Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3992

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
9145965 VV EXPL 21-161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verhuurder en/of een door de verhuurder ingeschakelde derde toe te laten het uitvoeren van de werkzaamheden en de daarmee samenhangende voorbereidingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9145965 VV EXPL 21-161

uitspraak: 28 april 2021

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de stichting

Stichting Havensteder,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.J. Remmelts te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die niet is verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Havensteder’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 14 april 2021, met producties.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2021. Namens Havensteder is [naam] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van Havensteder. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

Tussen Havensteder en [gedaagde] bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde maakt deel uit van een appartementencomplex.

2.2

Havensteder wenst onderhouds- en verbeterwerkzaamheden uit te voeren in het complex. Havensteder heeft daartoe op 7 september 2020 een voorstel aan de huurders in het complex voorgelegd.

2.3

Bij brief van 9 maart 2021 heeft Havensteder [gedaagde] geschreven dat inmiddels 75% van de huurders van het complex waarin het gehuurde is gelegen, akkoord is gegaan met de voorgenomen werkzaamheden en [gedaagde] gesommeerd wordt om contact op te nemen.

2.4

Na diverse verzoeken van Havensteder om contact op te nemen heeft [gedaagde] uiteindelijk op 2 april 2021 telefonisch contact opgenomen en is een afspraak voor 13 april 2021 om 11:00 uur gemaakt.

2.5

[gedaagde] heeft op 13 april 2021 niet opengedaan voor Havensteder.

2.6

Op 16 april 2021 heeft [gedaagde] de technische opname, het inmeten van de ramen en deuren en de werkzaamheden beschreven staan zoals onder o, laten uitvoeren.

2.7

Havensteder is op 21 april 2021 begonnen met de werkzaamheden en de start van de eerstvolgende werkzaamheden staat gepland op 6 mei 2021.

3. De vordering

3.1

Havensteder vordert in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] op straffe van een eenmalige dwangsom van € 1.000,00 ertoe te veroordelen om Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, toegang tot het gehuurde te geven ten behoeve van de technische opname, de asbestinventarisatie en het inmeten van de ramen deuren;

II. in het geval [gedaagde] de sub I gevorderde dwangsom heeft verbeurd en nog steeds weigert om aan de veroordeling te voldoen, [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrij een algehele beschikking van Havensteder of een door haar in te schakelen derde, dit alles zo lang dat noodzakelijk is om de asbestinventarisatie uit te voeren en de ramen en deuren in te meten;

III. [gedaagde] op straffe van een eenmalige dwangsom van € 1.000,00 ertoe te veroordelen om Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, toegang tot het gehuurde te geven ten behoeve van de werkzaamheden beschreven in het plan, dat in punt 2 en als productie 2 bij de dagvaarding is overgelegd, te weten:

a. het vervangen van de kunststof kozijnen;

b. het aanbrengen van een in de standleiding en een leiding in de vloer;

c. het controleren en zo nodig vervangen van water- en elektraleidingen. Daarnaast worden er nieuwe waterleidingen aangelegd en bij keukens waar zich een geiser bevindt, wordt de kraan vervangen;

d. het herstellen van het voeg- en metselwerk aan de buitenzijde van de gebouwen en het plaatsen van nieuwe ankers in de spouwmuur;

e. het reinigen van het metselwerk en het aanbrengen van een nieuwe beschermende laag;

f. het uitvoeren van schilderwerkzaamheden in de gemeenschappelijke ruimtes;

g. het vervangen van de verlichting in de algemene ruimtes;

h. het vervangen van de panelen onder de ramen door beter isolerende panelen. Voorafgaand aan die werkzaamheden moet eventueel asbest worden gesaneerd;

i. het aanbrengen van extra isolatie in de gevels;

j. het isoleren van de plafonds van de bergingen;

k. het vervangen van een geiser of boiler door een afleverset van Eneco;

l. het verplaatsen van de deur van de slaapkamer. Dit moet gebeuren vanwege een nieuw te maken kast in de hal. Die kast moet worden geplaatst vanwege de nieuw aan te brengen afleverset;

m. het vervangen van de oude radiatoren en leidingen en het aanbrengen van een extra radiator in de badkamer;

n. het verwijderen van een gasaansluiting in de keuken en het aanbrengen van een inductiekookplaat;

o. het vervangen van de huidige beglazing door beglazing van HR++ glas;

p. het aanbrengen van een nieuwe geïsoleerde voordeur;

q. het aanbrengen van een nieuwe thermostaat;

r. het plaats van een nieuw C02-gestuurd ventilatiesysteem;

waarbij voor de werkzaamheden a, b, c, i, j, k, l, m, n, o, p, q, en r de medewerking van [gedaagde] vereist is

IV. in het geval [gedaagde] de onder III gevorderde dwangsom heeft verbeurd en nog steeds weigert om aan de veroordeling te voldoen, [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrij een algehele beschikking van Havensteder of een door haar in te schakelen derde, dit alles zo lang dat noodzakelijk is om de asbestinventarisatie uit te voeren

V. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Havensteder heeft ter zitting de eis verminderd in die zin dat [gedaagde] op 16 april 2021 de technische opname, inmeten van de ramen en deuren en de werkzaamheden zoals onder o beschreven staan heeft laten uitvoeren, zodat deze niet langer worden gevorderd.

4. Het verweer

[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.

5. De beoordeling van de vordering

5.1

Uit de door Havensteder overgelegde originele dagvaarding is gebleken dat [gedaagde] correct voor de zitting is opgeroepen. Ook de overige bij wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat verstek is verleend tegen [gedaagde].

5.2

Gelet op de planning die is gemaakt voor de werkzaamheden, de start daarvan op 21 april 2021 en voortzetting daarvan op 6 mei 2021, heeft Havensteder een spoedeisend belang bij haar vordering.

5.3

Voorop gesteld wordt dat in geval van verstek een vordering wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

5.4

In dit kort geding dient te worden beoordeeld of het nodig is nu een ordemaatregel te treffen, of aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en of het gerechtvaardigd is hierop vooruit te lopen door het treffen van een voorlopige voorziening.

5.5

Indien gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd moet de huurder daartoe gelegenheid geven op grond van artikel 7:220 lid 1 BW. Dringende werkzaamheden zijn niet alleen reparaties, maar alle werkzaamheden die niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld. Ook moet de huurder op grond van artikel 7:220 lid 2 BW de verhuurder gelegenheid geven om over te gaan tot renovatie van het gehuurde als de verhuurder daartoe een redelijk voorstel doet. Aangezien Havensteder onweersproken heeft gesteld dat 75% van de huurders van het complex heeft ingestemd met de renovatieplannen en [gedaagde] geen beslissing van de kantonrechter heeft gevorderd over de redelijkheid van het voorstel van Havensteder, wordt dit voorstel vermoed een redelijk voorstel te zijn. [gedaagde] is dus gehouden om Havensteder in staat te stellen niet alleen de dringende werkzaamheden maar ook de renovatiewerkzaamheden uit te (laten) voeren.

5.6

Havensteder heeft onweersproken gesteld dat voor de uitvoering van de werkzaamheden (gedeeltelijke en tijdelijke) ontruiming van de woning van [gedaagde] noodzakelijk is indien en voor zover [gedaagde] weigert zijn medewerking aan de werkzaamheden te verlenen. Omdat vast staat dat Havensteder, ondanks diverse pogingen, zeer beperkt contact met [gedaagde] heeft kunnen krijgen, is het gerechtvaardigd [gedaagde] te verplichten de werkzaamheden toe te laten en zijn medewerking hieraan te verlenen, een en ander onder de dreiging van het anders moeten betalen van een dwangsom aan Havensteder. Voor het geval [gedaagde] geen medewerking verleent, zal hij worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde gedurende de werkzaamheden, voor zover ontruiming noodzakelijk is voor de uitvoering van deze werkzaamheden.

5.7

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van Havensteder.

6. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt [gedaagde] om toe te laten dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, de (voorbereiding van de) onder overweging 3.1 opgenomen werkzaamheden aan het gehuurde uit te voeren en veroordeelt [gedaagde] zijn medewerking daaraan te verlenen, voor wat betreft:

  1. de asbestinventarisatie

  2. de (met uitzondering van o) overige in overweging 3.1 sub III genoemde werkzaamheden van a t/m r,;

voor a en b afzonderlijk op straffe van een eenmalige dwangsom van € 1.000,00 voor zover [gedaagde] Havensteder niet toe laat en/of meewerkt aan die werkzaamheden ;

indien en voor zover [gedaagde] weigert om de uitvoering van de genoemde werkzaamheden te gedogen en daaraan zijn medewerking te verlenen en voor zover de dwangsom(men) is/zijn verbeurd:

veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden, binnen drie dagen na betekening van het vonnis, te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Havensteder vastgesteld op € 232,01 aan verschotten en € 498,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485