Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4230

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
17-05-2021
Zaaknummer
C/10/617409 / KG RK 21-414
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming maritiem gerechtsdeskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rekestnummer: C/10/617409 / KG RK 21-414

Beschikking van de voorzieningenrechter van 30 april 2021

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

LOUIS DREYFUS COMPANY SUISSE S.A.,

gevestigd te Genève, Zwitserland,

verzoekster,

advocaten mrs. M.M. van Leeuwen en W. Putz te Rotterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

OCEAN LIBERTY MARINE LIMITED,

gevestigd te Limassol, Cyprus,

verweerster,

advocaten mrs. J.A. Kruit en A.J. Nagtegaal te Rotterdam,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

ST SHIPPING & TRANSPORT PTE LTD,

gevestigd te Singapore,

verweerster.

Partijen worden hierna LDC, OLM en STS genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van 23 april 2021, met producties,

  • -

    het verweerschrift van OLM, met producties,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 28 april 2021,

  • -

    de pleitaantekeningen van mr. Van Leeuwen, met producties, en

  • -

    de pleitaantekeningen van mrs. Kruit en Nagtegaal.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling zijn vertegenwoordigers van belanghebbenden, B.V. Overslagbedrijf “Amsterdam” en Havenbedrijf Amsterdam (mr. den Haan), aanwezig geweest. Voorts zijn door alle partijen, ook STS, ingeschakelde experts aanwezig geweest.

1.3.

Na de mondelinge behandeling heeft overleg plaatsgevonden tussen LDC en OLM, waarna LDC haar verzoek schriftelijk heeft verminderd. Namens OLM heeft mr. Kruit daarop bij e-mails van 30 april 2021 gereageerd. Vervolgens is beschikking bepaald.

2. De feiten

2.1.

OLM is eigenaar van het [naam schip] ’ (hierna: het schip).

2.2.

Bij fixture recap van 5 februari 2021 heeft LDC het schip in tijdbevrachting genomen voor een periode van zes tot acht maanden. In de fixture recap zijn OLM en LDC de toepasselijkheid van de NYPE Charter Party met rider clauses overeengekomen. De NYPE Charter Party bevat een arbitragebeding, dat als volgt luidt:

“17. That should any dispute arise between Owners and the Charterers, the matter in dispute shall be referred to three persons at London , one to be appointed by each of the parties hereto, and the third by the two so chosen; their decision or that of any two of them, shall be final, and for the purpose of enforcing any award, this agreement may be made a rule of the Court. The Arbitrators shall be commercial shipping men. English Law to apply.”

2.3.

LDC heeft het schip aan STS vervracht voor het vervoer van steenkool vanuit Amsterdam naar Hazira, India. Bij vertrek uit de laadhaven, Amsterdam, op 9 april 2021 is het schip beschadigd geraakt (hierna: het incident). Het schip moet in droogdok worden gerepareerd.

2.4.

OLM heeft averij-grosse verklaard.

2.5.

Partijen hebben ieder een expert aangewezen. De betrokken experts zijn:

  • -

    BMT Netherlands B.V. voor LDC,

  • -

    De Haas ǀ van Oosterhout B.V. voor OLM, en

  • -

    Van Ameyde Marine B.V. voor STS.

2.6.

Op 11 april 2021 heeft aan boord van het schip een beperkte gezamenlijke inspectie door de experts van partijen plaatsgevonden.

2.7.

Op 28 april 2021 is het schip drooggezet. Op 29 april 2021 hebben partijen en/of hun experts het schip gezamenlijk bekeken.

3. Het geschil

3.1.

LDC verzoekt, na vermindering van haar verzoek, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking op alle dagen en uren:

  1. een gerechtelijk onderzoek beveelt naar de oorzaak van het incident als in het verzoek omschreven,

  2. [naam] (ingeschreven in het LRGD onder het specialisme ‘Maritieme Gerechtsdeskundigheid’) benoemt om dit onderzoek uit te voeren,

  3. deze deskundige toestaat om alle documenten te vergaren die naar diens oordeel van belang zijn voor de oorzaak van het incident,

  4. OLM beveelt volledige medewerking te verlenen aan de gerechtsdeskundige, wat in ieder geval zal inhouden het geven van toegang tot de door deze gevraagde informatie, het schip, de kapitein en de bemanning,

  5. bepaalt dat de gerechtsdeskundige de kapitein en bemanning vragen mag stellen en de antwoorden in zijn rapport dient op te nemen, waarbij een weigering om te antwoorden of documenten te verschaffen dient te worden vastgelegd,

  6. een rechter aanwijst die beschikbaar is voor ruggenspraak en waar nodig het nemen van een beslissing als tijdens het onderzoek geschillen rijzen tussen de gerechtsexpert en betrokken personen of partijen,

  7. de experts van partijen toestaat om desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn,

  8. bepaalt dat de gerechtsexpert wordt voorzien van de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’ en dat het rapport in overeenstemming daarmee zal worden opgemaakt,

  9. OLM veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2.

OLM voert verweer en concludeert dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is dan wel dat het verzoek moet worden afgewezen, met veroordeling van LDC in de kosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat partijen buiten Nederland zijn gevestigd en het incident in Nederland heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

4.2.

Gelet op de vestigingsplaats van OLM is in beginsel de Brussel Ibis Verordening van toepassing, die in artikel 7 lid 2 dan wel art. 35 bevoegdheid voor de Nederlandse rechter zou scheppen, ware het niet dat arbitrage is overeengekomen, (zie nader 4.4.)

4.3.

Aan de Nederlandse rechter komt op grond van het Nederlands recht rechtsmacht toe. Artikel 3 aanhef en onder c Rv (jo. 10:3 BW) bepaalt dat in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is. Dat is het geval, nu het incident zich in Nederland heeft voorgedaan. Daarbij wijst artikel 625 Rv de rechtbank Rotterdam aan om kennis te nemen van verzoeken betreffende het vervoer van goederen over zee en schade veroorzaakt door een schip of door zaken afkomstig van een schip. Voor wat betreft de aard van het verzoek biedt art. 202 Rv jo. 194 ev Rv in dit geval voldoende grondslag. Daarbij is nog daargelaten of art. 8:495 BW jo. art. 633 Rv die grondslag ook bieden.

4.4.

OLM heeft een beroep gedaan op het arbitragebeding in de NYPE Charter Party. LDC heeft het bestaan van dit beding niet betwist. Hoewel het beding op grond van artikel 1074d Rv in principe aan de bevoegdheid van de rechter in de weg staat, heeft LDC voldoende aannemelijk gemaakt dat op korte termijn maatregelen moeten worden getroffen, zoals de inspectie van het schip en het horen van de bemanning, terwijl nog geen arbiters zijn benoemd. Afgezien van de vraag waartoe arbiters bevoegd (en bereid) zouden zijn kan de gevraagde beslissing reeds daarom niet tijdig worden verkregen. Nu dit spoedeisend van aard is, verklaart de voorzieningenrechter zich bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

4.5.

Nu LDC naar het oordeel van de voorzieningenrechter belang heeft bij het verzamelen van bewijs en het instellen van een onderzoek naar de oorzaak van het incident (verzoek onder a) door een onafhankelijke derde, wordt het verzoek tot een gerechtelijk onderzoek naar de oorzaak van het incident toegewezen. Daarbij wordt [naam] tot deskundige benoemd.(b) Het gaat daarbij om de maritieme gerechtsdeskundige volledig in de zin van het rapport Afkoersen, met dien verstande dat het onderzoek louter ziet op de oorzaak van het incident. Nu OLM eigenaar is van het schip, wordt zij bevolen om de deskundige toegang te verlenen tot het schip.(d).

Anders dan OLM heeft aangegeven biedt het onderhavige verzoek geen ruimte voor het gelasten van medewerking aan anderen dan verweerders, nu zij geen partij zijn. Dat neemt niet weg dat in het algemeen medewerking verwacht wordt, gelet op de opstelling ter zitting.

4.6.

Verder wordt het verzoek onder (e) toegewezen, dat de deskundige de kapitein en bemanning vragen mag stellen en de antwoorden in zijn rapport dient op te nemen, waarbij een weigering om te antwoorden of documenten te verschaffen dient te worden vastgelegd. Ook wordt het de partij-experts, hiervoor genoemd in 2.5., toegestaan om desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn voor zover de deskundige dat in het kader van de coronamaatregelen aanvaardbaar en praktisch uitvoerbaar acht. Indien aanwezigheid niet aanvaardbaar wordt geacht, dienen de partij-experts in de gelegenheid te worden gesteld om de deskundige van vragen te voorzien en het onderzoek online via streaming te volgen.

4.7.

Het verzoek van LDC tot aanwijzing van een rechter (f) wordt toegewezen op na te melden wijze. Hetzelfde geldt voor het verzoek met betrekking tot de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’. Overigens wordt de leidraad door het Bureau Voorzieningenrechter aan de deskundige verstrekt.

4.8.

Het verzoek om de deskundige toe te staan alle documenten te vergaren die hij voor zijn onderzoek van belang acht, wordt afgewezen. Dit verzoek is onvoldoende bepaald, mede gelet op het feit dat OLM zoals ter zitting is gebleken reeds een aanzienlijke hoeveelheid informatie beschikbaar heeft gesteld. Hoewel op zich denkbaar is dat de deskundige meer informatie nodig heeft is er geen ruimte voor de verzochte carte blanche die zich niet verhoudt met exhibitieverplichtingen naar Nederlands of Engels recht. Aangenomen moet worden dat in het kader van de arbitrage nog nadere stukken ter beschikking gesteld zullen worden. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat indien de deskundige stukken nodig heeft die hij niet krijgt en die snel nodig zijn in verband met het te verrichten onderzoek, hij zich kan verstaan met de in de beslissing aan te wijzen rechter.

Ook het verzoek tot uitvoerbaarheid op alle dagen en uren wordt afgewezen, nu dat niet is onderbouwd en de huidige situatie (het schip ligt in droogdok) daarvoor ook geen aanleiding geeft.

4.9.

Nu het verzoek van LDC gedeeltelijk wordt afgewezen, worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt een gerechtelijk onderzoek naar de oorzaak van het incident als omschreven in het verzoek,

5.2.

benoemt [naam] tot deskundige die het onderzoek zal verrichten,

5.3.

beveelt OLM en STS volledige medewerking te verlenen aan de deskundige, waaronder het geven van toegang tot het schip,

5.4.

bepaalt dat de deskundige de kapitein en bemanning vragen mag stellen en de antwoorden in zijn rapport dient op te nemen, waarbij een weigering om te antwoorden of documenten te verschaffen dient te worden vastgelegd,

5.5.

wijst mr. C. Sikkel aan als rechter die beschikbaar is voor ruggenspraak en het nemen van een beslissing als tijdens het onderzoek geschillen rijzen tussen de deskundige en betrokken personen of partijen, met uitzondering van de periode van 3 tot en met 10 mei 2021, in welke periode contact kan worden opgenomen met de piketrechter (via de pikettelefoon),

5.6.

staat de experts van partijen toe om desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn voor zover de deskundige dat aanvaardbaar acht,

5.7.

bepaalt dat de deskundige wordt voorzien van de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’ en dat het rapport in overeenstemming daarmee zal worden opgemaakt,

5.8.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.9.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.10.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten op 30 april 2021.

[2971/3077/106]