Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3877

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
ROT 21/2054
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

ambtshalve registraties in de Brp om verzoekster een stempas te kunnen verstrekken verdienen geen schoonheidsprijs; dit maakt echter niet dat er een voorlopige voorziening moet worden getroffen;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 21/2054

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

gemachtigde: mr. drs. M.J.G. Schroeder,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. A.T. Kasiemkhan.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve registraties in de Basisregistratie personen (Brp) van haar verhuizing per 11 maart 2021 en van haar verhuizing per 2 december 2019 en tegen de verstrekking van deze persoonsgegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen.

Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2021, tegelijkertijd met het onderzoek in zaaknummers ROT 21/1863 en ROT 21/1485. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [naam].

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1.1.

Bij besluiten van 23 maart 2020 heeft verweerder verzoekster en haar drie minderjarige kinderen per 2 december 2019 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp. Daarvoor stonden zij ingeschreven op het adres [adres] (het adres). Verzoekster heeft op 29 juli 2020 een verzoek om hervestiging ingediend. Verweerder heeft dit verzoek bij besluit van 12 augustus 2020 afgewezen. Verzoekster heeft tegen de besluiten van 23 maart 2020 en 12 augustus 2020 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om te bepalen dat zij en haar kinderen voorlopig worden opgenomen in de Brp. Bij uitspraken van 23 juni 2020 (zaaknummer ROT 20/2671) en 14 oktober 2020 (zaaknummer ROT 20/4447) heeft de voorzieningenrechter de verzoeken afgewezen. Verweerder heeft het bezwaar tegen de besluiten van 23 maart 2020 bij besluit van 20 juli 2020 ongegrond verklaard. Het beroep hiertegen is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 20/4588. Verweerder heeft het bezwaar tegen het besluit van 12 augustus 2020 bij besluit van 22 januari 2021 ongegrond verklaard. Het beroep hiertegen is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 21/1057.

1.2.

Verzoekster heeft verweerder verzocht om haar in verband met de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 17 maart 2021 te registreren als kiesgerechtigde voor de Kieswet. Bij besluit van 16 februari 2021 heeft verweerder dit verzoek afgewezen, omdat verzoekster is opgenomen in het Register niet-ingezetenen (RNI) op grond van artikel 2.22 van de Wet basisregistratie personen. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Het beroep is behandeld ter zitting van 11 maart 2021. Verweerder heeft ter zitting toegezegd aan verzoekster op 12 maart 2021 vóór 17:00 uur een stempas uit te reiken, indien de Afdeling zou oordelen dat verzoekster voor de verkiezingen van 17 maart 2021 als kiesgerechtigde moet worden geregistreerd. Bij uitspraak van 11 maart 2021 heeft de Afdeling het beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 februari 2021 vernietigd en verweerder opgedragen verzoekster per 1 februari 2021 als kiesgerechtigde te registreren.

1.3.

Verweerder heeft aan verzoekster op 12 maart 2021 een stempas uitgereikt, geadresseerd aan het adres. Om de stempas te kunnen uitreiken heeft verweerder verzoekster, die op dat moment in de RNI was opgenomen, per 11 maart 2021 ingeschreven op het adres. Na de uitreiking van de stempas heeft verweerder verzoekster op 16 maart 2021 ambtshalve geregistreerd als verhuisd per 2 december 2019.

Standpunt verweerder

2. Om verzoekster een stempas te kunnen uitreiken moest eiseres vanuit de RNI worden ingeschreven op een adres, omdat het niet mogelijk is om in de RNI gegevens te wijzigen. Vervolgens is de persoonslijst weer teruggeplaatst naar de RNI. Het was een noodverband. Verweerder zag geen andere mogelijkheid om aan verzoekster een stempas af te geven. Verweerder heeft verzoekster voorgesteld een aangifte van hervestiging te doen, maar verzoekster heeft dit voorstel afgewezen. De gebruikers (Belastingdienst/Toeslagen en de Sociale verzekeringsbank (Svb)) hebben bericht gekregen van de registraties. Het was niet de bedoeling verzoekster terug te verhuizen.

Standpunt verzoekster

3. De wijzigingen per 11 maart 2021 en per 2 december 2019 zijn onrechtmatig en er is sprake van een datalek naar de Belastingdienst/Toeslagen en de Svb in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In reactie op de statuswijzigingen herzag de Belastingdienst/Toeslagen bij besluit van 10 april 2021 de huurtoeslag van verzoekster over 2020 naar nihil. Bij brief van 9 april 2021 heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) naar aanleiding van de mutaties in de Brp verzoekster een vragenformulier doen toekomen met vragen over verzoeksters adres. Verweerder had een onderzoek moeten doen om verzoekster weer uit te kunnen schrijven. Het is evident dat verzoekster de gemeente Rotterdam nimmer heeft verlaten. Verzoekster is niet ingegaan op het voorstel van verweerder om opnieuw aangifte van hervestiging te doen. Ze heeft op 29 juli 2020 aangifte van hervestiging gedaan en die is afgewezen. De beslissing op bezwaar van 22 januari 2021 was een week voor haar aanvraag om een stempas genomen. Verzoekster wil geen aangifte van hervestiging doen, omdat ze daarmee zou erkennen dat ze niet op het adres woont. Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter verweerder op te dragen haar en haar kinderen in te schrijven in de Brp op een adres. Dit kan een woonadres, briefadres of puntadres zijn.

Oordeel van de voorzieningenrechter

4.1.

Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4.2.

De voorzieningenrechter laat in het midden of de ambtshalve registraties in de Brp de rechtmatigheidstoets kunnen doorstaan. Het door verweerder aangelegde noodverband verdient in ieder geval niet de schoonheidsprijs. Dit kan echter niet tot het door verzoekster gewenste gevolg leiden dat verzoekster en haar kinderen voorlopig worden ingeschreven op een woon-, brief- of puntadres. Daarvoor dient verzoekster bij verweerder, eventueel onder voorbehoud van alle rechten en weren, een aangifte van herinschrijving of aanvraag om een brief- of puntadres te doen, waarna verweerder vervolgens moet onderzoeken of aan de vereisten hiervoor is voldaan. De omstandigheden dat zij een huurovereenkomst voor de woning op het adres heeft, dat zij op het adres een bijstandsuitkering ontvangt en dat zij op het adres toeslagen ontving/ontvangt, zijn onvoldoende voor het oordeel dat aan de vereisten voor herinschrijving op het adres of voor een brief- of puntadres zijn voldaan. Verder heeft verzoekster ter zitting gezegd dat de wijziging in de huurtoeslag wel weer hersteld zal worden en heeft verweerder toegezegd bereid te zijn zo nodig uitleg te geven aan de Belastingdienst/Toeslagen of de Svb. Dit maakt dan ook niet dat er een voorlopige voorziening getroffen moet worden.

5. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M.P. Meijer, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 april 2021.

De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.