Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4179

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
C/10/616235 / FA RK 21-2675
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art.6:4 WvGGZ. Zorgmachtiging. Toewijzen voor 6 maanden. 3 trapsmodel. Psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie. In remissie door medicatiegebruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/616235 / FA RK 21-2675

Externe referentie: [referentienummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 april 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 6 april 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 31 maart 2021;

  • -

    de zorgkaart van 15 maart 2021;

  • -

    het zorgplan van 22 maart 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 april 2021.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan VIP team Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen en overige en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade en maatschappelijke teloorgang.

Bij betrokkene is sprake van een psychotisch toestandsbeeld, welk momenteel deels in remissie door gebruik van medicatie. Betrokkene kent een voorgeschiedenis met gedragsproblemen die zijn toegenomen en uitgebreid met impulsproblemen en depressies, na een schedelbasisfractuur. Ten gevolge hiervan is er ook sprake van niet aangeboren hersenletsel. Betrokkene vertoonde eerder agressief gedrag, kwam de behandelafspraken niet na en maakte financiële schulden. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef- en inzicht en hij is niet gemotiveerd om gebruik te maken van het zorgaanbod. Betrokkene is van mening alleen lichamelijke problemen te hebben.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en om de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de verpleegkundige dat de situatie van betrokkene door de medicatie lijkt te verbeteren. De zorgmachtiging is nog wel nodig om betrokkene te blijven motiveren voor medicatie inname en het nakomen van behandelafspraken.

2.5.

De rechtbank gaat ervan uit dat de wetgever heeft beoogd dat zorgverlening ter voorkoming van ernstig nadeel mogelijk moet zijn. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in voorzienbare crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

De advocaat bepleit afwijzing van de verplichte vormen van zorg ‘het opnemen in een accommodatie’ en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’. Bij betrokkene is voldoende sprake van vrijwilligheid en bereidwilligheid en de dreiging van voornoemde vormen is om die reden niet noodzakelijk. Wanneer er zich een crisissituatie zou voordoen, zijn er nog voldoende andere noodmaatregelen voorhanden om het nadeel af te wenden.

De rechtbank is echter van oordeel dat er snel gehandeld moet kunnen worden, wanneer de situatie van betrokkene onverhoopt mis gaat, zodat deze twee vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn. Dat laat onverlet dat deze vormen van verplichte zorg alleen in uiterste nood zullen worden ingezet.

‘Reguliere verplichte zorg’

De rechtbank acht de volgende vormen van reguliere verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het verrichten van of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; ambulante zorg accepteren.

‘Verplichte zorg in crisissituaties’

In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:

  • -

    het opnemen in een accommodatie: in geval van crisis in uiterste nood;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid: gekoppeld aan de opname.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, het toedienen van voeding en het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 oktober 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 21 april 2021 mondeling gegeven door mr. M.C. van der Kolk, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 29 april 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.