Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3994

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
8882902 CV EXPL 20-42028
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzeggen van het lidmaatschap bij een voetbalvereniging niet komen vast te staan vordering tot betaling achterstallige contributie toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8882902 CV EXPL 20-42028

uitspraak: 30 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Cricket & Footbalclub “Hermes-Door Vereniging Sterk”,

gevestigd te Schiedam,

eiseres,

gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V. te Wateringen, gemeente Westland,

tegen

1. [gedaagde 1],

en

2. [gedaagde 2],

voor zich en in hun hoedanigheid van ouder/wettelijk vertegenwoordiger van [naam 1] ([geboortedatum] 2006),

wonende te [woonplaats gedaagden],

gedaagden,

gemachtigde: mr. N. van Bremen te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Cricket & Footbalclub’ en ‘[gedaagden]’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 10 november 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met één productie;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Op of rond 22 september 2013 is [naam 1], de minderjarige zoon van [gedaagden], lid geworden van Cricket & Footbalclub.

2.2.

Op 11 juli 2017 heeft Cricket & Footbalclub een bedrag van € 145,00 bij [gedaagden] in rekening gebracht voor de contributie van [naam 1] voor het seizoen 2017-2018. Op de factuur staat: “Uiterste betaaldatum: 09 aug 2017”.

2.3.

Cricket & Footbalclub heeft [naam 1] op 4 april 2018 afgemeld bij de KNVB.

2.4.

Op 16 december 2019 heeft gerechtsdeurwaarder [naam 2] een ambtsedig proces-verbaal opgemaakt waarin staat dat hij op het adres van [gedaagden] een gewaarmerkt afschrift heeft achtergelaten van een brief, waarin [gedaagden] worden aangemaand het op 11 juli 2017 in rekening gebrachte bedrag van € 145,00 binnen 14 dagen vanaf de dag nadat die brief bij hen bezorgd te voldoen, bij gebreke waarvan aanspraak wordt gemaakt op een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten.

2.5.

Cricket & Footbalclub heeft [gedaagden] gedagvaard tegen 26 november 2020. Bij de dagvaarding is een brief gevoegd waarin staat dat [gedaagden], als zij een procedure willen voorkomen, uiterlijk 7 dagen vóórdat de zitting zal plaatsvinden een bedrag van € 348,14 moeten voldoen, waarin begrepen is een bedrag voor salaris gemachtigde.

2.6.

[gedaagden] hebben vervolgens de volgende betalingen aan (de gemachtigde van) Cricket & Footbalclub voldaan (in totaal € 294,20):

Datum betaling:

Bedrag:

Omschrijving:

25 november 2020

€ 145,00

37743/KH

25 november 2020

€ 40,00

Buitengerechtelijke incassokosten 37743/KH

26 november 2020

€ 109,20

37743/KH kosten dagvaarding

3. Het geschil

3.1.

Cricket & Footbalclub heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 202,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2020, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening over € 145,00, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering heeft Cricket & Footbalclub – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagden] hebben de contributie voor het seizoen 2017-2018 van € 145,00 onbetaald gelaten. Door de wanbetaling van [gedaagden] zag Cricket & Footbalclub zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Deze kosten van € 48,40 (incl. BTW) komen op grond van artikel 6:96 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voor rekening van [gedaagden] Verder maakt Cricket & Footbalclub aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 9,45 aan verschenen rente berekend tot en met 26 oktober 2020. [gedaagden] hebben na het uitbrengen van de dagvaarding € 294,20 aan de gemachtigde van Cricket & Footbalclub betaald. Dit bedrag strekt eerst in mindering op de kosten en de rente en daarna op de hoofdsom.

3.3.

[gedaagden] hebben gemotiveerd verweer gevoerd waarop – voor zover van belang – in het kader van de beoordeling nader zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

Hoofdsom – contributie seizoen 2017-2018

4.1.

Tussen partijen is in geschil of [gedaagden] uit hoofde van het lidmaatschap van hun zoon [naam 1] van de Cricket & Footbalclub de contributie voor het seizoen 2017-2018 verschuldigd zijn. Volgens [gedaagden] is dat niet het geval omdat zij [naam 1] op of omstreeks 11 juli 2017 hebben uitgeschreven als lid.

4.2.

Het verweer van [gedaagden] wordt aangemerkt als een bevrijdend verweer. Dat betekent dat [gedaagden] dienen te stellen en zo nodig te bewijzen dat [naam 1] is uitgeschreven als lid en voorts dat dit zodanig tijdig is geschied dat de contributie niet (volledig) verschuldigd is geworden. Tegenover de betwisting door Cricket & Footbalclub had het op de weg van [gedaagden] gelegen om hun stelling dat en op welke datum [naam 1] is uitgeschreven nader (met stukken) te onderbouwen. Dat hebben zij nagelaten. Dat leidt tot het oordeel dat het verweer van [gedaagden] als onvoldoende gemotiveerd wordt verworpen. Voor het opdragen van bewijs ziet de kantonrechter gelet hierop geen aanleiding. Dit brengt mee dat er in deze procedure van wordt uitgegaan dat [gedaagden] [naam 1] niet (tijdig) hebben uitgeschreven voor het seizoen 2017-2018. De contributie voor het seizoen 2017-2018 van € 145,00 is dan ook terecht in rekening gebracht. De omstandigheid dat [naam 1] per 4 april 2018 is afgemeld bij de KNVB doet daar niet aan af, alleen al nu Cricket & Footbalclub heeft gesteld dat een zodanige afmelding niet mee brengt dat ook het lidmaatschap van Cricket & Footbalclub eindigt en [gedaagden] vervolgens geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.

4.3.

Dat op de factuur van 11 juli 2017 “betaalverzoek” staat brengt, anders dan [gedaagden] voorstaan, niet mee dat dit document niet als factuur kan worden aangemerkt: duidelijk is immers dat aan [gedaagden] een bedrag van € 145,00 in rekening is gebracht voor de contributie van (Cricket & Footbalclub) Hermes voor het seizoen 2017-2018.

4.4.

Ingevolge artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) strekken de betalingen die [gedaagden] hebben verricht (zie 2.6) eerst in mindering op de (buitengerechtelijke) kosten, vervolgens van de verschenen rente en ten slotte van de hoofdsom. Dit brengt mee dat beoordeeld moet worden of de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente verschuldigd zijn geworden.

De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

4.5.

De in rekening gebrachte buitengerechtelijke kosten dienen beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De aanmaning van 16 december 2019 (zie 2.4) voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Met betrekking tot het verweer van [gedaagden] dat deze aanmaning hen niet heeft bereikt wordt het volgende overwogen. Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van de deurwaarder blijkt dat een gewaarmerkt afschrift van die aanmaning op het adres van [gedaagden] is bezorgd. Van de juistheid van een dergelijke verklaring dient in beginsel te worden uitgegaan. [gedaagden] hebben geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel nopen. Dat in die brief een onjuist verenigingsjaar staat brengt niet mee dat aan de brief geen betekenis kan worden gehecht, nu uit de verwijzing naar de factuur van 11 juli 2017 ten bedrage van € 145,00 voor [gedaagden] voldoende duidelijk kon zijn waar de vordering betrekking op had. Dat betekent dat het verweer van [gedaagden] op dit punt wordt gepasseerd en dat, nu [gedaagden] niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, de aangezegde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 48,40 (inclusief BTW) verschuldigd is geworden.

De gevorderde wettelijke rente

4.6.

Aangezien [gedaagden] de factuur niet voor de uiterste betaaldatum van 9 augustus 2017 (zie 2.2) hebben voldaan, zijn zij met ingang van die datum in verzuim komen te verkeren. Als zodanig zijn [gedaagden] vanaf die datum de wettelijke rente verschuldigd geworden over het bedrag van € 145,00. De tot en met 26 oktober 2020 verschenen rente is door Cricket & Footbalclub berekend op € 9,45, welk bedrag door [gedaagden] niet, althans niet voldoende gemotiveerd, is bestreden zodat de kantonrechter van de juistheid daarvan uitgaat.

4.7.

Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en kan daarom onbesproken blijven.

Toepassing artikel 6:44 BW

4.8.

Toepassing van artikel 6:44 lid 1 BW brengt mee dat met de door [gedaagden] op 25 en 26 november 2020 verrichte betalingen van in totaal € 294,20 de buitengerechtelijke kosten van € 48,40, de verschenen rente van € 9,45 en de hoofdsom van € 145,00 volledig zijn voldaan en dat [gedaagden] overigens aan de gemachtigde van Cricket & Footbalclub een bedrag van € 91,35 heeft betaald. Op dit bedrag zal hierna bij de proceskosten worden ingegaan.

Proceskosten

4.9.

Het verweer van [gedaagden] dat zij rauwelijks door Cricket & Footbalclub zijn gedagvaard, wordt verworpen. [gedaagden] heeft immers niet betwist de aan de vordering van Cricket & Footbalclub ten grondslag liggende factuur van 11 juli 2017 te hebben ontvangen en – zoals hiervoor overwogen – wordt er tevens van uit gegaan dat zij de aanmaning van 16 december 2019 hebben ontvangen. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake.

4.10.

Voorts is nog van belang dat [gedaagden] weliswaar inmiddels de hoofdsom, verschenen rente en buitengerechtelijke kosten hebben voldaan, maar die betalingen waren niet tijdig en niet voldoende om de onderhavige procedure te voorkomen (zie 2.5 en 2.6).

4.11.

[gedaagden] wordt als de (materieel) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van Cricket & Footbalclub, die tot aan deze uitspraak worden begroot op € 233,29 aan verschotten (bestaande uit € 124,00 griffierecht en € 109,29 aan explootkosten) en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde van Cricket & Footbalclub (bestaande uit twee punten à € 37,00). Mocht het bedrag van € 91,35 niet aan [gedaagden] zijn teruggestort, dan strekt dit in mindering op hetgeen [gedaagden] ingevolge dit vonnis nog aan Cricket & Footbalclub verschuldigd is.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagden] om aan Cricket & Footbalclub te voldoen de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het bedrag aan hoofdsom dat na elke credit- en debet mutatie heeft uitgestaan vanaf 27 oktober 2020 tot en met 26 november 2020;

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Cricket & Footbalclub vastgesteld op € 233,29 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485