Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3987

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
8867399 CV EXPL 20-40948
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Er is verwarring ontstaan over de betalingsregeling. In plaats van dat eerst uit te zoeken is eiser overgegaan tot dagvaarden. Als professionele procespartij had het op haar weg gelegen eerst onderzoek te verrichten daarom zijn de proceskosten afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/283
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8867399 CV EXPL 20-40948

uitspraak: 16 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Infomedics B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseres,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Infomedics’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 29 oktober 2020, met producties;

  • -

    de aantekeningen van 17 november 2020 van het mondelinge antwoord van [gedaagde];

  • -

    de aantekeningen van 24 december 2020 van het aanvullende mondelinge antwoord van [gedaagde], alsmede de daarbij door haar overgelegde producties;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de schriftelijke reactie van 17 maart 2021, alsmede de daarbij door haar overgelegde producties.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Op 22 juli 2019, 9 januari 2020 en 15 januari 2020 heeft [gedaagde] een tandheelkundige behandeling gehad bij [praktijk] (hierna: de zorgverlener).

2.2

De zorgverlener heeft haar vordering op [gedaagde] gecedeerd aan Infomedics.

2.3

Bij factuur van 4 februari 2020 met factuurnummer 82116491030071 heeft Infomedics een bedrag van € 845,45 bij [gedaagde] in rekening gebracht ter zake van voornoemde tandheelkundige behandelingen.

2.4

Op 14 februari 2020 is [gedaagde] met Infomedics een betalingsregeling overeengekomen van 8 betalingstermijnen van € 110,70 per termijn waarbij de eerste betaling uiterlijk op 1 maart 2020 moet zijn betaald.

2.5

Op 2 maart 2020 heeft [gedaagde] ten aanzien van de getroffen betalingsregeling eenmalig een bedrag van € 110,70 aan Infomedics betaald.

2.6

Op 3 juli 2020 heeft [gedaagde] met CMIB een nieuwe betalingsregeling getroffen ten aanzien van het op dat moment nog openstaande saldo, de buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente. Partijen zijn een betalingsregeling van 10 termijnen overeengekomen van € 84,95 per termijn waarbij de eerste betaling uiterlijk op 24 juli 2020 moet zijn verricht.

2.7

Op 28 juli 2020 heeft [gedaagde] ten aanzien van de getroffen betalingsregeling met het CMIB een bedrag van € 84,95 betaald.

2.9

[gedaagde] heeft op 28 augustus 2020, via een rekening van een derde, een bedrag van € 120,00 betaald aan het CMIB.

3. De vordering

3.1

Infomedics vordert na vermindering van eis bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 638,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2020 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan haar vordering heeft Infomedics – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[gedaagde] is, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de door Infomedics aan haar verzonden factuur van 4 februari 2020 voor een totaalbedrag van € 845,45.

3.2.2

Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Infomedics zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Op 10 september 2020 heeft Infomedics [gedaagde] aangemaand. De gemaakte kosten van € 97,48 komen op grond van artikel 6:96 lid 5 BW voor rekening van [gedaagde].

3.2.3

Verder maakt Infomedics aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 10,67 aan verschenen rente berekend tot 13 oktober 2020.

3.3

In totaal is een bedrag van € 315,65 door [gedaagde] voldaan voordat een 14-dagen brief is gestuurd dan wel de vordering uit handen is gegeven aan haar gemachtigde. Dit bedrag dient in mindering te worden gebracht volgens de regels van artikel 6:44 BW.

4. Het verweer

[gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de gevorderde factuur niet. Zij voert aan dat er een betalingsregeling is getroffen en in het kader van die betalingsregeling hebben er drie betalingen plaatsgevonden; te weten op 2 maart 2020 (€ 110,70), 28 juli 2020 (€ 84,95) en 28 augustus 2020 (€ 120,00). Omdat de laatste betaling via de rekening van haar moeder is betaald is er verwarring ontstaan of de overeengekomen betalingsregeling was vervallen.

5. De beoordeling

5.1

[gedaagde] heeft de verschuldigdheid en de hoogte van het aanvankelijk bij haar in rekening gebrachte bedrag van € 845,54 voor de tandheelkundige behandelingen niet betwist. [gedaagde] heeft echter gemotiveerd dat zij met het CMIB een betalingsregeling is overeengekomen. Uit de overgelegde stukken blijkt ook dat partijen op 14 februari 2020 een betalingsregeling hebben getroffen en [gedaagde] op 3 juli 2020 een nieuwe betalingsregeling is overeengekomen met het CMIB. In het kader van de laatste betalingsregeling heeft [gedaagde] een tweetal betalingen gedaan; te weten op 28 juli 2020 (€ 84,95) en 28 augustus 2020 (€ 120,00). Deze laatste betaling is gedaan vanaf een ander rekeningnummer en zonder betalingskenmerk waardoor tussen partijen verwarring is ontstaan of de betalingsregeling was nagekomen dan wel was komen te vervallen. Op het moment dat partijen hierover met elkaar in gesprek waren heeft de gemachtigde van Infomedics op 10 september 2020 een ‘14-dagenbrief’ gestuurd, waarin [gedaagde] is aangemaand voor een bedrag van € 649,89. Noch daargelaten dat het op de weg van Infomedics had gelegen om eerst nader te onderzoeken of de betalingsregeling daadwerkelijk was komen te vervallen, is Infomedics in deze brief uitgegaan van een hoger bedrag aan hoofdsom dan [gedaagde] op dat moment verschuldigd was. De buitengerechtelijke kosten, zoals deze op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, in rekening mogen worden gebracht worden daarom afgewezen.

5.2

Gelet op het feit dat [gedaagde] de hoogte van het aanvankelijk bij haar in rekening gebrachte bedrag niet heeft betwist en verder vast staat dat [gedaagde] na 28 augustus 2020 geen betalingen meer heeft gedaan is de kantonrechter van oordeel dat de resterende hoofdsom ten bedrage van € 529,89 (€ 845,54 - € 315,65) kan worden toegewezen.

5.3

De gevorderde rente wordt toegewezen zoals onder de beslissing staat vermeld omdat onduidelijk is of het gevorderde bedrag aan verschenen rente over het juiste bedrag aan hoofdsom is berekend.

5.4

De kantonrechter geeft [gedaagde] in overweging zich binnen korte termijn na ontvangst van dit vonnis (nogmaals) tot de gemachtigde van Infomedics te wenden, teneinde een passende betalingsregeling overeen te komen.

5.5

De kantonrechter ziet in hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 5.1 is overwogen aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen. Nadat in september 2020 onduidelijkheid bestond over de vraag of [gedaagde] de tussen partijen overeengekomen betalingsregeling al dan niet correct was nagekomen, had het als professionele procespartij op de weg van (de gemachtigde van) Infomedics gelegen om één en ander uit te zoeken. In plaats daarvan is (de gemachtigde van) Infomedics overgegaan tot het versturen van een 14-dagenbrief en is zij de onderhavige procedure gestart. Op grond van de omstandigheden van het geval is de kantonrechter dan ook van oordeel dat Infomedics [gedaagde] rauwelijks (ten onrechte) heeft gedagvaard.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 529,89, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het saldo dat vanaf 5 maart 2020 aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens na elke credit- of debet mutatie, heeft uitgestaan tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485