. D. van Dooren en W.H.J. Stemker Köster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een oplegger (met kenteken [kentekennummer 4] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen oplegger onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een oplegger (met kenteken [kentekennummer 4] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een container (met als inhoud koekasten ter waarde van 81000 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 3] ( [naam bedrijf 3] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen container onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een container (met als inhoud koekasten ter waarde van 81000 euro, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij in of omstreeks 9 oktober 2020 tot en met 10 oktober 2020 te Son en Breugel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een vrachtauto (Merk Mercedes), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 1] en/of [naam 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen vrachtauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020 te Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een vrachtauto (Merk Mercedes), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020, te Son en Breugel en/of te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam en/of te Barendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een vrachtauto (Merk Mercedes), althans enig goed heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een vrachtauto (Merk Mercedes), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;

4

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer Bang & olufsen speakers, luchtslagen, verlichtingskabels, tankdop en/of kentekenpla(a)t(en) ( [kentekennummer 2] en [kentekennummer 5] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed(eren)onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 oktober 2020 te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer Bang & olufsen speakers, luchtslagen, verlichtingskabels, tankdop en/of kentekenpla(a)t(en) ( [kentekennummer 2] en [kentekennummer 5] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020 te Son en Breugel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer kentekenpl(a)t(en) ( [kentekennummer 1] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam bedrijf 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020 te Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer kentekenpl(a)t(en) ( [kentekennummer 1] , althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2020, te Son en Breugel en/of te Botlek Rotterdam, gemeente Rotterdam, en/of te Barendrecht althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer voorwerpen, te weten één of meer kentekenpl(a)t(en) ( [kentekennummer 1] ) , althans enig goed heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een of meer voorwerp(en), te weten één of meer kentekenpl(a)t(en) ( [kentekennummer 1] ), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.