Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:4022

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
10/019007-21 / TUL VV: 10/661035-19; 09/817936-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Vrijspraak bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/019007-21

Parketnummers vordering TUL VV: 10/661035-19; 09/817936-18

Datum uitspraak: 6 mei 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsvrouw mr. H. Yilmaz, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Kort gezegd komt de beschuldiging onder 1. er op neer dat de verdachte op 20 januari 2021 in Rotterdam zijn moeder heeft gedreigd “een kogel door haar kop te schieten” en onder 2. dat hij op die dag in Rotterdam een revolver met 8 kogelpatronen voorhanden heeft gehad.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. van der Meij heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 7 april 2021;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/661035-19;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 09/817936-18.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering ten aanzien van feit 1

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onder 1 ten laste gelegde feit, gelet op de aangifte en op het steunbewijs, te weten de omstandigheden waarin het vuurwapen en de munitie door aangeefster zijn gevonden, de afbeeldingen van vuurwapens in de telefoon die de verdachte gebruikte en de verklaring van aangeefster dat zij bang was dat hij het vuurwapen zou gaan gebruiken.

4.1.2.

Beoordeling

Op grond van de stukken in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan enige vorm van bedreiging van aangeefster, zoals bepaald in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. In het dossier bevindt zich slechts een aangifte van de moeder van verdachte en dit is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De door de officier van justitie genoemde omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel.

4.1.3.

Conclusie

De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit.

4.2.

Bewijswaardering ten aanzien van feit 2

4.2.1.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat hij geen beschikkingsmacht heeft gehad over het vuurwapen en de munitie, omdat hij afstand van het wapen en de munitie had gedaan door het in de papierbak te gooien.

4.2.2.

Beoordeling

De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. In de papierbak is door aangeefster een Louis Vuitton tas aangetroffen met daarin een geladen vuurwapen en zakje met munitie. De verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen en de munitie in de Louis Vuitton tas heeft gestopt en in de papierbak bij het huis heeft gegooid. Anders dan de raadsvrouw heeft gesteld kan hieruit niet blijken dat de verdachte het vuurwapen en de munitie niet (langer) voorhanden heeft gehad.

4.2.3.

Conclusie

Wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, in die zin dat

hij op 20 januari 2021 te Rotterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Bbm, type olympic 38, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 kogelpatronen van het kaliber .22lr voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en voorhanden hebben van daarvoor geschikte munitie. De verdachte heeft het geladen vuurwapen en de munitie verstopt in zijn tas en deze in de papierbak in de tuin van zijn huis gelegd, zoals volgt uit zijn eigen verklaring.

Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Vuurwapenbezit leidt meer dan eens tot vuurwapengebruik waarbij slachtoffers kunnen vallen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder en ook zeer recent is veroordeeld voor steekwapenbezit.

7.3.2.

Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 april 2021. Volgens het rapport worden bij verdachte op diverse leefgebieden problemen geconstateerd. Verdachte heeft geen woonruimte meer en de relatie tussen verdachte en zijn gezin is problematisch. Daarbij komt dat verdachte geen zinvolle dagbesteding heeft en een uitkering ontvangt. Op diverse leefgebieden neemt verdachte niet altijd weloverwogen beslissingen en is hierdoor ook meermalen met justitie in aanraking gekomen.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling voor zijn gedrag en problematiek door ambulant behandelcentrum Fivoor te Rotterdam en eventueel bij Youz voor blowgedrag, en andere voorwaarden het gedrag betreffende, inhoudende een inspanningsverplichting tot het hebben en houden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk en/of scholing, minimaal 20 uur per week en een inspanningsverplichting tot het verkrijgen van woonruimte. Betrokkene werkt mee aan begeleiding van het Forensisch ACT voor hulp bij praktische zaken.

Verklaring van deskundige op de terechtzitting

Volgens de deskundige [naam deskundige] , van de jeugdreclassering JBRR, die ter zitting is gehoord en die de verdachte tot nu toe heeft begeleid vanuit een eerder opgelegd toezicht, is verdachte nu gemotiveerd voor een studie, maar is het voor hem verstandiger om een werk- en leertraject te volgen waarbij hij ook moet werken en zo meer dagbesteding heeft. Daarbij verklaart zij nadrukkelijk dat verdachte niet kan verblijven bij zijn moeder, oma en opa en daardoor geen woonruimte meer heeft. Samen met de verdachte wordt er gekeken naar andere opties voor een woonruimte, bijvoorbeeld bij Humanitas, op kamers of via de gemeente Rotterdam. Zonder een GBA-adres ontvangt hij geen uitkering. De casemanager in de penitentiaire inrichting heeft verklaard dat verdachte zelfstandiger moet worden door een woonruimte en een studie te vinden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

De verdediging heeft primair verzocht om het jeugdstrafrecht toe te passen en subsidiair om een straf aan de verdachte op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Anders dan de verdediging heeft betoogd zal de rechtbank niet overgaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht overeenkomstig artikel 77c Wetboek van Strafrecht. De verdachte was negentien jaar toen hij het bewezen verklaarde pleegde en bij een meerderjarige verdachte geldt als uitgangspunt het sanctierecht voor volwassenen. De rechtbank vindt in de persoonlijkheid van de verdachte geen aanleiding om bepalingen voor jongvolwassenen als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, Eerste Boek, Titel VIIIA toe te passen.

De rechtbank zal bij de straftoemeting dus uitgaan van het volwassenenstrafrecht, zoals geadviseerd door de reclassering. Gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder het vuurwapen is aangetroffen en de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. De rechtbank komt uit op een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

8. In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen tas van het merk Louis Vuitton zal worden verbeurd verklaard. Deze tas behoort aan de verdachte toe en de bewezen feiten zijn met behulp van dit voorwerp begaan.

De in beslag genomen revolver BBM Olympic, 8 stuks kogelpatronen en 42 stuks kogelpatronen zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het bezit daarvan is in strijd met de wet.

9. Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnissen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 29 augustus 2019 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte, ter zake van diefstal door middel van braak, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, wederspannigheid, eenvoudige belediging en diefstal door middel van braak, veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 170 dagen met aftrek, waarvan een gedeelte groot 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 13 september 2019.

Bij vonnis van 7 februari 2019 van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag is de verdachte, ter zake van poging tot diefstal in vereniging door middel van braak en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 94 dagen met aftrek, waarvan een gedeelte groot 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 22 februari 2019.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de vorderingen tenuitvoerlegging dienen te worden afgewezen.

9.3.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen verklaarde feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij het vonnis van 29 augustus 2019 en het vonnis van 7 februari 2019 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf. De jeugddetentie zal op grond van artikel 6.6.29 van het Wetboek van Strafvordering worden omgezet in gevangenisstraf.

10 .Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 33b, 33c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde gedurende de proeftijd de algemene voorwaarden of een bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  1. de veroordeelde zal zich melden bij de volwassenenreclassering van het Leger des Heils te Rotterdam en blijft zich hierna melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang als die reclasseringsinstelling nodig vindt;

  2. de veroordeelde zal zich laten behandelen voor zijn gedrag en problematiek door ambulant behandelcentrum Fivoor te Rotterdam, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Deze behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt en veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Mocht het blowgedrag van veroordeelde hier aanleiding toe geven, dan kan de reclassering veroordeelde hiervoor inzetten op een behandeling bij Youz. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

  3. andere gedragsvoorwaarden:

a). de veroordeelde heeft de inspanningsverplichting tot het hebben en houden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk en/of scholing, minimaal 20 uur per week, zo nodig met hulp van een daartoe aangewezen instelling, dit ter beoordeling van de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen van die instelling.

b). de veroordeelde heeft de inspanningsverplichting tot het verkrijgen van woonruimte, zo nodig met hulp van een daartoe aangewezen instelling, dit ter beoordeling van de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen van die instelling.

c). de veroordeelde zal meewerken aan begeleiding van het Forensisch ACT voor hulp bij praktische zaken. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen van deze instelling;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf : Louis Vuitton tas

- verklaart onttrokken aan het verkeer: Revolver BBM Olympic, 8 STK kogelpatronen en 42 STK kogelpatronen;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 29 augustus 2019 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van: 60 dagen; en bepaalt dat deze jeugddetentie als gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 7 februari 2019 van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van: 60 dagen; en bepaalt dat deze jeugddetentie als gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. T.M. Riemens en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Y. Ouarssani, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2021.

De voorzitter, de oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1
hij op of omstreeks 20 januari 2021 te Rotterdam, althans in Nederland [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "nu moet je er over ophouden, want ik heb helemaal geen vuurwapen. Als ik er een gehad zou hebben, had ik al lang een kogel door je kop geschoten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2

hij op of omstreeks 20 januari 2021 te Rotterdam, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Bbm, type olympic 38, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 kogelpatronen van het kaliber .22lr voorhanden heeft gehad.