Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3892

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
13-05-2021
Zaaknummer
9055395
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0590
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9055395 VZ VERZ 21-2537

uitspraak: 10 mei 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van:

[verzoeker] ,

handelend onder de naam [naam tandartspraktijk],

werkzaam te [plaats] ,

verzoeker,

procederend zonder juridische bijstand,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

gemachtigde: mr. L. Bentohami te Utrecht.

Verzoeker wordt hierna ‘ [naam tandartspraktijk] ’ (met ‘zij’ en ‘haar’) genoemd, verweerder ‘ [verweerster] ’.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

• het verzoekschrift met bijlagen van [naam tandartspraktijk] , ontvangen op 25 februari 2021;

• het verweerschrift met bijlagen van [verweerster] , ontvangen op 9 april 2021;

• de brief met één bijlage van [naam tandartspraktijk] , ontvangen op 12 april 2021;

• de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak op

19 april 2021 (inclusief de spreekaantekeningen overgelegd door de gemachtigde van [verweerster] ).

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

2.1

[verweerster] werkt sinds 27 maart 2017 als tandarts- en preventieassistente bij [naam tandartspraktijk] .

2.2

[naam persoon] van [naam tandartspraktijk] schrijft in een e-mail aan [verweerster] van 7 januari 2021, voor zover nu van belang:

Op 22-12-2020 heb ik een gesprek met jou gehad over jouw werkhouding. Wij hebben een aantal punten besproken. Mijn voorstel was óf jij het verbetertraject ingaat (dit houdt in dat je op alle vlakken begeleid wordt, daarbij verlies je jouw staffel) óf je vrijwillig vertrekt.

Jij hebt ervoor gekozen om het verbetertraject in te gaan.

Direct na 22-12-2020 zijn er alweer aantal dingen voorgevallen, wat ons heeft genoodzaakt om de beslissing te nemen onze arbeidsovereenkomst met jou te beëindigen.

Wat is voorgevallen:

1) op dinsdag 29-12-2020 te laat naar het werk komen, waardoor jouw patiënt 20 minuten zat te wachten;

2) op woensdag 30-12-2020 heb je je ziek gemeld terwijl je nog op het werk was en vervolgens nog ruim één uur op het werk fysiek aanwezig was.

Vandaag, 07-01-2021, hebben wij in het gesprek onze beslissing aan jou bekendgemaakt.

Wij hebben voorgesteld dat wij een vaststellingsovereenkomst gaan tekenen. Jouw voordelen waren uitgelegd. De vaststellingsovereenkomst werd aan jou overhandigd.

3. Het verzoek

3.1

[naam tandartspraktijk] verzoekt de kantonrechter haar arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden, op de kortst mogelijke termijn, zonder toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding en compensatie van de proceskosten.

3.2

[verweerster] voert verweer. Zij verzoekt, in beide gevallen met veroordeling van [naam tandartspraktijk] in de kosten van de procedure:

(1) primair het verzoek af te wijzen;

(2) subsidiair, als de arbeidsovereenkomst wel ontbonden wordt:

1. haar de transitievergoeding toe te kennen;

2. haar een billijke vergoeding van € 10.000,00 bruto toe te kennen;

3. [naam tandartspraktijk] te veroordelen haar (financiële) verplichtingen tot aan het

einde van de arbeidsovereenkomst na te komen;

4. [naam tandartspraktijk] te veroordelen tot uitbetaling van vakantiegeld- en dagen;

5. [naam tandartspraktijk] te veroordelen een loonspecificatie te verstrekken;

6. bij de ontbindingsdatum rekening te houden met de behandeltijd van

dit verzoekschrift.

3.3

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee [naam tandartspraktijk] en [verweerster] de verzoeken en het verweer daartegen onderbouwen.

4. De beoordeling

ontbinding arbeidsovereenkomst

4.1

Een grond om een arbeidsovereenkomst te ontbinden is ‘de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, (…) mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren (…)’, aldus artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder d Burgerlijk Wetboek (BW). [naam tandartspraktijk] beroept zich primair op deze grond (disfunctioneren).

4.2

Van disfunctioneren van [verweerster] als bedoeld in het hiervoor genoemde wetsartikel is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. [naam tandartspraktijk] hield weliswaar minutieus bij wat er volgens haar schort aan het functioneren van [verweerster] , en hoewel de kantonrechter in wat door [naam tandartspraktijk] is overgelegd geen grove fouten leest zullen sommige (inhoudelijke) kritiekpunten wellicht juist zijn, maar wat ontbreekt is een duidelijke brief aan [verweerster] waarin duidelijk staat wat zij in de ogen van [naam tandartspraktijk] verkeerd doet en waarin [verweerster] een termijn wordt gegeven waarbinnen zij, al dan niet met begeleiding van [naam tandartspraktijk] , verbetering moet laten zien op de punten waarop [naam tandartspraktijk] kritiek heeft. Met andere woorden: een verbetertraject ontbreekt. In december 2020 is [verweerster] weliswaar het voorstel gedaan een verbetertraject te volgen maar als de keuze is óf je volgt een verbetertraject óf je vertrekt, dan geeft dit aan dat de werkgever de conclusie dat de werknemer moet vertrekken eigenlijk al getrokken heeft. Dat blijkt ook wel wanneer het verbetertraject door [naam tandartspraktijk] beëindigd wordt voor zij goed en wel van start is gegaan. [naam tandartspraktijk] wekt de indruk dat zij met haar gedetailleerde verslaglegging over [verweerster] zo veel mogelijk dossier op heeft willen bouwen. Het gaat echter niet om de dikte van het dossier, maar om stukken waar [verweerster] uit heeft kunnen en moeten opmaken dat [naam tandartspraktijk] vond dat zij disfunctioneerde en waarin haar de mogelijkheid is gegeven dit te verbeteren. Dergelijke stukken ontbreken.

4.3

Een andere grond om een arbeidsovereenkomst te ontbinden is volgens artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder g BW ‘een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [naam tandartspraktijk] beroept zich subsidiair op deze ontbindingsgrond.

4.4

Een verstoorde arbeidsverhouding is inderdaad aanwezig. [naam tandartspraktijk] stelt dat het zo is en ook [verweerster] vraagt zich in haar verweerschrift af of van een gezonde werkrelatie nog sprake kan zijn. Het is de kantonrechter (ook) op de mondelinge behandeling duidelijk geworden dat de rek er tussen partijen onherstelbaar uit is. Het verzoek van [naam tandartspraktijk] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt daarom toegewezen.

datum ontbinding arbeidsovereenkomst

4.5

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst conform de hoofdregel van artikel 7:671b lid 9 aanhef en onder a BW per 1 juli 2021. Als de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] kan deze weliswaar per een eerdere datum ontbonden worden (artikel 7:671b lid 9 aanhef en b BW), maar in deze zaak ziet de kantonrechter, anders dan [naam tandartspraktijk] vraagt, geen reden om van die mogelijkheid gebruik te maken. Bij een verstoorde arbeidsverhouding waarin het van kwaad tot erger gaat, zoals die tussen [naam tandartspraktijk] en [verweerster] , valt in het algemeen gesproken beide partijen wel íets te verwijten, maar welk gedrag van [verweerster] nu als ‘ernstig verwijtbaar’ gekwalificeerd moet worden ziet de kantonrechter niet, overigens ook niet wat haar vermeende disfunctioneren betreft. In de datum 1 juli 2021 is rekening gehouden met wat [verweerster] vraagt onder 3.2 onder (2) onder 6.

transitievergoeding

4.6

[verweerster] heeft recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst op verzoek van [naam tandartspraktijk] wordt ontbonden (artikel 7:673 lid 1 aanhef en onder a sub 2 BW). [naam tandartspraktijk] wordt daarom veroordeeld tot het betalen van een transitievergoeding aan [verweerster] . [verweerster] noemt zelf geen bedrag. [naam tandartspraktijk] schrijft op de laatste pagina van haar verzoekschrift dat het om € 2.269,00 bruto gaat. Dit bedrag wordt aan transitievergoeding toegekend.

4.7

[naam tandartspraktijk] hoeft de transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder c BW niet aan [verweerster] te betalen als het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] . Onder 4.5 is echter al geoordeeld dat daar geen sprake van is.

billijke vergoeding

4.8

Als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [naam tandartspraktijk] , kan de kantonrechter aan [verweerster] , zoals zij ook vraagt, een billijke vergoeding toekennen (artikel 7:671b lid 9 aanhef en onder c BW).

4.9

Of dit nu een ‘gespreksverbod’ genoemd moet worden of niet, feit is dat het niet boterde tussen [verweerster] en haar collega (en sinds maart 2019) leidinggevende [naam persoon] en dat daarom, in de woorden van [naam tandartspraktijk] , in juli 2018 ‘tijdelijk de afspraak gemaakt is om geen contact te hebben, zodat de beladen emoties kunnen rusten’. [naam tandartspraktijk] stelt dat er later een ander gesprek is geweest waarbij afgesproken is het verleden te laten rusten, maar als dit een gesprek in mei 2019 is geweest in verband waarmee [naam tandartspraktijk] in haar aanvullende brief van 12 april 2021 een e-mail van [verweerster] aanhaalt, krijgt de kantonrechter uit de inhoud van die e-mail niet bepaald de indruk dat het echt weer goed gaat. [verweerster] spreekt in die e-mail immers slechts de hoop uit dat het verleden het verleden gelaten kan worden.

4.10

[verweerster] stelt dat [naam persoon] en zij tussen het ‘gespreksverbod’ van juli 2018 en het moment dat [naam persoon] in maart 2019 haar leidinggevende werd, geen woord met elkaar gesproken hebben en dat zelfs elkaar groeten er niet in zat. [naam tandartspraktijk] betwist dit op zichzelf niet. Toen [naam persoon] de leidinggevende van [verweerster] werd zal het gesprek (noodgedwongen) wel weer enigszins op gang gekomen zijn, maar dat de, zoals [naam tandartspraktijk] het noemt, ‘tijdelijke afspraak’ van juli 2018 gevolgd is door een of meerdere pogingen een definitieve oplossing te vinden voor het conflict, blijkt niet. [naam tandartspraktijk] valt hiervan een ernstig verwijt te maken. Een conflict gaat immers van kwaad tot erger als dit maar blijft voortsudderen en het getuigt niet van goed werkgeverschap om dit maar te laten gebeuren. [naam tandartspraktijk] heeft het echter wel laten gebeuren en dan komt vroeg of laat het punt waarop er weinig meer te herstellen valt en dat de enige oplossing is dat een van de twee vertrekt. Dat is [verweerster] geworden in dit conflict. De kantonrechter wil in dit verband niet onbenoemd laten de bijna obsessieve belangstelling van [naam persoon] voor [verweerster] zoals deze blijkt uit de overgelegde verslaglegging. [verweerster] lijkt haast continu in de gaten gehouden te zijn. Iemand die constant in de gaten gehouden wordt, doet altijd wel iets fout. Ook dit heeft [naam tandartspraktijk] laten gebeuren. Of het gebruikelijk is binnen [naam tandartspraktijk] om alle medewerkers op een dergelijke manier te monitoren is niet naar voren gekomen, maar dat lijkt niet waarschijnlijk Kortom, als [naam tandartspraktijk] eerder en deugdelijker ingegrepen had in het conflict, had het wellicht niet, op deze manier, tot een einde van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] hoeven komen.

4.11

De kantonrechter is van oordeel dat het voorgaande een door [naam tandartspraktijk] aan [verweerster] te betalen billijke vergoeding rechtvaardigt. [verweerster] verzoekt om een billijke vergoeding van

€ 10.000,00 bruto. Zij onderbouwt de berekening van dit bedrag niet maar de hoogte van deze billijke vergoeding wordt door [naam tandartspraktijk] ook niet met zoveel woorden betwist. Gelet echter op het door [verweerster] weer niet weersproken gegeven dat zij gemakkelijk weer een baan als tandarts- en preventieassistente zal vinden, komt de kantonrechter de helft van het verzochte bedrag, dus € 5.000,00 bruto, gelet op de omstandigheden billijk voor en dat bedrag zal daarom worden toegewezen.

overige verzoeken van [verweerster]

4.12

De arbeidsovereenkomst tussen [naam tandartspraktijk] en [verweerster] wordt ontbonden per 1 juli 2021. [naam tandartspraktijk] moet tot die tijd aan haar (financiële) verplichtingen jegens [verweerster] blijven voldoen en na 1 juli 2021 op de gebruikelijke wijze met [verweerster] afrekenen (vakantiegeld- en dagen, loonspecificatie). De kantonrechter zal de verzoeken zoals vermeld onder 3.2 onder (2) onder 3, 4 en 5 toewijzen op de onder de beslissing te noemen manier. Voor het opleggen van een dwangsom bestaat geen aanleiding en hoe loondoorbetaling zich verhoudt tot de ‘rente vanaf veertien dagen na het wijzen van deze beschikking’ die [verweerster] verzoekt ziet de kantonrechter niet.

kosten van de procedure

4.13

Het is gebruikelijk om in een procedure als deze (ontbinding arbeidsovereenkomst) te bepalen dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt. De kantonrechter ziet geen reden om in deze zaak van dit uitgangspunt af te wijken.

uitvoerbaar bij voorraad

4.14

Deze beschikking wordt zoals verzocht ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen deze beschikking, [naam tandartspraktijk] in de tussentijd wel alvast aan de veroordelingen moet voldoen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen [naam tandartspraktijk] en [verweerster] per 1 juli 2021 en veroordeelt [naam tandartspraktijk] tot nakoming van haar financiële verplichtingen tot die datum en de arbeidsovereenkomst na die datum correct financieel af te wikkelen;

- veroordeelt [naam tandartspraktijk] een transitievergoeding van € 2.269,00 bruto aan [verweerster] te betalen;

- veroordeelt [naam tandartspraktijk] een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto aan [verweerster] te betalen;

- bepaalt dat ieder van de partijen de eigen kosten van deze procedure draagt;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders door [naam tandartspraktijk] en [verweerster] verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686