Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4167

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
C/10/615763 / FA RK 21-2451
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 24 WzD. Voortzetting verblijf. Toewijzen. 2 jaar. Ziekte van Alzheimer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/615763 / FA RK 21-2451

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 13 april 2021 betreffende een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënte] ,

geboren op [geboortedatum cliënte] , [geboorteplaats cliënte]

hierna: cliënte,

wonende te [woonplaats cliënte] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 26 maart 2021.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 17 december 2019;

  • -

    de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts] , arts, van 17 maart 2021;

  • -

    de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 17 maart 2021;

  • -

    een afschrift van het zorgplan van 1 maart 2021.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op13 april 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    cliënte met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Laurens de Hofstee.

2. Beoordeling

2.1.

Op 8 oktober 2020 is door de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 8 april 2021. Op 26 maart 2021 heeft het CIZ verzocht een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf in een geregistreerde accommodatie te verlenen als bedoeld in artikel 25 lid 1 Wzd.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten ziekte van Alzheimer.

2.3.

Het gedrag van cliënte leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.

Bij cliënte is sprake van een uitgebreide neurocognitieve stoornis van het Alzheimertype. Cliënte is gedesoriënteerd en zij leeft deels in het verleden. Zo denkt cliënte dat zij bij haar schoonouders woont of bij haar tweede man die al lang is overleden. Het ontbreekt cliënte aan zelfzorg en zij verzet zich tegen de ondersteuning van de verpleging. Door haar geheugenstoornis vergat cliënte in de thuissituatie te eten en zij viel daardoor af. Ook was er in de thuissituatie sprake van dwaalgedrag wat ook nog gezien wordt in de instelling. Cliënte blijft voortdurend zoeken naar de uitgang. Het ontbreekt cliënt aan ziektebesef- en inzicht en zij is niet meer in staat tot enige zelfzorg en behoeft hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen.

2.4.

De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënte is gebaat bij de gestructureerde 24 uurs zorg die haar in de beschermde woonvorm met dementiezorg geboden wordt. Vanwege het progressieve ziektebeeld is de zorgbehoefte van cliënt dermate groot, dat een ander alternatief niet meer mogelijk is.

2.5.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.6.

Gebleken is dat cliënte zich verzet tegen voortzetting van het verblijf.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot voortzetting en verblijf. De rechtbank zal de duur van de machtiging bekorten, gelet op de overeenstemming met de zorgverlener en de advocaat tijdens de mondelinge behandeling. De machtiging zal dan ook, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, worden verleend voor de duur van twee jaar.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 april 2023;

3.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 13 april 2021 mondeling gegeven door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 20 april 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.