Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4087

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
10/256074-20 en 10/055105-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 312 Sr. Verdenking van betrokkenheid bij twee straatroven binnen twee weken tijd. Verdachte ontkent. Volgt een veroordeling voor beide feiten op grond van een bekennende verklaring van een medeverdachte, een rode hoodie en een dna-match. Aan verdachte is opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van in totaal 36 maanden. Daarnaast is hij veroordeeld tot betaling van € 1.200,-- aan immateriële schadevergoeding voor twee slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummers: 10/256074-20 en 10/055105-21

Datum uitspraak: 4 mei 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte],

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsman mr. E. Kafa, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder de parketnummers 10/256074-20 en 10/055105-21 ten laste gelegde feiten;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 10/256074-20

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte]) niet betrouwbaar kan worden geacht en derhalve niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De verdachte kent [naam medeverdachte] niet persoonlijk en is nooit met hem opgetrokken. [naam medeverdachte] heeft de verdachte vals beschuldigd, mogelijk om familie of vrienden buiten schot te houden.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 10/055105-21

De verdediging heeft ook in deze zaak vrijspraak bepleit. Het DNA van de verdachte op het mes dat ter plaatse is aangetroffen, maakt dat niet anders. De daders van de beroving hebben mogelijk een mes gebruikt dat afkomstig was uit de woning van de zus van de verdachte. Hij verbleef daar en gebruikte de keukengereedschappen in haar woning. Dit kan het aantreffen van zijn DNA op het mes verklaren.

Beoordeling

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 10/256074-20

De verklaring van de verdachte dat [naam medeverdachte] hem vals heeft beschuldigd, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de verklaring van [naam medeverdachte] objectieve bevestiging vindt in de overige bewijsmiddelen, zodat de rechtbank geen reden heeft om aan de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen. De verklaring van [naam medeverdachte] kan dan ook zonder beletsel voor het bewijs worden gebruikt.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 10/055105-21

De rechtbank gaat uit van het volgende. Beide aangevers hebben verklaard dat één van de daders van de beroving op 11 september 2020 een keukenmes in zijn handen had. Vlak na de beroving is op de plaats delict een keukenmes aangetroffen dat beide aangevers hebben herkend als het mes dat bij de beroving is gebruikt. Dit mes is voorafgaand aan het sporenonderzoek voor het laatst vastgehouden door de betreffende overvaller. Op het mes is DNA aangetroffen dat, zo concludeert de rechtbank uit het rapport van het NFI, van de verdachte afkomstig is.

De verdachte heeft verklaard dat de dader bij de overval mogelijk een mes heeft gebruikt dat hij eerder bij zijn zus thuis in zijn handen heeft gehad. Deze verklaring is niet nader geconcretiseerd en strookt ook niet met de bevinding dat het NFI op het mes geen andere herleidbare DNA-profielen heeft aangetroffen dan dat van de verdachte. De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het mes. In samenhang met de verklaring van de aangevers, zoals hiervoor besproken, leidt de rechtbank hieruit af dat de verdachte het mes als laatste heeft vastgehouden en dat hij degene is geweest die daarmee de overval heeft gepleegd.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer 10/256074-20

hij op 20 september 2020 te Dordrecht,

aan de openbare weg Viottakade

tezamen en in vereniging met een ander,

een mobiele telefoon, een schoudertas met inhoud te weten, een paspoort, sleutels, een portemonnee, een borstel en medicijnen, toebehorende aan [naam slachtoffer 1],

heeft weggenomen

met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door

- naar die [naam slachtoffer 1] toe te fietsen en

- de haren van die [naam slachtoffer 1] (vast) te pakken en(vervolgens) (met kracht) aan de haren van die [naam slachtoffer 1] te trekken waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val is gekomen en

- die [naam slachtoffer 1] een mes te tonen en voor te houden en

- ( met kracht) aan de schoudertas van die [naam slachtoffer 1] te trekken en;

- aan die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden "Geef mij alles", en

- tegen de rug van die [naam slachtoffer 1] een hard en zwaar voorwerp te gooien waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val kwam en

- ( met kracht) uit de hand van die [naam slachtoffer 1] de mobiele telefoon van

die [naam slachtoffer 1] te rukken/trekken en

- één of meer malen die [naam slachtoffer 1] met een zwaar en hard voorwerp tegen het hoofd te slaan terwijl die [naam slachtoffer 1] op de grond lag en

- aan die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden "Geef al je spullen"

Parketnummer 10/055105-21

Hij op 11 september 2020 te Dordrecht,

aan de openbare weg de Visserstraat / de Troelstraweg

tezamen en in vereniging met een ander,

een schoudertas met inhoud te weten, bankpassen, die toebehoorden aan [naam slachtoffer 2],

heeft weggenomen

met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden door

- naar die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] toe te fietsen en

- met een (keuken)mes naar die [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] te lopen en

- aan die [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: "He brotha he brotha, give me your money!" en

- een (keuken)mes (op zeer korte afstand) aan die [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] te tonen en

- vervolgens stekende bewegingen in de richting van die [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] te maken en- met het handvat van een (keuken)mesop het achterhoofd van die [naam slachtoffer 3] te slaan en

- van de schoudertas van die [naam slachtoffer 2] met een (keuken)mes de schouderband door te snijden

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/256074-20

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Parketnummer 10/055105-21

diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering straffen

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten,

de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee straatroven. Aan de slachtoffers is daarbij een mes getoond en in beide zaken is ook fors geweld gebruikt. Slachtoffer [naam slachtoffer 1] heeft meerdere klappen met een zwaar voorwerp tegen haar hoofd en lichaam gehad. Zij is beroofd van haar schoudertas met inhoud en van haar telefoon. Slachtoffer [naam slachtoffer 3] heeft met het handvat van het mes een klap gekregen op zijn achterhoofd. Slachtoffer [naam slachtoffer 2] is beroofd van haar tas met inhoud. Met zijn nare en agressieve gedrag heeft de verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan nog lang last kunnen hebben. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is geweest volgt zowel uit de vorderingen die de slachtoffers hebben ingediend als uit de slachtofferverklaring die het slachtoffer [naam slachtoffer 3] op de zitting heeft afgelegd.

De verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om de ingrijpende gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft zich de eigendommen van anderen toegeëigend met geweld uit het oogpunt van - naar de rechtbank aanneemt - financieel gewin.

De feiten hebben plaatsgevonden op de openbare weg. Naast de direct betrokkenen zijn ook omstanders getuige geweest van de gang van zaken. Dit draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Een en ander wordt de verdachte zwaar aangerekend.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Hij beschikt wel over documentatie ter zake van diefstal met geweld in Spanje, zoals blijkt uit een op zijn naam gestelde uittreksel van 19 oktober 2020. Ook is hij volgens een op zijn naam gestelde uittreksel van 19 oktober 2020 veroordeeld voor gekwalificeerde diefstal op Curaçao. Deze veroordelingen dateren wel van langer geleden,

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals bepleit door de verdediging, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Dat geldt echter wel voor de eis van de officier van justitie. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte wordt ook geen aanleiding gezien om van die eis af te wijken.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in de zaak met parketnummer 10/256074-20 in het geding gevoegd [naam benadeelde 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. Zij vordert een vergoeding van € 161,14 aan materiële schade en een vergoeding van € 1.200,- aan immateriële schade.

Als benadeelde partij heeft zich in de zaak met parketnummer 10/055105-21 in het geding gevoegd [naam benadeelde 2] ter zake van het ten laste gelegde feit. Hij vordert een vergoeding van € 2.200,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan ieder van de benadeelde partijen een immateriële schadevergoeding dient te worden toegekend van € 1.700,-. Tevens dient de materiële schade van benadeelde [naam benadeelde 1] te worden vergoed. Een en ander onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

Voor zover de bepleite vrijspraak niet wordt gevolgd, heeft de verdediging zich met betrekking tot de vordering van benadeelde [naam benadeelde 1] voor de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade is het standpunt ingenomen dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, zodat deze dient te worden afgewezen. Subsidiair wordt verzocht de hoogte van de vergoeding te matigen.

De verdediging heeft zich met betrekking tot de vordering van benadeelde [naam benadeelde 2] op het standpunt gesteld dat deze dient te worden afgewezen, subsidiair dat deze dient te worden gematigd.

8.3.

Beoordeling

Omdat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] door het onder parketnummer 10/256074-20 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding namens de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Tevens is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.200,-, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] door het onder parketnummer 10/055105-21 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.200,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Omdat de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partijen betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij [naam benadeelde 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 september 2020.

De benadeelde partij [naam benadeelde 2] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 september 2020.

Omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (geheel dan wel in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van € 1.361,14, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van

€ 1.200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder de parketnummers 10/256074-20 en 10/055105-21 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt onder parketnummer 10/256074-20 de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf onder parketnummer 10/256074-20 in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt onder parketnummer 10/055105-21 de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van € 1.361,14, bestaande uit € 161,14 aan materiële schade en € 1.200,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van € 1.200,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 1] te betalen € 1.361,14 (hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.361,14 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde 2] te betalen € 1.200,- (hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.200 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. K.A. Baggerman en L. Stevens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/256074-20

hij in of omstreeks 20 september 2020 te Dordrecht,

op en/ of aan de openbare weg Viottakade

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een mobiele telefoon, een schoudertas met inhoud tw, een paspoort, één of meer sleutel(s), een portemonnee, een borstel en/of medicijnen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1],

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- naar die [naam slachtoffer 1] toe te fietsen en/of

- de haren van die [naam slachtoffer 1] (vast) te pakken en/of (vast) te grijpen en/of

(vervolgens) (met kracht) aan de haar haren van die [naam slachtoffer 1] te trekken waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of

- die [naam slachtoffer 1] van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/ of voor te houden en/ of

- ( terwijl zij op de grond lag) (met kracht) aan de (schouder)tas van de schouder van die [naam slachtoffer 1] te rukken/trekken/weggrissen;

- aan die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden "Geef mij alles", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/ of

- op/tegen de rug van die [naam slachtoffer 1] een hard en/of zwaar voorwerp te gooien waardoor die [naam slachtoffer 1] ten val kwam en/of

- ( met kracht) uit de hand van die [naam slachtoffer 1] van de mobiele telefoon van

die [naam slachtoffer 1] te rukken/trekken en/of

- één of meer malen die [naam slachtoffer 1] met een zwaar en/ of hard voorwerp in/ op tegen het hoofd te slaan terwijl die [naam slachtoffer 1] op de grond lag en/of

- aan die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden "Geef al je spullen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47

lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 10/055105-21

hij in of omstreeks 11 september 2020 te Dordrecht,

op en/ of aan de openbare weg de Visserstraat / de Troelstraweg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een schoudertas met inhoud tw, één of meer bankpas(sen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2],

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3] en/ of [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- naar die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] toe te fietsen en/of

- met een (keuken)mes, althans een scherp en/of puntige voorwerp naar en/of in de richting van de die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] te lopen en/of

- aan die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "He brotha he brotha, give me your money!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- een (keuken)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (op zeer krote afstand) aan die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] te tonen/voor te houden, en/of

- ( vervolgens) één of meer (een) zwaaiende en/of stekende beweging(en) in de richting van die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] te maken en/of

- met het handvat van een (keuken)mes, althans met een zwaar en/of hard voorwerp

op/tegen het (achter)hoofd van die [naam slachtoffer 3] te slaan en/of

- ( met kracht) aan de (schouder)tas van de schouder van die [naam slachtoffer 2] te rukken/trekken en/of (vervolgens) met een (keuken(mes), althans een scherp voorwerp, de schouderband door te snijden;

(art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )